Doorgaan naar inhoud

Doorgaan naar inhoudsopgave

Houd je ogen op de prijs gericht

Houd je ogen op de prijs gericht

 Houd je ogen op de prijs gericht

’Ik streef naar het doel om de prijs.’ — FILIPPENZEN 3:14.

1. Welke prijs werd de apostel Paulus in het vooruitzicht gesteld?

DE apostel Paulus, ook bekend als Saulus van Tarsus, kwam uit een vooraanstaande familie. Hij was in het geloof van zijn voorouders onderricht door de beroemde wetsleraar Gamaliël (Hand. 22:3). Paulus kon uitzien naar wat als een schitterende carrière werd beschouwd. Toch zei hij zijn religie vaarwel en werd christen. Daarna zag hij uit naar de prijs van het eeuwige leven die hem in het vooruitzicht werd gesteld: een onsterfelijke koning en priester in Gods hemelse koninkrijk te zijn. Dat koninkrijk zal over een paradijselijke aarde regeren (Matth. 6:10; Openb. 7:4; 20:6).

2, 3. Hoeveel waarde hechtte Paulus aan de prijs van het eeuwige leven?

2 Paulus maakte duidelijk hoeveel waarde hij aan die prijs hechtte toen hij zei: „Alles wat winst voor mij was, heb ik ter wille van de Christus als verlies beschouwd. Ja, wat dat aangaat, ik beschouw alle dingen ook werkelijk als verlies wegens de uitnemende waarde van de kennis van Christus Jezus, mijn Heer. Om zijnentwil heb ik het verlies van alle dingen aanvaard en ik beschouw ze als een hoop vuil” (Fil. 3:7, 8). De dingen die de meeste mensen belangrijk vinden — status, rijkdom, carrière maken, prestige — werden door Paulus als vuilnis beschouwd nadat hij de waarheid over Jehovah’s voornemen met de mensheid had leren kennen.

3 Vanaf dat moment was de kostbare kennis van Jehovah en Christus voor Paulus van het grootste belang, de kennis waarover Jezus in gebed tot God zei: „Dit betekent eeuwig leven, dat zij voortdurend kennis in zich opnemen van u, de enige ware God, en van hem die gij hebt uitgezonden, Jezus Christus” (Joh. 17:3). Dat het Paulus’ oprechte wens was het eeuwige leven te verwerven, blijkt uit zijn woorden in Filippenzen 3:14: „Ik [streef] naar het doel om de prijs van de roeping naar boven, die God door bemiddeling van Christus Jezus doet toekomen.” Ja, zijn ogen waren gericht op de prijs van het eeuwige leven in de hemel, waar hij deel zou uitmaken van Gods Koninkrijksregering.

Eeuwig leven op aarde

4, 5. Welke prijs wordt miljoenen mensen die nu Gods wil doen in het vooruitzicht gesteld?

4 Voor verreweg de meesten van degenen die Gods wil wensen te doen, is eeuwig leven in Gods nieuwe wereld de prijs die het alleszins waard is ervoor te werken (Ps. 37:11, 29). Jezus bevestigde dat dit zeker geen ijdele hoop is. Hij zei: „Gelukkig zijn de zachtaardigen, want zij zullen de aarde beërven” (Matth. 5:5). Jezus zelf is de voornaamste die onze aarde beërft, zoals Psalm 2:8 te kennen geeft, en hij zal 144.000 mederegeerders in de hemel hebben (Dan. 7:13, 14, 22, 27). De met schapen te vergelijken personen die werkelijk op aarde zullen leven, zullen het aardse domein ’beërven’ van het Koninkrijk ’dat sedert de grondlegging der wereld voor hen is bereid’ (Matth. 25:34, 46). En we hebben de garantie dat dit allemaal zal gebeuren omdat God, die het belooft, „niet liegen kan” (Tit. 1:2). We kunnen hetzelfde vertrouwen in de vervulling van Gods beloften hebben als Jozua toen hij tegen de Israëlieten zei: „Niet één woord van alle goede woorden die Jehovah, uw God, tot u gesproken heeft, [is] onvervuld (...) gebleven. Alles is voor u uitgekomen. Geen woord daarvan is onvervuld gebleven” (Joz. 23:14).

5 Het leven in Gods nieuwe wereld zal niet zo zijn als het huidige onbevredigende bestaan. Het zal heel anders zijn: vrij van oorlog, criminaliteit, armoede, onrecht, ziekte en dood. De mensen zullen volmaakt gezond zijn en zullen leven op een aarde die in een paradijs herschapen is. Dat leven zal onze stoutste verwachtingen overtreffen, zo voldoening schenkend zal  het zijn. Elke dag zal dan verrukkelijk zijn. Wat een schitterende prijs!

6, 7. (a) Hoe demonstreerde Jezus wat we in Gods nieuwe wereld kunnen verwachten? (b) Hoe zullen zelfs de doden een nieuwe start krijgen?

6 Toen Jezus op aarde was, werd hij door Gods heilige geest in staat gesteld een demonstratie te geven van de schitterende dingen die in de nieuwe wereld overal op aarde plaats zullen vinden. Jezus zei bijvoorbeeld tegen een man die al 38 jaar verlamd was, dat hij moest gaan lopen. De Bijbel bericht dat de man dat deed. (Lees Johannes 5:5-9.) Bij een andere gelegenheid ontmoette Jezus „een mens die blind was van zijn geboorte af”, en hij genas hem. Later werden de voorheen blinde man vragen gesteld over degene die hem genezen had, en hij antwoordde: „Van oudsher heeft men nog nooit gehoord dat iemand de ogen van een blindgeborene heeft geopend. Als deze man niet van God was, zou hij in het geheel niets kunnen doen” (Joh. 9:1, 6, 7, 32, 33). Jezus kon dat allemaal doen omdat hij daar van God de kracht voor ontving. Overal waar Jezus heen ging, ’maakte hij hen die genezing nodig hadden gezond’ (Luk. 9:11).

7 Jezus kon niet alleen de zieken en kreupelen genezen, maar ook de doden opwekken. Zo was er een meisje van twaalf jaar overleden, tot groot verdriet van haar ouders. Maar Jezus zei: „Meisje, ik zeg u: Sta op!” En ze stond op! Kun je je de reactie indenken van de ouders en anderen die daar waren? (Lees Markus 5:38-42.) In Gods nieuwe wereld zal er „grote verrukking” heersen als miljarden mensen uit de doden worden opgewekt, want ’er zal een opstanding zijn van zowel de rechtvaardigen als de onrechtvaardigen’ (Hand. 24:15; Joh. 5:28, 29). Ze zullen een nieuwe start in het leven krijgen, met het vooruitzicht te blijven leven, eeuwig zelfs.

8, 9. (a) Wat zal er tijdens Christus’ duizendjarige regering gebeuren met de van Adam geërfde zonde? (b) Op basis waarvan zullen de doden geoordeeld worden?

8 Degenen die in de opstanding terugkomen, zijn niet tot falen gedoemd. Ze zullen niet veroordeeld worden wegens zonden die ze begaan hebben voordat ze stierven (Rom. 6:7). Tijdens Christus’ duizendjarige regering zullen gehoorzame onderdanen van het Koninkrijk naarmate de voordelen van het loskoopoffer worden toegepast, tot volmaaktheid groeien en uiteindelijk volkomen vrij zijn van alle gevolgen van Adams zonde (Rom. 8:21). Jehovah „zal werkelijk de dood voor eeuwig verzwelgen, en de Soevereine Heer Jehovah zal stellig de tranen van alle aangezichten wissen” (Jes. 25:8). Gods Woord zegt ook dat er „boekrollen geopend” zullen worden, wat erop duidt dat degenen die dan leven nieuwe informatie zullen krijgen (Openb. 20:12). Wanneer de aarde in een paradijs wordt herschapen, „is het rechtvaardigheid wat de bewoners van het productieve land stellig zullen leren” (Jes. 26:9).

9 Degenen die een opstanding uit de doden krijgen, zullen geoordeeld worden, niet op basis van de van Adam geërfde zonde, maar op basis van wat ze zelf verkiezen te doen. Openbaring 20:12 zegt: „De doden werden geoordeeld op grond van de dingen die in de boekrollen geschreven stonden, overeenkomstig hun daden”, dat wil zeggen hun daden na hun opstanding. Wat een schitterend voorbeeld van Jehovah’s rechtvaardigheid, barmhartigheid en liefde! Bovendien zullen de pijnlijke dingen uit hun vroegere leven in deze oude wereld „niet in de geest worden teruggeroepen, noch zullen ze in het hart opkomen” (Jes. 65:17). Met opbouwende nieuwe informatie tot hun beschikking en een leven gevuld met goede dingen, zullen ze niet meer gebukt gaan onder de slechte dingen uit het verleden. Aan die vroegere ervaringen hoeft niet meer gedacht te worden (Openb. 21:4). Hetzelfde zal gelden voor de „grote schare”, die Armageddon overleeft (Openb. 7:9, 10, 14).

10. (a) Hoe zal het leven in Gods nieuwe wereld eruitzien? (b) Wat kun je doen om je ogen op de prijs gericht te houden?

10 In Gods nieuwe wereld zullen de mensen kunnen leven zonder weer ziek te worden of te sterven. „Geen inwoner zal zeggen: ’Ik ben ziek’” (Jes. 33:24). Uiteindelijk zullen de bewoners van de nieuwe aarde elke ochtend volmaakt gezond wakker worden, enthousiast bij het vooruitzicht van weer een heerlijke dag. Ze zullen uitzien  naar voldoening schenkend werk en omgang met anderen die alleen het beste met hen voorhebben. Zo’n leven is beslist een schitterende prijs! Sla je bijbel eens open bij de profetieën in Jesaja 33:24 en 35:5-7. Probeer jezelf in het beeld te zien. Dat zal je helpen je ogen op de prijs gericht te houden.

De prijs uit het oog verloren

11. Beschrijf het voortreffelijke begin van Salomo’s regering.

11 Nu we eenmaal op de hoogte zijn van de prijs, moeten we ernaar streven onze ogen erop gericht te houden, want we zouden hem uit het oog kunnen verliezen. Toen Salomo bijvoorbeeld koning van het oude Israël werd, bad hij nederig tot God om verstand en onderscheidingsvermogen opdat hij Zijn volk goed zou kunnen besturen. (Lees 1 Koningen 3:6-12.) Het resultaat was, zo zegt de Bijbel, dat ’God Salomo wijsheid bleef geven en een zeer grote mate van verstand’. „Salomo’s wijsheid was overvloediger dan de wijsheid van alle oosterlingen en dan al de wijsheid van Egypte” (1 Kon. 4:29-32).

12. Welke waarschuwing had Jehovah aan toekomstige koningen in Israël gegeven?

12 Maar eerder had Jehovah gewaarschuwd dat iemand die koning werd ’zich in geen geval veel paarden mocht aanschaffen’ en dat hij ’ook niet veel vrouwen mocht nemen, om niet in afgodendienst te vervallen’ (Deut. 17:14-17, Groot Nieuws Bijbel). Als de koning zich veel paarden zou aanschaffen, zou daaruit blijken dat hij op de kracht van zijn leger vertrouwde ter bescherming van het volk in plaats van zich op Jehovah, de Beschermer, te verlaten. En het zou gevaarlijk zijn veel vrouwen te nemen omdat sommigen van hen uit omringende heidense volken afkomstig konden zijn die aan valse aanbidding deden, en die vrouwen zouden de koning van de ware aanbidding van Jehovah kunnen afbrengen.

13. Hoe verloor Salomo dat wat hij gekregen had uit het oog?

13 Salomo sloeg die waarschuwingen in de  wind. Hij deed juist wat Jehovah koningen specifiek verboden had. Hij verzamelde duizenden paarden en ruiters (1 Kon. 4:26). Hij kreeg ook zevenhonderd vrouwen en driehonderd bijvrouwen, van wie er velen uit de heidense volken in de omgeving kwamen. Die ’neigden zijn hart tot het volgen van andere goden; en zijn hart bleek niet onverdeeld met Jehovah te zijn.’ Salomo ging zich bezighouden met de walgelijke valse aanbidding van de heidense volken waarmee zijn buitenlandse vrouwen hem kennis hadden laten maken. Als gevolg daarvan zei Jehovah dat hij ’zonder mankeren het koninkrijk van Salomo zou afscheuren’ (1 Kon. 11:1-6, 11).

14. Wat was het gevolg van de ongehoorzaamheid van Salomo en het volk Israël?

14 Salomo concentreerde zich niet meer op zijn kostbare voorrecht de ware God te vertegenwoordigen. De koning raakte diep in valse aanbidding verwikkeld. Mettertijd werd het hele volk afvallig, wat tot de verwoesting in 607 v.G.T. leidde. Hoewel de Joden uiteindelijk de ware aanbidding herstelden, voelde Jezus zich eeuwen later geroepen de uitspraak te doen: „Het koninkrijk Gods zal van u worden weggenomen en aan een natie worden gegeven die de vruchten daarvan voortbrengt.” En dat is precies wat er gebeurde. Jezus zei: „Ziet! Uw huis wordt u verlaten achtergelaten” (Matth. 21:43; 23:37, 38). Als gevolg van hun ontrouw verloor het volk het grote voorrecht de ware God te vertegenwoordigen. In 70 G.T. werden Jeruzalem en de tempel door Romeinse legers verwoest en raakten veel van de Joden die het overleefden in slavernij.

15. Geef voorbeelden van mannen die uit het oog verloren wat echt belangrijk was.

15 Judas Iskariot was een van Jezus’ twaalf apostelen. Judas hoorde de prachtige leringen van Jezus en zag de wonderen die hij met behulp van Gods heilige geest verrichtte. Maar Judas behoedde zijn hart niet. De geldkist waarin het geld van Jezus en de twaalf apostelen zat, was hem toevertrouwd. ’Hij was echter een dief en had de geldkist en was gewoon het daarin gestorte geld weg te nemen’ (Joh. 12:6). Zijn hebzucht bereikte een climax toen hij met de huichelachtige overpriesters overeenkwam Jezus voor dertig zilverstukken te verraden (Matth. 26:14-16). Nog iemand die de juiste kijk op de dingen kwijtraakte, was Demas, een metgezel van de apostel Paulus. Ook Demas behoedde zijn hart niet. Paulus schreef: „Demas heeft mij verlaten omdat hij het tegenwoordige samenstel van dingen liefhad” (2 Tim. 4:10; lees Spreuken 4:23).

Een les voor ons allemaal

16, 17. (a) Hoe krachtig is de tegenstand waarmee we te kampen hebben? (b) Wat kan ons helpen om weerstand te bieden aan al wat Satan tegen ons in stelling brengt?

16 Al Gods aanbidders moeten de voorbeelden uit de Bijbel ter harte nemen, want we lezen: „Deze dingen nu bleven hun overkomen als voorbeelden en ze werden opgeschreven tot een waarschuwing voor ons, tot wie de einden van de samenstelsels van dingen gekomen zijn” (1 Kor. 10:11). We leven nu in de laatste dagen van het huidige goddeloze samenstel van dingen (2 Tim. 3:1, 13).

17 Satan de Duivel, „de god van dit samenstel van dingen”, weet dat hem „slechts een korte tijdsperiode” rest (2 Kor. 4:4; Openb. 12:12). Hij zal alles doen wat hij kan om Jehovah’s aanbidders ertoe te brengen hun integriteit als christenen te laten varen. Satan beheerst deze wereld, ook de propagandakanalen. Maar Jehovah’s volk heeft iets veel krachtigers: „de kracht die datgene wat normaal is te boven gaat” (2 Kor. 4:7). We kunnen erop vertrouwen dat die kracht van God ons helpt om weerstand te bieden aan al wat Satan tegen ons in stelling brengt. We krijgen dan  ook de dringende raad voortdurend te bidden, in het volste vertrouwen dat Jehovah „heilige geest [zal] geven aan wie hem erom vragen” (Luk. 11:13).

18. Hoe moeten we tegenover de huidige wereld staan?

18 We worden ook gesterkt door de wetenschap dat Satans hele stelsel weldra vernietigd zal worden maar ware christenen in leven zullen blijven. „De wereld gaat (...) voorbij en ook haar begeerte, maar wie de wil van God doet, blijft in eeuwigheid” (1 Joh. 2:17). Wat zou het met het oog daarop onverstandig zijn voor een aanbidder van God om te denken dat er iets in het huidige samenstel van dingen is dat van duurzamer waarde zou kunnen zijn dan zijn band met Jehovah! Deze wereld onder Satan is te vergelijken met een zinkend schip. Jehovah heeft in de christelijke gemeente voorzien als een „reddingsboot” voor zijn trouwe aanbidders. Koers zettend naar de nieuwe wereld kunnen ze vertrouwen hebben in de belofte: „De boosdoeners zelf zullen afgesneden worden, maar wie op Jehovah hopen, díé zullen de aarde bezitten” (Ps. 37:9). Houd je ogen dus gericht op die schitterende prijs!

Wat heb je onthouden?

• Hoe dacht Paulus over de prijs die hem in het vooruitzicht was gesteld?

• Op basis waarvan zullen degenen die eeuwig op aarde zullen leven, geoordeeld worden?

• Wat is nu voor jou de verstandige handelwijze?

[Studievragen]

[Illustratie op blz. 12, 13]

Zie je jezelf de prijs verwerven als je Bijbelverslagen leest?