Doorgaan naar inhoud

Doorgaan naar inhoudsopgave

Jehovah is onze Soevereine Heer!

Jehovah is onze Soevereine Heer!

 Jehovah is onze Soevereine Heer!

„In de Soevereine Heer Jehovah heb ik mijn toevlucht gesteld.” — PSALM 73:28.

1. Waarop zinspeelde Paulus in 1 Korinthiërs 7:31?

„HET toneel van deze wereld is bezig te veranderen”, zei de apostel Paulus (1 Kor. 7:31). Hij vergeleek deze wereld dus met een toneel waarop acteurs hun rol spelen, als held of als schurk, en dan bij een decorwisseling weer verdwijnen.

2, 3. (a) Waarmee kan het betwisten van Jehovah’s soevereiniteit vergeleken worden? (b) Welke vragen gaan we bespreken?

2 Er is in deze tijd een uiterst belangrijk drama aan de gang, en jij bent erbij betrokken! Het houdt voornamelijk verband met de rechtvaardiging van Jehovah’s soevereiniteit. Dat drama kan geïllustreerd worden met een situatie die in een bepaald land zou kunnen bestaan. Enerzijds is er een rechtmatige regering die de orde handhaaft. Anderzijds is er een criminele organisatie die heerst door middel van fraude, geweld en bedrog. Die onwettige organisatie vormt een uitdaging voor het soevereine gezag en stelt de loyaliteit van alle burgers aan hun regering op de proef.

3 Een soortgelijke situatie bestaat op universele schaal. Er is een rechtmatige regering: die van de „Soevereine Heer Jehovah” (Ps. 71:5). Maar de mensheid wordt momenteel bedreigd door een criminele organisatie onder leiding van „de goddeloze” (1 Joh. 5:19). Die organisatie vormt een uitdaging voor Gods regering en stelt de loyaliteit van alle mensen aan zijn soevereine gezag op de proef. Hoe is deze situatie ontstaan? Waarom laat God dit toe? Wat kunnen wij er persoonlijk aan doen?

De thema’s van het drama

4. Welke twee onderling samenhangende kwesties komen in het universele drama dat zich ontvouwt, aan de orde?

4 In het universele drama dat zich ontvouwt, komen twee onderling samenhangende kwesties aan de orde: Jehovah’s soevereiniteit en menselijke rechtschapenheid. Jehovah wordt in de Bijbel vaak „de Soevereine Heer” genoemd. Met volledig vertrouwen in hem zong de psalmist bijvoorbeeld: „In de Soevereine Heer Jehovah heb ik mijn toevlucht gesteld” (Ps. 73:28). „Soevereiniteit” is oppermachtige heerschappij. Een soeverein oefent het hoogste gezag uit. Er zijn goede redenen om Jehovah God als de Allerhoogste, het Opperwezen, te bezien (Dan. 7:22).

5. Waarom moeten we ons ertoe bewogen voelen Jehovah’s soevereiniteit hoog te houden?

5 Als de Schepper is Jehovah God de Soeverein van de aarde en het hele universum. (Lees Openbaring 4:11.) Hij is ook onze Rechter, Wetgever en Koning, want de rechterlijke, de wetgevende en de uitvoerende macht in het universele  bestuur zijn in hem verenigd (Jes. 33:22). Omdat we ons bestaan aan hem te danken hebben en van hem afhankelijk zijn, moeten we hem als onze Soevereine Heer bezien. We zullen gemotiveerd zijn om zijn verheven positie hoog te houden als we altijd bedenken dat ’Jehovah zelf in de hemel zijn troon stevig heeft bevestigd; en over alles heeft zijn eigen koningschap heerschappij geoefend’ (Ps. 103:19; Hand. 4:24).

6. Wat is rechtschapenheid?

6 Om Jehovah’s soevereiniteit te ondersteunen, moeten we onze rechtschapenheid tegenover hem bewaren. Rechtschapenheid is morele zuiverheid of volkomenheid. Iemand die zijn rechtschapenheid bewaart, is onberispelijk en oprecht. De patriarch Job was zo iemand (Job 1:1).

Hoe het drama begon

7, 8. Hoe betwistte Satan de rechtmatigheid van Jehovah’s soevereiniteit?

7 Zo’n zesduizend jaar geleden betwistte een geestelijk schepsel de rechtmatigheid van Jehovah’s soevereiniteit. De beweegreden van die opstandeling was een zelfzuchtig verlangen om aanbeden te worden. Hij haalde het eerste mensenpaar, Adam en Eva, ertoe over deloyaal te worden aan Gods soevereiniteit en probeerde de naam van God te besmeuren door te beweren dat God gelogen had. (Lees Genesis 3:1-5.) Deze opstandeling werd de grote Tegenstander, Satan of Tegenstrever, Duivel of Lasteraar, slang of bedrieger, en draak of verslinder (Openb. 12:9).

8 Satan wierp zich op als een mededinger naar de heerschappij. Wat zou de Soevereine Heer Jehovah als reactie op deze uitdaging doen? Zou hij de drie opstandelingen — Satan, Adam en Eva — onmiddellijk vernietigen? Hij had beslist de macht om dat te doen, en het zou de vraag wie oppermachtig was, opgelost hebben. Het zou ook bewezen hebben dat Jehovah de waarheid had gesproken in verband met de straf op het overtreden van zijn wet. Maar waarom vernietigde hij hen niet?

9. Wat trok Satan in twijfel?

9 Door te liegen en Adam en Eva van God af te keren, trok Satan Jehovah’s recht om gehoorzaamheid van mensen te verlangen, in twijfel. En door het eerste mensenpaar ertoe over te halen God ongehoorzaam te zijn, trok Satan bovendien de loyaliteit van alle met verstand begiftigde schepselen in twijfel. Zoals blijkt uit het geval van Job, die loyaal was aan Jehovah’s soevereiniteit, beweerde Satan dat hij alle mensen van God kon afkeren (Job 2:1-5).

10. Wat heeft God toegestaan door zijn soevereiniteit niet onmiddellijk te laten gelden?

10 Door zijn soevereiniteit niet onmiddellijk te laten gelden, gaf Jehovah Satan de tijd om zijn bewering te bewijzen. Ook gaf hij mensen de gelegenheid hun loyaliteit aan zijn soevereiniteit te tonen. Wat is er in de loop van de eeuwen gebeurd? Satan heeft een machtige criminele organisatie opgebouwd. Maar Jehovah zal Satan en zijn organisatie uiteindelijk vernietigen, en dan zal de rechtmatigheid van Jehovah’s soevereiniteit overtuigend bewezen zijn. Jehovah God was zo zeker van een positieve afloop dat hij die al voorzei toen de opstand in Eden plaatsvond (Gen. 3:15).

11. Wat hebben veel mensen in verband met Jehovah’s soevereiniteit gedaan?

11 Veel mensen hebben geloof geoefend en hun rechtschapenheid in verband met Jehovah’s soevereiniteit en de heiliging van zijn naam bewaard. Tot hen behoren Abel, Henoch, Noach, Abraham, Sara, Mozes, Ruth, David, Jezus, de vroege discipelen van Jezus en miljoenen rechtschapen mensen in deze tijd. Deze ondersteuners van Gods soevereiniteit leveren met elkaar het bewijs dat Satan een leugenaar is en dragen ertoe bij dat Gods naam wordt gezuiverd van de smaad die Satan erop heeft geworpen door te pochen dat hij alle mensen van God kan afkeren (Spr. 27:11).

De afloop staat vast

12. Waarom kunnen we er zeker van zijn dat God goddeloosheid niet eindeloos zal tolereren?

12 We kunnen er zeker van zijn dat Jehovah binnenkort zijn soevereiniteit zal laten gelden.  Hij zal goddeloosheid niet eindeloos tolereren, en we weten dat we in de laatste dagen leven. Jehovah heeft tijdens de Vloed actie ondernomen tegen de goddelozen. Hij heeft Sodom en Gomorra en Farao en zijn strijdkrachten vernietigd. Ook Sisera en zijn leger en Sanherib en zijn Assyrische troepen waren geen partij voor de Allerhoogste (Gen. 7:1, 23; 19:24, 25; Ex. 14:30, 31; Recht. 4:15, 16; 2 Kon. 19:35, 36). We kunnen er daarom van overtuigd zijn dat Jehovah God het minachten van zijn naam en de slechte behandeling van zijn Getuigen niet eeuwig zal dulden. Bovendien zien we nu duidelijk het teken van Jezus’ tegenwoordigheid en het besluit van dit goddeloze stelsel (Matth. 24:3).

13. Hoe kunnen we het vermijden samen met Jehovah’s vijanden vernietigd te worden?

13 Om niet samen met Gods vijanden vernietigd te worden, moeten we loyaal zijn aan zijn soevereiniteit. Hoe dan wel? Door ons afzijdig te houden van Satans criminele bestuur en ons niet door zijn handlangers te laten intimideren (Jes. 52:11; Joh. 17:16; Hand. 5:29). Alleen dan kunnen we Gods soevereiniteit hooghouden en de hoop koesteren gespaard te worden wanneer Jehovah zijn naam van smaad zuivert en bewijst dat hij de Universele Soeverein is.

14. Wat wordt in verschillende gedeelten van de Bijbel onthuld?

14 Overal in de Bijbel vinden we details in verband met Jehovah’s soevereiniteit en de mensheid. De eerste drie hoofdstukken vertellen ons over de schepping en over de zondeval van de mens, terwijl de laatste drie over het herstel van de mensheid gaan. De tussenliggende bladzijden geven details over de stappen die de Soevereine Heer Jehovah gedaan heeft om zijn voornemen met de mensheid, de aarde en het universum te realiseren. In Genesis lezen we hoe Satan en goddeloosheid de wereld zijn binnengekomen, en het laatste gedeelte van Openbaring onthult dat het kwaad uitgebannen zal worden, Satan vernietigd zal worden, en de wil van God net als in de hemel ook op aarde zal geschieden. De Bijbel onthult dus de oorzaak van zonde en dood en laat zien hoe ze van het aardse toneel verwijderd zullen worden en plaats zullen maken voor grenzeloze vreugde en eeuwig leven voor mensen die rechtschapen blijven.

15. Wat moeten we doen om persoonlijk voordeel te trekken van het beëindigen van het drama over soevereiniteit?

15 Binnenkort zal het toneel van deze wereld compleet veranderen. Het doek zal vallen voor het eeuwenoude drama over soevereiniteit. Satan zal van het toneel worden verwijderd en uiteindelijk worden vernietigd, en Gods wil zal absoluut zegevieren. Maar om hier voordeel van te trekken en de vele zegeningen te genieten die in de Bijbel zijn voorzegd, moeten we nu Jehovah’s soevereiniteit hooghouden. We kunnen ons niet vrijblijvend opstellen; we moeten partij kiezen. Om te kunnen zeggen „Jehovah staat  aan mijn zijde” moeten we aan zijn zijde blijven (Ps. 118:6, 7).

We kunnen rechtschapen blijven!

16. Waarom kunnen we er zeker van zijn dat mensen hun rechtschapenheid tegenover God kunnen bewaren?

16 We kunnen Jehovah’s soevereiniteit hooghouden en onze rechtschapenheid bewaren, want Paulus zei: „Geen verzoeking is over u gekomen behalve die welke mensen gemeen is. Maar God is getrouw, en hij zal niet toelaten dat gij wordt verzocht boven hetgeen gij kunt dragen, maar met de verzoeking zal hij ook voor de uitweg zorgen, opdat gij ze kunt doorstaan” (1 Kor. 10:13). Wat is de oorzaak van de verzoeking waar Paulus het over heeft, en hoe zorgt God voor de uitweg?

17-19. (a) Voor welke verzoeking zwichtten de Israëlieten in de wildernis? (b) Waarom zijn we in staat onze rechtschapenheid tegenover Jehovah te bewaren?

17 Zoals wordt geïllustreerd door Israëls ervaringen in de wildernis, wordt de verzoeking veroorzaakt door omstandigheden die ons ertoe kunnen brengen Gods wet te overtreden. (Lees 1 Korinthiërs 10:6-10.) De Israëlieten hadden de verzoeking kunnen weerstaan, maar toen Jehovah door een wonder in een maandvoorraad kwartels voorzag, begeerden ze „schadelijke dingen”. Ook al had het volk een tijdlang geen vlees gehad, God had hun genoeg manna te eten gegeven. Toch zwichtten ze voor de verleiding om zich bij het verzamelen van de kwartels aan onbeteugelde hebzucht over te geven (Num. 11:19, 20, 31-35).

18 Eerder al, toen Mozes op de berg Sinaï de Wet kreeg, waren de Israëlieten afgoderij gaan bedrijven door zich aan kalveraanbidding en sensuele genoegens over te geven. De afwezigheid van hun zichtbare leider had tot gevolg dat de situatie uit de hand liep (Ex. 32:1, 6). Vlak voordat ze het beloofde land binnengingen, werden duizenden Israëlieten verleid door Moabitische vrouwen, met wie ze seksuele immoraliteit bedreven. Bij die gelegenheid stierven duizenden Israëlieten wegens hun zonde (Num. 25:1, 9). Soms zwichtte het volk Israël voor de verleiding opstandig te klagen; bij één gelegenheid klaagden ze zowel tegen Mozes als tegen God zelf! (Num. 21:5) Het volk Israël klaagde zelfs na de vernietiging van de goddeloze Korach, Dathan, Abiram en hun vrienden; ze veronderstelden ten onrechte dat de terechtstelling van de opstandelingen onrechtvaardig was. Het gevolg was dat 14.700 Israëlieten omkwamen door een van God afkomstige plaag (Num. 16:41, 49).

19 Geen van de bovengenoemde verzoekingen was zo zwaar dat de Israëlieten er geen weerstand aan hadden kunnen bieden. Het volk zwichtte voor de verleiding omdat ze hun geloof hadden verloren en omdat ze Jehovah, zijn liefdevolle zorg en zijn rechtvaardigheid waren vergeten. Net als in het geval van de Israëlieten zijn de verzoekingen waar wij voor staan, niet uniek. Als we de nodige moeite doen om ze te weerstaan en als we ons op Gods steun verlaten, kunnen we onze rechtschapenheid bewaren. Daar kunnen we van overtuigd zijn, want „God is getrouw” en hij laat niet toe dat we worden ’verzocht boven hetgeen we kunnen dragen’. Hij laat ons nooit in de steek door toe te laten dat we in situaties terechtkomen die het menselijkerwijs gesproken onmogelijk maken zijn wil te doen (Ps. 94:14).

20, 21. Hoe zorgt God voor „de uitweg” als we verzocht worden?

20 Jehovah zorgt voor „de uitweg” door ons  de kracht te geven om de verzoeking te weerstaan. Vervolgers kunnen ons bijvoorbeeld lichamelijk mishandelen in een poging ons ertoe te brengen ons geloof af te zweren. Zo’n behandeling kan ons in de verleiding brengen concessies te doen om te ontkomen aan nog meer afranselingen, martelingen, of misschien wel de dood. Maar op grond van Paulus’ geïnspireerde verzekering in 1 Korinthiërs 10:13 weten we dat de situatie die aanleiding geeft tot de verzoeking slechts tijdelijk is. Jehovah zal niet toelaten dat de situatie zich zo ontwikkelt dat we hem niet trouw kunnen blijven. Hij kan ons geloof versterken en ons de geestelijke kracht geven die we nodig hebben om onze rechtschapenheid te bewaren.

21 Jehovah steunt ons door middel van zijn heilige geest. Die geest brengt ons ook Bijbelse gedachten te binnen die we nodig hebben om een verzoeking te weerstaan (Joh. 14:26). Het resultaat is dat we ons niet tot een verkeerde handelwijze laten misleiden. We begrijpen bijvoorbeeld de kwesties die erbij betrokken zijn: Jehovah’s soevereiniteit en menselijke rechtschapenheid. Met die kennis zijn velen door God gesteund om tot in de dood getrouw te blijven. Maar het was niet de dood die voor een uitweg zorgde; het was Jehovah’s hulp waardoor ze tot het einde konden volharden en de verzoeking konden weerstaan. Jehovah kan hetzelfde voor ons doen. Hij gebruikt ook zijn getrouwe engelen om ons te helpen als zijn openbare dienaren, „uitgezonden om te dienen ten behoeve van hen die redding zullen beërven” (Hebr. 1:14). Zoals het volgende artikel duidelijk maakt, kunnen alleen mensen die hun rechtschapenheid bewaren, verwachten het vreugdevolle voorrecht te hebben Gods soevereiniteit voor eeuwig hoog te houden. Wij kunnen daarbij horen als we trouw blijven aan Jehovah, onze Soevereine Heer.

Wat zou je antwoorden?

• Waarom moeten we Jehovah als onze Soevereine Heer erkennen?

• Wat wil het zeggen onze rechtschapenheid tegenover God te bewaren?

• Hoe weten we dat Jehovah binnenkort zijn soevereiniteit zal laten gelden?

• Waarom zijn we, met het oog op 1 Korinthiërs 10:13, in staat rechtschapen te blijven?

[Studievragen]

[Illustratie op blz. 24]

Satan haalde Adam en Eva ertoe over deloyaal te worden aan Jehovah

[Illustratie op blz. 26]

Wees vastbesloten Jehovah’s soevereiniteit hoog te houden