Doorgaan naar inhoud

Doorgaan naar inhoudsopgave

2 Hulp om problemen op te lossen

2 Hulp om problemen op te lossen

Sommige problemen in het leven zijn hardnekkig, misschien al voordat we ons ervan bewust zijn. Soms hebben we er jarenlang mee te maken. Geeft de Bijbel ons de wijsheid om hardnekkige en frustrerende problemen op te lossen? Hier volgen een paar voorbeelden.

EXTREME BEZORGDHEID

Rosie vertelt: ‘Bepaalde problemen werden een obsessie voor me doordat ik dingen in mijn hoofd erger maakte of me inbeeldde wat er allemaal fout kon gaan.’ Welke Bijbelteksten hebben haar geholpen? Onder andere Mattheüs 6:34: ‘Maak je nooit zorgen over de dag van morgen, want de volgende dag heeft zijn eigen zorgen. Elke dag heeft genoeg aan zijn eigen problemen.’ Rosie zegt dat die woorden van Jezus haar geholpen hebben om niet meer te piekeren over wat er morgen zou kunnen gebeuren. Ze vertelt verder: ‘Ik had al zorgen genoeg zonder te piekeren over situaties die nog niet gebeurd waren en misschien nooit zouden gebeuren.’

Yasmine had ook het gevoel dat ze haar bezorgdheid niet meer in de hand had. ‘Ik huilde meerdere dagen per week, en soms kon ik niet slapen. Ik had het gevoel dat negatief denken aan me vrat en niets van me overliet.’ Ze vertelt dat 1 Petrus 5:7 haar heeft geholpen, waar staat: ‘Leg al je zorgen bij hem neer, want hij geeft om je.’ Yasmine zegt: ‘Ik bleef tot Jehovah bidden, en hij verhoorde mijn gebeden. Het was alsof er een enorme last van mijn schouders viel. Af en toe heb ik nog last van negatieve gedachten, maar ik weet nu hoe ik ermee om moet gaan.’

 UITSTELGEDRAG

Isabella, een jonge vrouw, zegt: ‘Ik denk dat uitstellen in de genen zit, want mijn vader doet het ook. Ik schuif belangrijke dingen vooruit en doe uiteindelijk helemaal niets, behalve dan relaxen en tv-kijken. Het is een slechte gewoonte omdat je er stress van krijgt en je geen goed werk levert.’ Een principe dat haar heeft geholpen, staat in 2 Timotheüs 2:15: ‘Doe je uiterste best om je aan God aan te bieden als iemand die is goedgekeurd, als een werkman die zich nergens over hoeft te schamen.’ Isabella zegt: ‘Ik wilde niet dat Jehovah zich zou schamen voor mijn werk gewoon omdat ik dingen uitstel.’ Ze heeft ondertussen veel vorderingen gemaakt.

Kelsey vertelt: ‘Als ik iets moest doen, stelde ik dat zo lang mogelijk uit. Ik huilde vaak, sliep slecht en piekerde veel. Het was niet goed voor me.’ Kelsey voelde zich geholpen door wat in Spreuken 13:16 staat: ‘Een verstandig mens handelt met kennis, maar de dwaas onthult zijn eigen dwaasheid.’ Ze legt uit wat ze heeft geleerd door over die tekst na te denken: ‘Het is verstandig om praktisch te zijn en vooruit te plannen. Ik heb nu een agenda op mijn bureau liggen waarin ik alles plan wat ik moet doen, en dat helpt me om georganiseerd te zijn en dingen niet tot de laatste minuut uit te stellen.’

EENZAAMHEID

‘Mijn man ging ervandoor en liet me achter met vier kleine kinderen’, vertelt Kirsten. Welk Bijbelse principe heeft haar geholpen? Spreuken 17:17 zegt: ‘Een echte vriend blijft altijd liefde tonen en is een broeder geboren voor tijden van nood.’ Kirsten zocht hulp bij anderen die net als zij Jehovah aanbidden. Wat was het resultaat? ‘Mijn vrienden kwamen me op zo veel manieren te hulp! Sommige zetten boodschappen en bloemen voor de deur. Drie keer hielp een legertje vrienden mijn kinderen en mij met verhuizen. Eén persoon hielp me werk te vinden. Mijn vrienden waren er altijd voor me.’

Delphine, die eerder werd genoemd, had ook last van eenzaamheid. Ze vertelt over de periode dat ze het zo zwaar had: ‘Ik had het gevoel dat iedereen gewoon zijn leven leidde en ik op een afstand toekeek. Ik voelde me heel eenzaam.’ Een Bijbeltekst die haar hielp was Psalm 68:6: ‘God geeft eenzame mensen een thuis.’ Ze legt uit: ‘Ik wist dat het niet gewoon om een letterlijk huis kon gaan. Ik ging begrijpen dat God ons een geestelijk thuis biedt, een plaats waar je echt veilig bent en waar je een hechte emotionele band krijgt met anderen die van Jehovah houden. Maar ik wist dat ik pas een goede band met anderen kon krijgen als ik een goede band met Jehovah had. Daar heeft Psalm 37:4 me bij geholpen: “Zoek je grootste vreugde bij Jehovah, dan zal hij je geven wat je hart verlangt.”’

Ze vertelt verder: ‘Ik besefte dat ik me nog meer aan Jehovah moest gaan hechten. Hij is de allerbeste Vriend. Ik maakte een lijst van dingen die ik samen met anderen kon doen, zodat ik een band met ze kon opbouwen die gebaseerd was op geestelijke normen. Ik leerde om naar het goede in anderen te kijken en hun zwakheden te negeren.’

Uiteraard zijn vrienden die God aanbidden nog altijd onvolmaakt. Jehovah’s Getuigen hebben net als iedereen met problemen te maken. Maar mensen die zich door de Bijbel laten vormen, worden gemotiveerd om anderen zo vaak mogelijk te helpen. Het is verstandig om zulke vrienden te kiezen. Maar kunnen Bijbelse principes ons ook helpen met problemen om te gaan die nu nog niet opgelost kunnen worden, zoals een chronisch gezondheidsprobleem of het verlies van een dierbare?

Bijbelse adviezen toepassen kan u helpen goede vrienden te vinden