Doorgaan naar inhoud

Doorgaan naar inhoudsopgave

Wat zeggen je gebeden over je?

Wat zeggen je gebeden over je?

 Wat zeggen je gebeden over je?

„O Hoorder van het gebed, ja, tot u zullen mensen van alle vlees komen.” — PSALM 65:2.

1, 2. Waarom kunnen Jehovah’s aanbidders zich vol vertrouwen in gebed tot hem wenden?

JEHOVAH is nooit doof voor de smeekbeden van zijn trouwe aanbidders. We kunnen ervan op aan dat hij ons hoort. Zelfs als miljoenen Getuigen van Jehovah tegelijk tot God zouden bidden, zou niemand een ’ingesprektoon’ krijgen.

2 In het volste vertrouwen dat God zijn smekingen hoorde, zong de psalmist David: „O Hoorder van het gebed, ja, tot u zullen mensen van alle vlees komen” (Ps. 65:2). Davids gebeden werden verhoord omdat hij een loyale aanbidder van Jehovah was. Wij doen er goed aan ons af te vragen: Blijkt uit mijn smeekbeden dat ik op Jehovah vertrouw en dat de zuivere aanbidding voor mij van het grootste belang is? Wat zeggen mijn gebeden over me?

Benader Jehovah nederig

3, 4. (a) Met welke instelling moeten we God in gebed benaderen? (b) Wat moeten we doen als we gekweld worden door „verontrustende gedachten” over een ernstige zonde?

3 Willen onze gebeden verhoord worden, dan moeten we God nederig benaderen (Ps. 138:6). We moeten Jehovah vragen ons te onderzoeken, zoals David deed toen hij zei: „Doorvors mij, o God, en ken mijn hart. Onderzoek mij, en ken mijn verontrustende gedachten, en zie of er in mij soms een smartelijke weg is, en leid mij op de weg der onbepaalde tijd” (Ps. 139:23, 24). Laten we niet alleen bidden maar ons ook onderwerpen aan Gods onderzoek en de raad in zijn Woord. Jehovah kan ons op „de weg der onbepaalde tijd” leiden, ons helpen een weg te bewandelen die naar eeuwig leven leidt.

4 Stel nu eens dat we gekweld worden door „verontrustende gedachten” over een ernstige zonde. (Lees Psalm 32:1-5.) Pogingen om een slecht geweten het zwijgen op te leggen, kunnen ons van onze energie beroven, zoals een boom in de hitte van de zomer zijn vocht verliest. Davids zonde kostte hem zijn vreugde en misschien is hij ziek geworden. Maar wat een last viel er van hem af toen hij zijn zonde aan God beleden had! Denk je Davids vreugde eens in toen hij voelde dat Jehovah ’zijn opstandigheid had vergeven’. Een zonde aan God belijden kan verlichting brengen, en de hulp van ouderlingen zal er ook toe bijdragen dat een dwalende weer geestelijk gezond wordt (Spr. 28:13; Jak. 5:13-16).

Zend smeekbeden tot God op en dank hem

5. Welke raad van Paulus moeten we ter harte nemen?

5 Als we ons ernstig bezorgd over iets maken, moeten we Paulus’ raad ter harte nemen: „Weest over niets bezorgd, maar laat in alles door gebed en smeking te zamen met dankzegging uw smeekbeden bij God bekend worden” (Fil. 4:6). Vooral bij gevaar of vervolging moeten we Jehovah’s hulp en leiding afsmeken.

6, 7. Welke redenen hebben we om Jehovah in onze gebeden ook te danken?

6 Maar als we alleen zouden bidden als we iets nodig hebben, wat zou dat dan over onze motieven onthullen? Paulus zei dat we onze smeekbeden „te zamen met dankzegging” aan God moeten voorleggen. We hebben beslist alle reden om dezelfde gevoelens te uiten als David, die zei: „Van u, o Jehovah, is de grootheid en de macht en de luister en de voortreffelijkheid en de waardigheid; want alles in de hemel en op de aarde is van u. Van u is het  koninkrijk, o Jehovah, gij die u ook als hoofd over alles verheft. (...) En nu, o onze God, danken wij u en loven uw luisterrijke naam” (1 Kron. 29:11-13).

7 Jezus dankte God voor voedsel en voor het brood en de wijn die bij het Avondmaal des Heren gebruikt werden (Matth. 15:36; Mark. 14:22, 23). Zo’n dankbaarheid past ons ook, en bovendien moeten we „Jehovah danken” voor „zijn wonderwerken aan de mensenzonen”, voor zijn „rechtvaardige rechterlijke beslissingen” en voor zijn woord of boodschap waarover we nu in de Bijbel beschikken (Ps. 107:15; 119:62, 105).

Bid voor anderen

8, 9. Waarom moeten we voor medechristenen bidden?

8 We bidden ongetwijfeld voor onszelf, maar ook anderen moeten in onze gebeden ter sprake komen, zelfs christenen die we niet bij naam kennen. Hoewel Paulus misschien niet alle gelovigen in Kolosse kende, schreef hij: „Wij danken God, de Vader van onze Heer Jezus Christus, altijd wanneer wij voor u bidden, aangezien wij hebben gehoord van uw geloof in verband met Christus Jezus en de liefde die gij hebt voor alle heiligen” (Kol. 1:3, 4). Paulus bad ook voor de christenen in Thessalonika (2 Thess. 1:11, 12). Dergelijke gebeden zeggen veel over onszelf en over onze instelling tegenover onze broeders en zusters.

9 Uit onze gebeden voor gezalfde christenen en voor hun metgezellen, de „andere schapen”, blijkt onze betrokkenheid bij Gods organisatie (Joh. 10:16). Paulus vroeg geloofsgenoten te bidden of ’hem bekwaamheid om te spreken gegeven mocht worden om het heilige geheim van het goede nieuws bekend te maken’ (Ef. 6:17-20). Bidden wij op die manier voor andere christenen?

10. Welke uitwerking kan het op ons hebben als we voor anderen bidden?

10 Voor anderen bidden kan verandering brengen in onze houding tegenover hen. Als we iemand niet bepaald mogen maar wel voor hem bidden, kunnen we toch geen hekel meer aan hem hebben? (1 Joh. 4:20, 21) Zulke gebeden zijn opbouwend en bevorderen de eenheid met onze broeders en zusters. Bovendien geven zulke gebeden te kennen dat we christelijke liefde bezitten (Joh. 13:34, 35). Die eigenschap maakt deel uit van de vrucht van Gods geest. Bidden we persoonlijk om heilige geest en vragen we Jehovah ons te helpen de vrucht ervan tentoon te spreiden, namelijk liefde, vreugde, vrede, lankmoedigheid, vriendelijkheid, goedheid, geloof, zachtaardigheid en zelfbeheersing? (Luk. 11:13; Gal. 5:22, 23) Zo ja, dan zal uit onze woorden en daden blijken dat we door geest wandelen en leven. (Lees Galaten 5:16, 25.)

11. Waarom kun je zeggen dat het juist is om aan anderen te vragen of ze voor ons willen bidden?

11 Als we horen dat onze kinderen in de verleiding worden gebracht op school te spieken, moeten we voor hen bidden en ook de Bijbel  gebruiken om hen te helpen eerlijk te blijven en niets verkeerds te doen. Paulus schreef aan de christenen in Korinthe: ’Wij bidden tot God dat gij niets verkeerds moogt doen’ (2 Kor. 13:7). Dergelijke nederige gebeden behagen Jehovah en werpen een gunstig licht op ons. (Lees Spreuken 15:8.) We kunnen net als Paulus vragen of anderen voor ons willen bidden. „Blijft voor ons bidden,” schreef hij, „want wij koesteren het vertrouwen dat wij een eerlijk geweten hebben, daar wij ons in alle dingen eerlijk wensen te gedragen” (Hebr. 13:18).

Onze gebeden zeggen nog meer over ons

12. Wat moeten de voornaamste onderwerpen in onze gebeden zijn?

12 Onthullen onze gebeden dat we gelukkige en ijverige Getuigen van Jehovah zijn? Gaan onze smeekbeden voornamelijk over het doen van Gods wil, de prediking van de Koninkrijksboodschap, de rechtvaardiging van Jehovah’s soevereiniteit en de heiliging van zijn naam? Dat moeten de voornaamste onderwerpen in onze gebeden zijn, zoals blijkt uit Jezus’ modelgebed, dat begint met de woorden: „Onze Vader in de hemelen, uw naam worde geheiligd. Uw koninkrijk kome. Uw wil geschiede, gelijk in de hemel, zo ook op aarde” (Matth. 6:9, 10).

13, 14. Wat onthullen onze gebeden over ons?

13 Onze gebeden tot God onthullen onze beweegredenen, interesses en verlangens. Jehovah weet hoe we werkelijk zijn. Spreuken 17:3 luidt: „De smeltkroes is voor het zilver en de smeltoven voor het goud, maar Jehovah is de onderzoeker van harten.” God ziet wat er in ons hart leeft (1 Sam. 16:7). Hij weet hoe we denken over onze vergaderingen, onze bediening en onze broeders en zusters. Het is Jehovah bekend hoe we over Christus’ „broeders” denken (Matth. 25:40). Hij weet of onze gebeden gemeend zijn of dat we louter een paar zinnen opzeggen. Zeg bij het bidden, zei Jezus, „niet steeds weer dezelfde dingen, zoals de mensen der natiën doen, want zij menen [ten onrechte] dat zij door veel woorden te gebruiken, verhoord zullen worden” (Matth. 6:7).

14 Wat we in gebed zeggen, onthult ook hoezeer we ons op God verlaten. „Gij [Jehovah] zijt voor mij een toevlucht gebleken,” zei David, „een sterke toren tegenover de vijand. Ik wil voor onbepaalde tijden een gast in uw tent zijn; ik wil mijn toevlucht nemen in de schuilplaats van uw vleugels” (Ps. 61:3, 4). Als God in figuurlijke zin ’zijn tent over ons uitspreidt’, verheugen we ons in veiligheid en in zijn beschermende zorg (Openb. 7:15). Wat is het vertroostend in gebed dicht tot Jehovah te naderen in de overtuiging dat hij bij elke beproeving op ons geloof ’aan onze zijde’ staat! — Lees Psalm 118:5-9.

15, 16. Waarvan kan het gebed ons bewust maken in verband met ons verlangen naar dienstvoorrechten?

15 Een eerlijk gebed tot Jehovah over onze motieven kan ons helpen ons bewust te worden van wat ons echt beweegt. Is bijvoorbeeld het vurige verlangen om onder Gods volk in een leidinggevende positie te dienen werkelijk een nederige wens om nuttig te zijn en te doen wat we kunnen ter bevordering van de Koninkrijksbelangen? Of zou het kunnen zijn dat we „de eerste plaats” willen innemen of zelfs over anderen willen „heersen”? Zo hoort het onder Jehovah’s volk niet te zijn. (Lees 3 Johannes 9, 10; Lukas 22:24-27.) Als we verkeerde verlangens hebben, kan eerlijkheid in onze gebeden tot Jehovah God die aan het licht brengen en ons helpen te veranderen voordat ze vaste voet krijgen.

 16 Getrouwde vrouwen kunnen de sterke wens koesteren hun man als dienaar in de bediening te zien dienen en misschien uiteindelijk als opziener oftewel ouderling. Die zusters kunnen in overeenstemming met de gevoelens die ze in hun privégebeden uiten, hun best doen om zich voorbeeldig te gedragen. Dat is belangrijk, omdat de spraak en het gedrag van het gezin van een man van invloed zijn op de mening die de gemeente over hem heeft.

Als we anderen vertegenwoordigen in openbare gebeden

17. Waarom is alleen-zijn wenselijk voor een persoonlijk gebed?

17 Jezus zonderde zich vaak van een menigte af voor een persoonlijk gebed tot zijn Vader (Matth. 14:13; Luk. 5:16; 6:12). Voor ons is alleen-zijn net zo belangrijk. In een rustig gebed onder vredige omstandigheden zullen we waarschijnlijk beslissingen nemen die Jehovah behagen en die onze geestelijke belangen ten goede komen. Maar Jezus bad ook in het openbaar, en het is goed erbij stil te staan hoe dat op een juiste manier kan gebeuren.

18. Wat zijn enkele punten die broeders in gedachte moeten houden als ze een gemeente in een openbaar gebed vertegenwoordigen?

18 Op onze vergaderingen gaan loyale mannen de gemeente voor in een openbaar gebed (1 Tim. 2:8). Geloofsgenoten moeten aan het eind van zo’n gebed „amen” kunnen zeggen, wat „zo zij het” betekent. Dat kan alleen als ze het eens zijn met wat er gezegd is. Jezus’ modelgebed bevat niets wat schokkend of tactloos is (Luk. 11:2-4). Ook vermeldde hij niet specifiek alle behoeften of problemen van iedereen in zijn gehoor. Zorgen van persoonlijke aard zijn geschikte onderwerpen voor persoonlijke gebeden, niet voor openbare gebeden. En als we een groep in gebed vertegenwoordigen, dienen we geen vertrouwelijke kwesties te vermelden.

19. Hoe moeten we ons tijdens openbare gebeden gedragen?

19 Als iemand ons in een openbaar gebed vertegenwoordigt, moeten we van eerbiedige vrees voor God blijk geven (1 Petr. 2:17). Sommige dingen die bij een andere gelegenheid wel op hun plaats zouden zijn, kunnen op een christelijke vergadering ongepast zijn (Pred. 3:1). Stel bijvoorbeeld dat iemand wil dat tijdens zo’n gebed allen in een groep arm in arm of hand in hand gaan staan. Sommigen zouden daar aanstoot aan kunnen nemen of erdoor afgeleid kunnen worden, onder wie bezoekers die ons geloof niet aanhangen. Huwelijkspartners zouden discreet elkaars hand kunnen vasthouden, maar als ze tijdens een openbaar gebed de armen om elkaar heen zouden slaan, zouden personen die een glimp van zulk gedrag opvangen er aanstoot aan kunnen nemen. Ze  zouden kunnen denken of de indruk kunnen krijgen dat het echtpaar meer aandacht voor hun relatie heeft dan eerbied voor Jehovah. Laten we daarom uit diep respect voor hem „alle dingen tot Gods heerlijkheid” doen en gedrag vermijden dat iemand zou kunnen afleiden, schokken of doen struikelen (1 Kor. 10:31, 32; 2 Kor. 6:3).

Waarvoor bidden?

20. Hoe zou je Romeinen 8:26, 27 uitleggen?

20 Het kan voorkomen dat we niet weten wat we in onze persoonlijke gebeden moeten zeggen. „Wij weten niet waarvoor te bidden naar het nodig is,” schreef Paulus, „maar de [heilige] geest zelf pleit voor ons met onuitgesproken verzuchtingen. Toch weet hij [God] die de harten doorzoekt, wat de bedoeling van de geest is” (Rom. 8:26, 27). Jehovah heeft veel gebeden in de Bijbel laten optekenen. Hij aanvaardt die geïnspireerde smeekbeden als van ons afkomstige verzoeken en vervult ze daarom. God kent ons en weet wat de bedoeling is van dat wat de Bijbelschrijvers onder leiding van zijn geest hebben gezegd. Jehovah verhoort onze smeekbeden als de geest voor ons „pleit” of bemiddelt. Maar naarmate we Gods Woord beter leren kennen, zullen we sneller kunnen bepalen waarvoor we moeten bidden.

21. Wat gaan we in het volgende artikel bespreken?

21 Zoals we gezien hebben, zeggen onze gebeden inderdaad veel over ons. Ze kunnen bijvoorbeeld onthullen hoe nauw onze band met Jehovah is en hoe goed we zijn Woord kennen (Jak. 4:8). In het volgende artikel zullen we enkele gebeden en andere tot God gerichte uitspraken onder de loep nemen die in de Bijbel opgetekend staan. Welke uitwerking zal zo’n nadere beschouwing waarschijnlijk op onze eigen gebeden hebben?

Wat zou je antwoorden?

• Met welke instelling moeten we Jehovah in gebed benaderen?

• Waarom moeten we voor geloofsgenoten bidden?

• Wat kunnen onze gebeden over ons en onze beweegredenen onthullen?

• Hoe moeten we ons tijdens openbare gebeden gedragen?

[Studievragen]

[Illustratie op blz. 4]

Loof en dank je Jehovah geregeld?

[Illustratie op blz. 6]

Ons gedrag tijdens openbare gebeden moet altijd Jehovah tot eer strekken