Toegankelijkheidsinstelling

Search

Taal selecteren

Doorgaan naar secundair menu

Doorgaan naar inhoud

Jehovah’s Getuigen

Nederlands

15 APRIL 2015
GEORGIË

Jehovah’s Getuigen houden voorlichtingscampagne in april

Jehovah’s Getuigen houden voorlichtingscampagne in april

Op 1 april 2015 zijn Jehovah’s Getuigen gestart met een voorlichtingscampagne waarin alle politiediensten, gemeentelijke autoriteiten en openbare aanklagers in de Republiek Georgië worden benaderd. Het doel van deze campagne is om de aandacht te vestigen op een recente, belangrijke uitspraak van het Europese Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) in de zaak Begheluri and Others v. Georgia, die betrekking had op de schending van de rechten van Jehovah’s Getuigen in Georgië. De campagne geeft wetshandhavers informatie over de feiten van deze zaak, de uitspraak en over de religieuze activiteiten van Jehovah’s Getuigen.

Toelating van geweld in het verleden

Van 1999 tot 2003 voerden volgelingen van een uitgetreden orthodoxe priester uit Georgië, georganiseerde aanvallen uit op Jehovah’s Getuigen. Alhoewel de Getuigen in totaal 784 klachten bij de politie hadden ingediend voor deze en soortgelijke incidenten, keken de functionarissen bij het geweld gewoon de andere kant op of begingen soms zelf gewelddadigheden tegen de Getuigen. Geen enkele van de klachten van de Getuigen werd serieus genomen. Omdat de Georgische autoriteiten geen actie ondernamen, werden de overtreders steeds brutaler en werden de Getuigen zelfs in rechtszalen, op grote religieuze bijeenkomsten en op straat fysiek aangevallen.

Beslissingen van het EHRM zorgen voor een keerpunt

Jehovah’s Getuigen in Georgië hebben twee zaken aanhangig gemaakt bij het EHRM om deze aanvallen onder de aandacht te brengen. De eerste zaak is door het Hof behandeld in mei 2007, * en de tweede zaak, Begheluri and Others v. Georgia, in oktober 2014. In beide uitspraken laakte het EHRM de betrokkenheid van de Georgische autoriteiten bij de aanvallen, waarbij er een duidelijke relatie werd gelegd tussen de onverschilligheid van de regering en de escalatie van het geweld. In de uitspraak in de zaak Begheluri verklaarde het EHRM dat ‘de Georgische autoriteiten een klimaat van straffeloosheid hadden gecreëerd, wat er uiteindelijk toe leidde dat Jehovah’s Getuigen in het hele land steeds vaker het doelwit werden van aanvallen.’ *

Een dag nadat de uitspraak in de zaak Begheluri was gedaan, gaf de regering een verklaring waarin zij beloofde om toekomstige mishandelingen te voorkomen:

‘Georgië is vastbesloten om de vrijheid van gedachten, geweten en godsdienst te beschermen, alsook de rechten van de mens in het algemeen. Ook is het land vastbesloten om rechtsgelijkheid en aansprakelijkheid voor schendingen van de mensenrechten te waarborgen. En in het bijzonder wil het land nooit meer toestaan dat er een klimaat van straffeloosheid of tolerantie ten opzichte van zulke gevallen van mishandeling kan ontstaan.’

Situatie in Georgië is verbeterd

Ten opzichte van voorgaande jaren is de situatie voor Jehovah’s Getuigen enorm verbeterd. Getuigen kunnen weer in rust en vrede bijeenkomen voor aanbidding en zijn dankbaar dat wetshandhavers in het algemeen hun rechten beschermen. Jehovah’s Getuigen hebben nieuwe huizen van aanbidding kunnen bouwen en ze hebben onlangs hun hoofdkantoor in de regio uitgebreid.

Sommige functionarissen weten echter maar weinig van Jehovah’s Getuigen en van wat zij geloven, en weten soms niets over de uitspraak in de zaak Begheluri, of over de officiële verklaring van de regering. Daarnaast komen er nog steeds religieus gemotiveerde aanvallen voor en worden de daders van deze aanvallen niet gestraft. In 2014 hebben de Getuigen bijvoorbeeld ten minste 30 gevallen van fysiek geweld ondervonden en gedocumenteerd. Jehovah’s Getuigen hebben al deze gevallen bij het EHRM onder de aandacht gebracht. *

De in april gehouden voorlichtingscampagne voor overheidsfunctionarissen moet ertoe leiden dat er in heel Georgië meer respect wordt getoond voor de mensenrechten. Jehovah’s Getuigen zijn heel dankbaar voor de toezegging van de Georgische autoriteiten om nooit meer te tolereren dat er een klimaat van straffeloosheid kan ontstaan en ze verwachten dat de regering zich blijft inzetten om de daders van religieuze haatdelicten te vervolgen.

^ ¶6 Members of the Gldani Congregation of Jehovah’s Witnesses and Others v. Georgia, nr. 71156/01, 3 mei 2007.

^ ¶6 Begheluri and Others v. Georgia, nr. 28490/02, alinea 145, 7 oktober 2014.

^ ¶11 Tsartsidze v. Georgia, nr. 18766/04, ingediend op 26 mei 2004 — Individuele personen zijn het slachtoffer van overheidsfunctionarissen of van aanvallen waarbij functionarissen toekeken; Biblaia and Others v. Georgia, nr. 37276/05, ingediend op 10 september 2005 — Individuele personen zijn het slachtoffer van overheidsfunctionarissen of van aanvallen waarbij functionarissen toekeken; Tsulukidze and Others v. Georgia, nr. 14797/11, ingediend op 27 januari 2011 — Ontoereikend onderzoek en geen vervolging in negen gevallen van religieus gemotiveerde aanvallen.