Doorgaan naar inhoud

Doorgaan naar inhoudsopgave

Waar grenzen geen barrière zijn

Waar grenzen geen barrière zijn

 Waar grenzen geen barrière zijn

Jehovah’s Getuigen doen er moeite voor barrières tussen volken te overwinnen. Ze houden zich aan het principe dat Jezus zijn volgelingen leerde: „Gij [zijt] allen broeders” (Mattheüs 23:8). Dat wordt goed geïllustreerd door twee plaatsen van aanbidding van de Getuigen, één in Portugal en één in Spanje.

DE OMMUURDE stad Valença do Minho in het noorden van Portugal is in een gevaarlijke tijd gebouwd. Vanaf de muur is de rivier de Minho te zien, de grens met Spanje. Aan de overkant ligt de stad Tui, met een kathedraal die verdacht veel op een fort lijkt. De belangrijkste vestingwerken van Tui en Valença stammen uit de zeventiende eeuw, toen er oorlog was tussen Spanje en Portugal.

In 1995 verdwenen de grensposten en douanecontroles tussen deze twee landen van de Europese Unie. Maar om volken te verenigen is meer nodig dan het afschaffen van grenscontroles. Mensen moeten ook anders gaan denken. In Valença staat een mooi gebouwtje dat laat zien hoe barrières tussen volken overwonnen kunnen worden. Het is een plaats van aanbidding, een Koninkrijkszaal van Jehovah’s Getuigen, die door een Spaanse en een Portugese gemeente van de Getuigen gebruikt wordt.

Het begon allemaal in 2001, toen de Getuigen in Tui een andere Koninkrijkszaal nodig hadden. Ze moesten weg uit de zaal die ze huurden, en ze hadden niet genoeg geld om een nieuwe te bouwen. Een andere zaal huren was ook te duur, want het was maar een kleine gemeente. Dus vroegen deze Spaanse Getuigen hun Portugese geloofsgenoten in Valença of ze hun zaal mochten gebruiken, die maar een paar kilometer van het centrum van Tui vandaan lag.

„We bespraken de kwestie op een vergadering in december 2001”, vertelt Eduardo Vila van de Spaanse gemeente in Tui. „Toen ik van die vergadering kwam, besefte ik dat Jehovah het hart van onze Portugese broeders  had geraakt. Ze hadden grote offers gebracht om een mooie Koninkrijkszaal te bouwen, en het was geloofversterkend te zien dat ze bereid waren die met ons te delen.”

„We zeiden tegen de Spaanse broeders dat ze welkom waren in onze Koninkrijkszaal”, zegt Américo Almeida, een Portugese Getuige die ook bij die vergadering was. „We vertrouwden erop dat Jehovah deze regeling zou zegenen, en het was een unanieme beslissing.” De Getuigen uit beide landen kunnen goed met elkaar opschieten. „Het klinkt misschien raar, maar we merken niet eens dat we uit verschillende landen komen. We zijn gewoon geestelijke broers en zussen”, zegt Paolo uit Valença.

Een van de eerste dingen die bezoekers in de Koninkrijkszaal opvallen, zijn twee identieke klokken aan de achterwand, die allebei een andere tijd aangeven. In Spanje is het een uur later dan in Portugal, maar dat verschil in tijdzone is de enige ’wanklank’ in de zaal. Toen het gebouw gerenoveerd moest worden, had een Spaans regionaal bouwcomité de leiding over enthousiaste werkers uit de twee gemeenten. „Er kwamen veel vakmensen uit Spanje helpen, sommige van wel 160 kilometer ver weg”, vertelt Paolo. „Dit project heeft de band tussen onze gemeenten versterkt.”

Hier volgt nog een voorbeeld waaruit blijkt dat een grens geen barrière hoeft te zijn.

 Eenheid in een verdeeld dal

Puigcerdá is een Spaanse stad aan de grens met Frankrijk. De stad ligt midden in Cerdaña, een vruchtbaar dal omgeven door de imposante Pyreneeën. Ooit hoorde dit hele dal bij Spanje. Maar in 1659, met de Vrede van de Pyreneeën, stond Spanje de helft van het dal aan Frankrijk af.

Tegenwoordig winkelen veel Fransen in Puigcerdá, de belangrijkste stad in het dal. En sinds 1997 hebben Jehovah’s Getuigen in Puigcerdá ook de deuren van hun Koninkrijkszaal geopend voor hun Franse broeders en zusters. In dat jaar moesten de Franse Getuigen weg uit hun huurzaal. Het was een uur rijden naar de dichtstbijzijnde Koninkrijkszaal in Frankrijk, en in de winter was de hoge bergpas waar ze dan over zouden moeten vaak onbegaanbaar door zware sneeuwval.

Toen de Franse Getuigen uitlegden dat ze dringend een vergaderplaats nodig hadden, boden de Spaanse Getuigen meteen hun Koninkrijkszaal aan. „Alle Spaanse broeders en zusters waren enthousiast over het idee”, vertelt Prem, een plaatselijke Getuige. „Deze houding is natuurlijk het resultaat van de Bijbelse opleiding die we door de jaren heen hebben gehad. Een paar weken later gingen we onze Koninkrijkszaal samen gebruiken, en dat doen we nu al dertien jaar.”

„Puigcerdá was voor ons de ideale plek voor een Koninkrijkszaal”, zegt Eric, een ouderling in de Franse gemeente. „En ik weet nog goed hoe hartelijk de Spaanse gemeente ons verwelkomde. Ze hadden een grote bos bloemen neergezet en een bord met ’Welkom, lieve broeders en zusters’.”

„Toen onze Koninkrijkszaal in Frankrijk dichtging, dachten de mensen dat de gemeente verdwenen was”, vertelt Eric verder. „Maar we bleven prediken in het gebied, en we verspreidden uitnodigingen voor onze vergaderingen in Spanje. Daardoor kwamen ze er al gauw achter dat we er nog waren. Geïnteresseerden komen graag naar de zaal in Spanje. Sinds we dezelfde zaal gebruiken hebben we ook een hechtere band met onze Spaanse broeders en zusters gekregen. Vroeger wisten we wel dat er aan de andere kant van de grens een Spaanse gemeente was, maar we hadden niet veel contact. Nu we elkaar vaker zien, voelen we ons niet meer zo geïsoleerd in dit afgelegen dal.”

Hebben culturele barrières problemen veroorzaakt? „Toen we hoorden dat we over de grens, in Spanje, zouden gaan vergaderen,  maakte ik me wel wat zorgen”, bekent een Franse Getuige, een vrouw van in de tachtig. „Maar de broeders en zusters in Puigcerdá hebben ons zo hartelijk verwelkomd en waren zo aardig dat het helemaal geen probleem was. Het was juist een bewijs van de internationale eenheid van Jehovah’s volk.”

De grondslag voor een hechtere band

De oprichters van de Europese Unie verklaarden dat de lidstaten „vastberaden [waren] de grondslagen te leggen voor een steeds hechter verbond tussen de Europese volkeren”. Het sluiten van grensposten in de jaren tachtig en negentig was bedoeld om dit proces te versnellen. Maar er moeten ook barrières in het denken van mensen overwonnen worden.

Jehovah’s Getuigen doen hun best om vooroordeel en wantrouwen uit te bannen. Ze begrijpen dat diversiteit alleen maar verrijkend werkt en dat „God niet partijdig is” (Handelingen 10:34). Op hun internationale congressen en in hun Koninkrijkszalen zien ze de waarheid van de uitspraak: „Hoe goed en hoe aangenaam is het als broeders in eenheid te zamen wonen!” (Psalm 133:1) De band van eenheid die de Getuigen in Valença en Puigcerdá met hun broeders en zusters uit buurlanden hebben, is daar een levend bewijs van.

[Inzet op blz. 13]

„Het klinkt misschien raar, maar we merken niet eens dat we uit verschillende landen komen. We zijn gewoon geestelijke broers en zussen”

[Inzet op blz. 14]

„Dit project heeft de band tussen onze gemeenten versterkt”

[Inzet op blz. 15]

„Hoe goed en hoe aangenaam is het als broeders in eenheid te zamen wonen!” PSALM 133:1

[Illustratie op blz. 12, 13]

Uitzicht op Tui en de Minho vanuit de ommuurde stad Valença do Minho

[Illustratie op blz. 14]

De renovatie van de Koninkrijkszaal

[Illustratie op blz. 15]

De Pyreneeën en het Cerdaña-dal

[Illustratie op blz. 15]

Een Spaanse en een Franse ouderling uit de gemeenten die de Koninkrijkszaal in Puigcerdá gebruiken