Doorgaan naar inhoud

Doorgaan naar inhoudsopgave

Maria’s rol in Gods voornemen

Maria’s rol in Gods voornemen

 Maria’s rol in Gods voornemen

TIJDENS Jezus’ bediening verhief een vrouw haar stem boven het lawaai van de menigte uit en riep: „Gelukkig de schoot die u heeft gedragen en de borsten die u hebben gezoogd!” Als Jezus gewild had dat zijn moeder werd vereerd, was dit een unieke gelegenheid om tot die vorm van verering aan te moedigen. In plaats daarvan antwoordde hij: „Neen, gelukkig zijn veeleer zij die het woord van God horen en het onderhouden!” — Lukas 11:27, 28.

Jezus bewees zijn moeder geen speciale eer, en ook heeft hij zijn volgelingen nooit gezegd dat te doen. Hoe valt dat te rijmen met de verering van Maria door veel oprechte gelovigen? Laten we eens enkele van de wijdverbreide leringen over Jezus’ moeder in het licht van de Heilige Schrift bezien.

„Vol van genade”, „Gezegend (...) onder de vrouwen”

De engel Gabriël maakte aan Maria bekend wat haar rol in Gods voornemen zou zijn. Bij die gelegenheid begroette hij haar met de woorden: „Goedendag, hooglijk begunstigde, Jehovah is met u” (Lukas 1:28). Een alternatieve vertaling van diezelfde begroeting luidt: „Wees gegroet, vol van genade. De Heer is met u.” Kort daarna begroette Elisabeth Maria met de woorden: „Gezegend zijt gij onder de vrouwen en gezegend is de vrucht van uw schoot!” (Lukas 1:42) Duiden deze zinsneden er niet op dat Maria bijzondere verering toekomt?

Nee, dat is niet het geval. Hoewel die woorden opgenomen zijn in een gebed dat katholieken tot Maria opzenden, geeft de Bijbel zelf geen reden om tot haar te bidden. Gabriël en Elisabeth erkenden dat  Maria het bijzondere voorrecht genoot de vrouw te zijn die de Messias zou baren, maar de gedachte gebeden tot haar op te zenden komt niet in de Bijbel voor. Integendeel, toen Jezus’ discipelen hem vroegen hun te leren bidden, gaf hij te kennen dat gebeden tot zijn Vader gericht moesten worden. Jezus’ beroemde modelgebed begint dan ook met de woorden: „Onze Vader in de hemelen” (Mattheüs 6:9).

Een van de regeerders

Nog een populaire leerstelling over Maria is dat ze nu „de koningin des hemels” is. De Bijbel verleent haar nergens zo’n titel, maar maakt wel duidelijk dat ze een speciale plaats in Gods hemelse regeling inneemt. Welke plaats is dat?

Jezus gaf te kennen dat sommigen van zijn trouwe discipelen met hem in zijn koninkrijk zouden regeren (Lukas 22:28-30). Jezus zal die uitverkorenen machtigen om te dienen als „priesters voor onze God, en zij zullen als koningen over de aarde regeren” (Openbaring 5:10). De Bijbel voert ons duidelijk tot de conclusie dat Maria tot degenen behoort aan wie dit verheven voorrecht is verleend. Waarom kunnen we dat zeggen?

U zult u herinneren dat Maria na Jezus’ dood samen met Jezus’ discipelen en zijn broers ’aanhield in het gebed’. Zo’n 120 personen waren voor dat doel bijeengekomen, onder wie „enige vrouwen” (Handelingen 1:12-15). „In de loop van (...) het pinksterfeest”, zegt de Bijbel, „waren zij allen op dezelfde plaats bijeen” toen Gods heilige geest op hen werd uitgestort, die hen in staat stelde in vreemde talen te spreken (Handelingen 2:1-4).

Dat Maria tot degenen behoorde die op die manier gezegend werden, laat zien dat zij en de andere vrouwen die de heilige geest ontvingen, uitverkoren waren om deel uit te maken van Jezus’ hemelse koninkrijk. We hebben dus alle reden om te geloven dat Maria zich nu in hemelse heerlijkheid bij Jezus bevindt (Romeinen 8:14-17). Sta eens stil bij enkele van de voorrechten die zij en Jezus’ andere mederegeerders zullen hebben bij de verwezenlijking van Gods voornemens.

Betrokken bij het schenken van zegeningen

Het Bijbelboek Openbaring zegt dat 144.000 personen een opstanding tot hemelse heerlijkheid zouden ontvangen om naast Jezus als priesters, rechters en koningen te dienen (Openbaring 14:1, 4; 20:4, 6). Als priesters zullen ze de verdiensten van Jezus’ slachtoffer aanwenden voor de hele gehoorzame mensheid, zodat die tot geestelijke, morele en fysieke volmaaktheid wordt verheven (Openbaring 21:1-4). Wat een voorrecht zal het voor alle loyale aanbidders van Jehovah zijn die geweldige tijd mee te maken! *

Maria speelde, en speelt nog steeds, een rol in de verwezenlijking van Jehovah’s voornemens. Wegens haar nederigheid, geloof, gehoorzaamheid en toewijding als moeder, om nog maar niet te spreken van haar volharding onder beproeving, is ze onze navolging waard. Wegens haar rol in het ter wereld brengen van de Messias en haar betrokkenheid bij het schenken van eeuwige zegeningen aan de mensheid verdient ze ons respect.

Maar de belangrijkste les die we van Maria leren, is dat ze, samen met alle andere trouwe dienaren van God, Jehovah en geen andere god aanbidt. Maria verheft samen met Christus’ andere mederegeerders in de hemel haar stem om bekend te maken: „Aan Degene die op de troon zit [Jehovah God] en aan het Lam [Jezus Christus] zij de zegen en de eer en de heerlijkheid en de macht tot in alle eeuwigheid” (Openbaring 5:13; 19:10).

[Voetnoot]

^ ¶13 Zie voor meer informatie over die zegeningen hfst. 8 van het boek Wat leert de bijbel echt?, uitgegeven door Jehovah’s Getuigen.

[Inzet op blz. 10]

Maria’s nederigheid, geloof en gehoorzaamheid zijn navolgenswaardig