Doorgaan naar inhoud

Doorgaan naar inhoudsopgave

Is er dan niemand die om me geeft?

Is er dan niemand die om me geeft?

 Is er dan niemand die om me geeft?

Hebt u zich weleens alleen en hulpeloos gevoeld, alsof niemand echt begreep met wat voor problemen u worstelde? En al wisten anderen ervan, dan nog had u het gevoel dat het hun onverschillig liet.

SOMS krijgen we in ons leven met zo veel problemen te maken, dat het lijkt of we in een storm verzeild zijn geraakt waar maar geen eind aan wil komen. Misschien komen we zelfs wel tot de conclusie dat wat we meemaken zo verschrikkelijk en zo onrechtvaardig is dat we er niet meer tegen kunnen. Dat is vaak het geval als we met emotionele trauma’s, depressiviteit, de gevolgen van een ernstig ongeluk, een chronische ziekte of iets dergelijks te maken krijgen. We kunnen ons zo hulpeloos en wanhopig voelen dat we ons afvragen of er nog wel ergens troost te vinden is. Is er dan niemand die om ons geeft?

De God van alle vertroosting” geeft om ons

God wordt in de Bijbel beschreven als „de Vader der tedere barmhartigheden en de God van alle vertroosting” (2 Korinthiërs 1:3). God, wiens naam Jehovah is, weet dat we troost nodig hebben. Woorden als „troost”, „troosten”, „vertroosting” en „vertroosten” komen meer dan honderd maal in de Bijbel voor, wat ons de verzekering geeft dat God niet alleen begrijpt wat we meemaken, maar ons ook wil troosten. Die wetenschap overtuigt ons ervan dat zelfs als anderen onze benarde situatie niet schijnen op te merken of te begrijpen — of zich daar niets van schijnen aan te trekken — dat niet geldt voor Jehovah God.

Uit de Bijbel valt duidelijk op te maken dat Jehovah in individuele personen geïnteresseerd is. „De ogen van Jehovah zijn op elke plaats,” zegt de Bijbel, „terwijl ze de slechten en de goeden gadeslaan” (Spreuken 15:3). Een soortgelijke gedachte vinden we in Job 34:21: „Zijn ogen zijn op ’s mensen wegen gericht, en hij ziet al zijn schreden.” Jehovah ziet wat we doen, of dat nu goed is of slecht, en hij kent onze omstandigheden, zodat hij kan reageren op een manier die hem goed toeschijnt. Dat wordt bevestigd door wat de ziener (of profeet) Hanani tot koning Asa van Juda zei: „Wat Jehovah aangaat, zijn ogen gaan de gehele aarde rond om zijn sterkte te tonen ten behoeve van hen wier hart onverdeeld is jegens hem” (2 Kronieken 16:7, 9).

Er is nog een reden waarom Jehovah ons in het oog houdt. Jezus verklaart: „Niemand kan tot mij komen tenzij de Vader, die mij heeft gezonden, hem trekt” (Johannes 6:44). Jehovah geeft zo veel om ons dat hij ons hart onderzoekt om te zien of we hem graag beter zouden leren kennen. Als dat zo is, kan hij op echt verbluffende manieren reageren. Zo lag een vrouw in de Dominicaanse Republiek wegens een kankeroperatie in het ziekenhuis. Ze smeekte God om haar te helpen de ware religie te vinden. Net op dat moment bracht haar man haar de brochure Wat verlangt God van ons? *, die hij die ochtend had gekregen van een Getuige van Jehovah die bij hem aan de deur was gekomen. De vrouw las de brochure en besefte dat dit Gods antwoord op haar gebed  was. Ze aanvaardde een Bijbelstudie met de Getuige, en nog geen halfjaar later droeg ze haar leven aan God op en werd ze gedoopt.

In het Bijbelboek Psalmen vinden we veel hartverwarmende uitingen van oude Hebreeuwse psalmisten, zoals koning David, die Jehovah’s liefdevolle zorg voor zijn aanbidders beschrijven. In Psalm 56:8 lezen we hoe David God smeekte: „Doe mijn tranen toch in uw leren zak. Zijn ze niet in uw boek?” Zoals uit die analogie blijkt, wist David dat Jehovah niet alleen op de hoogte was van zijn lijden, maar ook van de emotionele uitwerking daarvan. Jehovah kende Davids pijn en wist welke ellende David had meegemaakt, die de oorzaak was van zijn tranen. Onze Schepper waakt dus inderdaad over allen die zijn wil proberen te doen, degenen „wier hart onverdeeld is jegens hem”.

Een ander Bijbelgedeelte dat Gods liefdevolle zorg beschrijft, is Psalm 23. In de beginwoorden van die beroemde psalm wordt God met een zorgzame herder vergeleken: „Jehovah is mijn Herder. Mij zal niets ontbreken.” Een herder in het Midden-Oosten zorgt voor elk van zijn schapen en geeft elk dier zelfs een naam. Dagelijks roept hij elk schaap bij zich, aait het liefdevol en kijkt of het iets mankeert. Als hij een wondje ziet, smeert hij er olie of zalf op zodat het sneller geneest. Is het schaap ziek, dan kan het zijn dat de herder het moet dwingen medicijnen te slikken en het letterlijk overeind moet houden om te voorkomen dat het gaat liggen en sterft. Er wordt beslist een mooi beeld geschetst van Jehovah’s zorg voor personen die zich tot hem wenden voor hulp.

 Gebed en de opstanding: bewijzen dat God om ons geeft

Deze en andere prachtige psalmen zijn niet louter in de Bijbel opgenomen om ze te lezen en ervan te genieten. Ze laten ons zien hoe trouwe aanbidders van God in het verleden hun hart bij Jehovah hebben uitgestort als ze zijn hulp nodig hadden of hem wilden bedanken voor zijn leiding en zegeningen. Er blijkt duidelijk uit dat die aanbidders ervan overtuigd waren dat God voor hen zorgde. Door hun oprechte uitlatingen te lezen en erover te mediteren kunnen we tot diezelfde overtuiging komen. De voorziening van het gebed is een krachtig bewijs dat God om ons geeft.

Maar soms neemt een probleem zulke proporties aan dat we niet meer weten waar we om moeten bidden. Weet Jehovah ook dan nog hoe moeilijk we het hebben? Romeinen 8:26 geeft het antwoord: „De geest [komt] onze zwakheid te hulp; want wij weten niet waarvoor te bidden naar het nodig is, maar de geest zelf pleit voor ons met onuitgesproken verzuchtingen.” Die tekst vertelt ons dat de geïnspireerde gebeden van Gods aanbidders uit het verleden onze gevoelens kunnen weergeven en zo een horend oor vinden bij Jehovah, de „Hoorder van het gebed” (Psalm 65:2).

Nog een overtuigend bewijs van Gods belangstelling voor ieder mens afzonderlijk is de opstandingshoop. Jezus Christus zei dat „het uur komt waarin allen die in de herinneringsgraven zijn, zijn stem zullen horen en te voorschijn zullen komen” (Johannes 5:28, 29). Het hier gebruikte Griekse woord is terecht met „herinneringsgraven” en niet gewoon met „graven” vertaald. Het brengt de gedachte over dat God zich het levensbericht van de persoon die gestorven is, herinnert.

Bedenk dat God alles over iemand moet weten om hem weer tot leven te kunnen brengen: niet alleen hoe hij eruitzag, maar ook zijn overgeërfde en aangeleerde eigenschappen en zijn complete geheugen! (Markus 10:27) Zelfs na duizenden jaren vervaagt Gods herinnering aan die persoon niet (Job 14:13-15; Lukas 20:38). Jehovah God herinnert zich dus van miljarden mensen die gestorven zijn elk detail: een overtuigend bewijs dat God om ons als individu geeft!

Jehovah is een beloner

Wat moeten we doen om Gods liefdevolle zorg en aandacht te ontvangen? In de eerste plaats moeten we er blijk van geven dat we hem vertrouwen en gehoorzamen, dat we geloof in hem stellen. De apostel Paulus wees op het verband tussen geloof en het ervaren van Gods zorg toen hij schreef: „Zonder geloof [is het] onmogelijk hem welgevallig te zijn, want wie tot God nadert, moet geloven dat hij bestaat en dat hij de beloner wordt van wie hem ernstig zoeken” (Hebreeën 11:6).

Merk op dat het soort geloof dat God welgevallig is, twee aspecten omvat. We moeten niet alleen „geloven dat hij bestaat” en dat hij als onze Opperste Regeerder onze gehoorzaamheid verdient en onze aanbidding waard is, maar ook dat hij „de beloner wordt van wie hem ernstig zoeken”. Echt geloof omvat de overtuiging dat God geïnteresseerd is in het welzijn van allen die er ernstig naar streven zijn wil te doen en dat hij hen beloont. Door Gods Woord te bestuderen en omgang te hebben met personen die hem gehoorzamen, kunt ook u het soort geloof krijgen waardoor u voor Gods beloning en liefdevolle zorg in aanmerking komt.

Veel mensen in deze tijd geloven dat God zich niet voor de menselijke aangelegenheden interesseert. Maar zoals we hebben gezien, toont de Bijbel duidelijk aan dat God juist heel veel geeft om degenen die tonen dat ze echt in hem geloven. Ook al is het leven tegenwoordig vaak gevuld met verdriet, zorgen, teleurstelling en leed, we hoeven niet te wanhopen. Jehovah God geeft om ons. Hij nodigt ons zelfs liefdevol uit bij hem steun te zoeken. „Werp uw last op Jehóvah, en hijzelf zal u schragen”, zegt de psalmist. „Nooit zal hij toelaten dat de rechtvaardige wankelt” (Psalm 55:22).

[Voetnoot]

^ ¶7 Uitgegeven door Jehovah’s Getuigen.

[Kader/Illustratie op blz. 29]

Bijbelteksten die uw geloof in Gods liefdevolle zorg voor u kunnen versterken

„Wat Jehovah aangaat, zijn ogen gaan de gehele aarde rond om zijn sterkte te tonen ten behoeve van hen wier hart onverdeeld is jegens hem.” — 2 KRONIEKEN 16:9

„Doe mijn tranen toch in uw leren zak. Zijn ze niet in uw boek?” — PSALM 56:8

„Jehovah is mijn Herder. Mij zal niets ontbreken.” — PSALM 23:1

„O Hoorder van het gebed, ja, tot u zullen mensen van alle vlees komen.” — PSALM 65:2

„Gij zult roepen, en ikzelf zal u antwoorden. Naar het werk van uw handen zult gij een vurig verlangen hebben.” — JOB 14:15

„Wie tot God nadert, moet geloven dat hij bestaat en dat hij de beloner wordt van wie hem ernstig zoeken.” — HEBREEËN 11:6

„Werp uw last op Jehóvah, en hijzelf zal u schragen. Nooit zal hij toelaten dat de rechtvaardige wankelt.” — PSALM 55:22