Doorgaan naar inhoud

Doorgaan naar inhoudsopgave

Zendelingen uitgezonden om ’discipelen te maken’

Zendelingen uitgezonden om ’discipelen te maken’

 128ste Gileadgraduatie

Zendelingen uitgezonden om ’discipelen te maken’

„WILDEN alle naties het goede nieuws kunnen horen, dan zouden sommige christenen bereid moeten zijn hun familie en hun huis te verlaten om het goede nieuws in een vreemd land te prediken.” Met die woorden zette David Splane van het Besturende Lichaam van Jehovah’s Getuigen de toon voor een opwindend geestelijk gebeuren.

Op 13 maart 2010 kwamen bijna achtduizend personen bijeen voor de graduatie van de 128ste klas van de Wachttoren-Bijbelschool Gilead. Het programma werd bijgewoond door vrienden, familieleden en gasten uit 27 landen.

De discipelen konden niet gewoon thuisblijven”

Als voorzitter opende broeder Splane het programma met een bespreking van Jezus’ gebod: „Gaat daarom en maakt discipelen van mensen uit alle natiën” (Mattheüs 28:19, 20). Hij benadrukte dat Jezus zijn discipelen naar de mensen stuurde. Het is waar dat er met Pinksteren 33 G.T. personen uit Mesopotamië, Noord-Afrika en vele delen van het Romeinse Rijk naar Jeruzalem waren gekomen en het goede nieuws hoorden, maar „de discipelen konden niet gewoon thuisblijven en wachten tot mensen uit alle naties naar hen toe kwamen”, zei de spreker. „Ze moesten naar de verst verwijderde streek van de aarde gaan om de mensen te zoeken” (Handelingen 1:8).

„Jezus zei niet alleen tegen zijn discipelen wát ze moesten doen”, zei broeder Splane. „Hij leerde hun ook hoe ze het moesten doen. Hij vertelde hun niet alleen dat ze moesten bidden; hij leerde hun ook hoe te bidden. Hij gaf hun niet alleen de opdracht te prediken; hij liet hun ook zien hoe ze moesten prediken. Hij zei hun niet alleen goede onderwijzers te zijn; hij demonstreerde ook goede, doeltreffende onderwijsmethoden.”

De voorzitter richtte zich tot de ouders van de afgestudeerde studenten en citeerde daarbij de verzekering die Jezus aan zijn discipelen gaf: „Ziet! ik ben met u alle dagen tot het besluit van het samenstel van dingen” (Mattheüs 28:20). Broeder Splane verzekerde de toehoorders dat Jezus voor de studenten zou blijven zorgen in hun buitenlandse toewijzingen.

Ga maar flink roemen”

Anthony Morris van het Besturende Lichaam moedigde de klas aan ’flink te gaan roemen’. Hij zei dat we op een gepaste en op een ongepaste manier kunnen roemen. Bij ongepast roemen zijn we onszelf aan het verheerlijken. Gepast roemen wordt in 1 Korinthiërs 1:31 beschreven: „Wie roemt, roeme in Jehovah.” Broeder Morris zei: „Dat is iets om trots op te zijn: dat je inzicht hebt en kennis van Jehovah God. In feite is je grootste voorrecht — en ook het mijne — dat je die heilige naam draagt, dat je een van Jehovah’s Getuigen bent” (Jeremia 9:24).

Vervolgens beklemtoonde de spreker hoe belangrijk het is Jehovah’s naam bekend te maken door de ervaring te vertellen van een zendeling in Afrika. De zendeling was samen met zijn vrouw op reis om een Bijbellezing te houden. Bij een controlepost richtte een jonge soldaat een geweer op de broeder en vroeg wie hij was. Zijn vrouw, denkend aan wat ze op Gilead geleerd had, boog zich naar hem over en fluisterde: „Zeg tegen ’m dat je een van Jehovah’s Getuigen bent en op weg bent om een Bijbellezing te houden.” Hij volgde haar raad op en ze werden doorgelaten. De  dag daarop hoorde het echtpaar op de radio dat de president zijn soldaten had gezegd uit te kijken naar moordenaars die zich zendelingen noemden! Door zich te identificeren als Jehovah’s Getuigen in plaats van te zeggen dat ze zendelingen waren, bleef het echtpaar veel narigheid bespaard. Broeder Morris besloot zijn lezing met de woorden: „Als jullie in je toewijzing aankomen, ga dan flink roemen. Roem in alles wat Jehovah tot stand gaat brengen terwijl hij je gebruikt tot zijn eeuwige heerlijkheid.”

„Zul je je missie volbrengen?”

Geoffrey Jackson, een lid van het Besturende Lichaam en ex-zendeling, hielp de afgestudeerde studenten bij de bovenstaande vraag stil te staan. Als Jehovah’s Getuigen is het onze missie het goede nieuws te prediken en anderen op geestelijk gebied te helpen. We doen dat werk in navolging van Jezus Christus, die altijd zijn missie op aarde duidelijk voor ogen hield. Tegen de Romeinse stadhouder Pontius Pilatus zei Jezus: „Hiertoe ben ik in de wereld gekomen, om getuigenis af te leggen van de waarheid” (Johannes 18:37).

De spreker liet de klas vervolgens stilstaan bij het Bijbelverslag over de strijd om Jericho. Zes dagen achtereen stonden de Israëlitische krijgers ’s morgens vroeg op, bewapenden zich en marcheerden om Jericho heen, waarna ze huiswaarts keerden. „Menselijk gezien”, zei de spreker, „leek hun missie onzinnig en vreemd.” Misschien hebben sommige soldaten gedacht: ’Wat een tijdverspilling.’ Maar op de zevende dag kregen de Israëlieten de opdracht zevenmaal om de stad heen te trekken, waarna ze een luide strijdkreet moesten aanheffen. Het resultaat? De muren van Jericho stortten in! — Jozua 6:13-15, 20.

Aan het verslag over Jericho ontleende broeder Jackson vier lessen. (1) Waar het op aankomt, is onze gehoorzaamheid. We moeten de dingen op Jehovah’s manier doen, niet denken dat onze manier beter is. (2) Geloof en vertrouwen in Jehovah zijn van levensbelang. „Door geloof stortten de muren van Jericho in”, niet door het gebruik van stormrammen (Hebreeën 11:30). (3) We moeten geduld hebben. Na verloop van tijd zal Jehovah’s zegen „u bereiken” (Deuteronomium 28:2). (4) Geef het niet op. Vergeet nooit wat je missie is. Broeder Jackson vatte zijn bespreking samen met de woorden: „Als jullie die punten in gedachte houden, zullen jullie je missie beslist volbrengen, tot Jehovah’s lof en heerlijkheid.”

Andere hoogtepunten van het programma

Heb de Bijbel en de Auteur ervan lief.” Dat was het thema dat Maxwell Lloyd, een lid van het bijkantoorcomité van de Verenigde Staten, uitwerkte. Hij vertelde de klas: „De Bijbel moet een levend boek voor jullie zijn.” Daarop gaf hij hun de volgende aanmoediging: Laat nooit toe dat je liefde voor Jehovah God gaat sluimeren. Ga er niet van uit dat iedereen begrijpt wat je onderwijst. Leer Bijbelse waarheden te vereenvoudigen zodat de stof het hart van je studenten bereikt. Wees nederig. Wek niet de indruk dat je uitblinkt in kennis. Onderwijs door je voorbeeld. Zorg dat je studenten een intense liefde voor de Bijbel bij je constateren.

„Let goed op de raven.” Die lezing werd gehouden door Michael Burnett, Gileadleraar en ex-zendeling. Hij zei dat we ons soms zorgen zullen maken. Maar houd Jezus’ raad in gedachte: „Let eens goed op de raven: ze zaaien niet en ze oogsten niet, (...) en toch voedt God ze” (Lukas 12:24). Volgens het Wetsverbond waren raven onrein, niet geschikt voor consumptie. Ze moesten als iets weerzinwekkends worden beschouwd (Leviticus 11:13, 15). Ondanks hun status voedde God ze. „Mocht je dus in de toekomst met grote zorgen te maken krijgen,” aldus broeder Burnett, „denk dan aan de raven. Als God zorgde voor een vogel die als onrein en weerzinwekkend werd beschouwd, hoeveel te meer zal hij dan zorgen voor jullie, die rein zijn in zijn ogen.”

 „Ik doe u geen onrecht.” Mark Noumair, een andere Gileadleraar, nam met de aanwezigen Jezus’ illustratie over de werkers in de wijngaard door. Sommige werkers zwoegden de hele dag. Andere werkten maar een uur. Toch ontvingen ze allemaal hetzelfde loon! Onder degenen die langer hadden gewerkt, brak gemurmureer uit, waarop de meester van de wijngaard tegen de klagers zei: „Ik doe u geen onrecht. Zijt gij niet met mij overeengekomen voor een denarius? Neem het uwe en ga heen” (Mattheüs 20:13, 14). De les? Vergelijk je niet met anderen. „Negatieve vergelijkingen zullen je alleen maar van je vreugde beroven”, zei broeder Noumair. „Erger nog, ze zouden kunnen maken dat je je toewijzing verlaat en een kostbaar dienstvoorrecht opgeeft.” De spreker herinnerde de klas eraan dat Jezus de leiding heeft over de geestelijke oogst in onze tijd en dat hij zijn volgelingen kan behandelen zoals hij wil. Als Jehovah en Jezus besluiten iets extra’s voor anderen te doen, doen ze jou geen onrecht. Concentreer je op wat je hebt en laat nooit toe dat het „loon” van anderen je van het werk afbrengt dat Jehovah jou te doen heeft gegeven.

Ervaringen en interviews

Als de Gileadstudenten geen les hebben of niet met hun huiswerk bezig zijn, nemen ze samen met plaatselijke gemeenten van Jehovah’s Getuigen deel aan de prediking. Sam Roberson, een van de Gileadleraren, interviewde een aantal studenten over hun ervaringen. Zuster Alessandra Kirchler bijvoorbeeld ontmoette een vrouw die zich grote zorgen maakte over het rookgedrag van haar zoon. Alessandra bezocht haar later opnieuw met een Ontwaakt!-artikel over het onderwerp. Er was niemand thuis maar ze liet het artikel in elk geval achter. Uiteindelijk trof Alessandra de vrouw thuis en werd ze binnengenodigd. De dame waardeerde het artikel en zei: „Ik vraag me vaak af wat God me probeert bij te brengen met alle beproevingen die hij me bezorgt.” Alessandra maakte haar aan de hand van de Bijbel duidelijk dat de oorzaak van de nare dingen die ons overkomen niet bij God ligt (Jakobus 1:13). Nu hebben de vrouw en haar zoon allebei Bijbelstudie.

Melvin Jones van de Dienstafdeling interviewde drie voormalige Gileadstudenten: Jon Sommerud, die in Albanië dient; Mark Anderson, die in Kenia dient; en James Hinderer, die op de afdeling Theocratische Scholen werkt. Ze waren het er alle drie mee eens dat Gilead de studenten niet alleen fundamentele Bijbelse waarheden leert maar hun ook leert hoe ze die waarheden moeten toepassen, ongeacht wie de studenten zijn of waar ze dienen.

Een van de studenten las vervolgens een ontroerende bedankbrief van de klas voor. John Barr, die met zijn 96 jaar het oudste lid van het Besturende Lichaam is, besloot het programma met een gebed waarin hij Jehovah vroeg het werk van de 128ste klas van Gilead te zegenen.

 [Tabel/Kaart op blz. 31]

STATISTIEK VAN DE KLAS

landen vertegenwoordigd

54 studenten

27 echtparen

35,2 gemiddelde leeftijd

19,1 gemiddeld aantal jaren gedoopt

13,8 gemiddeld aantal jaren in de volletijddienst

[Kaart]

(Zie publicatie voor volledig gezette tekst)

De klas kreeg toewijzingen voor de onderstaande 25 landen:

ZENDINGSTOEWIJZINGEN

HONDURAS

GUATEMALA

NICARAGUA

DOMINICAANSE REPUBLIEK

ARUBA

GUYANA

ECUADOR

BOLIVIA

PARAGUAY

LETLAND

ROEMENIË

KOSOVO

SERVIË

ALBANIË

GUINEE

LIBERIA

IVOORKUST

GHANA

NAMIBIË

RWANDA

MADAGASKAR

MONGOLIË

TAIWAN

CAMBODJA

INDONESIË

(TOEWIJZING ONDER HET AUSTRALISCHE BIJKANTOOR)

[Illustratie op blz. 30]

Gileadstudenten spelen een van hun ervaringen in de prediking na

[Illustratie op blz. 31]

128ste klas van de Wachttoren-Bijbelschool Gilead

De rijen zijn genummerd van voor naar achter en de namen staan per rij van links naar rechts vermeld.

(1) E. Keller; I. Ostopowich; S. Jacobsen; M. Arias; Y. Dieckmann; J. Tanaka; K. Harada

(2) L. Camacho; A. Kirchler; S. Rodríguez; B. Ward; K. Trenalone.; V. Victoria; F. Oxley; K. Nguyen

(3) O. Oxley; A. De Dios; C. Lindström; J. Allen; T. Meads; J. Waddington; E. Victoria

(4) H. Harada; A. Lindström; E. Orsini; D. Logue; T. Missud; S. Bergeron; G. Camacho; T. Ward

(5) W. Kirchler; H. Nguyen; E. Kremer; C. Burgaud; N. Titmas; C. De Dios; A. Rodríguez; M. Waddington

(6) J. Dieckmann; C. Allen; R. Titmas; J. Arias; E. Bergeron; J. Keller; F. Ostopowich; F. Burgaud

(7) K. Tanaka; J. Kremer; R. Jacobsen; J. Trenalone; J. Logue; D. Meads; D. Missud; A. Orsini