Toegankelijkheidsinstelling

Search

Taal selecteren

Doorgaan naar secundair menu

Doorgaan naar inhoud

Jehovah’s Getuigen

Nederlands

29 JUNI 2015
ISRAËL

Israëlisch hooggerechtshof verdedigt het recht van Jehovah’s Getuigen om vreedzaam te vergaderen

Israëlisch hooggerechtshof verdedigt het recht van Jehovah’s Getuigen om vreedzaam te vergaderen

Het Israëlische hooggerechtshof en de plaatselijke politie zijn opgekomen voor godsdienstvrijheid en hebben het recht van Jehovah’s Getuigen om samen te komen voor aanbidding verdedigd. In een recente uitspraak van het hooggerechtshof werd de stad Raänana ertoe verplicht zich te houden aan het contract met Jehovah’s Getuigen voor de huur van het Metro West Sports Center voor twee religieuze bijeenkomsten. Het gemeentebestuur had, onder druk van enkele religieuze groeperingen, het contract 36 uur vóór aanvang van de eerste bijeenkomst opgezegd.

Rechters verwerpen opzegging door gemeentebestuur

Jehovah’s Getuigen waren met de stad Raänana overeengekomen om op 18 april en 2 mei 2015 bijeenkomsten te houden. Op 15 april kregen de Getuigen de eerste signalen dat het contract opgezegd zou kunnen worden. Een bestuurder van de stad uitte die dag haar bezorgdheid over de veiligheid van de bijeenkomst op 18 april. Ondanks de verzekering van de plaatselijke politiechef dat de veiligheid door de politie werd gegarandeerd, werd het contract de volgende dag eenzijdig door de stad Raänana opgezegd. De nieuwsmedia maakten bekend dat de stad onder druk van religieuze gemeenteraadsleden had gehandeld. Ze hadden gedreigd hun politieke steun terug te trekken als de stad de Getuigen toestond de bijeenkomsten te houden.

Hoewel de Getuigen onmiddellijk bij de rechtbank in Lod een verzoek hadden ingediend de stad het bevel op te leggen het contract na te komen, was er niet voldoende tijd om afgelasting van de bijeenkomst van 18 april te vermijden. De Getuigen konden gelukkig een andere locatie huren, maar ze moesten daarvoor zes keer zoveel betalen als voor de sporthal waarvoor ze met de stad een contract hadden gesloten.

Op 29 april legde de rechtbank in Lod de stad een dwangbevel op waarin werd gesteld dat het contract moest worden nagekomen omdat ‘het gemeentebestuur [van Raänana] de grondwettelijke rechten [van Jehovah’s Getuigen] had geschonden op het gebied van vrijheid van godsdienst en rituelen, vrijheid van vereniging en vergadering, het recht op waardigheid en vrijheid en het recht op gelijkheid’. De stad verzocht onmiddellijk om een opschorting van het bevel, maar dit werd op 1 mei door het hooggerechtshof afgewezen. Een ander beroep werd ook afgewezen, waardoor de uitspraak van de rechtbank nu definitief is.

De politie beschermt de Getuigen

Dankzij de tijdige uitspraak van het hooggerechtshof kon de bijeenkomst van Jehovah’s Getuigen op 2 mei doorgaan. Plaatselijke religieuze leiders, waaronder de opperrabbijn van de stad en leden van een ultraorthodoxe organisatie die bekendstaat om haar agressieve optreden, organiseerden als reactie op de rechterlijke beslissing een ‘gezamenlijke gebedsdienst’. Daar kwamen zo’n 1500 deelnemers op af. Ze verzamelden zich vóór de sporthal terwijl 600 Getuigen aankwamen om de bijeenkomst bij te wonen. De ‘gezamenlijke gebedsdienst’ sloeg al gauw om in een massademonstratie. Enkele betogers vielen de Getuigen, waaronder ook vrouwen en kinderen, aan. Ze beledigden de Getuigen, bespuwden hen, scholden hen uit, maakten obscene gebaren en vernielden voertuigen. De politie kwam snel tussenbeide om de betogers tegen te houden. Daardoor konden de Getuigen hun religieuze bijeenkomst houden en aan het eind van de dag veilig naar huis gaan.

Jehovah’s Getuigen in Israël zijn de autoriteiten heel dankbaar dat ze hun standpunt tegen religieuze intolerantie en discriminatie hebben ingenomen en het recht van de Getuigen om vreedzaam te vergaderen hebben verdedigd.