Doorgaan naar inhoud

Doorgaan naar secundair menu

Jehovah’s Getuigen

Nederlands

19 APRIL 2017
RUSLAND

Dag vijf: Russische Hooggerechtshof beoordeelt bewijzen in zaak om Getuigen te verbieden

Dag vijf: Russische Hooggerechtshof beoordeelt bewijzen in zaak om Getuigen te verbieden

Vandaag is het Hooggerechtshof van de Russische Federatie begonnen met het beoordelen van het grote aantal ingebrachte processtukken — 43 banden met documenten. De advocaten van het bestuurscentrum kregen ook de gelegenheid om nieuwe bewijzen aan te voeren over invallen bij de religieuze diensten van Jehovah’s Getuigen. In maart en april 2017 hebben wetshandhavers deze religieuze diensten verstoord en gedreigd de aanwezigen strafrechtelijk te vervolgen.

Bij het beschouwen van het verzoek van het ministerie van Justitie om de 395 bestaande rechtspersonen (Plaatselijke Religieuze Organisaties of PRO’s) op te heffen, hoorde het Hof argumenten over de juridische en kerkrechtelijke structuur van Jehovah’s Getuigen. Toen de eerdere uitspraken aan bod kwamen waardoor acht PRO’s werden opgeheven, wezen de advocaten van de Getuigen erop dat die beslissingen waren gebaseerd op gefabriceerd bewijsmateriaal en dat er veel procedurefouten waren gemaakt.

De advocaten van het bestuurscentrum benadrukten ook dat het ministerie een dubbele standaard hanteert. Tijdens rechtszaken om de PRO’s op te heffen, hield het ministerie vol dat er geen connectie bestond tussen het bestuurscentrum en de activiteiten van de PRO’s. Ook weerde het elke deelname van het bestuurscentrum aan die rechtszaken. Maar in deze zaak beweert het ministerie dat het bestuurscentrum aansprakelijk is voor vermeende overtredingen van de PRO’s en voor het ‘extremisme’ in de publicaties van de Getuigen.

Het ministerie heeft talloze inspecties uitgevoerd bij de rechtspersonen van de Getuigen en stapels rapporten van deze inspecties bij het Hof ingediend. Maar gevraagd naar specifieke voorbeelden kon het ministerie geen enkel incident noemen waarbij de Getuigen zich met extremistische activiteiten hadden beziggehouden.

Het Hof heeft de zitting verdaagd naar 20 april 2017, om 14.00 uur.