Doorgaan naar inhoud

Doorgaan naar secundair menu

Jehovah’s Getuigen

Nederlands

17 DECEMBER 2015
KIRGIZIË

Rechtbank in Kirgizië bevestigt vrijspraak van twee vrouwen die op grond van valse aanklachten veroordeeld waren

Rechtbank in Kirgizië bevestigt vrijspraak van twee vrouwen die op grond van valse aanklachten veroordeeld waren

Op 29 oktober 2015 bevestigde een college van drie rechters van de regionale rechtbank in Osj in hoger beroep de vrijspraak van twee Getuigen van Jehovah, Oksana Koriakina en haar moeder, Nadezjda Sergienko. De aanklager had de vrouwen er vals van beschuldigd dat ze tijdens hun religieuze activiteiten de bewoners van Osj bedrogen hadden.

Onderzoek gebaseerd op ongegronde aanklachten onthult religieuze discriminatie

De politie arresteerde Oksana Koriakina en Nadezjda Sergienko in maart 2013 op grond van verzonnen aanklachten. De vrouwen hadden deugdelijk bewijs, gestaafd door ooggetuigen, om hun onschuld aan te tonen. Niettemin werd er een strafrechtelijk onderzoek ingesteld. In afwachting van hun proces werden Oksana en Nadezjda door de stadsrechtbank van Osj onder huisarrest geplaatst.

De stadsrechtbank stelde later vast dat het vooronderzoek onrechtmatig ingesteld was tegen Oksana en Nadezjda en dat de rechercheurs ‘talloze schendingen van het strafprocesrecht’ hadden begaan. Zo onderzochten de rechercheurs de plaats van één van de incidenten bijvoorbeeld pas vier maanden na de vermeende misdaad en verworven ze geen bewijsmateriaal dat de aanklachten ondersteunde. De regels voor het identificeren van de beklaagden in een line-up werden zo zwaar geschonden dat de uitslag hiervan later ongeldig werd verklaard. Tijdens het onderzoek en het proces veranderden de vermeende slachtoffers herhaaldelijk hun verklaring.

De rechter oordeelde dat de vermeende slachtoffers bevooroordeeld waren ten opzichte van Jehovah’s Getuigen en dat de rechercheurs Oksana en Nadezjda slecht hadden behandeld ‘omdat ze lid zijn van de religieuze organisatie van Jehovah’s Getuigen’. Een voorbeeld hiervan is de huiszoeking die bij de twee Getuigen werd gedaan, maanden na hun aanhouding. Hoewel ze van fraude werden beschuldigd, richtten de rechercheurs zich op het vinden van zogenaamd verboden religieuze lectuur. Ze vonden niets.

Door langdurig huisarrest beperkt

Het huisarrest voorafgaande aan het strafproces verbood Oksana en Nadezjda om de stad Osj te verlaten zonder toestemming van de plaatselijke autoriteiten. Gedurende de uren van het uitgaansverbod mochten ze hun huis niet verlaten — een aanzienlijke last voor beide vrouwen. Meer dan twee jaar werd er van Oksana en Nadezjda verlangd dat ze thuis waren tijdens de uren van het uitgaansverbod. Dit beperkte hen in hun dagelijkse routine en religieuze activiteiten.

Bovendien kon Nadezjda moeilijk werk vinden omdat de autoriteiten haar paspoort vasthielden. Toen ze tijdens het uitgaansverbod spoedeisende hulp nodig had, kon ze haar huis niet uit om voor behandeling naar het ziekenhuis te gaan. Oksana moest de rechter om toestemming vragen om samen met haar man buiten Osj te kunnen reizen. Vanwege bezorgdheid over de uitkomst van de rechtszaak hadden zij en haar man last van emotionele stress en slapeloze nachten.

Het recht zegeviert

De stadsrechtbank van Osj sprak Oksana en Nadezjda op 7 oktober 2014 vrij omdat er ‘geen bewijs van hun schuld’ was. Desondanks leidden herhaalde beroepen van de aanklager tot verlenging van de procedure met nog een jaar, waardoor hun huisarrest werd verlengd tot de behandeling van de zaak in hoger beroep in oktober 2015.

‘De aanklager bracht niets naar voren dat de verklaringen (alibi’s) van de gedaagden weerlegde, noch enig bewijs dat de gedaagden O. Koriakina en N. Sergienko schuldig waren aan het begaan van de overtredingen.’ — Rechter van de beroepsrechtbank.

Op 29 oktober 2015 bevestigde het college van drie rechters van de regionale rechtbank in Osj in hoger beroep het vonnis van de stadsrechtbank. De beroepsrechtbank oordeelde dat ‘de stellingen in het beroep [van de aanklager] en in het ingediende beroep niet waren bewezen tijdens het proces’. Het beroepsgerecht bevestigde dat Oksana en Nadezjda niet schuldig waren en gelastte onmiddellijke opheffing van hun huisarrest. De rechters stelden verder vast dat Oksana en Nadezjda recht hebben op geldelijke compensatie voor de materiële en financiële schade die ze hebben geleden door hun onrechtmatige vervolging en berechting.

Oksana zei: ‘Mijn moeder en ik zijn opgelucht dat de rechtbank ons heeft gezuiverd van alle blaam en dat we niet langer worden beperkt door huisarrest. We zien ernaar uit om weer volledig vrij te zijn zodat we tijd kunnen doorbrengen met onze familie en vrienden en weer volledig betrokken kunnen zijn bij onze religieuze activiteiten.’

Oksana, Nadezjda en andere Getuigen in Kirgizië zijn dankbaar dat de rechtbanken het religieuze vooroordeel van sommige plaatselijke ambtenaren in Osj hebben doorzien en de wet hebben gehandhaafd. Ze hopen dat deze uitspraak ertoe zal leiden dat de lokale overheid hun grondwettelijk gewaarborgde godsdienstvrijheid zal erkennen en Jehovah’s Getuigen in het zuiden van Kirgizië wettelijke registratie zal verlenen.