Doorgaan naar inhoud

Doorgaan naar inhoudsopgave

Hij is altijd loyaal

Hij is altijd loyaal

 Nader dicht tot God

Hij is altijd loyaal

2 Samuël 22:26

ER ZIJN maar weinig dingen die ons meer pijn kunnen doen dan teleurgesteld of bedrogen worden door iemand die we vertrouwen. Zulke teleurstellingen komen maar al te vaak voor in deze deloyale wereld (2 Timotheüs 3:1-5). Is er iemand van wie we zeker weten dat hij volkomen loyaal aan ons zal blijven? Sta eens stil bij wat koning David van het vroegere Israël ondervond.

David maakte tijdens zijn leven de ergste vormen van deloyaliteit mee. Hij werd ten onrechte vogelvrij verklaard en vervolgd door de jaloerse Saul, de eerste koning van Israël. En dichter bij huis: Michal, Davids vrouw, bleef niet loyaal aan haar man maar „ging hem in haar hart verachten” (2 Samuël 6:16). Achitofel, Davids vertrouwde raadsman, werd een verrader en sloot zich aan bij een opstand tegen David. De leider van deze samenzwering was nota bene Davids eigen zoon Absalom! Gaf David de moed op toen zijn vertrouwen steeds weer werd beschaamd, en trok hij de conclusie dat er niemand bestaat die altijd loyaal is?

We vinden het antwoord in Davids woorden in 2 Samuël 22:26. Als een man met een onwrikbaar geloof zegt hij in een poëtisch lied over Jehovah God: „Jegens iemand die loyaal is, zult gij loyaal handelen.” Hij was er vast van overtuigd dat Jehovah loyaal aan hem zou blijven, ook al zouden mensen hem nog zo teleurstellen.

Laten we Davids woorden eens nader bekijken. De Hebreeuwse uitdrukking die met „loyaal handelen” is vertaald, kan ook weergegeven worden als „met liefderijke goedheid handelen”. Echte loyaliteit is op liefde gebaseerd. Jehovah hecht zich vol liefde aan mensen die loyaal aan hem zijn. *

Ook is loyaliteit meer dan alleen een gevoel; loyaliteit is actief, niet passief. Jehovah handelt loyaal, zoals David persoonlijk ondervond. Tijdens de moeilijkste periodes in Davids leven stond Jehovah deze trouwe koning bij door hem loyaal te beschermen en te leiden. David erkende dankbaar dat Jehovah hem „uit de handpalm van al zijn vijanden” had bevrijd (2 Samuël 22:1).

Wat betekenen Davids woorden voor ons? Jehovah is niet besluiteloos of veranderlijk (Jakobus 1:17). Hij houdt zich aan zijn maatstaven en doet altijd wat hij belooft. David schreef in een andere psalm: „Jehovah (...) zal zijn loyalen niet verlaten” (Psalm 37:28).

Jehovah waardeert onze loyaliteit. Hij vindt onze loyale gehoorzaamheid aan hem kostbaar, en hij moedigt ons aan hem na te volgen in het tonen van loyaliteit tegenover anderen (Efeziërs 4:24; 5:1). Als we op deze manieren loyaal zijn, kunnen we erop vertrouwen dat hij ons nooit in de steek zal laten. Ook al stellen anderen ons teleur, we kunnen er zeker van zijn dat Jehovah loyaal aan ons zal blijven door ons te helpen elke beproeving die we meemaken, te doorstaan. Voelt u zich aangemoedigd om dichter tot Jehovah, „de Loyale”, te naderen? — Openbaring 16:5.

[Voetnoot]

^ ¶4 Twee Samuël 22:26 komt vrijwel overeen met Psalm 18:25. Eén Bijbelvertaling geeft dat psalmvers als volgt weer: „Jegens de loyale betoont u zich vol liefde” (The Psalms for Today).