Doorgaan naar inhoud

Doorgaan naar inhoudsopgave

Moedig elkaar ‘des te meer’ aan

Moedig elkaar ‘des te meer’ aan

‘Laten we op elkaar letten (...), moedig elkaar aan, en dat des te meer naarmate je de dag dichterbij ziet komen.’ — HEBR. 10:24, 25.

LIEDEREN: 90, 87

1. Waarom drong Paulus er bij de Hebreeën op aan elkaar ‘des te meer’ aan te moedigen?

WAAROM moeten we steeds meer moeite doen om elkaar aan te moedigen? Paulus gaf ons de reden in zijn brief aan de Hebreeën. Hij zei tegen ze: ‘Laten we op elkaar letten om elkaar aan te sporen liefde te tonen en het goede te doen. Sla onze bijeenkomsten niet over, zoals de gewoonte van sommigen is, maar moedig elkaar aan, en dat des te meer naarmate je de dag dichterbij ziet komen’ (Hebr. 10:24, 25). Binnen slechts vijf jaar zouden de Joodse christenen in Jeruzalem een ‘dag van Jehovah’ zien naderen. Ze zouden het teken herkennen dat Jezus had gegeven, het teken dat ze moesten vluchten voor hun leven (Hand. 2:19, 20; Luk. 21:20-22). Die dag van Jehovah kwam in het jaar 70 toen de Romeinen Jehovah’s oordeel over Jeruzalem voltrokken.

2. Waarom wordt het steeds belangrijker dat we elkaar aanmoedigen?

2 In deze tijd hebben we alle reden om te geloven dat de ‘grote en heel ontzagwekkende’ dag van Jehovah dichtbij is (Joël 2:11). De profeet Zefanja zei: ‘De grote dag van Jehovah is  dichtbij! Hij is dichtbij en nadert heel snel!’ (Zef. 1:14) Die profetische waarschuwing geldt ook voor onze tijd. Omdat Jehovah’s dag zo dichtbij is, moeten we ‘ons om elkaar bekommeren om elkaar aan te sporen liefde te tonen en het goede te doen’ (Hebr. 10:24, vtn.). We moeten daarom steeds meer belangstelling voor onze broeders en zusters tonen zodat we ze kunnen aanmoedigen wanneer dat nodig is.

WIE HEBBEN AANMOEDIGING NODIG?

3. Wat zei Paulus over aanmoediging? (Zie beginplaatje.)

3 ‘Bezorgdheid maakt het hart van een man neerslachtig, maar een goed woord vrolijkt het op’ (Spr. 12:25). Dat geldt voor iedereen. We hebben allemaal van tijd tot tijd aanmoediging nodig. Paulus liet zien dat iemand die de verantwoordelijkheid heeft anderen aan te moedigen zelf ook opgebouwd moet worden. Aan de christenen in Rome schreef hij: ‘Ik verlang ernaar jullie te zien om jullie te laten delen in een geestelijke gave zodat jullie sterk worden gemaakt, of liever, zodat we elkaar kunnen opbouwen door ons geloof, zowel dat van jullie als dat van mij’ (Rom. 1:11, 12). Zelfs Paulus, die anderen geweldig opbouwde, had af en toe zelf aanmoediging nodig. (Lees Romeinen 15:30-32.)

4, 5. Wie kunnen we in deze tijd aanmoedigen, en waarom?

4 Degenen die een leven van zelfopoffering leiden, zoals trouwe pioniers, verdienen het geprezen te worden. Velen hebben in hun leven grote offers gebracht om te kunnen pionieren. Hetzelfde geldt voor zendelingen, Bethelieten, kringopzieners en hun vrouwen, en degenen die in een vertaalkantoor werken. Zij brengen allemaal offers in hun leven om meer tijd aan heilige dienst te kunnen besteden. Ze verdienen het daarom aangemoedigd te worden. Ook degenen die in hun hart nog in de volletijddienst zijn maar om uiteenlopende redenen niet meer zo veel kunnen doen, zullen het waarderen aanmoediging te krijgen.

5 Nog een groep die aanmoediging verdient zijn de broeders en zusters die niet trouwen, omdat ze gehoorzaam willen zijn aan de richtlijn om ‘alleen in de Heer’ te trouwen (1 Kor. 7:39). Hardwerkende echtgenotes waarderen het opbouwende woorden van hun man te horen (Spr. 31:28, 31). En ook christenen die ondanks vervolging of ziekte trouw blijven, moeten gesterkt worden (2 Thess. 1:3-5). Jehovah en Jezus troosten al die trouwe aanbidders. (Lees 2 Thessalonicenzen 2:16, 17.)

OUDERLINGEN MOEDIGEN ANDEREN AAN

6. Wat is de rol van de ouderlingen zoals die wordt beschreven in Jesaja 32:1, 2?

6 Lees Jesaja 32:1, 2. In deze moeilijke tijd geeft Jezus Christus via zijn gezalfde broeders en via ondersteunende ‘vorsten’ uit de andere schapen aanmoediging en leiding aan degenen die neerslachtig en ontmoedigd zijn. En zo hoort het ook, want deze ouderlingen zijn ‘geen meesters’ over het geloof van anderen, ze zijn ‘medewerkers’ voor de vreugde van hun broeders en zusters (2 Kor. 1:24).

7, 8. Wat kunnen ouderlingen ter aanmoediging nog meer doen dan alleen iets opbouwends te zeggen?

7 Paulus gaf een mooi voorbeeld om na te volgen. Hij schreef aan de christenen in Thessalonika die vervolgd werden: ‘We waren zo innig aan jullie gehecht dat we jullie niet alleen het goede nieuws van God wilden geven, maar ook onszelf, omdat we zo veel van jullie zijn gaan houden’ (1 Thess. 2:8).

 8 Paulus liet zien dat er soms meer nodig is dan alleen iets opbouwends te zeggen. Tegen de ouderlingen van Efeze zei hij: ‘[Jullie] moeten de zwakken ondersteunen. En houd in gedachte wat de Heer Jezus zelf heeft gezegd: “Geven maakt gelukkiger dan ontvangen”’ (Hand. 20:35). Paulus was bereid verder te gaan dan zijn broeders alleen maar aan te moedigen. Hij zei: ‘Voor jullie geef ik graag alles wat ik heb, en ook mezelf geef ik helemaal’ (2 Kor. 12:15). Ouderlingen moeten hun broeders en zusters dus niet alleen bemoedigen en troosten met woorden, ze moeten hen ook opbouwen door oprechte persoonlijke belangstelling te tonen (1 Kor. 14:3).

9. Hoe kunnen de ouderlingen op een opbouwende manier raad geven?

9 Soms moeten ouderlingen anderen raad geven om ze op te bouwen. Ook dan moeten ze zich laten leiden door wat de Bijbel zegt over het geven van aanmoedigende raad. In dat opzicht gaf Jezus na zijn dood en opstanding een prachtig voorbeeld. Hij had krachtige raad voor bepaalde gemeenten in Klein-Azië, maar kijk eens hoe hij dat aanpakte. Voordat hij de gemeenten in Efeze, Pergamum en Thyatira raad gaf, prees hij ze oprecht (Openb. 2:1-5, 12, 13, 18, 19). Tegen de gemeente in Laodicea zei hij: ‘Iedereen aan wie ik gehecht ben, wijs ik terecht en corrigeer ik. Wees daarom ijverig en heb berouw’ (Openb. 3:19). Ouderlingen doen er goed aan Christus’ voorbeeld te volgen als ze raad moeten geven.

NIET ALLEEN DE TAAK VAN DE OUDERLINGEN

Ouders, leiden jullie je kinderen op om anderen aan te moedigen? (Zie alinea 10)

10. Hoe kunnen wij allemaal elkaar opbouwen?

10 Anderen aanmoedigen is niet alleen de verantwoordelijkheid van de ouderlingen. Paulus spoorde alle christenen aan: ‘Zeg iets goeds dat opbouwt, waar dat maar nodig is. Zo vertel je de ander iets waar hij wat aan heeft’ (Ef. 4:29). Elk van ons moet erop letten wat anderen ‘nodig’  hebben. Paulus gaf de Hebreeën de raad: ‘Versterk de slappe handen en de wankele knieën. En blijf de paden voor je voeten rechtmaken, zodat wat kreupel is niet ontwricht raakt maar juist geneest’ (Hebr. 12:12, 13). Wij allemaal, zelfs de kinderen, kunnen elkaar opbouwen met aanmoedigende woorden.

11. Hoe werd Marthe geholpen toen ze depressief was?

11 Marthe, * een zuster die een depressieve periode had, schrijft: ‘Toen ik op een dag om aanmoediging had gebeden, kwam ik een oudere zuster tegen die genegenheid en medegevoel voor me toonde, wat ik op dat moment heel hard nodig had. Ook vertelde ze wat ze zelf had ervaren toen ze net zoiets doormaakte als ik, en ik voelde me minder alleen.’ Waarschijnlijk heeft de oudere zuster zich niet gerealiseerd dat haar woorden zo’n goede uitwerking op Marthe zouden hebben.

12, 13. Hoe kunnen we het advies uit Filippenzen 2:1-4 toepassen?

12 Paulus gaf alle broeders en zusters in de gemeente in Filippi het advies: ‘Als jullie elkaar aanmoedigen in Christus, elkaar troosten uit liefde, geestelijk verbonden zijn en genegenheid en medegevoel hebben, maak me dan volmaakt gelukkig door eensgezind te zijn, dezelfde liefde te hebben en saamhorig en één van geest te zijn. Doe niets uit rivaliteit of eigendunk, maar wees nederig en bezie anderen als superieur aan jezelf. Heb niet alleen oog voor je eigen belangen maar ook voor de belangen van anderen’ (Fil. 2:1-4).

13 We moeten dus allemaal oog hebben voor de belangen van anderen, waarbij we ‘elkaar troosten uit liefde’, ‘geestelijk verbonden zijn’ en ‘genegenheid en medegevoel hebben’. Zo moedigen we onze broeders en zusters aan.

MANIEREN OM AAN TE MOEDIGEN

14. Wat kan een bron van aanmoediging zijn?

14 Als je hoort dat iemand die je in het verleden hebt geholpen trouw doorgaat, kan dat echt een aanmoediging zijn. Dat gold ook voor Johannes, die schreef: ‘Niets geeft me meer vreugde dan dit: dat ik hoor dat mijn kinderen de weg van de waarheid blijven volgen’ (3 Joh. 4). Veel pioniers vinden het geweldig als ze erachter komen dat iemand die ze lang geleden in de waarheid hebben gebracht Jehovah nog steeds trouw dient en misschien zelfs pioniert. Als een pionier ontmoedigd is, kun je hem opbouwen door hem te herinneren aan de vreugdevolle dingen die hij heeft meegemaakt.

15. Wat kunnen we doen om degenen die trouw dienen aan te moedigen?

15 Heel wat kringopzieners hebben gezegd dat zij en hun vrouw opgebouwd waren als ze na hun bezoek aan een gemeente een bedankbriefje kregen. Ook ouderlingen, zendelingen, pioniers en Bethelieten vinden het fijn te horen dat hun trouwe dienst gewaardeerd wordt.

HOE WE ALLEMAAL EEN AANMOEDIGING KUNNEN ZIJN

16. Wat is ervoor nodig iemand aan te moedigen?

16 Het zou een vergissing zijn te denken dat je anderen niet kunt aanmoedigen omdat je niet zo spraakzaam bent. Er is niet veel nodig om een bron van aanmoediging te zijn, misschien niet meer dan een hartelijke glimlach als je iemand begroet. Glimlacht de ander niet terug, dan betekent dat misschien dat hij ergens mee zit. Gewoon luisteren kan dan troost bieden (Jak. 1:19).

17. Hoe werd een jonge broeder geholpen toen hij het moeilijk had?

 17 Een jonge broeder die Henri heet, had het heel zwaar toen naaste familieleden de waarheid verlieten. Een van hen was zijn vader, die een gerespecteerde ouderling was geweest. Henri werd opgebouwd door een kringopziener die ergens koffie met hem ging drinken en hem zijn hart liet luchten. Henri ging beseffen dat hij zijn familie alleen kon helpen in de waarheid terug te komen door zelf trouw door te gaan. Hij vond het ook heel vertroostend om Psalm 46, Zefanja 3:17 en Markus 10:29, 30 te lezen.

Wij allemaal kunnen elkaar opbouwen en aanmoedigen (Zie alinea 18)

18. (a) Wat schreef koning Salomo over aanmoediging? (b) Welke suggestie gaf Paulus?

18 De ervaringen van Marthe en Henri laten zien dat we een broeder of zuster die troost nodig heeft echt kunnen opbouwen. Koning Salomo schreef: ‘Wat fijn is een woord op het juiste moment! Een vrolijke blik maakt het hart blij. Een goed bericht versterkt de botten’ (Spr. 15:23, 30, vtn.). Je zou iemand die een beetje down is, ook kunnen versterken door hem iets voor te lezen uit De Wachttoren of van onze website. Paulus laat zien dat het opbouwend kan zijn samen een Koninkrijkslied te zingen. Hij schreef: ‘Blijf elkaar onderwijzen en opbouwen met psalmen, lofzangen voor God en geestelijke liederen die met dankbaarheid worden gezongen. Zing voor Jehovah in je hart’ (Kol. 3:16; Hand. 16:25).

19. Waarom zal het in de tijd die voor ons ligt steeds belangrijker worden elkaar aan te moedigen, en wat moeten we doen?

19 Naarmate we Jehovah’s dag ‘dichterbij zien komen’, wordt het steeds belangrijker dat we elkaar aanmoedigen (Hebr. 10:25). Zoals Paulus tegen de christenen in zijn tijd zei: ‘Blijf elkaar aanmoedigen en opbouwen, zoals jullie trouwens al doen’ (1 Thess. 5:11).

^ ¶11 De namen zijn veranderd.