Toegankelijkheidsinstelling

Search

Taal selecteren

Doorgaan naar secundair menu

Doorgaan naar inhoud

Jehovah’s Getuigen

Nederlands

24 SEPTEMBER 2014
ERITREA

Twintig jaar in een Eritrese gevangenis

Twintig jaar in een Eritrese gevangenis

In Eritrea werden twintig jaar geleden drie jonge mannen gearresteerd en vastgezet in de gevangenis in Sawa, waar ze tot op de dag van vandaag onder vreselijke omstandigheden verblijven. Ze zijn nooit aangeklaagd voor strafbare feiten en hebben ook geen mogelijkheid gehad om zich voor een rechtbank te verdedigen. Waarom worden ze onterecht gevangengehouden?

Paulos Eyassu, Negede Teklemariam en Isaac Mogos zijn Getuigen van Jehovah en weigeren op grond van hun geloofsovertuiging in militaire dienst te gaan. Als ze formeel waren beschuldigd van het ’misdrijf’ dienstweigering, dan zouden ze een gevangenisstraf van bepaalde duur hebben gekregen. Paulos (41), Negede (40) en Isaac (38) hebben hun jonge jaren in gevangenschap doorgebracht. Daardoor is hun de gelegenheid ontnomen te trouwen, kinderen te krijgen, hun ouders bij te staan of in andere opzichten hun eigen leven te leiden. Ook hebben ze geen mogelijkheid gehad bijeen te komen met hun geloofsgenoten.

Na hun arrestatie op 24 september 1994 werden Paulos, Negede en Isaac in de gevangenis in Sawa slecht behandeld en zelfs gemarteld. De laatste jaren is er een eind gekomen aan die slechte behandeling en hebben ze door hun vaste besluit om trouw te blijven aan hun geloofsovertuiging het respect van de bewakers gewonnen.

Andere Getuigen in de gevangenis

Jehovah’s Getuigen worden in Eritrea zwaarder vervolgd dan in enig ander land. Op dit moment zitten 73 Getuigen gevangen, onder wie vrouwen, kinderen en ouderen. Velen zijn door gevangenispersoneel mishandeld en hebben te lijden onder barre omstandigheden in de woestijn met slecht voedsel en onvoldoende water. Er zijn nog drie andere Getuigen die meer dan tien jaar in Sawa gevangenzitten, maar Paulos, Negede en Isaac zitten van alle Getuigen in Eritrea het langst gevangen.

Internationale oproep om religieuze vervolging te beëindigen

De internationale gemeenschap is goed op de hoogte van het feit dat Jehovah’s Getuigen en andere religieuze minderheden in Eritrea slecht behandeld worden.

  • Sinds 2004 heeft het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken Eritrea elk jaar aangeduid als een „land van bijzondere zorg”, wat verwijst naar „een land waar de regering bijzonder zware schendingen van de godsdienstvrijheid, die systematisch, aanhoudend en schandelijk zijn, pleegt of tolereert”.

  • De Mensenrechtenraad van de Verenigde Naties (UNHRC) heeft zijn grote bezorgdheid geuit over de „ernstige schendingen van mensenrechten die de Eritrese autoriteiten tegen hun eigen bevolking en medeburgers begaan”. De UNHRC roept de Eritrese regering op „ieders recht op vrijheid (...) van gedachte, geweten en godsdienst of overtuiging te respecteren”.

  • In het jaarverslag over 2014 schreef de Amerikaanse Commissie voor Internationale Godsdienstvrijheid: „Met de godsdienstvrijheid is het ernstig gesteld, in het bijzonder voor (...) Jehovah’s Getuigen.”

  • Human Rights Watch heeft verklaard dat Eritrea doorgaat met het arresteren, vasthouden en martelen van leden van religies die niet door de regering erkend worden, en dat „vooral Jehovah’s Getuigen hiervan het slachtoffer zijn” (World Report 2013).

  • De Afrikaanse Commissie voor de Rechten van Mensen en Volken nam in december 2005 een resolutie aan over de mensenrechtensituatie in Eritrea. Daarin werd een beroep gedaan op de Eritrese regering om „te allen tijde het recht op een eerlijk proces, vrijheid van mening en meningsuiting, en het recht op vreedzame vergadering te waarborgen”.

Philip Brumley, raadsman van Jehovah’s Getuigen, sprak namens Getuigen overal ter wereld toen hij zei: „We hopen vurig dat de regering van Eritrea alle Getuigen, onder wie deze drie mannen die al 20 jaar gevangenzitten, zal vrijlaten en een eind zal maken aan de vervolging van onze geloofsgenoten.”