Doorgaan naar inhoud

Doorgaan naar secundair menu

Jehovah’s Getuigen

Nederlands

23 MAART 2015
AZERBEIDZJAN

Toenemende religieuze onverdraagzaamheid in Azerbeidzjan

Toenemende religieuze onverdraagzaamheid in Azerbeidzjan

De religieuze onverdraagzaamheid neemt steeds meer toe in Azerbeidzjan en wetshandhavers leggen hoge boetes op aan Jehovah’s Getuigen en nemen hen in hechtenis. De Getuigen worden strafrechtelijk vervolgd omdat ze samenkomen voor aanbidding en met anderen over hun geloofsovertuigingen spreken.

Criminalisering van religieuze activiteiten

Op 5 december 2014 deelden twee Getuigen van Jehovah, Irina Zachartsjenko, een gedeeltelijk arbeidsongeschikte 55-jarige weduwe en de 38-jarige Valida Dzjabrajilova, de hoofdverzorgster van haar hulpbehoevende moeder, hun geloof met de bewoners van een appartementencomplex in Bakoe. De twee vrouwen boden de brochure Onderwijs je kinderen, bedoeld om ouders te helpen hun kinderen verhalen en lessen uit de Bijbel te onderwijzen, gratis aan. *

De politierechercheur beschuldigde hen van het verspreiden van Bijbelse lectuur zonder de ‘juiste toestemming’. De beschuldiging die tegen de vrouwen werd ingebracht was die voor een misdrijf gepleegd door een georganiseerde groep, waarvoor een boete van 7000 tot 9000 manats (6070 tot 7800 euro) * of twee tot vijf jaar gevangenisstraf kon worden opgelegd.

In de loop van het onderzoek hebben de rechercheur en het Ministerie van Nationale Veiligheid (MNV) de vrouwen herhaaldelijk opgeroepen voor ondervraging. Toen de vrouwen op 17 februari 2015 weer gehoor gaven aan een oproep van het MNV bleek dat het ging om een gesloten hoorzitting voor de rechtbank van het Sabaildistrict in Bakoe.

Nadat de aanklachten waren ingediend, verzocht de rechercheur van het MNV om de vrouwen in voorlopige hechtenis te laten nemen omdat er volgens hem kans was op herhaling van het misdrijf en er sprake was van ‘vluchtgevaar en niet meewerken aan het onderzoek’. De advocaat van de vrouwen maakte bezwaar, gaf aan dat de detentie onterecht was, gezien de omstandigheden en de vrijwillige samenwerking van de vrouwen met de autoriteiten. Alhoewel de rechter erkende dat de vrouwen nog nooit eerder waren veroordeeld, omschreef hij hun activiteit als een ‘bedreiging voor de maatschappij’ en willigde hij het verzoek van de rechercheur in met drie maanden detentie in een gevangenis van de geheime politie.

De advocaat van de vrouwen tekende bezwaar aan tegen deze beslissing en op 26 februari 2015 vervoerde de politie de vrouwen geboeid vanuit de gevangenis naar het Hof van Beroep in Bakoe, in een voertuig met geblindeerde ramen. In de gesloten hoorzitting die hierop volgde overlegden de aanklager en de rechercheur van het MNV geen enkel bewijs waaruit de noodzaak van voorlopige hechtenis bleek. Desalniettemin verwierp de rechtbank het hoger beroep en werden mevrouw Zachartsjenko en mevrouw Dzjabrajilova teruggebracht naar de gevangenis.

Op 6 maart 2015 kregen twee onderdelen van het MNV gerechtelijke bevelen om de huizen van Zachartsjenko en Dzjabrajilova te doorzoeken, waarbij hun religieuze literatuur, persoonlijke aantekeningen, een computer en een mobiele telefoon in beslag werden genomen. Op 10 maart 2015 gaven het MNV, het Staatscomité voor Werk bij Kerkgenootschappen en de politie gerechtelijke bevelen af om de Koninkrijkszaal (de plaats van aanbidding) en het huis van een van de ouderlingen van de plaatselijke gemeente van Jehovah’s Getuigen te doorzoeken. Het MNV riep ook een aantal Getuigen in Bakoe op voor ondervragingen in deze zaak.

In reactie op de detentie van mevrouw Zachartsjenko en mevrouw Dzjabrajilova hebben Jehovah’s Getuigen een brief opgesteld voor de speciale VN-rapporteur inzake Vrijheid van Godsdienst of Levensovertuiging en voor de VN-werkgroep inzake Willekeurige Detentie waarin om hun tussenkomst wordt gevraagd. Een plaatselijke advocaat probeert de voorlopige hechtenis om te laten zetten in huisarrest.

Hoge boetes en gevangenisstraffen voor het bijwonen van religieuze bijeenkomsten

In Ganja hebben de autoriteiten hoge boetes opgelegd aan personen die religieuze bijeenkomsten van de Getuigen hebben bijgewoond en ze hebben sommige personen zelfs in hechtenis genomen. De boetes bedroegen 1500 tot 2000 manats (1350 tot 1735 euro).

In oktober 2014 hebben rechtbanken in Ganja drie Getuigen en een man die geen Getuige is maar wel de religieuze bijeenkomsten bijwoonde, in hechtenis genomen vanwege het niet betalen van boetes die hen waren opgelegd voor het bijeenkomen voor aanbidding. Alhoewel ze al gedeeltelijke betalingen hadden gedaan, werden ze toch 3 tot 20 dagen in hechtenis genomen.

De man die samen met de Getuigen de plaats van aanbidding bezocht, zei: ‘Voor mij is 1500 manats (1350 euro) erg veel geld. (...) Mijn eerste reactie was dan ook om de boete helemaal niet te betalen omdat ik vind dat ik onschuldig ben.’ De twee mannelijke Getuigen waren ook van mening dat hun opsluiting onterecht was en hebben er melding van gemaakt dat de autoriteiten hen als criminelen hebben behandeld.

De derde Getuige, een vrouwelijke Getuige die ook werd gevangengezet, zei: ‘Niemand hield er enige rekening mee dat mijn gezin het financieel erg moeilijk had, dat ik voor mijn gehandicapte moeder moest zorgen die niets zelfstandig kan doen en dat ik al begonnen was met het betalen van de boete.’

De vier hebben hun gevangenisstraffen uitgezeten, maar de rechter eist nog steeds dat de boetes volledig worden betaald. Als ze hier niet op tijd aan voldoen, kan de rechter hen opnieuw in hechtenis laten nemen.

Laat Azerbeidzjan het recht zegevieren?

Autoriteiten in Azerbeidzjan hebben op verschillende manieren geprobeerd om de religieuze activiteiten van Jehovah’s Getuigen te belemmeren. Op dit moment zijn er 19 zaken van Jehovah’s Getuigen tegen Azerbeidzjan in behandeling bij het Europese Hof voor de Rechten van de Mens waarin de Getuigen de onverdraagzaamheid die zij ondervinden aan de kaak stellen. Ondertussen hopen de Getuigen dat de hoge autoriteiten in Azerbeidzjan een eind maken aan de ten onrechte opgelegde voorlopige hechtenis van mevrouw Zachartsjenko en mevrouw Dzjabrajilova. Door deze en andere daden van religieuze onverdraagzaamheid recht te zetten, kan Azerbeidzjan laten zien dat ze respect heeft voor zijn burgers, de grondwet en de fundamentele rechten van de mens.

^ ¶4 Het Staatscomité voor werk bij Kerkgenootschappen van de Republiek Azerbeidzjan heeft de import van deze brochure goedgekeurd op 11 augustus 2014.

^ ¶5 Het gemiddelde maandsalaris in Azerbeidzjan bedraagt 440 manats (380 euro), volgens een schatting in augustus 2014.