Doorgaan naar inhoud

Doorgaan naar secundair menu

Jehovah’s Getuigen

Nederlands

KAZACHSTAN

Gevangengezet vanwege hun geloof

Gevangengezet vanwege hun geloof

Op 2 mei 2017 veroordeelde rechter Talgat Syrlybajev Tejmoer Achmedov tot vijf jaar gevangenisstraf omdat hij zogenaamd had ‘aangezet tot religieuze twist’ en ‘godsdienstige superioriteit had gepromoot’. De rechter legde Achmedov nog een beperking op: een verbod van drie jaar op zijn ‘ideologische godsdienstige activiteiten’. Op 20 juni heeft de rechtbank van Astana zijn beroep afgewezen, ondanks sterke bewijzen van zijn onschuld.

Strafrechtelijke vervolging zonder grond

De valse beschuldigingen tegen Achmedov zijn gebaseerd op gesprekken die hij in 2016 voerde met volwassen ‘Bijbelstudenten’ die deden alsof ze geïnteresseerd waren in Jehovah’s Getuigen. Tijdens deze vreedzame gesprekken in een periode van zeven maanden gebruikte hij Bijbelteksten om zijn persoonlijke kijk op verschillende religieuze onderwerpen te onderbouwen. Zonder dat Achmedov het wist, werden de gesprekken opgenomen, en ze werden tegen hem gebruikt als vermeende schending van artikel 174(2) van het Wetboek van Strafrecht van Kazachstan. Dat artikel verbiedt ‘het aanzetten tot (...) religieuze haat’ dat leidt tot ‘het kwetsen van de (...) religieuze gevoelens van burgers’ en verbiedt ‘propaganda van exclusiviteit, superioriteit of inferioriteit van burgers op basis van hun religie’.

Toch blijft Achmedov erbij dat hij de wet niet heeft overtreden. Zijn geloofsuitingen worden juist beschermd door artikel 18 en 19 van het Internationaal Verdrag inzake Burgerrechten en Politieke Rechten (IVBPR), die ‘de vrijheid van gedachte, geweten en godsdienst’ en ‘het recht op vrijheid van meningsuiting’ waarborgen.

Het VN-Mensenrechtencomité (Comité), dat overtredingen van het IVBPR monitort, wees eerder op Kazachstans ‘ruime definities van strafbare feiten’ bij het verkeerd toepassen van artikel 174 op personen die gebruikmaken van hun vrijheid van godsdienst en levensovertuiging. In een rapport van 9 augustus 2016 verzocht het Comité Kazachstan dringend om ‘de daadwerkelijke uitoefening van de vrijheid van godsdienst en levensovertuiging en de vrijheid om een godsdienst of een levensovertuiging tot uiting te brengen door praktische toepassing, te waarborgen. Het zou moeten overwegen om artikel 22 van haar grondwet in overeenstemming te brengen met het Verdrag en alle relevante wetgeving en handelwijzen aan te passen teneinde alle beperkingen op te heffen die verder gaan dan de nauwkeurig opgestelde beperkingen die onder artikel 18 van het Verdrag worden toegestaan.’

Betreffende de ‘ruime definities van strafbare feiten’ raadde Heiner Bielefeldt, toenmalig speciaal VN-rapporteur voor de vrijheid van godsdienst en levensovertuiging, in een verslag uit 2014 Kazachstan aan de ‘al te ruime definities van strafbare feiten met betrekking tot religieuze twist en extremisme’ te vervangen door ‘duidelijke en precieze definities’. Anders zou de wet een ‘negatief effect hebben op vrijheid van godsdienst en levensovertuiging’.

Onterechte gevangenzetting van Tejmoer Achmedov

Op 20 januari 2017 veroordeelde de rechtbank van Saryarka in Astana Achmedov tot voorlopige hechtenis. Hij werd geslagen door gevangenisautoriteiten die hem probeerden te dwingen zijn schuld te bekennen. Ondertussen heeft de 61-jarige Achmedov dringend medische hulp nodig vanwege een bloedende tumor. Zijn advocaten hebben klachten ingediend bij de VN-Werkgroep inzake Arbitraire Detentie (WGAD) en bij de speciale VN-rapporteurs voor de vrijheid van godsdienst en levensovertuiging en voor het recht op vrijheid van vreedzame vergadering en vereniging. Na de afwijzing van zijn beroep op 20 juni overwegen zijn advocaten om verder in beroep te gaan.

Op 2 oktober 2017 publiceerde de WGAD de uitspraak dat de Kazachse overheid Achmedov onterecht had gevangengezet en hem onmiddellijk vrij moest laten. De werkgroep vond dat Achmedov ‘volledig geweldloos en binnen de grenzen van zijn godsdienstvrijheid’ had gehandeld toen hij zijn religieuze overtuiging met anderen deelde, en dat de overheid met die straf liet zien dat ze Jehovah’s Getuigen religieus discrimineert. De dag na de publicatie van de uitspraak gingen de advocaten van Achmedov in beroep bij het Hooggerechtshof van Kazachstan. Ze verzochten het Hof om de uitspraak van de WGAD toe te passen, Achmedov vrij te spreken en hem onmiddellijk vrij te laten. Ze verwachten dat de Kazachse overheid Achmedov binnenkort uit de gevangenis zal vrijlaten.

Tijdlijn

  1. 2 oktober 2017

    De VN-Werkgroep inzake Arbitraire Detentie (WGAD) publiceert de uitspraak dat Achmedov onterecht is gevangengezet en onmiddellijk moet worden vrijgelaten.

  2. 20 juni 2017

    Beroep wordt afgewezen door de rechtbank van Astana.

  3. 2 mei 2017

    Veroordeeld tot een gevangenisstraf van vijf jaar.

  4. 13 maart 2017

    De zaak wordt naar de rechtbank doorgestuurd.

  5. 1 maart 2017

    Verzoek tot beëindiging wordt afgewezen.

  6. 20 februari 2017

    Verzoek tot beëindiging strafvervolging wordt ingediend.

  7. 30 januari 2017

    De rechtbank van Astana verwerpt het beroep.

  8. 18 januari 2017

    Tejmoer Achmedov wordt gevangengezet en veroordeeld tot twee maanden voorlopige hechtenis.