Doorgaan naar inhoud

Doorgaan naar inhoudsopgave

Heeft God een organisatie?

Heeft God een organisatie?

 Heeft God een organisatie?

OVERAL in Gods schepping is orde te zien. Een ’eenvoudige’ gistcel bijvoorbeeld is ongelofelijk goed georganiseerd. Er zitten ongeveer evenveel onderdelen in als in een Boeing 777. Toch hebben alle deeltjes een vaste plek en passen ze allemaal in een bolletje met een doorsnede van 5 micron *. Maar in tegenstelling tot een jumbojet kan een gistcel zich vermeerderen. Wat een wonder van orde en organisatie! — 1 Korinthiërs 14:33.

Niet alleen in de stoffelijke schepping zijn bewijzen van organisatie te zien. Uit de Bijbel blijkt dat ook de engelen heel goed georganiseerd zijn, in harmonie met wat de Schepper zich heeft voorgenomen. De profeet Daniël zag in een visioen een grote menigte engelen in Gods hemelse gerechtshof: „Er waren duizend duizenden die hem bleven dienen, en tienduizend maal tienduizend die vlak voor hem bleven staan” (Daniël 7:9, 10). Denkt u zich eens in wat een organisatie er nodig is om ervoor te zorgen dat meer dan honderd miljoen engelen Gods bevelen opvolgen om zijn aanbidders hier op aarde te helpen! — Psalm 91:11.

Hoewel de Schepper, Jehovah God, de allerbeste Organisator is, legt hij geen starre regels op. Hij is een vriendelijke, gelukkige God, die bezorgd is om het welzijn van heel zijn schepping (1 Timotheüs 1:11; 1 Petrus 5:7). Dat blijkt uit de manier waarop hij met het oude Israël en met de eerste-eeuwse christenen omging.

Het oude Israël was goed georganiseerd

Mozes kreeg van Jehovah God de opdracht om de Israëlieten te organiseren voor de ware aanbidding. Neem bijvoorbeeld het opslaan van een kamp tijdens hun verblijf in de Sinaïwoestijn. Het zou zeker een chaos zijn geworden als elk gezin zomaar ergens zijn tent mocht opzetten. Jehovah schreef precies voor waar elke stam zijn tenten moest opslaan (Numeri 2:1-34). In de wet van Mozes stonden ook specifieke voorschriften in verband met gezondheid en hygiëne, bijvoorbeeld het wegdoen van uitwerpselen (Deuteronomium 23:12, 13).

Toen de Israëlieten in het beloofde land kwamen, waren ze in veel opzichten een goed georganiseerd volk. Ze waren in twaalf stammen verdeeld, en elke stam kreeg zijn eigen stuk land. De Wet die Jehovah via Mozes had gegeven, raakte elk aspect van het leven: aanbidding, huwelijk, gezin, onderwijs, zaken, voedsel, landbouw, de zorg voor dieren, enzovoorts. * Sommige wetten waren specifiek en gedetailleerd, maar ze waren allemaal een uiting van Jehovah’s zorg voor zijn volk en droegen bij tot hun geluk. Als de Israëlieten deze liefdevolle voorschriften opvolgden, zouden ze bij Jehovah een speciale plaats innemen (Psalm 147:19, 20).

Hoewel Mozes een talentvol leider was, hing zijn succes niet af van zijn kwaliteiten als leider maar van zijn trouw aan Gods richtlijnen. Hoe bepaalde Mozes bijvoorbeeld welke route hij door de woestijn zou nemen? Jehovah  wees de weg: overdag door een wolkkolom en ’s nachts door een vuurzuil (Exodus 13:21, 22). God gebruikte mensen, maar hij leidde en organiseerde zijn volk zelf. Dat was ook zo in de eerste eeuw.

De eerste christenen waren goed georganiseerd

Als gevolg van de ijverige prediking van de apostelen en discipelen werden er in de eerste eeuw in veel delen van Azië en Europa gemeenten opgericht. Hoewel die overal verspreid lagen, waren het geen geïsoleerde, op zichzelf staande groepen. Ze waren goed georganiseerd en stonden onder het liefdevolle opzicht van de apostelen. Titus werd bijvoorbeeld door de apostel Paulus aan Kreta toegewezen om „de resterende zaken te regelen” (Titus 1:5, Groot Nieuws Bijbel). En Paulus schreef aan de gemeente in Korinthe dat sommige broeders „bekwaamheden om leiding te geven” of „bestuurlijke gaven” hadden (1 Korinthiërs 12:28; Herziene Statenvertaling). Maar aan wie was die orde te danken? Paulus zei dat God de gemeente had samengesteld (1 Korinthiërs 12:24).

De opzieners in de christelijke gemeente speelden niet de baas over hun geloofsgenoten. Ze waren „medewerkers” die de leiding van Gods geest volgden, en er werd van hen verwacht dat ze „voorbeelden voor de kudde” waren (2 Korinthiërs 1:24; 1 Petrus 5:2, 3). De uit de dood opgewekte Jezus Christus, en niet een mens of een groep onvolmaakte mannen, is „het hoofd van de gemeente” (Efeziërs 5:23).

Toen de gemeente in Korinthe bepaalde dingen totaal anders ging doen dan andere gemeenten, schreef Paulus: „Wat? Is het woord van God soms van u uitgegaan, of heeft het soms alleen u bereikt?” (1 Korinthiërs 14:36) Met deze vraag wilde hij hun manier van denken veranderen en hen helpen begrijpen dat ze niet hun eigen gang mochten gaan. Als de gemeenten de leiding van de apostelen volgden, groeiden ze en maakten ze vorderingen (Handelingen 16:4, 5).

Een bewijs van Gods liefde

Hoe is het in deze tijd? Sommigen willen zich misschien liever niet bij een religieuze organisatie aansluiten. Maar de Bijbel laat zien dat God altijd zijn organisatie heeft gebruikt om te doen wat hij zich heeft voorgenomen. Hij organiseerde zijn aanbidders in het oude Israël, en hij organiseerde de eerste christenen in hun aanbidding.

Is het daarom niet logisch te concluderen dat Jehovah God zijn aanbidders nu nog steeds leidt? Dat hij zijn aanbidders organiseert en verenigt is een bewijs van zijn liefdevolle zorg. In deze tijd gebruikt Jehovah zijn organisatie om zijn voornemen met de mens te realiseren. Waaraan is zijn organisatie te herkennen? Hier volgen een paar criteria.

Ware christenen zijn georganiseerd om een werk te doen (Mattheüs 24:14; 1 Timotheüs 2:3, 4). Jezus gaf zijn volgelingen de opdracht het goede nieuws van het Koninkrijk te prediken in alle landen. Dat is zonder een internationale organisatie onmogelijk. Ter vergelijking: het is niet moeilijk in je eentje één persoon te eten geven, maar als er duizenden of zelfs miljoenen gevoed moeten worden, is er een goed georganiseerde groep mensen nodig en moet hun werk gecoördineerd worden. Ware christenen werken bij het vervullen van hun opdracht „schouder aan schouder” of „eensgezind” (Zefanja 3:9; GNB). Zou een werk dat zich uitstrekt over alle landen, talen en rassen gedaan kunnen worden zonder een verenigde, harmonieuze organisatie? Het antwoord is duidelijk.

Ware christenen zijn georganiseerd om elkaar te helpen en te bemoedigen. Een bergbeklimmer die alleen is, kan zelf bepalen welke route hij neemt en hoeft niet op minder ervaren klimmers te letten. Maar als hij een ongeluk krijgt of door iets anders in de problemen raakt, is hij in groot gevaar omdat er niemand  is om hem te helpen. Het is dus heel onverstandig dingen per se alleen te willen doen (Spreuken 18:1). Om Jezus’ opdracht te kunnen uitvoeren, moeten christenen elkaar helpen en steunen (Mattheüs 28:19, 20). De christelijke gemeente geeft iedereen de Bijbelse raad, opleiding en aanmoediging die onmisbaar is om door te kunnen gaan en het niet op te geven. Als er geen vergaderingen voor opleiding en aanbidding waren georganiseerd, waar zou iemand dan meer te weten kunnen komen over wat Jehovah van ons vraagt? — Hebreeën 10:24, 25.

Ware christenen zijn georganiseerd om God in eenheid te dienen. Als Jezus’ schapen naar zijn stem luisteren, worden ze „één kudde” onder zijn leiding (Johannes 10:16). Ze zijn niet verspreid over onafhankelijke kerken en groepen, en ook hebben ze geen onenigheid over leerstellige punten. Ze spreken allemaal „in overeenstemming met elkaar” (1 Korinthiërs 1:10). Er is orde nodig om God in eenheid te kunnen dienen, en orde vraagt om organisatie. Alleen een verenigde broederschap kan Gods zegen hebben (Psalm 133:1, 3).

Oprechte liefde voor God en voor de Bijbelse waarheid heeft miljoenen mensen naar een organisatie gebracht die aan deze en andere Bijbelse criteria voldoet. Jehovah’s Getuigen proberen als georganiseerde en verenigde groep over de hele wereld Gods wil te doen. Ze krijgen van God de verzekering: „Ik zal onder hen verblijven en onder hen wandelen, en ik zal hun God zijn en zij zullen mijn volk zijn” (2 Korinthiërs 6:16). Dat kunt ook u ervaren als u Jehovah God samen met zijn organisatie aanbidt.

[Voetnoten]

^ ¶2 Een micron, of micrometer, is een duizendste millimeter.

^ ¶7 Zie Inzicht in de Schrift, Deel 2, blz. 1258-1264, uitgegeven door Jehovah’s Getuigen.

[Illustratie op blz. 13]

Het kamp van de Israëlieten was goed georganiseerd

[Illustraties op blz. 14, 15]

Het internationale predikingswerk vraagt om organisatie

Huis-aan-huisprediking

Noodhulp

Grote bijeenkomsten

Bouw van vergaderplaatsen