Doorgaan naar inhoud

Doorgaan naar inhoudsopgave

Wist u dit?

Wist u dit?

 Wist u dit?

Wat had de apostel Paulus in gedachten toen hij het over „een triomftocht” had?

Paulus schreef: ’God voert ons in een triomftocht mee in gezelschap van de Christus en maakt de geur van de kennis van hem door bemiddeling van ons in elke plaats waarneembaar! Want voor God zijn wij een welriekende geur van Christus onder hen die gered worden en onder hen die vergaan; voor de laatsten een geur uitgaande van dood tot dood, voor de eersten een geur uitgaande van leven tot leven’ (2 Korinthiërs 2:14-16).

De apostel doelde op het Romeinse gebruik om een feestelijke optocht te houden ter ere van een veldheer die een overwinning op vijanden van de staat had behaald. Bij zulke gelegenheden werden de oorlogsbuit en de krijgsgevangenen als een schouwspel meegevoerd, samen met stieren die geofferd zouden worden, terwijl de zegevierende veldheer en zijn leger door het publiek werden toegejuicht. Aan het eind van de optocht werden de stieren geofferd en werden veel van de gevangenen waarschijnlijk omgebracht.

De metafoor de „welriekende geur van Christus” die voor sommigen leven en voor anderen de dood betekende, is „waarschijnlijk ontleend aan het Romeinse gebruik om wierook te branden langs de weg die de optocht aflegde”, vermeldt The International Standard Bible Encyclopedia. „De geur die voor de overwinnaars triomf beduidde, kon de gevangenen alleen maar doen denken aan de terechtstelling die hun waarschijnlijk wachtte.” *

Wat waren de „hoge plaatsen” die zo vaak in de Hebreeuwse Geschriften genoemd worden?

Toen de Israëlieten op het punt stonden het beloofde land binnen te gaan, gebood Jehovah hun alle plaatsen van aanbidding van de Kanaänieten die er woonden te vernietigen. „Gij moet (...) al hun stenen figuren vernietigen, en al hun beelden van gegoten metaal dient gij te vernietigen, en al hun heilige hoge plaatsen dient gij te verwoesten”, luidde Gods bevel (Numeri 33:52). Die centra van valse aanbidding kunnen plekken in de open lucht op heuveltoppen geweest zijn of kunstmatige verhogingen op andere plaatsen, onder bomen of in steden bijvoorbeeld (1 Koningen 14:23; 2 Koningen 17:29; Ezechiël 6:3). Er konden zich altaren, heilige zuilen of palen, beelden, reukwerktafels en andere religieuze attributen bevinden.

Vóór de bouw van de tempel in Jeruzalem aanbaden de Israëlieten Jehovah op goedgekeurde plekken die in de Bijbel hoge plaatsen worden genoemd. Gods profeet Samuël bracht offers op „de hoge plaats” in een niet bij naam genoemde stad in het land Zuf (1 Samuël 9:11-14). Maar toen de tempel eenmaal gebouwd was, probeerden verscheidene koningen die trouw waren aan Jehovah het land van zijn „hoge plaatsen” te ontdoen (2 Koningen 21:3; 23:5-8, 15-20; 2 Kronieken 17:1, 6).

[Voetnoot]

^ ¶5 Zie voor een uitleg van de geestelijke betekenis achter Paulus’ illustratie De Wachttoren van 15 november 1990, blz. 27.

[Illustratie op blz. 23]

Reliëf van een Romeinse triomftocht (2de eeuw G.T.)

[Verantwoording]

Photograph taken by courtesy of the British Museum

[Illustratie op blz. 23]

Overblijfselen van heilige zuilen in Gezer