Doorgaan naar inhoud

Doorgaan naar inhoudsopgave

De Bijbel verandert levens

De Bijbel verandert levens

 De Bijbel verandert levens

WAAROM werd een rechter die uit een streng katholiek gezin kwam en een succesvolle carrière had een van Jehovah’s Getuigen? Wat bracht een terrorist ertoe zich af te keren van geweld en een evangelieprediker te worden? Hier volgt hun verhaal.

’Ik kreeg een beter begrip van goed en fout.’ — SEBASTIÃO ALVES JUNQUEIRA

GEBOORTEJAAR: 1946

LAND VAN HERKOMST: BRAZILIË

VOORGESCHIEDENIS: STRENG KATHOLIEK

MIJN VERLEDEN: Als kind woonde ik op het platteland, ongeveer 6 kilometer van Piquete. Mijn ouders hadden een kleine boerderij, en het land bracht genoeg op om van te leven. Ik ging in Piquete naar school, dus op een gegeven moment kocht ik een oude fiets zodat ik er makkelijker kon komen. De mensen in onze streek waren arm, maar de stad was schoon en er was relatief weinig misdaad. De meeste mannen in de stad werkten in een fabriek waar wapens voor het leger werden gemaakt.

Ik was een goede leerling en werd toegelaten tot de militaire luchtvaartschool in een stad in de buurt. In 1966 rondde ik die opleiding af en was ik sergeant. Daarna ging ik rechten studeren. Later solliciteerde ik naar de functie van politiechef. Ik slaagde voor een staatsexamen en in 1976 kreeg ik die baan. Soms omvatte mijn werk ook het opzicht over de gevangenis. Jehovah’s Getuigen kwamen me vaak toestemming vragen om tegen de gevangenen te prediken. Ze praatten ook altijd even met mij over de Bijbel. Ik had veel respect voor God. Het maakte indruk op me dat God een naam heeft, Jehovah, en dat we vrienden van hem kunnen worden.

Geleidelijk aan maakte ik carrière. In 1981 slaagde ik voor nog een staatsexamen en werd ik rechter. In 2005 werd ik aangesteld als appèlrechter in São Paulo.

DE BIJBEL VERANDERT MIJN LEVEN: Kort na mijn rechtenstudie begon ik de Bijbel te lezen. Daardoor ging ik heel anders over dingen denken. Ik was streng katholiek. Er zaten pastoors en bisschoppen in onze familie, en ik assisteerde de pastoor tijdens de mis. Voordat hij een preek gaf, las ik bepaalde stukken uit het gebedenboek voor. Het was in katholieke gezinnen niet gebruikelijk om de Bijbel te lezen. Mijn moeder was helemaal overstuur toen ze erachter kwam dat ik dat deed. Ze probeerde me ermee te laten stoppen en zei dat ik misschien wel gek zou  worden. Toch bleef ik erin lezen; ik zag er geen kwaad in.

Ik denk dat het door mijn nieuwsgierigheid kwam dat ik in de Bijbel bleef lezen. Ik wilde meer weten over priesters en hun rol in de kerk. Ik begon ook te lezen over de bevrijdingstheologie. Daar werd ik niet veel wijzer van, want de argumenten en logica rammelden aan alle kanten.

In die tijd gaf mijn tandarts, een boeddhist, me een boek dat hij had gekregen. De titel was: Is de mens ontstaan door evolutie of door schepping? * Ik dacht dat het interessant zou zijn om dit boek samen met De oorsprong der soorten van Charles Darwin te lezen. De argumenten in Is de mens ontstaan door evolutie of door schepping? waren logisch en overtuigend. Ik wist zeker dat de evolutietheorie geen enkele basis had.

Dat boek over schepping maakte me nog nieuwsgieriger. Ik wilde meer boeken van Jehovah’s Getuigen hebben. Toen ik hoorde dat een technicus aan de luchtvaartschool een Getuige was, ging ik naar hem toe. Hij gaf me een paar boeken, maar ik ging niet in op het aanbod van een Bijbelcursus. Ik vond dat ik de Bijbel zelf wel kon bestuderen.

Eerder al had ik besloten dat het verstandig was om de Bijbel ook samen met mijn gezin te lezen. We hadden elke week gezinsstudie en lazen samen in de Bijbel. Het leven van mijn katholieke familie draaide om de priesters en bisschoppen. Dus vond ik het interessant wat in Johannes 14:6 staat: „Jezus zei tot hem [de discipel Thomas]: ’Ik ben de weg en de waarheid en het leven. Niemand komt tot de Vader dan door bemiddeling van mij.’” Nadat ik me in dit onderwerp had verdiept, was ik ervan overtuigd dat redding van Jehovah komt, via Jezus. Ons was wijsgemaakt dat redding van de priesters kwam.

Er waren nog twee Bijbelteksten waardoor ik anders over de katholieke kerk en zijn leer ging denken. De eerste was Spreuken 1:7: „De vrees voor Jehovah is het begin van kennis. Wijsheid en streng onderricht — slechts dwazen hebben ze veracht.” De tweede was Jakobus 1:5: „Schiet iemand van u daarom te kort in wijsheid, dan moet hij God blijven vragen, want hij geeft aan allen edelmoedig en zonder verwijt; en ze zal hem gegeven worden.” Ik had een enorme behoefte aan wijsheid en kennis, maar in de kerk werd daar niet aan voldaan. Dus ging ik niet meer.

In 1980 ging mijn vrouw een Bijbelcursus van de Getuigen volgen. Als ik thuis was, deed ik mee. Na een tijdje begon ik ook met een Bijbelcursus. Maar het duurde lang voordat we besloten ons als Jehovah’s Getuigen te laten dopen. Mijn vrouw werd in 1994 gedoopt en ik in 1998.

DE VOORDELEN: Mijn vier kinderen hebben er veel aan gehad dat ze bij hun opvoeding Jehovah’s normen hebben meegekregen (Efeziërs 6:4). Ik heb twee zoons, die allebei hard werken in de plaatselijke christelijke gemeente. Mijn twee dochters houden van het evangelisatiewerk. Mijn vrouw besteedt er elke maand veel tijd aan mensen te helpen meer over de Bijbel te leren, en ik dien als ouderling in onze gemeente.

Toen ik een Getuige werd, kreeg ik een beter begrip van goed en fout. Ik ben nog steeds rechter en probeer de manier waarop Jehovah verschillende kwesties aanpakt, in de rechtszaal toe te passen: ik probeer alle omstandigheden in aanmerking te nemen, redelijk  te zijn en bij verzachtende omstandigheden mild te zijn.

Ik heb veel zaken behandeld waarbij het om geweld, kindermisbruik en andere zware vergrijpen ging. Toch ben ik niet ongevoelig geworden. Als ik naar het nieuws kijk, walg ik van het morele verval en de corruptie in de wereld. Ik ben Jehovah dankbaar dat ik nu weet waarom er zo veel misdaad is en dat er betere tijden komen.

De gevangenis maakte geen beter mens van mij.” — KEITH WOODS

GEBOORTEJAAR: 1961

LAND VAN HERKOMST: NOORD-IERLAND

VOORGESCHIEDENIS: TERRORIST

MIJN VERLEDEN: Ik ben in 1961 geboren in Portadown, een drukke stad in Noord-Ierland. Ik kom uit een protestants gezin en groeide op in een wijk waar zowel katholieken als protestanten woonden. De meeste families waren vrij arm. Iedereen kende elkaar en liep vaak bij elkaar binnen.

Ik ben niet trots op het leven dat ik toen leidde. In 1974 raakte ik betrokken bij de ’Troubles’, de religieuze en politieke conflicten die er toen in Noord-Ierland waren. Rond die tijd ontstonden er steeds meer problemen in onze gemeenschap. Mijn vader was manager van de Ulster Carpet Factory en op een avond was hij aan het werk met twee katholieke buurjongens van ons die hij opleidde. Ondertussen gooide iemand bij de jongens thuis een bom door het raam naar binnen. Hun vader, moeder en broer kwamen om.

De problemen escaleerden en er brak oorlog uit. Protestanten in katholieke wijken werden gedwongen te verhuizen omdat hun huis in brand werd gestoken, en in protestantse wijken werden katholieken lastiggevallen. Onze wijk werd voornamelijk protestants. Al gauw werd ik gearresteerd en tot drie jaar gevangenisstraf veroordeeld voor betrokkenheid bij bomaanslagen.

In de gevangenis raakte ik goed bevriend met een gevangene die onder de loyalisten heel bekend was. We waren als broers voor elkaar, en toen hij later trouwde was ik zijn getuige. De gevangenis maakte geen beter mens van mij of hem. Toen we vrijkwamen, gingen we meteen verder met onze politieke activiteiten, maar dan op grotere schaal. Mijn vriend kwam weer in de gevangenis terecht. Daar werd hij vermoord.

Ik werd ook een doelwit; op een keer werd mijn auto opgeblazen. Maar daardoor ging ik me alleen maar fanatieker inzetten voor God en vaderland.

 In die periode werkte ik mee aan een documentaire over de Troubles, die op de Britse tv werd uitgezonden. Daardoor kwam ik nog meer in de problemen. Toen ik bijvoorbeeld op een avond thuiskwam, bleek dat mijn vrouw bij me was weggegaan. Kort daarna werd naar aanleiding van het tv-programma mijn zoon bij me weggehaald. Ik herinner me dat ik voor de spiegel stond en zei: „Als er een God is, help me dan.”

De zaterdag daarop kwam ik een kennis tegen, Paul, die een Getuige van Jehovah was geworden. Hij begon met me over de Bijbel te praten. Twee dagen later stuurde Paul me een Wachttoren. Een artikel in dat tijdschrift haalde Jezus’ woorden uit Johannes 18:36 aan: „Mijn koninkrijk is geen deel van deze wereld. Indien mijn koninkrijk een deel van deze wereld was, zouden mijn dienaren hebben gestreden, opdat ik niet aan de joden overgeleverd zou worden. Maar mijn koninkrijk is nu eenmaal niet uit deze bron.” Die woorden maakten diepe indruk op me. Vanaf die dag begon mijn leven te veranderen.

DE BIJBEL VERANDERT MIJN LEVEN: Paul begon me Bijbelles te geven. Later nam een andere Getuige, Bill, het over. Ik weet dat ik een moeilijke leerling was; ik had zo veel vragen! Ook liet ik vaak geestelijken naar mijn huis komen om te bewijzen dat Bill ongelijk had. Maar langzaam begon de waarheid uit Gods Woord tot me door te dringen.

Ik weet nog dat ik een keer tegen Bill zei dat hij niet moest komen voor de studie omdat er wegversperringen waren en zijn auto zeker geconfisqueerd en in brand gestoken zou worden. Maar Bill kwam toch. Hij had zijn auto thuisgelaten en was op de fiets gekomen. Wie zou er nou een fiets in beslag willen nemen? Een andere keer zaten Bill en ik bij mij thuis te studeren toen de politie en het leger me kwamen arresteren. Toen ze me wegvoerden, riep Bill me achterna dat ik op Jehovah moest vertrouwen. Die voorvallen maakten diepe indruk op me.

De eerste keer dat ik naar een bijeenkomst van Jehovah’s Getuigen in de Koninkrijkszaal ging, moet voor sommigen van hen een hele schok zijn geweest. Mijn haar was lang, ik had een oorbel in, en aan mijn leren jas kon iedereen zien bij welke politieke groepering ik hoorde. Maar de Getuigen waren ongelofelijk aardig. Daar was ik echt van onder de indruk.

Hoewel ik Bijbelles kreeg, ging ik nog steeds met mijn oude vrienden om. Maar uiteindelijk bereikten de waarheden die ik uit de Bijbel leerde mijn hart. Ik besefte dat ik om Jehovah te kunnen dienen mijn politieke standpunten moest veranderen en andere vrienden moest kiezen. Dat was niet makkelijk. Maar doordat ik meer over de Bijbel leerde en kracht van Jehovah kreeg, lukte het me toch. Ik liet mijn haar knippen, deed mijn oorbel uit en kocht een pak. Ook mijn houding naar andere mensen toe verbeterde door wat ik leerde.

DE VOORDELEN: Ik had een leven van misdaad en terrorisme geleid en was een goede bekende van de lokale politie. Nu is alles anders. Toen ik bijvoorbeeld voor het eerst naar een congres van Jehovah’s Getuigen ging, in Navan, begeleidde de politie me de hele route, van Noord-Ierland naar Ierland en terug. Nu doen ze dat niet meer. Ik predik nu ook openlijk samen met andere Getuigen zoals Paul en Bill en de rest van de gemeente.

Terwijl mijn leven verbeterde, ging ik me in de gemeente steeds meer thuis voelen. Daar ontmoette ik Louise, met wie ik later trouwde. Ook werd ik met mijn zoon herenigd.

Als ik terugkijk, heb ik veel spijt van alles wat ik anderen heb aangedaan. Maar ik kan bevestigen dat de Bijbel mensen die op een dwaalspoor zitten echt kan helpen een zinvol leven en een hoop voor de toekomst te krijgen.

[Voetnoot]

^ ¶12 Uitgegeven door Jehovah’s Getuigen; nu niet meer leverbaar.

[Inzet op blz. 12]

Mijn moeder was helemaal overstuur toen ze erachter kwam dat ik de Bijbel las