Doorgaan naar inhoud

Doorgaan naar secundair menu

Jehovah’s Getuigen

Nederlands

Mike en Natali Sa’ad (tweede stel van links) en drie andere Getuige-echtparen die onlangs een geboorteakte voor hun kinderen kregen

2 MAART 2016
PALESTIJNSE GEBIEDEN

Personen- en familierecht onder druk in Palestijnse Gebieden

Personen- en familierecht onder druk in Palestijnse Gebieden

Mike Jalal en Natali Sa’ad maken deel uit van de kleine christelijke gemeenschap van Jehovah’s Getuigen in de Palestijnse Gebieden. Alhoewel ze wettig getrouwd zijn, kunnen ze geen huwelijksakte verkrijgen. Pas recentelijk zijn ze er met moeite in geslaagd om in het bezit te komen van een geboorteakte voor hun jonge zoon, Andrae. Het echtpaar Sa’ad is geen uitzondering. Andere Getuige-echtparen ondervinden hetzelfde probleem. Omdat de Getuigen lid zijn van een religie die niet wettelijk erkend is in de Palestijnse Gebieden, weigeren de autoriteiten hun fundamentele rechten binnen het personen- en familierecht te erkennen.

Ontbreken van wettelijke erkenning beïnvloedt andere rechten

Mike Jalal en Natali Sa’ad zijn in Israël door een bedienaar van Jehovah’s Getuigen getrouwd. Desalniettemin heeft het ministerie van Binnenlandse Zaken in de Palestijnse Gebieden geweigerd om het huwelijk in te schrijven in het register omdat Jehovah’s Getuigen daar geen wettelijk erkende religie zijn. Omdat beambten het huwelijk niet erkennen en bijgevolg elk kind dat voortkomt uit die verbintenis als onwettig beschouwen, had het ministerie van Binnenlandse Zaken geweigerd om de kinderen te registreren. De familie Sa’ad en andere ouders die Getuigen zijn, bleven aanhouden in hun pogingen om dit onrecht te herstellen.

De kwestie van de geboorteakte opgelost

In 2014 reageerde het ministerie van Binnenlandse Zaken gunstig op petities om de kinderen te registreren. Mike en Natali Sa’ad zijn opgelucht dat Andrae (geboren op 30 januari 2012) eindelijk een wettige identiteit heeft verkregen. De ouders van Maya Jasmin, Laura en Cristian, die op de foto hierboven te zien zijn, zijn ook dankbaar dat het ministerie voor Binnenlandse Zaken geboorteaktes voor hun kinderen heeft opgemaakt. Hierin worden ze geïdentificeerd als ‘christelijk’.

De kinderen zijn nu in het bezit van deugdelijke identiteitsbewijzen en genieten dezelfde rechten als andere burgers. Hun ouders kunnen zonder problemen met hen de grens passeren en hen op school inschrijven.

Registratie huwelijk blijft een probleem

Ondanks die positieve ontwikkeling weigeren de autoriteiten nog steeds een huwelijksakte op te maken voor Mike en Natali Sa’ad en zeven andere getrouwde stellen die Getuigen zijn. Als gevolg daarvan ervaren ze in maatschappelijk opzicht discriminatie door personen die hen onterecht bezien als ongehuwd samenwonend en daardoor verkerend in een immorele relatie.

Bij gebrek aan erkenning door de regering, moeten echtgenoten elk apart hun belastingaangifte doen en moeten ze aparte bankrekeningen aanhouden. Als zich een medisch noodgeval voordoet heeft een echtgenoot niet het recht om een medische behandeling voor de partner te kiezen. Als een van beiden komt te overlijden, kunnen de partner en kinderen de nalatenschap van de overledene niet erven. Families kunnen hun overleden geliefden niet volgens hun christelijke geloofsovertuiging begraven. Ze moeten hen dan begraven op een gedeelte dat gereserveerd is voor niet-moslims op een islamitische begraafplaats.

Inspanningen voor wettelijke erkenning

Jehovah’s Getuigen dienden in september 2010 bij de autoriteiten in de Palestijnse Gebieden een verzoek tot wettelijke erkenning in. Toen de Getuigen na meer dan twee jaar nog geen reactie hadden ontvangen, dienden ze een petitie in bij het Hooggerechtshof in Ramallah om wettelijke erkenning te verkrijgen. In oktober 2013 wees het Hof de petitie op technische gronden af.

Sindsdien hebben de Getuigen verdere juridische stappen ondernomen en zijn in gesprek getreden met functionarissen om de kwestie op te lossen. Een gebrek aan goede voortzetting van zijde van de regeringsfunctionarissen belemmerde echter elke stap voorwaarts.

Philip Brumley, algemeen raadsman voor Jehovah’s Getuigen, verklaarde: ‘Jehovah’s Getuigen zijn al bijna 100 jaar actief in Ramallah en omgeving. Ze zijn dankbaar dat de autoriteiten hun de vrijheid geven om vreedzaam hun geloof te belijden. Niettemin zou de religieuze discriminatie waardoor Jehovah’s Getuigen geen wettelijke erkenning kunnen krijgen, hen niet moeten uitsluiten van fundamentele mensenrechten.’

Jehovah’s Getuigen erkennen dat de Palestijnse autoriteiten een positieve stap voorwaarts gezet hebben in de verbetering van fundamentele rechten op het gebied van personen- en familierecht door het verstrekken van geboorteaktes . De getrouwde stellen die op dit moment geen huwelijksakte hebben, zijn optimistisch. Ze hopen dat de autoriteiten de overige kwesties betreffende hun wettelijke status zullen oplossen en uiteindelijk hun religie zullen erkennen.