Doorgaan naar inhoud

Doorgaan naar inhoudsopgave

Waarom God Noach begunstigde — Waarom dat voor ons van belang is

Waarom God Noach begunstigde — Waarom dat voor ons van belang is

 Waarom God Noach begunstigde — Waarom dat voor ons van belang is

DE MEESTEN van ons kunnen zich nog wel momenten herinneren waarop ze belangrijk nieuws hoorden. We herinneren ons details, niet alleen waar we waren en wat we toen deden, maar ook hoe we reageerden. Ongetwijfeld is Noach de dag waarop hij een boodschap kreeg van Jehovah, de Soeverein van het universum, nooit vergeten. En welke boodschap had belangrijker kunnen zijn? Jehovah zei dat hij had besloten „alle vlees” te vernietigen. Noach moest een enorme ark bouwen tot behoud van hemzelf, zijn gezin en dieren van elke soort. — Genesis 6:9-21.

Hoe reageerde Noach? Was hij blij met die boodschap of maakte hij bezwaar? Hoe vertelde hij het nieuws aan zijn vrouw en gezin? Dat staat niet in de Bijbel, maar er staat wel het volgende: „Toen deed Noach naar alles wat God hem geboden had. Juist zo deed hij.” — Genesis 6:22.

Dat is beslist een belangrijk punt, want het verklaart voor een deel waarom Noach gunst vond in Gods ogen; Noach was bereid te doen wat God van hem vroeg (Genesis 6:8). Waarom begunstigde God Noach nog meer? Het antwoord is belangrijk omdat wij net als Noach moeten zijn om gered te worden wanneer God opnieuw de slechtheid van de aarde verwijdert. Maar laten we er eerst eens bij stilstaan hoe het leven er in Noachs tijd uitzag.

Demonen komen naar de aarde

Noach leefde vroeg in de menselijke geschiedenis. Hij werd ongeveer duizend jaar na de schepping van de eerste mens geboren. De mensen in die tijd waren geen holbewoners zoals  velen ze zich voorstellen: harige, domme wezens die maar wat rondsjokten met een knots in hun hand. Ze hadden werktuigen van smeedijzer en koper, en misschien heeft Noach bij de bouw van de ark ook wel zulk gereedschap gebruikt. Ook hadden ze muziekinstrumenten. Mensen trouwden, brachten kinderen groot, verbouwden gewassen en hielden vee. Ze kochten en verkochten dingen. Wat dat betreft leek het leven van toen veel op dat van nu. — Genesis 4:20-22; Lukas 17:26-28.

In andere opzichten waren dingen heel verschillend. Mensen leefden bijvoorbeeld veel langer. Het was niet ongewoon dat iemand achthonderd jaar oud werd. Noach werd 950 jaar, Adam 930 jaar en Methusalah, Noachs grootvader, 969 jaar. * — Genesis 5:5, 27; 9:29.

Nog een verschil wordt beschreven in Genesis 6:1, 2: „Nu geschiedde het toen de mensen talrijk begonnen te worden op de oppervlakte van de aardbodem en er dochters aan hen werden geboren, dat de zonen van de ware God de dochters der mensen gingen gadeslaan en bemerkten dat zij mooi waren; en zij gingen zich vrouwen nemen, namelijk allen die zij verkozen.” Die „zonen van de ware God” waren engelen uit de hemel die een menselijk lichaam aannamen en op de aarde rondzwierven als mensen. Ze waren niet gekomen omdat God hun dat had opgedragen of om goed te doen aan de menselijke familie. In plaats daarvan hadden ze „hun eigen juiste woonplaats” in de hemel verlaten om seksuele omgang te hebben met de knappe vrouwen op aarde. Ze werden demonen. — Judas 6.

Deze opstandige, ontaarde demonenengelen, die bovenmenselijke kracht en intelligentie bezaten, oefenden een rampzalige invloed op mensen uit. Het is aannemelijk dat ze de mensenmaatschappij beheersten en stuurden. Ze gingen niet heimelijk te werk, als een crimineel meesterbrein dat zijn identiteit en zijn praktijken verborgen houdt. In plaats daarvan kwamen ze openlijk en schaamteloos in opstand tegen Gods regeling.

Deze engelenzonen van God hadden seksuele omgang met vrouwen, en de vrouwen kregen kinderen die later buitengewone kracht bezaten. Zij kwamen bekend te staan onder de Hebreeuwse naam „Nefilim”. We lezen in Genesis 6:4: „De Nefilim bleken in die dagen op de aarde te zijn, en ook nog daarna, toen de zonen van de ware God betrekkingen met de dochters der mensen bleven hebben en dezen hun zonen baarden; dit waren de sterke mannen die er oudtijds waren, de mannen van vermaardheid.” De Nefilim waren erg angstaanjagend. Het woord Nefilim betekent „Vellers”, zij die anderen doen vallen. Vermoedelijk zijn de gewelddadigheden van deze moordenaars nog terug te vinden in oude mythen en legenden.

De kwelling van de rechtvaardigen

Uit de Bijbelse beschrijving van die generatie blijkt dat de alom heersende corruptie diep verankerd was. In Genesis 6:5, 11, 12 staat: „Jehovah [zag] dat de slechtheid van de mens overvloedig was op de aarde en dat elke neiging van de gedachten van zijn hart te allen tijde alleen maar slecht was. . . . De aarde werd met geweldpleging vervuld. . . . Alle vlees had zijn weg op de aarde verdorven.”

Zo zag de wereld er in Noachs tijd uit. „Noach was een rechtvaardig man”, in tegenstelling tot de mensen om hem heen, en hij „wandelde met de ware God” (Genesis 6:9). Het is voor een rechtvaardig mens niet makkelijk om in een  onrechtvaardige maatschappij te leven. Noach werd beslist gekweld door de dingen die mensen zeiden en deden. Hij voelde zich waarschijnlijk net als Lot, nog zo’n rechtvaardige man die na de zondvloed leefde. Lot leefde te midden van de verdorven inwoners van Sodom. Over hem wordt gezegd dat hij „zwaar gekweld werd door het losbandig gedrag van de mensen die de wet trotseerden” en ook dat ’zijn rechtvaardige ziel door wat hij zag en hoorde toen hij onder hen woonde, dag aan dag werd gefolterd wegens hun wetteloze daden’ (2 Petrus 2:7, 8). Dat moet met Noach ook zo zijn geweest.

Vindt u de schokkende gebeurtenissen of het goddeloze gedrag van de mensen om u heen ook verontrustend? In dat geval zult u zichzelf kunnen herkennen in Noach. Bedenk hoe moeilijk het voor hem geweest moet zijn om te volharden in een onrechtvaardige wereld, en dat zeshonderd jaar, want zo oud was hij toen de zondvloed kwam. Wat moet hij naar bevrijding hebben verlangd! — Genesis 7:6.

Noach had de moed anders te zijn

Noach „betoonde zich onberispelijk onder zijn tijdgenoten” (Genesis 6:9). Merk op dat de Bijbel zegt dat hij onberispelijk was onder, en niet vanuit het gezichtspunt van, zijn tijdgenoten. Met andere woorden, Noach was onberispelijk in de ogen van God, maar de mensen in zijn tijd vonden hem vreemd. We kunnen er zeker van zijn dat hij het niet eens was met de algemene opinie en dat hij zich niet bezighield met goddeloos amusement en de sociale bezigheden van alledag. Stel u voor hoe mensen hem hebben bezien toen hij begon met de bouw van de ark! Waarschijnlijk hebben ze hem uitgelachen en bespot. Ze namen hem niet serieus.

Bovendien had Noach een diepe religieuze overtuiging, en die hield hij niet voor zich; de Bijbel noemt hem „een prediker van rechtvaardigheid” (2 Petrus 2:5). Noach verwachtte ongetwijfeld dat hij met tegenstand te maken zou krijgen. Zijn overgrootvader Henoch was een rechtvaardig man die had voorzegd dat God het oordeel aan de goddelozen zou voltrekken. Dat leidde er kennelijk toe dat hij vervolgd werd, maar God liet niet toe dat zijn tegenstanders hem vermoordden (Genesis 5:18, 21-24; Hebreeën 11:5; 12:1; Judas 14, 15). Vanwege Satan, de demonen, de Nefilim en het feit dat de meeste mensen onverschillig of vijandig waren, had Noach niet alleen moed nodig maar ook geloof in Jehovah’s vermogen om hem te beschermen.

Mensen die God dienen hebben altijd tegenstand ondervonden van degenen die dat niet deden. Zelfs Jezus Christus werd gehaat, en dat gold ook voor zijn volgelingen (Mattheüs 10:22; Johannes 15:18). Noach had de moed om God te dienen, ook al was dat niet populair. Hij besefte dat het belangrijker was Gods gunst te hebben dan de goedkeuring van Zijn tegenstanders. En Noach werd door God begunstigd.

Noach sloeg er acht op

Zoals we hebben gezien, predikte Noach moedig tot anderen. Hoe reageerden ze op zijn boodschap? De Bijbel zegt over de mensen vóór de vloed: „Zij aten en zij dronken, mannen huwden en vrouwen werden ten huwelijk gegeven, tot op de dag waarop Noach de ark binnenging, en zij sloegen er geen acht op totdat de vloed kwam en hen allen wegvaagde.” Ze schonken geen aandacht aan de waarschuwing. — Mattheüs 24:38, 39.

Jezus zei dat het in onze tijd ook zo zou gaan. Jehovah’s Getuigen laten al meer dan honderd jaar de waarschuwing horen dat Jehovah drastische stappen zal nemen om zijn belofte te vervullen: een rechtvaardige nieuwe wereld. Hoewel miljoenen er gunstig op hebben gereageerd, slaan miljarden anderen er geen acht op. „Overeenkomstig hun wens” negeren ze de realiteit en de betekenis van de zondvloed. — 2 Petrus 3:5, 13.

Noach sloeg er echter wel acht op. Hij geloofde wat Jehovah God hem had verteld. Die gehoorzaamheid leidde tot zijn redding. Paulus schreef: „Door geloof heeft Noach, nadat hem een goddelijke waarschuwing was gegeven aangaande dingen die nog niet werden gezien, godvruchtige vrees aan de dag gelegd en een ark  gebouwd tot redding van zijn huisgezin.” — Hebreeën 11:7.

Een voorbeeld om na te volgen

De ark was gigantisch: ruim 133 meter lang en meer dan 13 meter hoog. Hij was ruim dertig meter langer dan de schoener Wyoming, die naar verluidt de grootste houten romp had die ooit is gebouwd. De ark was uiteraard geen schip maar hoefde alleen maar te blijven drijven. Niettemin waren er geavanceerde bouwtechnieken nodig. En aan de binnen- en buitenkant moest de ark met teer worden bedekt. De bouw heeft misschien wel meer dan vijftig jaar geduurd. — Genesis 6:14-16.

Maar er kwam nog meer bij kijken. Noach moest voor een jaar voedsel inslaan, voor zijn gezin en voor de dieren. Voordat de vloed kwam, moesten de dieren bijeen worden gebracht en naar binnen worden geleid. „Noach [deed] naar alles wat Jehovah hem geboden had.” Wat zal hij opgelucht zijn geweest toen alles klaar was en Jehovah de deur van de ark sloot! — Genesis 6:19-21; 7:5, 16.

En toen kwam de zondvloed. Het regende veertig dagen en veertig nachten. Iedereen moest een jaar in de ark blijven totdat het water was gezakt (Genesis 7:11, 12; 8:13-16). Alle goddeloze mensen waren omgekomen. Alleen Noach en zijn gezin hadden het overleefd, en de aarde was gereinigd.

De Bijbel noemt de wereldomvattende vloed in Noachs tijd „een voorbeeld . . . van komende dingen”. In welk opzicht? Er staat: „De hemelen en de aarde van nu [zijn] voor het vuur opgespaard en ze worden bewaard voor de dag van het oordeel en van de vernietiging der goddeloze mensen.” Maar net als in de tijd van Noach zullen er overlevenden zijn. We kunnen er zeker van zijn dat „Jehovah mensen van godvruchtige toewijding uit beproeving [weet] te bevrijden”. — 2 Petrus 2:5, 6, 9; 3:7.

Noach was een godvrezend man, een rechtvaardig man te midden van slechte mensen. Hij gehoorzaamde God volledig en had de moed te doen wat juist was, ook al wist hij dat hij zich daarmee de minachting en haat op de hals zou halen van mensen die God niet wilden dienen. Als we Noach hierin navolgen, zullen ook wij gunst vinden bij God en het vooruitzicht hebben bevrijd te worden en de nieuwe wereld binnen te gaan die zo dichtbij is. — Psalm 37:9, 10.

[Voetnoot]

^ ¶7 Zie het artikel „Hebben ze echt zo lang geleefd?” in de Ontwaakt! van juli 2007, blz. 30.

[Inzet op blz. 5]

Oude mythen en legenden vinden mogelijk hun oorsprong in de gewelddadigheden van de Nefilim

[Illustratie op blz. 7]

Door Noachs geloof na te volgen, kunnen we gunst vinden bij God

[Illustratieverantwoording op blz. 5]

Alinari/Art Resource, NY