Doorgaan naar inhoud

Doorgaan naar inhoudsopgave

 Veelgestelde vragen

Zal de aarde vergaan?

Zal de aarde vergaan?

▪ Sommigen geloofden dat de aarde op 21 oktober 2011 zou vergaan. Dat is niet gebeurd. De profetie van radioverslaggever Harold Camping is dus niet uitgekomen. Hij had voorspeld dat de Oordeelsdag op 21 mei 2011 zou komen: een enorme aardbeving zou over de aarde golven, en vijf maanden later, op 21 oktober, zou de aarde vernietigd worden.

Maar de aarde zal nooit ophouden te bestaan. De Schepper van de aarde zal dat namelijk niet toelaten. In zijn Woord staat: „Gij hebt de aarde gegrond, opdat ze kan blijven staan” (Psalm 119:90).

Toch zeggen sommige Bijbellezers dat onze planeet door vuur zal vergaan. Ze wijzen daarvoor op 2 Petrus 3:7, 10: „Door hetzelfde woord zijn de hemelen en de aarde van nu voor het vuur opgespaard en ze worden bewaard voor de dag van het oordeel en van de vernietiging der goddeloze mensen. (...) Toch zal Jehovah’s dag komen als een dief, waarop de hemelen met een sissend gedruis zullen voorbijgaan, maar de elementen, intens heet, zullen ontbonden worden, en de aarde en de werken daarop zullen ontdekt worden.” Moeten Petrus’ woorden letterlijk worden opgevat?

Nee. Waarom niet? Omdat de uitleg van deze verzen moet kloppen met de context van Petrus’ brief en met de rest van de Bijbel. Als we dit gedeelte letterlijk opvatten, zou dat betekenen dat de „hemelen” of het heelal — miljarden sterren en andere materie — zullen verbranden alleen maar omdat er op één plekje in die reusachtige ruimte slechte mensen zijn. Zou u kilometers strand vernietigen omdat één zandkorrel u niet aanstaat? Zo zou Jehovah ook niet het hele universum dat hij gemaakt heeft, vernietigen omdat er op één van zijn scheppingen opstand is uitgebroken.

Bovendien gaat die gedachte lijnrecht in tegen de woorden van Jezus Christus: „Gelukkig zijn de zachtaardigen, want zij zullen de aarde beërven” (Mattheüs 5:5; Psalm 37:29). Zou een zorgzame vader een mooi huis voor zijn gezin bouwen en het daarna in brand steken? (Psalm 115:16) Ondenkbaar! Jehovah is niet alleen de Schepper maar ook een zorgzame Vader (Psalm 103:13; 1 Johannes 4:8).

Petrus gebruikt het woord „aarde” figuurlijk en bedoelt daarmee de mensenmaatschappij, in dit geval de slechte mensen. Petrus maakt hier een vergelijking met de zondvloed in de tijd van Noach (2 Petrus 3:5, 6). Toen werden alleen de slechte mensen gedood; de aarde zelf en de rechtvaardige Noach en zijn gezin bleven bestaan. Dan moet Petrus ook het woord „hemelen” symbolisch bedoeld hebben. In dit geval duidt „hemelen” op menselijk bestuur. De onverbeterlijk slechte mensen zullen er dus niet meer zijn, net als alle slechte regeringen, die vervangen zullen worden door Gods hemelse bestuur, zijn koninkrijk (Daniël 2:44).

Zal de aarde dus vergaan? Nee. De symbolische aarde — de slechte mensen — zal verdwijnen. De aarde zelf en de toekomstige maatschappij van mensen die God aanbidden zullen voor altijd bestaan (Spreuken 2:21, 22).