Doorgaan naar inhoud

Doorgaan naar inhoudsopgave

Voorvechters van de waarheid

Voorvechters van de waarheid

 132ste Gileadgraduatie

Voorvechters van de waarheid

OP 10 maart 2012 kwamen duizenden goedgeklede mensen uit verschillende landen in het onderwijscentrum van Jehovah’s Getuigen in Patterson (New York) samen voor de graduatie van de 132ste klas van de Wachttoren-Bijbelschool Gilead. Veel bezoekers volgden het programma in het auditorium in Patterson; de rest keek mee via tv-schermen op andere locaties. In totaal waren er 9042 aanwezigen.

De verwachtingen waren hooggespannen. In tegenstelling tot de studenten van eerdere klassen waren deze studenten allemaal al in een vorm van speciale volletijddienst (als Betheliet, speciale pionier, reizend opziener of zendeling), hoewel ze nog niet deze zendelingenopleiding hadden gevolgd. Wat voor raad kon er nog aan zulke ervaren studenten meegegeven worden?

Daar kwam het publiek al gauw achter. Gerrit Lösch, lid van het Besturende Lichaam van Jehovah’s Getuigen, was voorzitter van het programma en hield de eerste lezing. Hij stelde een interessante vraag: „Ben jij een vechter?” Hij legde uit dat christenen voorvechters van de waarheid zijn omdat ze de hele christelijke leer verdedigen. De waarheid hooghouden betekent niet alleen dat je mensen de waarheid onderwijst, maar ook dat je ze helpt van de waarheid te houden.

„Hoe weten we dat we de waarheid hebben?”, vroeg broeder Lösch. Hij zei dat het niets te maken heeft met het aantal mensen dat de waarheid aanvaardt. Het is waar dat in deze tijd miljoenen mensen de ware aanbidding aanvaarden, maar met Pinksteren in 33 n.Chr. waren dat er niet zo veel. Hij noemde vijf punten die wel een bewijs zijn dat we de waarheid hebben: (1) we houden vast aan wat Jezus ons geleerd heeft, (2) we hebben liefde voor elkaar, (3) we houden ons aan Gods hoge morele normen, (4) we blijven neutraal in de strijdpunten van deze wereld en (5) we dragen Gods naam.

„Blijf gehoorzaam doen wat je gevraagd wordt”

Iedereen vroeg zich af wat er ging gebeuren toen Geoffrey Jackson van het Besturende Lichaam met een koffer het podium op kwam lopen! De titel van zijn lezing was: „Blijf gehoorzaam doen wat je gevraagd wordt”, gebaseerd op Jesaja 50:5. Daar wordt profetisch over Jezus Christus gezegd: „Ik, van mijn kant, was niet weerspannig. Ik keerde mij niet in de tegenovergestelde richting.”

Broeder Jackson gaf de studenten de dringende raad open te staan voor de instructies die Jehovah geeft via zijn heilige geest, de Bijbel en zijn organisatie. In de gelijkenis van de talenten, die in Mattheüs 25:14-30 staat, kregen alle slaven eigenlijk evenveel, want het aantal talenten was afgestemd op wat ze aankonden. Er werd van ze verwacht dat ze hun uiterste best deden. Twee slaven kregen een compliment en werden „goede en getrouwe slaaf” genoemd. Getrouwheid blijkt niet per definitie uit resultaten maar uit gehoorzaamheid aan instructies.

De derde slaaf werd een ’slechte, trage en onnutte slaaf’ genoemd. Wat deed hij fout? Hij begroef zijn talent. Een talent was geen munt maar een gewichtseenheid. Het was het equivalent van 6000 denarii en kwam overeen met zo’n 20 kilo. Dat is ongeveer het gewicht dat iemand op een internationale vlucht in  een koffer mee mag nemen. Het zou moeite gekost hebben om zoiets groots als een koffer te begraven. De slaaf deed dus wel iets: hij begroef het talent. Maar dat was niet wat hem gevraagd was. Zo is een zendeling misschien heel druk bezig, maar waarmee? Met brieven schrijven, internetten, socializen of werelds werk? Dan is hij aan het eind van de dag misschien doodmoe, maar hij heeft niet gedaan wat hem gevraagd was. Broeder Jackson besloot: „Doe altijd gehoorzaam wat je gevraagd wordt!”

Doe alle twijfels weg”

Dat thema besprak Anthony Morris van het Besturende Lichaam. „De Bijbel koppelt geloof nooit aan twijfel alsof ze bij elkaar horen”, zei hij. „Geloof verjaagt alle twijfels.” Satan kreeg Eva, een volmaakte vrouw, zover dat ze ging twijfelen, dus zou hij ons ook aan het twijfelen kunnen krijgen. „Voed je geloof, en twijfels zullen verhongeren”, zei broeder Morris. Hij haalde het voorbeeld aan van Petrus die ’over het water liep’. Maar toen hij „naar de storm keek” werd hij bang en begon hij te zinken. Jezus pakte zijn hand vast en vroeg: „Waarom zijt gij gaan twijfelen?” (Mattheüs 14:29-31) „Jullie zijn als zendelingen zo druk bezig in de volletijddienst dat anderen misschien onder de indruk zijn van alles wat je doet, alsof je op het water loopt. Maar als het gaat stormen, mag je niet toegeven aan twijfel.”

Broeder Morris zei verder dat we soms stormachtige tijden meemaken, maar dat uiteindelijk de wind wel weer gaat liggen. Hij drong er bij de studenten op aan om bij problemen na te denken over wat Paulus en Silas deden toen ze in Filippi gevangenzaten. In Handelingen 16:25 staat: „Omstreeks middernacht waren Paulus en Silas aan het bidden en loofden God met een lied; ja, de gevangenen hoorden hen.” Ze waren dus niet alleen aan het bidden, maar ze zongen ook. Ze zongen zelfs zo hard dat andere gevangenen het konden horen. De meesten van ons, zo zei broeder Morris, hebben geen geschoolde stem, maar we moeten ons er niet voor schamen te zingen, vooral als we het moeilijk hebben. Broeder Morris las als besluit de woorden voor van lied 135, „Volhard tot aan het einde”, uit de liederenbundel Zing voor Jehovah.

Andere opbouwende lezingen

„Zul je genoeg dagen liefhebben?” Dat was de lezing die Robert Luccioni van de Inkoopafdeling hield. Het thema was gebaseerd op de woorden van koning David in Psalm 34:12. Broeder Luccioni besprak hoe de studenten ondanks problemen hun band met Jehovah sterk kunnen houden. We kunnen veel leren van het verslag in 1 Samuël hoofdstuk 30. David, zijn mannen en hun gezinnen waren op de vlucht voor koning Saul, en ze woonden in Ziklag. Toen hun gezinnen gevangengenomen werden door een Amalekitische roversbende, gaven de mannen David de schuld en wilden ze hem stenigen. Hoe reageerde David? Hij liet zich niet ontmoedigen maar ging „zich sterken bij Jehovah, zijn God” (1 Samuël 30:6). Hij vroeg Jehovah om raad, volgde die raad op en kon de gevangenen bevrijden. De spreker verzekerde de studenten ervan dat als zij ook op Jehovah vertrouwen en zijn raad opvolgen, ze ’genoeg dagen zullen liefhebben om het goede te zien’. Ze zullen door het schitterende voorrecht dat ze hebben gekregen een heerlijk leven hebben.

„Zorg dat je ogen de nachtwaken vóór blijven” was het thema dat werd uitgewerkt door Michael Burnett, een van de leraren van de Gileadschool. De Israëlieten verdeelden de periode van zonsondergang tot zonsopgang in drie waken van vier uur. De laatste, van 2 tot 6 uur, was het donkerst en het koudst, en dan kostte het de meeste moeite om wakker te blijven. De psalmist hield zijn geest bezig met Jehovah’s woorden zodat hij in de laatste nachtwake niet in slaap zou vallen (Psalm 119:148).  „Jullie moeten waakzaam zijn”, zei broeder Burnett tegen de studenten. „Er zullen soms donkere, ontmoedigende dagen zijn en je zult de uitwerking zien van deze koude, liefdeloze wereld. Je hebt daarom een plan van aanpak nodig.” Daarna herinnerde hij ze eraan dat ze interessante studieprojecten moeten oppakken om geestelijk waakzaam te blijven. Hij lichtte dit toe: „Elke dag bid je tot Jehovah omdat je wilt dat hij je vriend is. Laat Jehovah dus, als je vriend, ook elke dag via de Bijbel met jou praten. De nacht is vergevorderd, dus plan hoe je de tijd die voor je ligt gaat gebruiken. Zo zullen je ogen de nachtwaken vóór blijven.”

„Opgeleid voor jullie werk”, gebaseerd op 1 Petrus 5:10, was het thema dat Mark Noumair, een andere Gileadleraar, gekozen had. Hij stelde de studenten de vraag: „Waarom zijn jullie uitgenodigd om naar het Wachttoren-Onderwijscentrum te komen terwijl jullie zo veel ervaring hebben?” Het antwoord: „Omdat jullie professionals zijn. Veel professionals nemen vrij van hun werk voor cursussen die hun vakbekwaamheid vergroten. In de afgelopen vijf maanden heeft Jehovah jullie standvastig en sterk gemaakt door een grondige studie van zijn Woord en zijn organisatie, zodat jullie zware verantwoordelijkheden aankunnen. Sterke balken zullen onder druk niet kromtrekken of scheuren. De voordelen van je opleiding zullen duidelijk te merken zijn als je met je broeders en zusters samenwerkt. Zul je onder druk afwijken van Gods normen, of zul je standvastig zijn en vasthouden aan wat je uit Gods Woord hebt geleerd? Sterke balken kunnen ook een groot gewicht dragen. De kracht van balken ligt in de dichte nerf van het hout. Jullie kracht wordt bepaald door wat jullie vanbinnen zijn. Jehovah heeft jullie hier laten komen om jullie sterk en betrouwbaar te maken voor jullie werk. Hij heeft zijn deel gedaan, dus we bidden dat jullie nu jullie deel doen en de ’Grootse Onderwijzer’ de kans geven je opleiding af te maken.”

Ervaringen en interviews

Het is bij Gileadgraduaties altijd leuk als de studenten zelf iets vertellen, en dat gebeurde nu ook. Tijdens een onderdeel van het programma speelden de studenten dingen na die ze tijdens de prediking hadden meegemaakt. Een Frans stel moest bijvoorbeeld op weg naar de Gileadschool zes uur op een vlucht wachten. In het restaurant van het vliegveld knoopten ze in het Engels een gesprek aan met twee mannen die ook op hun vlucht moesten wachten. Toen een van hen zei dat hij uit Malawi kwam, begonnen ze in het Chichewa met hem te praten. Verbaasd vroeg hij hoe het kwam dat ze die taal kenden. Ze legden uit dat ze zendelingen in Malawi waren. Toen de andere man zei dat hij uit Kameroen kwam, schakelden ze tot zijn verbazing over op het Frans. De mannen hadden allebei veel respect voor Jehovah’s Getuigen en de zendelingen konden een mooi getuigenis geven.

Er werden twee echtparen geïnterviewd door Nicholas Ahladis, van Translation Services. Het ene stel kwam uit Australië en had nu een zendingstoewijzing in het door oorlog verscheurde Oost-Timor. Het andere stel, uit Zuid-Korea, was in Hongkong gaan dienen. Ze zagen er alle vier naar uit terug te gaan naar hun buitenlandse toewijzing en toe te passen wat ze hadden geleerd.

Nadat de studenten hun diploma hadden gekregen, las een van hen een brief voor waarin de klas hun waardering uitte voor het onderwijs. Daarna gebruikte broeder Lösch in zijn slotopmerkingen nog een paar prachtige vergelijkingen: de waarheid is zo mooi als een regenboog, is als een oase in de woestijn en is als een anker in een wilde zee. „Het is echt een voorrecht de waarheid te kennen”, zei hij. „Wees een voorvechter van de waarheid en help anderen dat ook te zijn.”

 [Tabel/Kaart op blz. 31]

STATISTIEK VAN DE KLAS

12 landen vertegenwoordigd

36 gemiddelde leeftijd

20 gemiddeld aantal jaren gedoopt

15 gemiddeld aantal jaren in de volletijddienst

[Kaart]

(Zie publicatie voor volledig gezette tekst)

De klas kreeg toewijzingen voor de onderstaande landen:

TOEWIJZINGEN VAN DE KLAS

BELIZE

BENIN

CAMBODJA

DOMINICAANSE REPUBLIEK

ECUADOR

GABON

GEORGIË

GUINEE

HONGKONG

IVOORKUST

KAAPVERDIË

KAMEROEN

LIBERIA

MADAGASKAR

MALAWI

OOST-TIMOR

PERU

SAMOA

SÃO TOMÉ EN PRÍNCIPE

VERENIGDE STATEN

ZIMBABWE

[Illustratie op blz. 31]

132ste klas van de Wachttoren-Bijbelschool Gilead

De rijen zijn genummerd van voor naar achter en de namen staan per rij van links naar rechts vermeld.

(1) R. Iap; J. Iap; T. Ng; P. Ng; F. Laurino; B. Laurino; S. Won; S. Won.

(2) N. Morales; M. Morales; J. Zanutto; M. Zanutto; I. Rumph; J. Rumph; D. Germain; N. Germain.

(3) Y. Atchadé; Y. Atchadé; C. Thomas; E. Thomas; C. Estigène; P. Estigène.

(4) D. Ehrman; A. Ehrman; J. Bray; A. Bray; M. Amorim; D. Amorim; Y. Seo; Y. Seo.

(5) J. Simon; C. Simon; C. Seale; D. Seale; J. Erickson; R. Erickson.

(6) D. McCluskey; T. McCluskey; A. Brown; V. Brown; D. Mariano; C. Mariano; Y. Loyola; C. Loyola.

(7) P. Rutgers; N. Rutgers; P. Foucault; C. Foucault; J. Wunjah; E. Wunjah.