Doorgaan naar inhoud

Doorgaan naar inhoudsopgave

Waarom liet Jezus zich niet in met politiek?

Waarom liet Jezus zich niet in met politiek?

 Waarom liet Jezus zich niet in met politiek?

STEL u eens een tafereel voor uit het jaar 32 van onze jaartelling. Het is al laat op de dag. Jezus, de voorzegde Messias, heeft reeds naam gemaakt als iemand die zieken geneest en zelfs doden opwekt. Vandaag is het een duizendkoppige menigte die hij versteld doet staan door wonderen te verrichten en door leringen van God met hen te delen. Nu verdeelt hij de hongerige mensen in kleinere groepen. Hij bidt tot Jehovah en geeft hun allemaal door een wonder te eten. Vervolgens verzamelt hij het overgebleven voedsel om verspilling te voorkomen. Hoe reageren de mensen? — Johannes 6:1-13.

Na getuige te zijn geweest van Jezus’ wonderen en van de bekwame manier waarop hij leiding gaf aan de menigte en in hun behoeften voorzag, komen de mensen tot de conclusie dat Jezus een perfecte koning zou zijn (Johannes 6:14). Hun reactie is niet verwonderlijk. Bedenk dat ze wanhopig naar een goede, krachtige heerser verlangden; hun dierbare vaderland zuchtte onder de heerschappij van een vreemde mogendheid. Dus proberen ze Jezus er met alle geweld toe te bewegen zich in het politieke proces te mengen. Sta met die achtergrond in gedachten eens stil bij zijn reactie.

„Daar Jezus nu wist dat zij wilden komen en hem wilden grijpen om hem koning te maken, trok hij zich weer op de berg terug, geheel alleen”, zegt Johannes 6:15. Jezus’ standpunt had nauwelijks duidelijker kunnen zijn. Hij weigerde resoluut zich met de politiek van zijn land in te laten. Zijn zienswijze is nooit veranderd. Hij zei dat zijn volgelingen hetzelfde standpunt moesten innemen (Johannes 17:16). Waarom nam hij dat standpunt in?

Waarom koos Jezus voor neutraliteit?

Jezus’ neutraliteit in de politiek van de wereld was deugdelijk op Bijbelse beginselen gebaseerd. Laten we er twee bekijken.

De ene mens heeft over de andere mens geheerst tot diens nadeel’ (Prediker 8:9). Zo vat de Bijbel de geschiedenis van de menselijke heerschappij samen. Bedenk dat Jezus lang voordat hij als mens naar de aarde kwam, als geest in de hemel leefde (Johannes 17:5). Hij wist dus dat de mens, hoe goed hij het ook bedoelt, het vermogen mist om in de behoeften van miljarden mensen te voorzien; hij is ook niet door God geschapen om dat te doen (Jeremia 10:23). Jezus wist dat de oplossing voor de problemen van de mensheid elders lag, niet bij menselijke regeringen.

De gehele wereld ligt in de macht van de goddeloze” (1 Johannes 5:19). Schrikt u van die uitspraak? Velen wel. Ze denken aan oprechte mensen die een regeringsfunctie aanvaarden omdat ze de wereld beter en veiliger willen maken. Maar hoeveel moeite ze ook doen, zelfs de oprechtste regeerders zijn niet opgewassen tegen de invloed van degene die door Jezus „de heerser van deze wereld” werd genoemd (Johannes 12:31; 14:30). Daarom zei Jezus ook tegen een politicus: „Mijn koninkrijk is geen deel van deze wereld” (Johannes 18:36). Jezus was de toekomstige Koning van Gods hemelse regering. Had Jezus zich met de politiek ingelaten, dan zou dat ten koste zijn gegaan van zijn loyaliteit aan de regering van zijn Vader.

Onderwees Jezus dan dat zijn volgelingen geen verplichtingen hebben tegenover aardse regeringen? Integendeel, hij leerde hun het juiste evenwicht te vinden tussen hun verantwoordelijkheden tegenover God en hun verplichtingen tegenover wereldlijke regeringen.

Jezus had respect voor het gezag van de overheid

Toen Jezus in de tempel onderwees, probeerden tegenstanders hem in een onmogelijke situatie te brengen door te vragen of mensen  belasting moesten betalen. Zou Jezus nee hebben gezegd, dan zou zijn antwoord opruiend zijn gevonden en zou het zelfs een geest van opstand aangewakkerd kunnen hebben bij onderdrukte mensen die maar al te graag het juk van de Romeinse overheersing wilden afwerpen. Maar zou Jezus ja hebben gezegd, dan zouden velen gedacht hebben dat hij het onrecht dat hun werd aangedaan vergoelijkte. Jezus’ antwoord was volmaakt evenwichtig. Hij zei: „Betaalt caesar (...) terug wat van caesar, maar God wat van God is” (Lukas 20:21-25). Zijn volgelingen hebben dus verplichtingen tegenover God en tegenover caesar oftewel de wereldlijke overheid.

Regeringen handhaven een mate van orde. Ze verlangen terecht van de burger dat hij eerlijk is, belasting betaalt en zich aan de wet houdt. Welk voorbeeld gaf Jezus op het punt van aan ’caesar betalen wat van caesar is’? Jezus was grootgebracht door ouders die zelfs als het hun niet uitkwam de wet gehoorzaamden. Zo ondernamen Jozef en zijn zwangere vrouw, Maria, een tocht van 150 kilometer naar Bethlehem toen een verplichte volkstelling dat voorschreef (Lukas 2:1-5). Net als zij hield Jezus zich aan de wet; hij betaalde zelfs belasting die hij niet echt verschuldigd was (Mattheüs 17:24-27). Hij zag er ook nauwlettend op toe dat hij in wereldlijke aangelegenheden niet buiten zijn boekje ging (Lukas 12:13, 14). We zouden kunnen zeggen dat Jezus het overheidsapparaat respecteerde, hoewel hij weigerde er actief bij betrokken te zijn en niet aan de knoppen wilde zitten. Maar wat bedoelde Jezus toen hij zei dat we aan „God wat van God is” moeten betalen?

Hoe Jezus ’aan God gaf wat van God is’

Aan Jezus werd een keer gevraagd wat de grootste was van alle wetten die God de  mens had gegeven. Hij antwoordde: „’Gij moet Jehovah, uw God, liefhebben met geheel uw hart en met geheel uw ziel en met geheel uw verstand.’ Dit is het grootste en eerste gebod. Het tweede, hieraan gelijk, is dit: ’Gij moet uw naaste liefhebben als uzelf’” (Mattheüs 22:37-39). Jezus onderwees dat als het erom gaat ’aan God te betalen wat van God is’, het eerste wat we hem verschuldigd zijn liefde is, en daarbij is onze oprechte, volkomen trouw betrokken.

Kan zo’n liefde gedeeld worden? Kan onze loyaliteit worden opgedeeld, kan die voor een deel naar Jehovah God en zijn hemelse regering gaan en voor een deel naar een aardse regering? Jezus zelf vermeldde het beginsel: „Niemand kan twee meesters als slaaf dienen, want hij zal óf de een haten en de ander liefhebben, óf zich aan de een hechten en de ander verachten” (Mattheüs 6:24). Jezus sprak daar over het verdelen van loyaliteit tussen God en de rijkdom, maar hij was duidelijk van mening dat hetzelfde beginsel van toepassing was op betrokkenheid bij de politiek, en dat gold ook voor zijn volgelingen in de eerste eeuw.

Uit de oudste beschikbare verslagen blijkt dat Jezus’ volgelingen in de oudheid niet actief waren in de politiek. Omdat ze hun aanbidding uitsluitend gaven aan degene die door Christus werd aanbeden, weigerden ze trouw te zweren aan Rome en de keizer, in het leger te dienen en een openbaar ambt te bekleden. Als gevolg daarvan ondervonden ze allerlei vijandigheden. Hun tegenstanders beschuldigden hen soms van haat jegens het mensdom. Berustte die beschuldiging op waarheid?

Ware christenen geven om mensen

Denk nog eens aan Jezus’ verwijzing naar het op één na grootste van Gods geboden: „Gij moet uw naaste liefhebben als uzelf.” Het is duidelijk  dat het geen enkele echte volgeling van Christus vrijstaat om de mensheid te haten. Jezus hield van mensen, hij zette zich voor hen in en hielp hen zelfs bij de meest fundamentele en aardse problemen (Markus 5:25-34; Johannes 2:1-10).

Maar waar stond Jezus in de eerste plaats om bekend? Hij werd niet aangesproken als Genezer, als Voeder van duizenden, en zelfs niet als Opwekker van de doden, hoewel hij al die opmerkelijke rollen vervulde. De mensen noemden hem Leraar, en terecht (Johannes 1:38; 13:13). Jezus legde uit dat een voorname reden voor zijn komst naar de aarde was, mensen over het koninkrijk Gods te onderwijzen (Lukas 4:43).

Daarom wijden Christus’ echte volgelingen zich aan hetzelfde werk dat hun Meester bezighield toen hij op aarde leefde: mensen het goede nieuws over Gods koninkrijk onderwijzen. Jezus Christus gaf alle ware christenen de opdracht mensen wereldwijd over dat onderwerp in te lichten (Mattheüs 24:14; 28:19, 20). Die onvergankelijke hemelse regering zal over heel Gods schepping heersen, op basis van de wet der liefde. Ze zal Gods wil volbrengen en zelfs een eind maken aan het lijden en de dood (Mattheüs 6:9, 10; Openbaring 21:3, 4). Geen wonder dat de Bijbel Christus’ boodschap goed nieuws noemt! — Lukas 8:1.

Mocht u de hedendaagse echte volgelingen van Jezus Christus op aarde zoeken, hoe kunt u hen dan identificeren? Zullen ze zich inlaten met de politiek van de wereld? Of is hun voornaamste missie dezelfde als die van Jezus: over het koninkrijk Gods prediken en onderwijzen?

Zou u graag meer weten over het koninkrijk Gods en hoe het nu al uw leven kan beïnvloeden? Dan nodigen we u uit contact op te nemen met de plaatselijke Getuigen van Jehovah of hun officiële website www.watchtower.org te bezoeken.

[Kader/Illustraties op blz. 24, 25]

Helpen Jehovah’s Getuigen de samenleving?

Jehovah’s Getuigen zijn politiek neutraal. Ze zijn echter nauw betrokken bij het helpen van mensen van alle rassen en achtergronden in hun omgeving. Hier volgen enkele feiten:

▪ Jehovah’s Getuigen tellen ruim zeven miljoen vrijwilligers die jaarlijks in totaal meer dan 1,5 miljard uur besteden aan het onderwijzen van mensen in wat er in de Bijbel staat en hoe dat hen kan helpen schadelijke gewoonten en praktijken de baas te worden, een gelukkig gezin op te bouwen en hun leven anderszins te verbeteren.

▪ Ze drukken lectuur en verspreiden die gratis in ruim 500 talen, waaronder enkele waarin geen andere gedrukte lectuur bestaat.

▪ Ze geven cursussen in spreken in het openbaar, waardoor miljoenen mensen hebben geleerd zich duidelijk en tactvol uit te drukken.

▪ Ze zetten alfabetiseringsprogramma’s op waardoor wereldwijd tienduizenden mensen zijn geholpen om lezen en schrijven te leren.

▪ Ze hebben wereldwijd ruim 400 Regionale bouwcomités georganiseerd om vrijwilligers op te leiden in bouwvaardigheden zodat ze centra voor Bijbelonderricht kunnen bouwen. De afgelopen tien jaar zijn er meer dan 20.000 huizen van aanbidding of Koninkrijkszalen gebouwd.

▪ Ze organiseren overal ter wereld hulpacties na rampen en helpen dan Getuigen en niet-Getuigen. In een periode van twee jaar na een recente reeks orkanen die de Verenigde Staten teisterden, hebben Getuigenvrijwilligers ruim 90 Koninkrijkszalen en 5500 woningen herbouwd.

[Illustratie op blz. 23]

Toen mensen Jezus er met alle geweld toe wilden bewegen zich met politiek in te laten, trok hij zich „op de berg terug, geheel alleen”