Toegankelijkheidsinstelling

Search

Taal selecteren

Doorgaan naar secundair menu

Doorgaan naar inhoud

Jehovah’s Getuigen

Nederlands

5 FEBRUARI 2015
FRANKRIJK

Hoogste bestuursrechter in Frankrijk maakt eind aan discriminatie

Na onze bijeenkomst ben ik blij en loop ik te zingen. Uw bezoek beurt me op en de Bijbel bestuderen geeft me een doel in het leven.

Ik wilde u bedanken voor alles wat u heeft gedaan op juridisch, administratief en religieus terrein om deze geestelijke verzorging mogelijk te maken.

Deze voorziening is een antwoord op mijn gebeden.

Deze commentaren komen van gedetineerden in Frankrijk die hun waardering uiten voor de geestelijke verzorging die ze krijgen van een ouderling van Jehovah’s Getuigen.

Op 16 oktober 2013 deed de hoogste bestuursrechter in Frankrijk een uitspraak waarmee er een eind kwam aan een periode van discriminatie tegen Jehovah’s Getuigen in Frankrijk. Door die uitspraak mogen ouderlingen van Jehovah’s Getuigen als aangestelde geestelijk verzorgers begeleiding geven aan gedetineerden die een bezoek aanvragen. *

Getuigen niet erkend als geestelijk verzorgers

Jarenlang vonden gevangenisautoriteiten het goed dat ouderlingen van Jehovah’s Getuigen geestelijke begeleiding gaven aan gevangenen terwijl ze niet officieel erkend waren als geestelijk verzorgers. Hier kwam in 1995 verandering in toen een parlementaire commissie een omstreden rapport uitbracht met een lijst met zogenaamd gevaarlijke sekten, waartoe ook Jehovah’s Getuigen werden gerekend. Deze negatieve aanduiding tastte niet alleen het imago van de Getuigen aan maar lokte ook een golf van discriminatie tegen hen uit. Dit was onder andere merkbaar in het gevangeniswezen.

Hoewel een parlementair rapport niet juridisch bindend is, gebruikten sommige gevangenisdirecties het rapport van 1995 als basis om de geestelijke begeleiding die ouderlingen van Jehovah’s Getuigen aan gevangenen gaven, in te perken. Volgens de wet kon een ouderling gedetineerden wel als burger bezoeken maar niet in zijn officiële functie als geestelijk verzorger. Hij mocht geen bijbel of andere religieuze publicaties meer meenemen. De bezoeken vonden plaats in een openbare bezoekersruimte waar een sfeer hing die niet bevorderlijk was voor gesprekken over geestelijke onderwerpen. Eén ouderling zei dat de sfeer in de bezoekersruimte ‘leek op die van een stationshal, met hetzelfde geluidsniveau’. Omdat ouderlingen niet werden erkend als geestelijk verzorgers moesten de gedetineerden in sommige gevangenissen zich na zo’n bezoek uitkleden voor een grondige inspectie.

In een poging om dezelfde rechten te verkrijgen als erkende geestelijk verzorgers van andere religies, deden de ouderlingen van Jehovah’s Getuigen in 2003 bij de Franse instantie voor penitentiaire inrichtingen een verzoek tot erkenning als geestelijk verzorgers. Alle aanvragen werden systematisch afgewezen. De Getuigen gingen tegen deze willekeurige en discriminerende afwijzingen in beroep bij een hoger bestuursorgaan maar dat werd opnieuw afgewezen. De officiële reden die het Franse ministerie van Justitie hiervoor gaf, was dat Jehovah’s Getuigen niet op de lijst van religies stonden die toestemming hadden gekregen om gevangenissen te bezoeken. Het ministerie was bang dat als ze Jehovah’s Getuigen als geestelijk verzorgers zouden erkennen, dit ertoe zou leiden dat andere religieuze minderheden dan ook zo’n erkenning zouden aanvragen. Na enkele vergeefse pogingen om de zaak via het ministerie van Justitie op te lossen, hadden de Getuigen geen andere keus dan deze kwestie juridisch aan te vechten.

Regering weigert discriminatie aan te pakken

In 2006 spanden Jehovah’s Getuigen rechtszaken aan om de afwijzingen nietig te laten verklaren en om van het ministerie van Justitie te eisen dat ouderlingen officieel als geestelijk verzorgers erkend werden. Elke rechterlijke instantie in het land die over de zaak moest beslissen, verklaarde dat de afwijzingen van de regering onwettig waren. Daarnaast werd in 2010 het standpunt van de regering afgekeurd door de Franse Hoge Autoriteit voor de Strijd tegen Discriminatie en voor Gelijkheid. De Hoge Autoriteit deed ook de aanbeveling aan het ministerie van Justitie om een eind te maken aan de discriminatie.

De Franse regering negeerde de waarschuwing en de rechterlijke uitspraken niet alleen, maar ging ook in beroep bij de Raad van State, de hoogste bestuursrechter in Frankrijk.

Historische uitspraak in voordeel van Getuigen

In 2013 werden de rechtszaken van de Getuigen samen met negen vergelijkbare gevallen uiteindelijk door de Raad van State in behandeling genomen. Op 16 oktober 2013 wees de Raad het beroep van de Franse regering af. De Raad verklaarde dat de instantie voor penitentiaire inrichtingen uit respect voor de rechten van gevangenen ‘onmiddellijk nadat daartoe een verzoek is gedaan voldoende ouderlingen moet erkennen als geestelijk verzorgers, en dat die alleen onderworpen zijn aan de veiligheids- en gedragsregels van de instelling’. De Raad verwees ook naar de Franse grondwet en het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens en verklaarde dat ‘de vrijheid van mening, geweten en godsdienst van gedetineerden gegarandeerd wordt en dat ze zelf mogen kiezen welk geloof ze praktiseren’. Door deze uitspraak werden er in Frankrijk en de Franse overzeese gebieden tot nu toe 105 ouderlingen als geestelijk verzorgers erkend. Daardoor kunnen gevangenen pastorale bezoeken van Jehovah’s Getuigen krijgen.

In januari 2014 benoemde de Franse instantie voor penitentiaire inrichtingen Jean-Marc Fourcault als de landelijk geestelijk verzorger van Jehovah’s Getuigen. In dit ambt kan Fourcault alle gevangenissen van Frankrijk bezoeken. Hij is ook bevoegd om als vertegenwoordiger van Jehovah’s Getuigen op te treden in contacten met de instantie voor penitentiaire inrichtingen. Fourcault zegt: ‘Net als vertegenwoordigers van andere, erkende religies kunnen geestelijk verzorgers van Jehovah’s Getuigen vanaf nu ongestoord gesprekken voeren met gedetineerden in waardige en geschikte ruimten, soms ook in hun eigen cel.’

Deze beslissing is een belangrijke overwinning voor de godsdienstvrijheid in Frankrijk. Er wordt opnieuw mee bevestigd dat gedetineerden het recht hebben te kiezen welk geloof ze praktiseren en door welke geestelijk verzorger ze bezocht willen worden. Jehovah’s Getuigen zijn dankbaar dat de Franse rechtbanken een eind hebben gemaakt aan deze discriminatie. Daardoor is de erkenning van Jehovah’s Getuigen als religie in Frankrijk weer een stap dichterbij gekomen.

^ ¶6 Sommige gedetineerden worden Getuige van Jehovah nadat ze tijdens hun gevangenschap met Getuigen in contact zijn gekomen. Andere gevangenen hebben misschien vóór die tijd al contact gehad met Jehovah’s Getuigen, of zijn opgegroeid in een gezin van Getuigen en willen nu graag terugkeren naar de gemeente. Wat de reden ook is voor hun aanvraag, ze hebben het recht op dezelfde religieuze vrijheden als gevangenen met een ander geloof.