Toegankelijkheidsinstelling

Search

Taal selecteren

Doorgaan naar secundair menu

Doorgaan naar inhoud

Jehovah’s Getuigen

Nederlands

12 MAART 2015
CONGO (KINSHASA)

Congo (Kinshasa) verbiedt religieuze discriminatie op scholen

Congo (Kinshasa) verbiedt religieuze discriminatie op scholen

De strijd tegen discriminatie en ongelijkheid is een fundamentele [prioriteit] van het nationaal onderwijs.’ — Secretariaat ministerie van Onderwijs, 12 juni 2014.

Omdat kinderen van Jehovah’s Getuigen in Congo (Kinshasa) niet meededen aan religieuze programma’s werden ze een tijdlang van scholen gestuurd die financieel ondersteund werden door andere religieuze organisaties. Dit probleem ontstond doordat de scholen hun eigen regels boven regeringsvoorschriften hadden gesteld en de rechten van de Getuigen negeerden. De Congolese autoriteiten zagen dit onrecht in en bevestigden dat iedereen het recht heeft op onderwijs zonder gediscrimineerd te worden.

Aantal scholen stelt eigen regels boven regeringsvoorschriften

Religieuze organisaties hebben afspraken gemaakt met de Congolese regering om openbare scholen waar nodig financieel te ondersteunen. In de afspraken staat duidelijk dat ‘kinderen beschermd moeten worden tegen activiteiten die religieuze discriminatie en onverdraagzaamheid bevorderen’. Maar op die scholen waren de leerlingen vaak verplicht om religieuze programma’s bij te wonen en eraan deel te nemen. Een aantal van die scholen eiste dat hun eigen regels gehandhaafd werden. Daarmee negeerden ze zowel hun afspraak met de regering als het recht van de leerlingen op vrijheid van godsdienst.

Het probleem kwam in 2005 aan het licht toen 52 kinderen van Getuigen van een school in Abumombazi werden gestuurd omdat ze vrijstelling hadden gevraagd van kerkdiensten die door het schoolbestuur georganiseerd waren. Het probleem escaleerde toen soortgelijke scholen in andere provincies dit voorbeeld volgden. Na verloop van tijd werden meer dan 300 Congolese kinderen van Getuigen van alle leeftijden van school gestuurd, onder wie ook leerlingen die in hun laatste schooljaar zaten.

Kanyere Ndavaro (13) die in 2009 onterecht van school was gestuurd, schreef: ‘Ik vind het heel erg want hier heb ik de rest van mijn leven last van. Ik weet niet hoe mijn toekomst eruitziet.’ Kambere Mafika Justin werd in 2010 van school gestuurd, kort voordat hij van school af zou komen. Hij zei dat zijn leven daardoor totaal op zijn kop werd gezet. Hoewel de leerlingen van streek waren omdat hun de kans werd ontnomen onderwijs te volgen en een diploma te halen, weigerden ze te schipperen met hun geloof.

Congolese autoriteiten komen op voor religieuze vrijheid

De ouders van de kinderen die van school waren gestuurd, spraken met de directies van de scholen in een poging het probleem op te lossen maar dit had weinig resultaat. Daarop brachten de Getuigen het onder de aandacht van de regeringsautoriteiten en zo kwamen ze in contact met onpartijdige functionarissen die moeite deden om een eind te maken aan de religieuze discriminatie.

In 2011 publiceerde Adèle Bazizane Maheshe, de minister van Onderwijs in de provincie Noord-Kivu, een rondschrijven met de titel ‘Verbod op religieuze discriminatie’. Daarin werd de situatie ‘betreurenswaardig’ genoemd. In het rondschrijven werd de vinger op de zere plek gelegd: ‘Leerlingen van sommige geloofsgemeenschappen worden gediscrimineerd op grond van interne schoolregels terwijl de voorschriften die in de Democratische Republiek Congo [Kinshasa] gelden, worden genegeerd.’

De zaak kreeg op 4 september 2013 nationale aandacht toen Mwangu Famba, de minister van Onderwijs van Congo (Kinshasa) een besluit publiceerde voor alle scholen in alle districten. Het ‘Rondschrijven over het verbod op religieuze discriminatie’ verklaarde overduidelijk: ‘Alle kinderen hebben het recht zich op een school te laten inschrijven zonder dat er onderscheid wordt gemaakt op grond van religie.’ Volgens het besluit was het ‘volledig in strijd met de normen en wetten van de Democratische Republiek Congo’ om leerlingen op grond van hun religie van school te sturen.

Veel scholen hebben de officiële instructies opgevolgd en de kinderen van Getuigen weer toegelaten. Maar enkele scholen bleven zich verzetten. Daarom publiceerde het ministerie van Onderwijs op 12 juni 2014 een memorandum waarin het besluit van september 2013 werd bekrachtigd. Daarin beriep het ministerie zich op de nieuwe kaderwet voor onderwijs * die door de president van Congo (Kinshasa) was ingevoerd. Het memorandum behandelde de eigenlijke oorzaak van het probleem door het belang van de strijd tegen discriminatie te benadrukken en ook te beklemtonen dat nationale en internationale wetten zwaarder wegen dan interne schoolregels. De minister van Onderwijs stelde ook inspecteurs aan om erop toe te zien dat scholen in het hele land zich aan het besluit houden. Deze maatregelen van de regering zullen ongetwijfeld langdurige en positieve resultaten hebben.

Voordelen voor veel kinderen

Als de Congolese scholen zich aan de wet houden, kunnen alle leerlingen op onderwijs rekenen, zonder hinder te ondervinden van religieuze onverdraagzaamheid. De kinderen leren dan respectvol om te gaan met alle mensen, ongeacht hun geloof. Scholen die zich niet alleen aan de grondwet van Congo (Kinshasa) maar ook aan het besluit van de minister van Onderwijs houden, geven jongeren ook een voorbeeld in onpartijdigheid.

^ ¶12 Nr. 014/004/2014 De nieuwe kaderwet voor onderwijs . . . geeft ouders het recht hun kinderen te laten inschrijven op een school naar keuze . . . De strijd tegen discriminatie en ongelijkheid is een fundamentele [prioriteit] van het nationaal onderwijs.’