Doorgaan naar inhoud

Doorgaan naar inhoudsopgave

We moeten allemaal één zijn zoals Jehovah en Jezus één zijn

We moeten allemaal één zijn zoals Jehovah en Jezus één zijn

‘Ik doe (...) een verzoek (...) zodat ze allemaal één zullen zijn, net zoals u, Vader, in eendracht met mij bent.’ — JOH. 17:20, 21.

LIEDEREN: 24, 99

1, 2. (a) Welk verzoek deed Jezus in zijn laatste gebed met zijn apostelen? (b) Wat was misschien de reden dat eenheid Jezus bezighield?

EENHEID was een onderwerp dat Jezus tijdens zijn laatste maaltijd met zijn apostelen bezighield. Toen hij met ze bad, zei hij dat hij wilde dat al zijn discipelen één zouden zijn, net zoals hij en zijn Vader één zijn. (Lees Johannes 17:20, 21.) De eenheid van de discipelen zou een krachtig getuigenis zijn, een duidelijk bewijs dat Jezus door Jehovah naar de aarde was gestuurd om zijn wil te doen. Jezus’ ware discipelen zouden te herkennen zijn aan liefde, en die liefde zou hun eenheid versterken (Joh. 13:34, 35).

2 Het is begrijpelijk dat Jezus die avond de nadruk op eenheid legde. Hij had bij de apostelen een gebrek aan eenheid of harmonie opgemerkt. Zoals al eerder was gebeurd, ontstond ook nu weer een discussie ‘over de vraag wie van hen de grootste was’ (Luk. 22:24-27; Mark. 9:33, 34). Een andere keer hadden Jakobus en Johannes aan Jezus gevraagd of ze een belangrijke plaats naast hem in zijn Koninkrijk mochten hebben (Mark. 10:35-40).

3. Wat kan de oorzaak zijn geweest van het gebrek aan eenheid onder Christus’ discipelen, en welke vragen gaan we bespreken?

 3 Een verlangen naar prominentie was misschien niet de enige oorzaak van de verdeeldheid onder Christus’ discipelen. De mensen in het land waren verdeeld door haat en vooroordelen. Jezus’ discipelen moesten die gevoelens overwinnen. In dit artikel gaan we de volgende vragen bespreken: Hoe ging Jezus met vooroordelen om? Hoe leerde hij zijn volgelingen om anderen onpartijdig te behandelen en echt verenigd te zijn? En hoe zal zijn onderwijs ons helpen verenigd te blijven?

VOOROORDELEN TEGEN JEZUS EN ZIJN VOLGELINGEN

4. Geef voorbeelden van vooroordelen waar Jezus mee te maken kreeg.

4 Jezus kreeg zelf met vooroordelen te maken. Toen Filippus tegen Nathanaël zei dat hij de Messias had gevonden, was Nathanaëls reactie: ‘Kan uit Nazareth iets goeds komen?’ (Joh. 1:46) Waarschijnlijk kende hij de profetie in Micha 5:2 dat de Messias in Bethlehem geboren zou worden. En hij dacht misschien dat de Messias niet in Nazareth opgegroeid kon zijn omdat die plaats niet bijzonder genoeg was. Daarnaast hadden hooggeplaatste Judeeërs minachting voor Jezus omdat hij uit Galilea kwam (Joh. 7:52). Veel Judeeërs keken neer op Galileeërs. Andere Joden probeerden Jezus te beledigen door hem een Samaritaan te noemen (Joh. 8:48). De Samaritanen waren een ander volk en hadden een andere religie dan de Joden. Judeeërs en Galileeërs hadden weinig respect voor de Samaritanen en meden hen (Joh. 4:9).

5. Met welk vooroordeel kregen Jezus’ volgelingen te maken?

5 Ook Jezus’ volgelingen werden veracht door de Joodse leiders. De farizeeën rekenden hen tot de ‘vervloekte’ mensen (Joh. 7:47-49). Ze bezagen iedereen die niet aan de rabbijnse scholen had gestudeerd en iedereen die zich niet aan hun tradities hield als gewoon en verachtelijk (Hand. 4:13, vtn.). Het vooroordeel tegen Jezus en zijn discipelen werd veroorzaakt door religieuze, sociale en etnische verschillen. Ook de discipelen werden door vooroordelen beïnvloed. Om verenigd te zijn, moesten ze anders gaan denken.

6. Geef voorbeelden van hoe vooroordelen ons kunnen beïnvloeden.

6 In deze tijd is er veel discriminatie in de wereld. Misschien hebben mensen een vooroordeel tegen ons of hebben we zelf bepaalde vooroordelen. ‘Ik ging blanken steeds meer haten doordat ik na bleef denken over het onrecht dat Aboriginals werd aangedaan, zowel vroeger als nu’, zegt een zuster die nu pioniert in Australië. ‘Die haat werd nog versterkt doordat ik zelf slecht behandeld was.’ Het vooroordeel van een Canadese broeder had te maken met taal. Hij geeft toe: ‘Ik dacht dat Franssprekende mensen superieur waren. En ik kreeg een hekel aan mensen die Engels spraken.’

7. Hoe ging Jezus met vooroordelen om?

7 Vooroordelen kunnen net als in Jezus’ tijd heel diep zitten. Hoe ging Jezus ermee om? Ten eerste was hij altijd onpartijdig. Hij predikte tot rijk en arm, tot farizeeën en Samaritanen, en zelfs tot belastinginners en zondaars. Ten tweede liet hij zijn discipelen door zijn onderwijs en voorbeeld zien dat ze wantrouwen en onverdraagzaamheid moesten overwinnen.

OVERWIN VOOROORDELEN MET LIEFDE EN NEDERIGHEID

8. Welk principe is de basis voor christelijke eenheid? Leg uit.

8 Jezus leerde zijn volgelingen een belangrijk principe dat de basis is voor hun  eenheid: ‘Jullie zijn allemaal broeders.’ (Lees Mattheüs 23:8, 9.) We zijn in zekere zin ‘broeders’ van elkaar omdat we allemaal van Adam afstammen (Hand. 17:26). Maar er is meer. Jezus legde uit dat zijn discipelen broers en zussen waren omdat ze Jehovah als hun hemelse Vader zagen (Matth. 12:50). Bovendien waren ze bij een grote geestelijke familie gaan horen, verenigd door liefde en geloof. Daarom noemden de apostelen hun geloofsgenoten in hun brieven vaak broeders en zusters (Rom. 1:13; 1 Petr. 2:17; 1 Joh. 3:13). *

9, 10. (a) Waarom hadden de Joden geen reden om trots te zijn op hun ras? (b) Hoe liet Jezus zien dat raciale trots verkeerd is? (Zie beginplaatje.)

9 Nadat Jezus duidelijk had gemaakt dat we elkaar als broers en zussen moeten bezien, benadrukte hij dat we nederig moeten zijn. (Lees Mattheüs 23:11, 12.) Zoals we al hebben gezien, ontstond er door trots soms verdeeldheid onder zijn apostelen. Ook raciale trots kan een probleem zijn geweest. Hadden de Joden reden om trots te zijn omdat ze van Abraham afstamden? Veel Joden waren daar sterk van overtuigd. Maar Johannes de Doper zei tegen ze: ‘God kan uit deze stenen kinderen voor Abraham maken’ (Luk. 3:8).

10 Jezus veroordeelde raciale trots. Hij deed dat bijvoorbeeld toen een schriftgeleerde vroeg: ‘Wie is dan mijn naaste?’ Als antwoord vertelde Jezus een verhaal over een Samaritaan die een Jood verzorgde die onderweg door rovers in elkaar geslagen was. Joden die voorbijkwamen negeerden de gewonde man, maar de Samaritaan had medelijden met hem. Tot slot zei Jezus tegen de schriftgeleerde dat hij als de Samaritaan moest zijn (Luk. 10:25-37). Jezus liet zien dat de Joden van een Samaritaan konden leren wat echte naastenliefde is.

11. Waarom moesten de discipelen onpartijdig zijn tegenover buitenlanders, en hoe hielp Jezus ze dat te begrijpen?

11 Jezus’ discipelen moesten hun trots en vooroordelen overwinnen om hun opdracht uit te kunnen voeren. Voordat Jezus naar de hemel opsteeg, gaf hij ze de taak getuigenis te geven ‘in heel Judea en Samaria, en tot in de meest afgelegen delen van de aarde’ (Hand. 1:8). Eerder had Jezus ze op dat enorme werk voorbereid door de aandacht te richten op goede eigenschappen van buitenlanders. Hij prees een buitenlandse legerofficier voor zijn grote geloof (Matth. 8:5-10). In Nazareth, zijn eigen plaats, vertelde Jezus hoe Jehovah vreemdelingen had geholpen zoals de Fenicische weduwe uit Sarfath en de melaatse Syriër Naäman (Luk. 4:25-27). Bovendien predikte Jezus tot een Samaritaanse vrouw en bleef hij twee dagen in een Samaritaanse stad omdat de mensen interesse voor zijn boodschap hadden (Joh. 4:21-24, 40).

VOOROORDELEN BESTRIJDEN

12, 13. (a) Hoe reageerden de apostelen toen Jezus een Samaritaanse vrouw onderwees? (Zie beginplaatje.) (b) Waaruit blijkt dat Jakobus en Johannes het niet helemaal begrepen hadden?

12 Het was niet makkelijk voor de apostelen om hun vooroordelen te overwinnen. Ze waren verbaasd dat Jezus bereid was een Samaritaanse vrouw te onderwijzen (Joh. 4:9, 27). De Joodse religieuze leiders spraken nooit in het openbaar met  een vrouw, laat staan met een Samaritaanse vrouw die een twijfelachtige reputatie had. De apostelen drongen er bij Jezus op aan iets te eten. Maar uit zijn reactie bleek dat hij zo was opgegaan in het geestelijke gesprek dat hij zijn honger vergat. Prediken, zelfs tot een Samaritaanse vrouw, was de wil van zijn Vader, en dat was als voedsel voor hem (Joh. 4:31-34).

13 Jakobus en Johannes hadden deze les niet echt begrepen. Toen Jezus en zijn discipelen door Samaria reisden, wilden ze in een Samaritaans dorp overnachten. De Samaritanen weigerden hen te ontvangen, dus stelden Jakobus en Johannes woedend voor dat ze om vuur uit de hemel zouden vragen om het hele dorp te vernietigen. Jezus wees ze streng terecht (Luk. 9:51-56). Misschien zouden Jakobus en Johannes niet zo gereageerd hebben als het ongastvrije dorp in hun eigen gebied, in Galilea, had gelegen. Hun vijandigheid was waarschijnlijk aangewakkerd door vooroordelen. Het kan zijn dat Johannes zich later over zijn ondoordachte reactie heeft geschaamd toen hij bij een predikingstocht in Samaria veel succes had (Hand. 8:14, 25).

14. Hoe werd een probleem dat misschien te maken had met taal opgelost?

14 Niet lang na Pinksteren 33 ontstond er een probleem met discriminatie. Bij het verdelen van voedsel onder arme weduwen werden de Griekssprekende vrouwen achtergesteld (Hand. 6:1). Misschien werden ze genegeerd omdat ze een andere taal spraken. De apostelen zetten de kwestie snel recht door bekwame mannen over de voedselverdeling aan te stellen. Deze broeders hadden allemaal een Griekse naam. Daardoor werden ze misschien makkelijker geaccepteerd door de benadeelde weduwen.

15. Hoe leerde Petrus om onpartijdig te zijn? (Zie beginplaatje.)

15 In het jaar 36 werd het maken van discipelen veel internationaler. Vóór die tijd ging Petrus alleen met Joden om. Maar toen God duidelijk maakte dat christenen niet partijdig mogen zijn, predikte Petrus tot Cornelius, een Romeinse soldaat. (Lees Handelingen 10:28, 34, 35.) Vanaf die tijd at Petrus met niet-Joodse christenen en ging hij met ze om. Maar jaren later, in de stad Antiochië, stopte Petrus daarmee (Gal. 2:11-14). Paulus corrigeerde hem en kennelijk accepteerde Petrus de correctie. In zijn eerste brief aan Joodse en niet-Joodse christenen in Klein-Azië sprak hij met liefde over de hele broederschap (1 Petr. 1:1; 2:17).

16. Waar stonden de eerste christenen om bekend?

16 De apostelen leerden dus van Jezus’ voorbeeld om van ‘alle soorten mensen’ te houden (Joh. 12:32; 1 Tim. 4:10). Het kostte tijd, maar ze pasten hun manier van denken aan. De eerste christenen stonden erom bekend dat ze van elkaar hielden. Tertullianus, een schrijver uit de tweede eeuw, citeerde wat anderen over christenen zeiden: ‘Zie (...) hoe zij elkaar liefhebben (...) en hoe zij bereid zijn, voor elkander te sterven.’ Omdat de eerste christenen ‘de nieuwe persoonlijkheid’ aandeden, gingen ze mensen net zo bezien als Jehovah, voor wie alle mensen gelijk zijn (Kol. 3:10, 11).

17. Hoe kunnen we vooroordelen uit ons hart bannen? Geef voorbeelden.

17 Ook wij moeten misschien vooroordelen uit ons hart bannen. Een zuster in Frankrijk omschrijft haar strijd: ‘Jehovah heeft me geleerd wat het betekent liefde te hebben, te delen en van alle soorten mensen te houden. Maar ik ben nog steeds aan het leren om vooroordelen te  overwinnen en dat is niet altijd makkelijk. Daarom blijf ik erover bidden.’ Een zuster in Spanje voert ook zo’n strijd: ‘Ik worstel soms met vijandige gevoelens tegenover een bepaalde etnische groep en meestal kan ik die overwinnen. Maar ik weet dat ik moet blijven vechten. Ik ben Jehovah dankbaar dat ik bij een verenigde familie hoor.’ Het is goed om een eerlijk zelfonderzoek te doen. Moet jij misschien ook vechten tegen bepaalde vooroordelen?

VOOROORDELEN VERDWIJNEN ALS LIEFDE GROEIT

18, 19. (a) Welke redenen hebben we om iedereen te aanvaarden? (b) Hoe kunnen we dat doen?

18 Bedenk dat we allemaal ooit ‘vreemdelingen’ of buitenlanders waren, ver van God vandaan (Ef. 2:12). Maar Jehovah heeft ons ‘met de koorden van liefde’ tot zich getrokken (Hos. 11:4; Joh. 6:44). En Christus heeft ons aanvaard. Hij heeft als het ware de deur voor ons geopend zodat we in Gods gezin kunnen komen. (Lees Romeinen 15:7.) Het zou voor ons ondenkbaar moeten zijn iemand niet te accepteren, want we zijn zelf door Jezus geaccepteerd, hoe onvolmaakt we ook zijn!

Aanbidders van Jehovah laten zich leiden door de wijsheid van boven en zijn verenigd door liefde (Zie alinea 19)

19 Terwijl het einde van deze slechte wereld dichterbij komt, zullen verdeeldheid, vooroordelen en vijandigheid ongetwijfeld toenemen (Gal. 5:19-21; 2 Tim. 3:13). Maar wij als aanbidders van Jehovah laten ons leiden door de wijsheid van boven, die onpartijdig is en de vrede bevordert (Jak. 3:17, 18). We vinden het geweldig om vriendschap te sluiten met mensen uit andere landen, culturele verschillen te aanvaarden en misschien zelfs hun taal te leren. Als we dat doen ervaren we vrede die stroomt als een rivier en rechtvaardigheid die als de golven van de zee is (Jes. 48:17, 18).

20. Wat gebeurt er als liefde ons denken en ons gevoel vormt?

20 ‘De sluizen van ware kennis werden voor me geopend’, zegt de zuster uit Australië. Ze vertelt hoe een studie van de Bijbel haar heeft veranderd: ‘Mijn hart en geest werden opnieuw gevormd. Alle diepgewortelde vooroordelen en haat smolten voor mijn ogen weg.’ En de Canadese broeder zegt dat hij nu beseft dat ‘racisme vaak voortkomt uit onwetendheid en dat iemands eigenschappen niets te maken hebben met de plek waar hij geboren is’. Hij trouwde met een Engelssprekende zuster! Zulke veranderingen bewijzen dat christelijke liefde vooroordelen kan en zal overwinnen. Liefde verenigt ons met een onverbrekelijke band (Kol. 3:14).

^ ¶8 Met ‘broeders’ kunnen ook vrouwelijke leden van de gemeente bedoeld worden. Paulus richtte zijn brief aan de ‘broeders’ in Rome. Daar hoorden duidelijk ook zusters bij, want hij noemt een paar van hen bij naam (Rom. 16:3, 6, 12). De Wachttoren gebruikt al heel lang de uitdrukking ‘broeders en zusters’ voor christenen in de gemeente.