Doorgaan naar inhoud

Doorgaan naar secundair menu

Jehovah’s Getuigen

Nederlands

Koninkrijkszaal van Jehovah’s Getuigen in Abinsk

4 AUGUSTUS 2015
RUSLAND

Russische hooggerechtshof gaat zaak behandelen van ontbinding rechtspersoon in Abinsk

Russische hooggerechtshof gaat zaak behandelen van ontbinding rechtspersoon in Abinsk

Op 5 augustus 2015 zal het Russische hooggerechtshof het beroep behandelen van de Plaatselijke Religieuze Organisatie (PRO) van Jehovah’s Getuigen in Abinsk. Eerder dit jaar hebben bestuurders van Abinsk de rechtspersoon van Jehovah’s Getuigen ontbonden op dezelfde wijze als dat in Taganrog en Samara is gedaan.

Een ongegronde reden voor ontbinding

De gemeente van Jehovah’s Getuigen in Abinsk telt ongeveer 100 leden, van wie sommigen al op leeftijd zijn. De PRO in Abinsk werd in november 1999 geregistreerd en is de rechtspersoon die de Koninkrijkszaal, waar de Getuigen samenkomen voor aanbidding, in eigendom heeft.

In december 2012 en opnieuw in oktober 2013 werden twee Getuigen van Jehovah door autoriteiten beschuldigd van administratieve overtredingen; ze hadden naar verluidt lectuur verspreid die extremistisch was verklaard. Beide Getuigen waren verbonden met de plaatselijke gemeente, maar geen van hen was lid van de PRO in Abinsk. De aanklager negeerde dit feit en gebruikte de ongegronde beschuldigingen tegen deze mannen als basis voor ontbinding van de PRO.

Op basis van deze onjuiste aanname bepaalde de rechter van Krasnodar op 4 maart 2015 dat ‘de Plaatselijke Religieuze Organisatie van Jehovah’s Getuigen in de stad Abinsk (...) extremistisch is en ontbonden moet worden’. Ook bepaalde de rechter dat de PRO verwijderd moest worden uit het bestand van rechtspersonen in de staat, en dat het eigendomsrecht van de Koninkrijkszaal in Abinsk aan de staat overgedragen moest worden. Als het hooggerechtshof dat besluit handhaaft, zullen de Getuigen in Abinsk hun plaats van aanbidding verliezen.

Dezelfde twijfelachtige aanpak

Door de federale wet tegen extremistische activiteiten verkeerd toe te passen, hebben de bestuurders in Abinsk dezelfde methode gebruikt als de bestuurders die de PRO’s in Taganrog en Samara hebben ontbonden. Net als in Abinsk waren de beschuldigingen van extremistische activiteiten ongegrond. Jehovah’s Getuigen in Taganrog en Samara doen alles wat juridisch mogelijk is om deze valse beschuldigingen te weerleggen. Ze zijn naar het Europese Hof voor de Rechten van de Mens gestapt om deze schendingen van hun godsdienstvrijheid aan te vechten.

Jehovah’s Getuigen in Abinsk houden vol

De kleine groep Getuigen in Abinsk zal doorgaan met hun religieuze activiteiten, waarbij ze op dezelfde manier hun geloof uitoefenen als hun geloofsgenoten over de hele wereld. Jehovah’s Getuigen hopen dat het Russische hooggerechtshof de onrechtvaardigheid van de uitspraak van de lagere rechter zal erkennen en de Getuigen in Abinsk zal toestaan vredig in hun eigen plaats van aanbidding bijeen te blijven komen.