Doorgaan naar inhoud

Doorgaan naar inhoudsopgave

Zij zijn niet meer bang voor het einde

Zij zijn niet meer bang voor het einde

 Zij zijn niet meer bang voor het einde

EIND jaren zeventig raakten Gary en Karen ervan overtuigd dat het einde van de wereld nabij was. Daarom verhuisden ze van de stad naar het platteland en besloten helemaal zelfvoorzienend te gaan leven. Ze wilden het einde overleven.

Om de benodigde vaardigheden te leren, kochten ze boeken, volgden cursussen en seminars en spraken met zo veel mogelijk mensen. Ze plantten een groentetuin en vijftig minifruitbomen. Ze legden een voorraad zaden en gereedschappen aan. Ze leerden voedsel verbouwen en inmaken. Van een vriendin leerden ze slachten en vlees conserveren. Karen leerde planten en wortels determineren in het bos, zodat ze die konden eten als de voorraden uitgeput raakten. Gary leerde brandstof maken uit mais, een houtgestookt fornuis te fabriceren van metaal en een zelfvoorzienende woning te bouwen.

„Wegens de verschrikkelijke wereldtoestanden in die tijd”, zegt Karen, „dacht ik dat er gauw een eind zou komen aan de beschaving.” Gary vertelt: „Net als andere jonge mensen zat ik in actiegroepen tegen racisme, de Vietnamoorlog en corruptie. Maar ik raakte al snel teleurgesteld. Ik had het idee dat de mensheid op zelfvernietiging afkoerste.”

„Op een avond”, zegt Gary, „had ik even niets te doen, en daarom pakte ik een bijbel en las Mattheüs tot  en met Openbaring. In de loop van de volgende vier avonden las ik dat stuk opnieuw. De ochtend daarna zei ik tegen Karen: ’We leven in de laatste dagen. God gaat binnenkort de aarde schoonmaken. We moeten de mensen vinden die dat zullen overleven.’” Gary en Karen gingen van de ene religie naar de andere, op zoek naar de mensen die zich op het einde wilden voorbereiden.

Het duurde niet lang of er kwam een Getuige van Jehovah bij hen aan de deur, en ze begonnen met Bijbelstudie. „Ik vond het geweldig,” vertelt Karen, „want de Bijbel werd echt uitgelegd. Ik was op zoek naar de waarheid over de tijd van het einde, en nu had ik die eindelijk gevonden. Er was een echte hoop voor de toekomst. Maar wat ik nog fijner vond: ik begon een vriendschap te ontwikkelen met mijn hemelse Vader, de Schepper en God van het universum.”

Gary zegt: „Mijn leven kreeg echt zin. Toen ik eenmaal met een studie van de Bijbel begonnen was, kon ik er geen genoeg van krijgen. Ik las Bijbelprofetieën, onderzocht de bewijzen dat ze in vervulling gingen en raakte ervan overtuigd dat God binnenkort tot actie zal overgaan. Ik dacht: de mensen moeten zich niet op een ramp voorbereiden, maar op het leven dat God ons wil geven.” Gary en Karen kregen een positieve kijk op de toekomst. In plaats van zich zorgen te maken over het einde van de wereld, kregen ze het vaste vertrouwen dat God de problemen van de mensheid zal wegnemen en de aarde weer in een paradijs zal veranderen.

Wat doen Gary en Karen nu, ruim 25 jaar later? Karen zegt: „Ik blijf mijn liefde voor Jehovah God en mijn geloof in hem versterken, en ik probeer anderen te helpen hetzelfde te doen. Gary en ik steunen elkaar terwijl we ons gezin hecht en sterk houden in de aanbidding van God. We proberen een gestructureerd en eenvoudig leven te leiden zodat we ons kunnen concentreren op anderen en hun behoeften.”

Gary voegt eraan toe: „Ik bid geregeld om de komst van Gods koninkrijk, dat miljoenen mensen verlichting zal schenken. Steeds als ik met anderen over het goede nieuws van Gods koninkrijk praat, bid ik of ik op zijn minst één persoon enige hoop uit de Bijbel mag geven. Al meer dan 25 jaar heeft Jehovah dat gebed welwillend verhoord. Karen en ik geloven dat Jehovah binnenkort grote veranderingen op aarde teweeg gaat brengen, maar we zijn niet meer bang voor het einde” (Mattheüs 6:9, 10; 2 Petrus 3:11, 12).

[Illustratie op blz. 9]

Gary en Karen helpen nu graag anderen om hoop te putten uit de boodschap van de Bijbel