Doorgaan naar inhoud

Doorgaan naar inhoudsopgave

Is het Maannieuwjaar wel iets voor christenen?

Is het Maannieuwjaar wel iets voor christenen?

 Is het Maannieuwjaar wel iets voor christenen?

ELK jaar in januari of februari vindt in Azië de grootste jaarlijkse mensenmigratie ter wereld plaats. Honderden miljoenen Aziaten keren naar hun familie terug om het Maannieuwjaar * te vieren.

Het Maannieuwjaar is het belangrijkste feest op de Aziatische kalender. „[Het is] een combinatie van nieuwjaarsdag, de vierde juli, Thanksgiving en Kerstmis, alles in één”, zegt een Amerikaanse schrijver. Het feest begint op de eerste nieuwemaan van de Chinese maankalender, dat wil zeggen tussen 21 januari en 20 februari op westerse kalenders. De duur ervan loopt uiteen van een paar dagen tot wel twee weken.

Het idee dat aan de nieuwjaarsviering ten grondslag ligt is vernieuwing, afsluiting van het oude en verwelkoming van het nieuwe. Om zich op het feest voor te bereiden, houden mensen grote schoonmaak en versieren ze hun huis; ze kopen nieuwe kleren, maken gerechten klaar met namen die rijmen op „geluk” of „voorspoed”, lossen hun schulden af en leggen meningsverschillen bij. Op nieuwjaarsdag worden er vaak geschenken uitgewisseld en wenst men elkaar het beste toe, meestal rijkdom en voorspoed. Er worden rode pakjes met zogenaamd geluksgeld uitgedeeld, speciale gerechten gegeten en voetzoekers gelanceerd. Er wordt naar kleurrijke draken- of leeuwendansen gekeken, of gewoon genoten van de vrije dag met familie en vrienden.

Die gebruiken zijn rijk aan betekenis. In het boek Mooncakes and Hungry Ghosts: Festivals of China wordt uitgelegd: „Het gaat er het gezin, vrienden en familie in hoofdzaak om, ervoor te zorgen dat het geluk hun gunstig gezind is, de goden en geesten eer te bewijzen, en elkaar geluk toe te wensen voor het komende jaar.” Omdat er zo veel traditionele en religieuze elementen bij betrokken zijn, rijst de vraag hoe christenen die viering moeten bezien. Moeten ze gewoon meedoen aan de gebruiken? Is het wel iets voor christenen?

’Denk aan de bron’

Een populair Chinees spreekwoord luidt: „Als je water drinkt, denk dan aan de bron.” Daarin komt het diepe respect tot uiting dat veel Aziaten van oudsher voor hun ouders en voorouders hebben. Omdat ouders kinderen het leven hebben gegeven, is het heel gewoon dat kinderen hun zo’n respect betonen, en dat speelt een belangrijke rol bij de nieuwjaarsviering.

Een hoogtepunt voor veel Aziatische families is ongetwijfeld oudejaarsavond. Op die avond komen de meeste families bijeen voor een speciaal feestmaal. Het is een reden voor een familiereünie die mensen in dat deel van de wereld voor geen goud willen missen. Aan de feestdis  zijn niet alleen plaatsen gereserveerd voor de aanwezige familieleden, maar ook voor de overledenen, omdat men gelooft dat die in de geest aanwezig zijn. Bij dit feestmaal is er sprake van „echte communicatie tussen voorouders en familieleden”, zegt een encyclopedie. „Nu de band tussen levenden en doden op die manier hernieuwd is, zullen de voorouders de familie het hele jaar door beschermen”, merkt een ander naslagwerk op. Hoe moeten christenen dat gebruik bezien?

Liefde en respect voor ouders zijn ook voor christenen belangrijk. Ze houden zich aan het door God gegeven voorschrift: „Luister naar uw vader, die uw geboorte veroorzaakt heeft, en veracht uw moeder niet enkel omdat zij oud geworden is” (Spreuken 23:22). Ze gehoorzamen ook het Bijbelse gebod: „’Eer uw vader en uw moeder’, wat het eerste gebod met een belofte is: ’Opdat het u goed moge gaan en gij lange tijd op de aarde moogt blijven’” (Efeziërs 6:2, 3). Ware christenen willen hun ouders liefhebben en eren!

De Bijbel spreekt ook goedkeurend over opbouwende familiebijeenkomsten (Job 1:4; Lukas 15:22-24). Maar Jehovah gebiedt wel: „Er mag bij u geen plaats zijn voor mensen die (...) geesten raadplegen of doden oproepen” (Deuteronomium 18:10, 11, De Nieuwe Bijbelvertaling). Vanwaar dat verbod? Omdat de Bijbel de ware toestand van de doden onthult. We lezen: „De levenden zijn zich ervan bewust dat zij zullen sterven; maar wat de doden betreft, zij zijn zich van helemaal niets bewust.” Omdat de doden zich van niets bewust zijn, kunnen ze niet meedoen aan de activiteiten van de levenden; ze kunnen ons ook niet helpen noch ons kwaad berokkenen (Prediker 9:5, 6, 10). Gods Zoon, Jezus Christus, vergeleek de dood met een diepe slaap, en de doden zullen pas in de komende opstanding uit die slaap ontwaken (Johannes 5:28, 29; 11:11, 14).

Bovendien maakt de Bijbel duidelijk dat de overleden „geesten” in werkelijkheid boze geestelijke schepselen zijn die voorgeven de overledenen te zijn. Met welk doel? Mensen te misleiden en hen in hun boosaardige macht te krijgen! (2 Thessalonicenzen 2:9, 10) Gods geboden beschermen ons echt tegen groot onheil. Daarom zijn christenen uit liefde voor Jehovah en met het oog op hun veiligheid zo verstandig gebruiken te vermijden waarbij de aanbidding van ’familiegeesten’ betrokken is of die bedoeld zijn om hun bescherming te verwerven (Jesaja 8:19, 20; 1 Korinthiërs 10:20-22).

Daar komt nog bij dat christenen ook „de Vader, aan wie elke familie in de hemel en op aarde haar naam te danken heeft,” willen eren (Efeziërs 3:14, 15). Wie is die Vader? Onze Schepper en Levengever, Jehovah God (Handelingen 17:26). En dus doen we er goed aan om ons bij het beschouwen van de gebruiken die bij het Maannieuwjaar horen af te vragen: Hoe beziet Jehovah die gebruiken? Hebben ze zijn goedkeuring? — 1 Johannes 5:3.

De verering van huisgoden

Tot de maannieuwjaarsvieringen behoren veel populaire gebruiken waarmee eer of respect wordt betoond aan talrijke huisgoden, zoals de deurgod, de god van de aarde of de beschermgeest, de god van de rijkdom of het fortuin en de god van de keuken of het fornuis. Sta eens stil bij het populaire gebruik de keukengod te eren. * Geloofd wordt dat die god enkele dagen voor nieuwjaarsdag naar de hemel reist om verslag over de familie uit te brengen aan de Jadekeizer, het opperwezen in het Chinese pantheon. In de hoop dat de keukengod een gunstig verslag uitbrengt, stuurt de familie hem op pad met een speciale maaltijd, met offergaven van snoep en kleverig gebak. Om hem een voorspoedige reis toe te wensen, haalt de familie zijn afbeelding van de muur en verbrandt die buiten, na soms eerst zijn  lippen met de zoetigheid ingesmeerd te hebben. Op oudejaarsavond hangen ze een nieuwe afbeelding van de god boven het keukenfornuis, waarmee ze hem weer binnennodigen voor het komende jaar.

Veel van de gebruiken mogen dan onschuldig lijken, als het om aanbidding gaat willen christenen zich houden aan wat Gods Woord voorschrijft. Jezus Christus zei in dat verband: „Jehovah, uw God, moet gij aanbidden en voor hem alleen heilige dienst verrichten” (Mattheüs 4:10). Het is duidelijk dat God wil dat we alleen hem aanbidden. Waarom? Nu, Jehovah is onze hemelse Vader. Wat zou een willekeurige vader ervan vinden als zijn kinderen hem negeerden en zich tot een andere vader wendden? Zou hij niet diep gekwetst zijn?

Jezus erkende zijn hemelse Vader als „de enige ware God”, en Jehovah zelf vertelde zijn aanbidders ondubbelzinnig dat ze naast hem „geen andere goden” mochten hebben (Johannes 17:3; Exodus 20:3). Daarom willen ware christenen Jehovah behagen en hem niet teleurstellen of kwetsen door andere goden te dienen (1 Korinthiërs 8:4-6).

Bijgeloof en spiritisme

Het Maannieuwjaar houdt ook nauw verband met astrologie. Bij de maankalender wordt elk jaar genoemd naar een van de twaalf dieren in de Chinese dierenriem: draak, tijger, aap, haas, enzovoorts. Het dier, zo zegt men, bepaalt de persoonlijkheid en het gedrag van degenen die dat jaar geboren worden of maakt het jaar gunstig voor bepaalde activiteiten. Veel andere gebruiken in het kader van het Maannieuwjaar, waaronder het eren van de god van de rijkdom of het fortuin, zijn speciaal bedoeld om ’het geluk’ gunstig te stemmen. Hoe moeten christenen die gebruiken bezien?

In zijn Woord, de Bijbel, berispte Jehovah personen die zich wendden tot „de aanbidders van de hemel, de sterrenkijkers, zij die bij de nieuwe manen kennis meedelen betreffende de dingen die over [hen] zullen komen”. Hij hekelde ook de aanbidding van „de god van het Geluk” en „de god van het Lot” (Jesaja 47:13; 65:11, 12). Ware aanbidders wordt niet gezegd dat ze vertrouwen moeten stellen in mysterieuze of onzichtbare invloeden die zogenaamd in verband staan met het geestenrijk of de sterren, maar krijgen de raad: „Vertrouw op Jehovah met heel uw hart en steun niet op uw eigen verstand. Sla in al uw wegen acht op hem, en híȷ́ zal uw paden recht maken” (Spreuken 3:5, 6). Bijgeloof houdt mensen in slavernij, maar Bijbelse waarheden maken hen vrij (Johannes 8:32).

Toon uw liefde voor God

De achtergrond kennen van de gebruiken bij de maannieuwjaarsvieringen en van de denkbeelden die eraan ten grondslag liggen is één; besluiten er niet aan mee te doen is nog heel iets anders. Als u ergens woont waar het gebruikelijk is het jaarlijkse Maannieuwjaar te vieren of als uw familie traditiegetrouw de nieuwjaarsgebruiken onderhoudt, wacht u een zware beslissing.

Het staat vast dat het moed en vastberadenheid vergt om onder druk pal te staan. „Ik was erg bang omdat iedereen om me heen het nieuwjaarsfeest vierde en ik niet”, zegt een christelijke vrouw die in Azië woont. Wat heeft haar geholpen? „Alleen door een krachtige liefde voor God aan te kweken was ik in staat pal te staan” (Mattheüs 10:32-38).

Hebt u zo’n krachtige liefde voor Jehovah? U hebt alle reden om hem lief te hebben. U hebt uw leven niet aan de een of andere mysterieuze godheid te danken maar aan Jehovah God, over wie de Bijbel zegt: „Bij u is de bron van het leven; door licht van u kunnen wij licht zien” (Psalm 36:9). Het is niet de god van het fortuin of de god van de keuken, maar Jehovah die voor u zorgt en een gelukkig leven mogelijk maakt (Handelingen 14:17; 17:28). Zult u op uw beurt hem liefhebben? U kunt ervan overtuigd zijn dat als u dat doet, Jehovah u rijk zal zegenen (Markus 10:29, 30).

[Voetnoten]

^ ¶2 Ook Chinees Nieuwjaar, Lentefestival, Chun Jie (China), Tet (Vietnam), Solnal (Korea) of Losar (Tibet) genoemd.

^ ¶14 Er bestaan in Azië veel variaties op de in dit artikel beschreven gebruiken, maar ze zijn gebaseerd op gemeenschappelijke oorspronkelijke denkbeelden. Zie voor verdere informatie de Ontwaakt! van 22 december 1986, blz. 20, 21, en de Ontwaakt! van 8 januari 1971, blz. 24-26.

 [Kader/Illustratie op blz. 23]

Vrienden en familie gerustgesteld

Het is begrijpelijk dat als één familielid niet meer aan maannieuwjaarsvieringen meedoet, dat een schok kan zijn voor vrienden en familie. Ze zullen zich misschien ontdaan, gekwetst of zelfs verraden voelen. Er zijn echter heel wat mogelijkheden om de familiebanden goed te houden. Sta eens stil bij deze opmerkingen van christenen die in diverse delen van Azië wonen:

Jiang: „Geruime tijd voor Nieuwjaar heb ik mijn familie bezocht en tactvol uitgelegd waarom ik niet meer aan bepaalde populaire gebruiken mee zou doen. Ik heb zorgvuldig vermeden hun overtuiging te kleineren en hun vragen respectvol aan de hand van de Bijbel beantwoord. Dat heeft tot een paar fijne geestelijke gesprekken geleid.”

Li: „Vóór het Maannieuwjaar heb ik mijn man tactvol en respectvol verteld dat ik mijn geweten moest volgen om echt gelukkig te zijn. Ik heb hem ook beloofd dat ik hem niet in verlegenheid zou brengen als we rond de feestdagen zijn familie zouden bezoeken. Tot mijn verrassing nam hij me op de dag dat zijn familie hun voorouders vereerde mee naar een andere streek om een christelijke bijeenkomst bij te wonen.”

Xie: „Ik heb mijn familie verzekerd dat ik van hen hield en hun verteld dat mijn geloof een beter mens van me zou maken. Vervolgens heb ik hard gewerkt om christelijke eigenschappen als zachtaardigheid, tact en liefde tentoon te spreiden. Langzaam maar zeker hebben ze respect voor mijn religie gekregen. Later is mijn man de Bijbel gaan bestuderen en is ook hij een ware christen geworden.”

Min: „Ik sprak met mijn ouders op een zachtaardige, eerbiedige manier. In plaats van de wens uit te spreken dat het geluk hun gunstig gezind zou zijn, vertelde ik hun dat ik altijd voor hen bid tot Jehovah, onze Schepper, en hem dan vraag hen te zegenen en hun de weg naar vrede en geluk te wijzen.”

Fuong: „Ik heb mijn ouders verteld dat ik niet op Nieuwjaar hoefde te wachten om mijn familie te bezoeken en ik heb hen vaak bezocht. Daar waren mijn ouders heel blij om en ze hadden geen kritiek meer op me. Mijn jongere broer kreeg ook belangstelling voor de Bijbelse waarheid.”

[Illustratieverantwoording op blz. 20]

Panorama Stock/age Fotostock