Doorgaan naar inhoud

Doorgaan naar inhoudsopgave

Hij denkt eraan „dat wij stof zijn”

Hij denkt eraan „dat wij stof zijn”

 Nader dicht tot God

Hij denkt eraan „dat wij stof zijn”

„IK KON niet geloven dat Jehovah me alles zou vergeven, en ik dacht dat ik die last mijn hele leven met me mee zou dragen.” Dat schreef een christelijke vrouw over haar fouten uit het verleden. Een slecht geweten is echt een zware last. Maar de Bijbel biedt troost die de emotionele pijn van zondaars die berouw hebben, kan verlichten. Kijk maar eens wat David in Psalm 103:8-14 zegt.

David wist dat Jehovah vergevingsgezind is en niet „voor altijd aanmerkingen [zal] blijven maken” (vers 8-10). Als God een basis vindt om te vergeven, doet hij dat volledig en zonder terughoudendheid. David, een talentvolle dichter, gebruikt drie vergelijkingen om Gods grote vergevingsgezindheid te illustreren.

„Zoals de hemel hoger is dan de aarde, is zijn liefderijke goedheid superieur jegens hen die hem vrezen” (vers 11). Als we naar de sterrenhemel kijken, kunnen we de enorme afstand tussen de hemel en de aarde niet vatten. David wil ons doordringen van de omvang van Jehovah’s vergevingsgezindheid, een facet van zijn loyale liefde. Jehovah vergeeft alleen „hen die hem vrezen” — mensen die „nederig en oprecht eerbied hebben voor zijn gezag”, zegt een Bijbelgeleerde.

„Zover als de zonsopgang verwijderd is van de zonsondergang, zover heeft hij onze overtredingen van ons verwijderd” (vers 12). Andere vertalingen zeggen „zo ver als het oosten is van het westen”. Hoe ver is dat? Zo ver als maar mogelijk is. Een Bijbels naslagwerk zegt: „Vlieg zover de vleugels der verbeelding u kunnen dragen, en als u door de onbegrensde ruimte naar het Oosten gaat, zult u met elke vleugelslag verder verwijderd zijn van het Westen.” David vertelt ons hier dat wanneer God onze zonden vergeeft, hij ze zo ver van ons verwijdert als we ons maar kunnen voorstellen.

„Zoals een vader barmhartigheid toont jegens zijn zonen, heeft Jehovah barmhartigheid getoond jegens hen die hem vrezen” (vers 13). David, zelf een vader, wist wat een liefdevolle vader voelt. Zo’n vader heeft medegevoel met zijn kinderen, vooral als ze het moeilijk hebben. David verzekert ons dat onze liefdevolle Vader in de hemel zijn kinderen graag vergeeft, vooral als hun berouwvolle hart „gebroken en verbrijzeld” is door hun zonden (Psalm 51:17).

Na deze drie vergelijkingen laat David zien waarom Jehovah onvolmaakte mensen graag wil vergeven: „Hijzelf weet zeer goed hoe wij zijn gevormd, gedachtig dat wij stof zijn” (vers 14). Jehovah weet dat we van stof gemaakt zijn en zwakheden en beperkingen hebben. Hij houdt rekening met onze zondige aard en is vergevingsgezind zolang we oprecht berouw hebben (Psalm 86:5).

Wordt u geraakt door wat David over Jehovah’s vergevingsgezindheid zegt? De vrouw die in het begin werd aangehaald, maakte een studie van wat de Bijbel over dat onderwerp leert en ze zei: „Ik begin te merken dat ik echt een hechtere band met Jehovah kan krijgen, en er is een last van mijn schouders gevallen.” * Zou u ook niet meer willen weten over Gods vergevingsgezindheid en hoe u daar voordeel van kunt hebben? Misschien valt er dan ook bij u een last van uw schouders.

Bijbelleesgedeelte voor augustus:

Psalm 87-118

[Voetnoot]

^ ¶7 Zie hfst. 26, „Een God die ’vergevensgezind’ is”, van het boek Nader dicht tot Jehovah, uitgegeven door Jehovah’s Getuigen.

[Inzet op blz. 13]

„Ik begin te merken dat ik echt een hechtere band met Jehovah kan krijgen, en er is een last van mijn schouders gevallen”