Doorgaan naar inhoud

Doorgaan naar inhoudsopgave

Jezus Christus: Zes vragen beantwoord

Jezus Christus: Zes vragen beantwoord

 Jezus Christus: Zes vragen beantwoord

„Wie zeggen de scharen dat ik ben?” — LUKAS 9:18.

JEZUS stelde zijn leerlingen die vraag omdat hij wist dat er verschillende meningen over hem waren. Maar eigenlijk was er geen reden voor verwarring. Jezus was niet iemand die zich afzonderde of geheimzinnig te werk ging. Hij ging juist in de steden en dorpen waar hij kwam gewoon met iedereen om. Hij predikte en onderwees in het openbaar omdat hij wilde dat mensen de waarheid over hem wisten (Lukas 8:1).

We kunnen de waarheid over Jezus te weten komen door te kijken naar wat hij zei en deed. Dat is onder leiding van God opgeschreven in de vier evangeliën van de Bijbel: Mattheüs, Markus, Lukas en Johannes. Die verslagen zijn de basis voor de antwoorden op vragen over Jezus (Johannes 17:17). *

 VRAAG: Heeft Jezus echt bestaan?

ANTWOORD: Ja. Wereldlijke geschiedschrijvers, zoals Josephus en Tacitus uit de eerste eeuw, spreken over Jezus als een historische persoon. Belangrijker nog, de evangeliën laten duidelijk zien dat Jezus iemand was die echt heeft bestaan, en geen fictieve figuur. Er wordt specifiek en gedetailleerd gezegd waar en wanneer dingen gebeurden. De evangelieschrijver Lukas noemt bijvoorbeeld vijf regeerders en twee vooraanstaande priesters — van wie de namen zijn bevestigd door wereldlijke historici — om aan te geven in welk jaar Jezus met zijn prediking begon (Lukas 3:1, 2, 23).

De bewijzen dat Jezus echt heeft bestaan zijn niet te weerleggen. „De meeste wetenschappers zullen erkennen dat er in de eerste eeuw inderdaad een man heeft geleefd die Jezus van Nazareth heette”, zegt het boek Evidence for the Historical Jesus.

VRAAG: Is Jezus eigenlijk God?

ANTWOORD: Nee. Jezus heeft nooit beweerd dat hij gelijk was aan God. Hij maakte juist vaak duidelijk dat hij ondergeschikt aan Jehovah * was. Hij noemde Jehovah bijvoorbeeld „mijn God” en „de enige ware God” (Mattheüs 27:46; Johannes 17:3). Alleen een ondergeschikte zou op zo’n manier over een ander praten. Iemand die zijn werkgever „mijn baas” of „de leidinggevende” noemt, vindt duidelijk dat hij zelf een lagere positie heeft.

Jezus liet ook zien dat hij niet dezelfde persoon was als God. Hij zei eens tegen tegenstanders die zijn autoriteit in twijfel trokken: „Ook staat er in uw eigen Wet geschreven: ’Het getuigenis van twee mensen is waar.’ Ik ben het die getuigenis over mijzelf afleg, en de Vader, die mij gezonden heeft, legt getuigenis over mij af” (Johannes 8:17, 18). Jezus en Jehovah kunnen dus niet dezelfde persoon zijn. Dan konden ze nooit als twee getuigen gezien worden. *

VRAAG: Was Jezus gewoon een goed mens?

ANTWOORD: Nee, hij was veel meer dan dat. Jezus begreep dat hij een aantal belangrijke taken had bij de uitvoering van Gods wil. Hij was onder andere:

De eniggeboren Zoon van God” (Johannes 3:18). Jezus wist waar hij vandaan kwam. Zijn leven was al lang vóór zijn geboorte op aarde begonnen. Hij legde uit dat hij „uit de hemel neergedaald” was (Johannes 6:38). Jezus was Gods eerste schepping, en hij hielp bij het maken van alle andere dingen. Omdat hij de enige was die rechtstreeks door God geschapen werd, kon hij terecht „de eniggeboren Zoon van God” genoemd worden (Johannes 1:3, 14; Kolossenzen 1:15, 16).

De Zoon des mensen” (Mattheüs 8:20). Jezus noemde zichzelf vaak „de Zoon des mensen”, een uitdrukking die in de evangeliën ongeveer tachtig keer voorkomt. Deze uitdrukking geeft aan dat hij volledig mens was en niet de vleesgeworden God. Hoe kon Gods eniggeboren Zoon als mens geboren worden? Door heilige geest bracht Jehovah het leven van zijn  Zoon over naar de baarmoeder van de Joodse maagd Maria en liet hij een conceptie plaatsvinden. Zo werd Jezus volmaakt en zonder zonde geboren (Mattheüs 1:18; Lukas 1:35; Johannes 8:46).

„Leraar” (Johannes 13:13). Jezus maakte duidelijk dat God hem de taak had gegeven om ’te onderwijzen en het goede nieuws van het koninkrijk te prediken’ (Mattheüs 4:23; Lukas 4:43). Hij legde heel duidelijk en eenvoudig uit wat Gods koninkrijk is en hoe het ervoor zal zorgen dat Jehovah’s wil wordt gedaan (Mattheüs 6:9, 10).

„Het Woord” (Johannes 1:1). Jezus was Gods Woordvoerder: God gebruikte hem om informatie en instructies door te geven. Via Jezus bracht Jehovah Zijn boodschap aan mensen op aarde over (Johannes 7:16, 17).

VRAAG: Was Jezus de beloofde Messias?

ANTWOORD: Ja. Bijbelse profetieën voorspelden de komst van de Messias of Christus, wat „Gezalfde” betekent. Deze Messias zou een belangrijke rol spelen bij Jehovah’s voornemen met de mensheid. Een Samaritaanse vrouw zei eens tegen Jezus: „Ik weet dat de Messias komt, die Christus wordt genoemd.” Jezus zei daarna eenvoudig: „Ik ben het, die met u spreek” (Johannes 4:25, 26).

Is het te bewijzen dat Jezus inderdaad de Messias was? Hier volgen drie bewijsgronden die dat samen onweerlegbaar aantonen, als een vingerafdruk die maar bij één persoon past.

Zijn afkomst. De Bijbel had voorspeld dat de Messias via David van Abraham zou afstammen (Genesis 22:18; Psalm 132:11, 12). Jezus was een nakomeling van allebei (Mattheüs 1:1-16; Lukas 3:23-38).

Uitgekomen profetieën. In de Hebreeuwse Geschriften, vaak het Oude Testament genoemd, staan een heleboel profetieën over het leven van de Messias op aarde, waaronder details over zijn geboorte en dood. Al die profetieën zijn in Jezus in vervulling gegaan. Bijvoorbeeld: hij werd geboren in Bethlehem (Micha 5:2; Lukas 2:4-11), hij werd uit Egypte geroepen (Hosea 11:1; Mattheüs 2:15) en bij zijn terechtstelling werd geen van zijn botten gebroken (Psalm 34:20; Johannes 19:33, 36). Jezus kan er onmogelijk zelf voor hebben gezorgd dat alle Messiaanse profetieën in zijn leven uitkwamen. *

Gods eigen verklaring. Bij Jezus’ geboorte stuurde God engelen om aan herders te vertellen dat de Messias geboren was (Lukas 2:10-14). Tijdens Jezus’ bediening heeft God meerdere keren gezegd dat hij Jezus goedgekeurd had, waarbij Gods eigen stem vanuit de hemel te horen was (Mattheüs 3:16, 17; 17:1-5). Ook gaf Jehovah hem de kracht om bijzondere wonderen te doen. Dat was nog een bewijs dat hij de Messias was (Handelingen 10:38).

 VRAAG: Waarom moest Jezus lijden en sterven?

ANTWOORD: Omdat Jezus niet zondig was, verdiende hij het niet te lijden. Hij verdiende het ook niet om als een misdadiger aan een paal gespijkerd te worden en daar op een vernederende manier te sterven. Toch verwachtte Jezus die slechte behandeling en was hij bereid alles te ondergaan (Mattheüs 20:17-19; 1 Petrus 2:21-23).

Profetieën hadden voorspeld dat de Messias zou moeten lijden en sterven zodat de zonden van anderen vergeven konden worden (Jesaja 53:5; Daniël 9:24, 26). Jezus zelf zei dat hij was gekomen om „zijn ziel te geven als een losprijs in ruil voor velen” (Mattheüs 20:28). Mensen die geloven in de loskoopwaarde van zijn dood hebben het vooruitzicht van zonde en dood bevrijd te worden en voor altijd in een paradijs op aarde te leven (Johannes 3:16; 1 Johannes 4:9, 10). *

VRAAG: Kunnen we echt geloven dat Jezus uit de dood is opgestaan?

ANTWOORD: Ja. Jezus was er zeker van dat hij opgewekt zou worden (Mattheüs 16:21). Maar het is interessant dat Jezus en de Bijbelschrijvers nooit hebben beweerd dat hij op een natuurlijke manier uit de dood zou opstaan. Dat zou niemand kunnen geloven. In plaats daarvan zegt de Bijbel: „God heeft hem opgewekt” (Handelingen 2:24). Als we geloven dat er een God bestaat en dat hij de Schepper van alles is, hebben we alle reden om te geloven dat hij zijn Zoon uit de dood kon opwekken (Hebreeën 3:4).

Zijn er betrouwbare bewijzen dat Jezus is opgestaan?

Ooggetuigen. Zo’n 22 jaar na Jezus’ dood schreef de apostel Paulus dat meer dan vijfhonderd mensen Jezus na zijn opstanding hadden gezien. De meesten van hen leefden nog toen hij dat schreef (1 Korinthiërs 15:6). Een of twee getuigen zouden nog wel genegeerd kunnen worden, maar wie zou de verklaring van vijfhonderd ooggetuigen kunnen tegenspreken?

Betrouwbare getuigenissen. Jezus’ eerste volgelingen — die als geen ander konden weten wat er echt was gebeurd — maakten moedig bekend dat Jezus was opgestaan (Handelingen 2:29-32; 3:13-15). Ze vonden zelfs dat geloof in zijn opstanding essentieel was voor een christen (1 Korinthiërs 15:12-19). Ze wilden nog liever sterven dan hun geloof in Jezus af te zweren (Handelingen 7:51-60; 12:1, 2). Wie zou zijn leven willen geven voor iets waarvan hij weet dat het een leugen is?

We hebben nu gezien welk antwoord de Bijbel geeft op zes vragen over Jezus. Daaruit blijkt duidelijk wie Jezus is. Maar zijn die antwoorden belangrijk? Met andere woorden, maakt het iets uit wat u over Jezus gelooft?

[Voetnoten]

^ ¶4 Het artikel „Apocriefe evangeliën: De verborgen waarheid over Jezus?” (blz. 18, 19) gaat over het verschil tussen de Bijbelse evangeliën en valse geschriften over Jezus.

^ ¶9 Volgens de Bijbel is Jehovah de naam van God.

^ ¶10 Een uitgebreide bespreking hierover vindt u in het artikel „Een gesprek over de Bijbel: Is Jezus God?” op blz. 20-22.

^ ¶21 Zie voor een lijst van profetieën die in Jezus in vervulling gingen blz. 200 van het boek Wat leert de bijbel echt?

^ ¶25 Zie voor meer informatie over de loskoopwaarde van Jezus’ dood hoofdstuk 5 van het boek Wat leert de bijbel echt?