Doorgaan naar inhoud

Doorgaan naar inhoudsopgave

Wist u dit?

Wist u dit?

 Wist u dit?

Hoeveel waren de twee geldstukken van de weduwe waard?

In de eerste eeuw van onze jaartelling bedroeg de jaarlijkse tempelbelasting die de Joden moesten betalen „twee drachmen”, overeenkomend met ongeveer twee daglonen (Mattheüs 17:24). Jezus sprak over een heel andere munt toen hij zei dat twee mussen verkocht werden „voor een geldstuk van geringe waarde”, het equivalent van het loon voor ongeveer 45 minuten werk. Voor het dubbele, het loon voor zo’n 90 minuten werk, konden zelfs vijf mussen gekocht worden. — Mattheüs 10:29; Lukas 12:6.

De tempelbijdrage van de arme weduwe die door Jezus werd gadegeslagen, was nog minder waard. De munten die ze gaf, twee lepta, waren de kleinste kopermunten die toen in Israël gangbaar waren. Ze waren het equivalent van slechts 1⁄64 van een dagloon, of minder dan het loon voor twaalf minuten werk, uitgaande van een gemiddelde werkdag van twaalf uur.

Jezus Christus zei dat de bijdrage van de weduwe veel meer waard was dan die van al degenen die hadden gegeven „van wat zij over hadden”. Waarom? In het verslag staat dat ze „twee kleine geldstukken” had; ze had dus één munt kunnen geven en de andere zelf kunnen houden. Maar ze gaf ’alles wat ze had, haar hele levensonderhoud’. — Markus 12:41-44; Lukas 21:2-4.

Wanneer kwam Saulus bekend te staan als Paulus?

De apostel Paulus was geboren als een Hebreeër met Romeinse burgerrechten (Handelingen 22:27, 28; Filippenzen 3:5). Waarschijnlijk heeft hij daarom van kleins af aan zowel de Hebreeuwse naam Saul(us) als de Romeinse naam Paulus gehad. Ook enkele familieleden van Paulus hadden Romeinse en Griekse namen (Romeinen 16:7, 21). Het was in die tijd bovendien niet ongebruikelijk dat Joden twee namen hadden, vooral wanneer ze niet in Israël woonden. — Handelingen 12:12; 13:1.

Deze apostel schijnt de eerste tien jaar nadat hij een christen was geworden voornamelijk onder zijn Hebreeuwse naam bekend te zijn geweest (Handelingen 13:1, 2). Maar op zijn eerste zendingsreis, rond 47/48 van onze jaartelling, heeft hij er misschien de voorkeur aan gegeven zijn Romeinse naam, Paulus, te gebruiken. Hij had de opdracht gekregen het goede nieuws aan niet-Joden bekend te maken, en hij kan het gevoel hebben gehad dat zijn Romeinse naam beter geaccepteerd zou worden (Handelingen 9:15; 13:9; Galaten 2:7, 8). Hij kan de naam Paulus ook gebruikt hebben omdat de Griekse uitspraak van zijn Hebreeuwse naam, Saul, erg veel lijkt op een Grieks woord met een negatieve gevoelswaarde. Wat de reden voor de verandering ook geweest mag zijn, Paulus liet zien dat hij bereid was ’voor alle soorten van mensen alles te worden, om er toch maar enkelen te redden’. — 1 Korinthiërs 9:22.

[Illustratie op blz. 12]

Lepton (ware grootte)