Doorgaan naar inhoud

Doorgaan naar inhoudsopgave

De opkomst en val van de „schepen van Tarsis”

De opkomst en val van de „schepen van Tarsis”

 De opkomst en val van de „schepen van Tarsis”

„Met schepen van Tarsis werd je handelswaar overzee gebracht.” — EZECHIËL 27:25, GROOT NIEUWS BIJBEL

DE SCHEPEN van Tarsis hebben tot de rijkdom van koning Salomo bijgedragen. De mensen die ze bouwden hebben invloed gehad op de ontwikkeling van het Griekse en Latijnse alfabet. En het invloedrijkste boek dat ooit is uitgegeven, dankt zijn naam aan een stad die zij stichtten, Byblos.

Wie bouwden de schepen van Tarsis en voeren ermee? Hoe zijn de schepen aan hun naam gekomen? En hoe getuigen gebeurtenissen rond deze mensen en hun schepen van de nauwkeurigheid van de Bijbel?

Heer en meester in het Middellandse Zeegebied

De vaartuigen die bekend kwamen te staan als de schepen van Tarsis werden door de Feniciërs gebouwd. Zij waren al duizend jaar vóór de tijd van Christus ervaren zeelieden. Hun vaderland was een smalle kuststrook die ongeveer overeenkwam met het  huidige Libanon. Ten noorden, oosten en zuiden van hen woonden andere volken. Ten westen lag de enorme Middellandse Zee. Voor het verkrijgen van rijkdom richtten de Feniciërs zich op die zee.

De Fenicische zeelieden bouwden geleidelijk een succesvolle koopvaardijvloot. Toen ze meer winst gingen maken en hun technologie vooruitging, bouwden ze grotere schepen die langere reizen aankonden. Nadat Cyprus, Sardinië en de Balearen binnen hun bereik waren gekomen, volgden ze de Noord-Afrikaanse kustlijn in westelijke richting totdat ze bij Spanje kwamen. (Zie het kaartje.)

De schepen die Fenicische scheepsbouwers maakten waren dertig meter lang. Deze zeeschepen werden kennelijk „schepen van Tarsis” genoemd omdat ze de reis van vierduizend kilometer konden afleggen van Fenicië naar het zuiden van Spanje, waar Tarsis mogelijk lag. *

De Feniciërs waren er waarschijnlijk niet op uit de wereld te veroveren, maar wilden alleen maar geld verdienen. Dat deden ze door handelsposten te stichten. Maar als kooplieden werden ze heer en meester in het Middellandse Zeegebied.

Verder dan de Middellandse Zee

In hun streven naar winst waagden de Fenicische ontdekkingsreizigers zich op de Atlantische Oceaan. Hun schepen bleven de zuidelijke kust van Spanje volgen totdat ze bij een gebied kwamen dat Tartessus heette. Rond het jaar 1100 voor onze jaartelling stichtten ze een stad die ze Gadir noemden. Deze haven in Spanje, die nu bekendstaat als Cádiz, werd een van de eerste grote steden van West-Europa.

De Feniciërs verhandelden zout, wijn, gedroogde vis, cederhout, dennenhout, metalen voorwerpen, glas, borduurwerk, fijn linnen, en stoffen geverfd met het beroemde Tyrische purper. Welke rijkdommen had Spanje in ruil daarvoor te bieden?

 Het zuiden van Spanje bleek de grootste bron van zilver en andere waardevolle metalen in het Middellandse Zeegebied te zijn. De profeet Ezechiël zei over Tyrus, de belangrijkste haven van de Feniciërs: „Je deed zaken in Spanje en nam zilver, ijzer, tin en lood als betaling voor je overvloedige goederen.” — Ezechiël 27:12, Today’s English Version.

De Feniciërs ontdekten een schijnbaar onuitputtelijke voorraad van deze mineralen bij de rivier de Guadalquivir, niet ver van Cádiz. Dezelfde mineralen worden nog steeds gewonnen in dit gebied, in de mijnen die nu al zo’n drieduizend jaar erts van hoge kwaliteit produceren.

Met de vaste scheepvaartlijn tussen Spanje en Fenicië kregen de Feniciërs het monopolie op het Spaanse zilver. Het zilver stroomde Fenicië en zelfs het nabijgelegen Israël binnen. Koning Salomo van Israël ging handelsovereenkomsten aan met de Fenicische koning Hiram. Als gevolg daarvan werd zilver in de tijd van Salomo „als volkomen niets geacht”. — 1 Koningen 10:21. *

Hoewel de Feniciërs veel succes hadden als kooplieden, konden ze heel meedogenloos zijn. Naar verluidt lokten ze soms mensen aan boord onder het mom koopwaar te laten zien, waarna ze hen niet meer lieten gaan en tot slaaf maakten. Mettertijd verraadden ze zelfs hun vroegere handelspartners, de Israëlieten, en verkochten hen als slaven. Daarom voorzeiden Hebreeuwse profeten de vernietiging van de Fenicische stad Tyrus. Deze profetieën werden uiteindelijk vervuld door Alexander de Grote in het jaar 332 voor onze jaartelling (Joël 3:6; Amos 1:9, 10). Deze verwoesting betekende het einde van het Fenicische tijdperk.

Wat de Feniciërs hebben nagelaten

Zoals alle goede zakenmensen stelden de Fenicische handelaars hun overeenkomsten op schrift. Ze gebruikten een alfabet dat erg leek op het oude Hebreeuws. Andere volken zagen de voordelen van het Fenicische alfabet. Na wat aanpassingen werd het de basis voor het Griekse alfabet, dat weer de voorloper was van het Latijnse, een van de meest gebruikte alfabetten van tegenwoordig.

Bovendien werd de belangrijke Fenicische stad Byblos een centrum voor de verspreiding van papyrus, de voorloper van ons moderne papier. Het gebruik van papyrus als schrijfmateriaal heeft bijgedragen tot de ontwikkeling van boeken. Het Nederlandse woord voor het meest verspreide boek ter wereld, de Bijbel, is zelfs afgeleid van de naam Byblos. De geschiedenis van de Feniciërs en hun schepen versterkt inderdaad het vertrouwen dat de Bijbel stevig gebaseerd is op feiten.

[Voetnoten]

^ ¶8 Na verloop van tijd werd de uitdrukking „schepen van Tarsis” een aanduiding voor een type schip, dat geschikt was voor lange zeereizen.

^ ¶15 Salomo’s „vloot van Tarsisschepen” werkte samen met Hirams vloot, waarschijnlijk vanuit Ezeon-Geber, en dreef handel in de Rode Zee en verder. — 1 Koningen 10:22.

[Kaart op blz. 27]

(Zie publicatie voor volledig gezette tekst)

FENICISCHE HANDELSROUTES

SPANJE

TARTESSUS

Guadalquivir

Gadir

Corsica

Balearen

Sardinië

Sicilië

Kreta

Cyprus

Byblos

Tyrus

MIDDELLANDSE ZEE

Ezeon-Geber

Rode Zee

AFRIKA

[Illustratie op blz. 27]

Een munt met een Fenicisch schip, derde tot vierde eeuw v.G.T.

[Illustratie op blz. 27]

Overblijfselen van een Fenicische nederzetting (Cádiz, Spanje)

[Illustratieverantwoording op blz. 26]

Museo Naval, Madrid

[Illustratieverantwoording op blz. 27]

Coin: Museo Arqueológico Municipal. Puerto de Sta. María, Cádiz; remains: Yacimiento Arqueológico de Doña Blanca, Pto. de Sta. María, Cádiz, España