Doorgaan naar inhoud

Doorgaan naar inhoudsopgave

’Breng een lach op Jehovah’s gezicht’

’Breng een lach op Jehovah’s gezicht’

 131ste Gileadgraduatie

’Breng een lach op Jehovah’s gezicht’

OP 10 september 2011 kwamen familie, vrienden en anderen naar de graduatie van de 131ste klas van de Wachttoren-Bijbelschool Gilead. Aan het begin van de dag waren zowel de sprekers als de studenten gespannen. Maar aan het eind van het programma waren alle 9063 aanwezigen relaxed en vrolijk. Ze hadden genoten van de lezingen, demonstraties en interviews.

Stephen Lett, lid van het Besturende Lichaam van Jehovah’s Getuigen, was de voorzitter en hield de eerste lezing. Hij belichtte Bijbelteksten waarin over Jehovah wordt gesproken alsof hij letterlijke ogen, oren, handen en armen heeft.

Om te beginnen ging broeder Lett in op 2 Kronieken 16:9, waar over Jehovah wordt gezegd: „Zijn ogen gaan de gehele aarde rond om zijn sterkte te tonen ten behoeve van hen wier hart onverdeeld is jegens hem.” De studenten werden aangemoedigd om Jehovah van harte toegewijd te blijven. Broeder Lett zei dat ze God konden navolgen door naar het goede in mensen te zoeken. Daarna ging hij over op 1 Petrus 3:12, waar staat dat Jehovah met figuurlijke oren luistert naar de smeking van de rechtvaardigen. Hij drong er bij de studenten op aan de communicatie open te houden en niet te vergeten dat Jehovah hun gebeden echt graag wil horen.

Verder haalde de spreker Jesaja 41:13 aan, waar Jehovah belooft: „Ik, Jehovah uw God, grijp uw rechterhand vast, die tot u zegt: ’Wees niet bevreesd. Ikzelf wil u helpen.’” Broeder Lett zei warm: „Wat een ontroerende uitspraak van Jehovah! Hij steekt zijn hand uit om onze hand vast te pakken.” Daarna zei hij tegen de studenten dat ze zich altijd door Jehovah moeten laten helpen. Ze mogen zijn hulp nooit afslaan. Hij zei ook dat ze Jehovah konden navolgen door anderen een helpende hand te bieden.

Tot slot las broeder Lett Jesaja 40:11. Hij vroeg het publiek om zich een voorstelling te maken van de tedere gevoelens die uit deze tekst spreken. „Jehovah brengt ons met zijn armen bij elkaar”, zei hij. „Hij draagt ons aan zijn boezem.” Hoe moeten we daarop reageren? De studenten kregen de raad zo vriendelijk en zacht als een lammetje te blijven zodat Jehovah ze aan zijn boezem wil dragen.

„We hebben deze schat in aarden vaten”

David Splane van het Besturende Lichaam behandelde dat Bijbelse thema (2 Korinthiërs 4:7). Wat is die schat? Is het kennis of wijsheid? Hij legde uit: „De schat waar Paulus het over had is ’deze bediening’ waarmee we ’de waarheid openbaar maken’” (2 Korinthiërs 4:1, 2, 5). Broeder Splane wees de studenten erop dat de vijf maanden van studie een voorbereiding waren op een speciale taak in de dienst voor God. Die taak moest voor hen heel waardevol zijn.

De spreker legde uit dat met de „aarden vaten” ons lichaam bedoeld wordt. Hij stelde een aardewerken vat tegenover een gouden vat. Gouden vaten worden niet vaak gebruikt, maar aardewerken vaten zijn voor dagelijks gebruik. Als we iets kostbaars in een gouden vat zouden stoppen, krijgt het vat misschien evenveel aandacht als de schat die erin zit. „Jullie willen niet de aandacht op jezelf richten”, zei broeder Splane. „Als zendelingen  willen jullie mensen naar Jehovah leiden. Jullie zijn bescheiden aardewerken vaten.”

Broeder Splane ging verder op de vergelijking in en zei dat sommige aardewerken vaten in Bijbelse tijden hittebestendig waren, en sommige hadden een sterke glazuurlaag die voorkwam dat er stukjes afsprongen. Wat heeft dat met zendelingen te maken? Tijdens de eerste maanden in hun zendingstoewijzing zullen ze ongetwijfeld een sterke ’glazuurlaag’ krijgen. Ze zullen minder gevoelig worden voor kritiek en minder snel beledigd zijn. „Je zult ontdekken dat je sterker bent dan je denkt”, zei de spreker. Jehovah heeft deze schat, de bediening, niet aan engelen toevertrouwd maar aan aardewerken vaten. „Dat laat zien dat Jehovah vertrouwen in je heeft”, besloot hij.

„Je hebt met voetgangers gelopen. Kun je een wedloop aangaan met paarden?”

„Hoe lang en hoe snel kun je rennen?”, vroeg Samuel Herd van het Besturende Lichaam. Waarom vroeg hij de studenten dat? Hij vergeleek hun ervaringen met die van Jeremia. Die trouwe profeet had het zwaar door allerlei problemen. Maar het zou nog moeilijker worden. Daarom vroeg Jehovah: „Omdat gij met voetgangers hebt gelopen en zij u al plachten af te matten, hoe kunt gij dan een wedloop aangaan met paarden?” — Jeremia 12:5.

Broeder Herd paste dit op de studenten toe en zei: „Je hebt misschien door alle examens het gevoel dat je tegen paarden hebt gerend. Maar je hebt eigenlijk alleen nog maar met voetgangers gelopen. In je toewijzing zul je het tegen paarden opnemen. Je zult met grotere uitdagingen te maken krijgen dan je je nu kunt voorstellen. Zullen jullie dat aankunnen? De Gileadtraining heeft jullie erop voorbereid om tegen paarden te rennen en niet uitgeput te raken.” Hij moedigde de studenten aan om zich in geestelijk opzicht te blijven trainen: aan een goede routine van Bijbelstudie en gebed vast te houden.

Broeder Herd zei dat sommige zendelingen in de toekomst met ontmoediging of onverschilligheid te maken zullen krijgen. Andere zullen ziek worden of het gevoel hebben dat ze tekortschieten. Maar hij verzekerde de studenten ervan dat ze een krachtbron hebben die ze zal helpen het onder elke moeilijke situatie vol te houden en niet uitgeput te raken. „Of je nu tegen voetgangers of tegen paarden rent, vertrouw erop dat Gods machtige hand je over de finish kan duwen. Dan zullen jullie succesvolle zendelingen zijn tot eer van Jehovah.”

Andere hoofdpunten

„Beperk je niet tot weinig”. John Ekrann van het bijkantoorcomité van de VS besprak het verslag over de profeet Elisa en een weduwe van wie de zoons als slaven verkocht zouden worden (2 Koningen 4:1-7). De weduwe had alleen maar een kleine oliekruik in huis. Elisa gaf haar de opdracht kruiken bij haar buren te halen en zei erbij: „Beperk u niet tot weinige.” Via Elisa zorgde Jehovah er op een wonderbaarlijke manier voor dat alle kruiken met olie gevuld werden. Daarna verkocht de weduwe de olie, waarmee ze genoeg verdiende om haar schulden te betalen en haar gezin een tijd te onderhouden.

Wat konden de toekomstige zendelingen van dit verslag leren? Toen de weduwe de extra vaten verzamelde, zal ze niet kieskeurig geweest zijn. „Ze zal elk vat aangenomen hebben en dacht waarschijnlijk: hoe groter hoe beter.” Broeder Ekrann drukte de studenten op het hart elke taak te aanvaarden, groot of klein. „Je mag niet kieskeurig zijn.” Hij vertelde de studenten ook dat de hoeveelheid olie die de weduwe kreeg evenredig was aan hoeveel moeite ze deed om Elisa’s instructies op  te volgen. De les? Hoe ijveriger we zijn en hoe meer geloof we tonen, hoe meer zegeningen we krijgen. „Wees niet te makkelijk voor jezelf.”

Ze zijn brood voor ons”. William Samuelson, opziener van de afdeling Theocratische Scholen, besprak dit thema gebaseerd op Numeri 14:9. Hij belichtte het goede voorbeeld van Jozua en Kaleb. De uitdrukking „zij zijn brood voor ons” wil in dit geval zeggen dat de Kanaänieten makkelijk overwonnen konden worden en dat die ervaring Israël kracht zou geven. De les hier? „Zie problemen bij je toekomstige werkzaamheden als iets wat je kracht kan geven en je kan helpen vol te houden.”

„Zal hun geloof stevig verankerd zijn bij de stormen die komen?” Sam Roberson, een van de leraren, besprak de waarschuwing van Paulus dat sommigen „schipbreuk [hadden] geleden betreffende hun geloof” (1 Timotheüs 1:19). Hij gaf de studenten de raad bij anderen een geloof op te bouwen dat stevig verankerd is in Jehovah God. „Jullie werk is te vergelijken met dat van een smid.” Hoe dan? Voor het verankeren van een schip is een ketting nodig. Een smid smeedt de schakels van die ketting aan elkaar. Zo helpen zendelingen Bijbelstudenten om geestelijke eigenschappen te ontwikkelen die nodig zijn voor redding.

De spreker vergeleek de schakels van de ketting met de acht eigenschappen uit 2 Petrus 1:5-8. Hij zei dat als zendelingen hun Bijbelstudenten helpen te begrijpen hoe Jehovah die eigenschappen toont, ze een onverbrekelijke band met hem kunnen krijgen. Ze zullen elke storm van tegenstand die hun geloof misschien op de proef stelt, kunnen doorstaan.

Ervaringen en interviews

Michael Burnett, ook een van de leraren, vroeg de Gileadstudenten een paar van hun ervaringen in de prediking te vertellen en na te spelen. Het publiek vond het prachtig om te horen hoe de studenten hadden gepredikt in een winkelcentrum, op een vliegveld, huis aan huis en zelfs over de telefoon toen iemand het verkeerde nummer had gedraaid.

Michael Hansen van de Bethelfamilie van de VS interviewde daarna drie mannen met jaren ervaring als zendeling: Stephen McDowell in Panama, Mark Noumair in Kenia, en William Yasovsky in Paraguay. Wat ze zeiden liet het thema van dit onderdeel uitkomen: „Behagen scheppen in het doen van Jehovah’s wil” (Psalm 40:8). Mark Noumair vertelde hoe hij en zijn vrouw in hun zendingstoewijzing werden gezegend. De vriendschappen met de lokale Getuigen gaven hun veel voldoening. Het was ook geweldig te zien dat de Getuigen instructies opvolgden, dat ze grote veranderingen in hun leven aanbrachten en dat Jehovah hun inspanningen zegende. Hij verzekerde de studenten ervan dat de mooiste zegeningen nog moeten komen.

Nadat een van de studenten een brief had voorgelezen waaruit heel mooi hun waardering bleek, besloot broeder Lett het programma door ze aan te moedigen verstandige beslissingen te nemen. Dan zouden ze „een lach op Jehovah’s gezicht brengen”. Deze zendelingen zullen Jehovah zeker blij maken door hem trouw in hun toewijzing te dienen (Jesaja 65:19).

 [Tabel/Kaart op blz. 31]

STATISTIEK VAN DE KLAS

10 landen vertegenwoordigd

34,7 gemiddelde leeftijd

19,0 gemiddeld aantal jaren gedoopt

13,5 gemiddeld aantal jaren in de volletijddienst

[Kaart]

(Zie publicatie voor volledig gezette tekst)

De klas kreeg toewijzingen voor de onderstaande landen:

TOEWIJZINGEN VAN DE KLAS

BENIN

BRAZILIË

BULGARIJE

BURUNDI

CANADA

CENTRAAL-AFRIKAANSE REPUBLIEK

DUITSLAND

GHANA

HONGKONG

INDONESIË

KAMEROEN

KENIA

LIBERIA

LITOUWEN

MALEISIË

MOZAMBIQUE

NEPAL

PANAMA

PARAGUAY

SIERRA LEONE

SLOWAKIJE

VENEZUELA

VERENIGDE STATEN

ZUID-AFRIKA

[Illustratie op blz. 30]

Gileadstudenten spelen een van hun predikingservaringen na

[Illustratie op blz. 31]

131ste klas van de Wachttoren-Bijbelschool Gilead

De rijen zijn genummerd van voor naar achter en de namen staan per rij van links naar rechts vermeld.

(1) C. Lesch; N. Lesch; P. Shakarjian; T. Shakarjian; R. Budden; K. Budden; T. Nash; L. Nash.

(2) E. Tremblay; C. Tremblay; D. Garvey; G. Garvey; R. Gaunt; P. Gaunt; J. Lau; J. Lau.

(3) S. Davis; S. Davis; J. Sargeant; J. Sargeant; C. Fonseca; S. Fonseca; E. Thenard; A. Thenard.

(4) A. Petratyotin; R. Petratyotin; N. Reyes; N. Reyes; B. Eisiminger; S. Eisiminger; J. Hacker; C. Hacker.

(5) E. Hartman; T. Hartman; W. Goolia; K. Goolia; J. Thomas; E. Thomas; N. Okazaki; M. Okazaki.

(6) C. Mills; A. Mills; L. Benning; T. Benning; S. Sobiecki; T. Sobiecki; L. Gagnon; E. Gagnon.

(7) B. Hansen; M. Hansen; A. Fahie; M. Fahie; J. Dalgaard; J. Dalgaard; M. Andersson; R. Andersson.