Doorgaan naar inhoud

Doorgaan naar inhoudsopgave

Wees inschikkelijk, wees evenwichtig

Wees inschikkelijk, wees evenwichtig

 Wees inschikkelijk, wees evenwichtig

„Blijf hen eraan herinneren . . . inschikkelijk te zijn.” — TITUS 3:1, 2, vtn.

1, 2. Wat zegt de Bijbel over inschikkelijk zijn, en waarom is dat terecht?

JEHOVAH, onze liefdevolle hemelse Vader, is oneindig wijs. Als zijn schepping zien we naar hem op voor leiding in ons leven (Ps. 48:14). De discipel Jakobus vertelt ons dat „de wijsheid van boven . . . allereerst zuiver [is], vervolgens vredelievend, redelijk [„toegevend; inschikkelijk”, vtn.], bereid tot gehoorzamen, vol van barmhartigheid en goede vruchten, geen partijdig onderscheid makend, niet huichelachtig”. — Jak. 3:17.

2 „Laat uw redelijkheid [„inschikkelijk(heid)”, Kingdom Interlinear] aan alle mensen bekend worden”, adviseert Paulus (Fil. 4:5). * Christus Jezus is de Heer en het Hoofd van de christelijke gemeente (Ef. 5:23). Voor ieder van ons is het dus heel belangrijk redelijk te zijn door ons te onderwerpen aan Christus’ leiding en inschikkelijk te zijn in onze omgang met andere mensen.

3, 4. (a) Illustreer de voordelen van inschikkelijkheid. (b) Wat gaan we bespreken?

3 Het heeft voordelen als we bereid zijn op een evenwichtige manier inschikkelijk te zijn. Ter illustratie: Nadat in Engeland een naar alle waarschijnlijkheid terroristisch complot aan het licht was gekomen, bleken de meeste vliegtuigpassagiers bereid bepaalde voorwerpen niet mee aan boord te nemen die ze voorheen wel bij zich hadden gehad maar die nu officieel verboden waren. Als we autorijden, zien we er de noodzaak van in om in het belang van ieders veiligheid en een goede doorstroming van het verkeer, inschikkelijk te zijn tegenover andere chauffeurs, bijvoorbeeld bij het inhalen en invoegen.

4 Voor velen van ons is het niet makkelijk inschikkelijk te zijn. Laten we om ons erbij te helpen, drie aspecten van inschikkelijkheid onder de loep nemen, namelijk onze drijfveer, onze instelling tegenover gezag en de mate waarin we inschikkelijk moeten zijn.

Waarom is het goed inschikkelijk te zijn?

5. Wat kon een slaaf er onder de mozaïsche wet toe bewegen ervoor te kiezen bij zijn meester te blijven?

5 Een voorbeeld uit voorchristelijke tijden laat duidelijk zien wat de juiste drijfveer is om inschikkelijk te zijn. Onder de mozaïsche wet moesten Hebreeën die slaven waren geworden, in het zevende jaar van hun slavernij of in het jubeljaar, afhankelijk van wat het eerst kwam, in vrijheid gesteld worden. Maar een slaaf kon er ook voor kiezen slaaf te blijven. (Lees Exodus 21:5, 6.) Wat kon een slaaf daartoe bewegen? Liefde bewoog die slaaf ertoe de situatie zo te laten en onder het gezag te blijven van zijn goede meester.

6. Hoe is liefde betrokken bij inschikkelijkheid?

6 In dezelfde zin beweegt onze liefde voor Jehovah ons ertoe ons leven aan hem op te dragen en vervolgens naar onze opdracht te leven (Rom. 14:7, 8). „Dit betekent de liefde tot God, dat wij zijn geboden onderhouden; en toch zijn zijn geboden geen drukkende last”, schreef de apostel Johannes (1 Joh. 5:3). Die liefde zoekt niet haar eigen belang (1 Kor. 13:4, 5). In onze omgang met anderen brengt naastenliefde ons ertoe inschikkelijk of toegevend te zijn en hun belangen voor te laten gaan. In plaats van ons door zelfzucht te laten leiden, houden we rekening met anderen. — Fil. 2:2, 3.

7. Welke rol speelt inschikkelijkheid in onze bediening?

 7 Noch onze spraak noch onze daden mogen anderen tot struikelen brengen (Ef. 4:29). Liefde zal ons er juist toe aanzetten alles te vermijden wat mensen van verschillende achtergronden en culturen ervan zou kunnen weerhouden Jehovah te gaan dienen. Dat betekent vaak dat we inschikkelijk moeten zijn en ons moeten aanpassen. Zo zal een zendelinge die gewend was zich op te maken of panty’s te dragen, er niet op staan dat te doen in een land waar dat vragen over haar moraal zou oproepen en anderen er misschien over zouden struikelen. — 1 Kor. 10:31-33.

8. Hoe kan liefde voor God ons helpen ons als ’minderen’ te gedragen?

8 Onze liefde voor Jehovah helpt ons trots de baas te worden. Na een discussie onder de discipelen over wie de grootste was, zette Jezus een klein kind in hun midden. Hij legde uit: „Al wie dit jonge kind ontvangt op basis van mijn naam, ontvangt ook mij, en al wie mij ontvangt, ontvangt ook hem die mij heeft uitgezonden. Want wie zich als een mindere onder u allen gedraagt, die is groot” (Luk. 9:48; Mark. 9:36). Misschien vinden we het persoonlijk erg moeilijk ons als „een mindere” te gedragen. Overgeërfde onvolmaaktheid en een neiging tot trots kunnen ons ertoe aanzetten naar aanzien te streven, maar nederigheid zal ons helpen toegevend te zijn en anderen eer te betonen. — Rom. 12:10.

9. Wat speelt bij inschikkelijkheid ook een rol?

9 Bij inschikkelijkheid speelt ook het door God ingestelde gezag een rol. Alle ware christenen erkennen het belangrijke gezagsbeginsel. Paulus zette dat duidelijk voor de Korinthiërs uiteen: „Ik wil . . . dat gij weet dat het hoofd van iedere man de Christus is; de man is op zijn beurt het hoofd van de vrouw en God het hoofd van de Christus.” — 1 Kor. 11:3.

10. Wat tonen we door ons aan Jehovah’s gezag te onderwerpen?

10 Door ons aan Gods gezag te onderwerpen, tonen we ons vertrouwen in hem als onze liefdevolle Vader. Hij is op de hoogte van al wat er gebeurt en kan ons dienovereenkomstig belonen. Het is nuttig dat in gedachte te houden als anderen ons niet met respect behandelen of kwaad worden en hun kalmte verliezen. Paulus schreef: „Zijt indien mogelijk, voor zover het van u afhangt, vredelievend jegens alle mensen.” Paulus accentueerde die raad nog met de richtlijn: „Wreekt uzelf niet, geliefden, maar geeft plaats aan de gramschap; want er staat geschreven: ’Aan mij is de wraak; ik wil vergelden, zegt Jehovah.’” — Rom. 12:18, 19.

11. Hoe kunnen we laten zien dat we ons onderwerpen aan Christus’ gezag als Hoofd?

11 Ook in de christelijke gemeente is door God ingesteld gezag een factor. In de beschrijving van Christus Jezus in Openbaring hoofdstuk 1 heeft hij de „sterren” van de gemeente in zijn rechterhand (Openb. 1:16, 20). In algemene zin beelden deze „sterren” de lichamen van ouderlingen of opzieners in de gemeenten af. Die aangestelde opzieners onderwerpen zich aan Christus’ leiderschap en nemen een voorbeeld aan de vriendelijke manier waarop hij anderen behandelde.  Alle gemeenteleden aanvaarden Jezus’ regeling dat „de getrouwe en beleidvolle slaaf” voor geestelijk voedsel te rechter tijd zorgt (Matth. 24:45-47). In deze tijd blijkt uit onze bereidheid om dat materiaal te bestuderen en in praktijk te brengen, dat we ons persoonlijk onderwerpen aan Christus’ gezag als Hoofd, wat bijdraagt aan de vrede en eenheid. — Rom. 14:13, 19.

Inschikkelijk zijn — Tot in welke mate?

12. Waarom zijn er grenzen aan onze inschikkelijkheid?

12 Inschikkelijk of toegevend zijn wil echter niet zeggen dat we concessies doen aan ons geloof of onze op de Bijbel gebaseerde beginselen. Welk standpunt namen de vroege christenen in toen hun door de religieuze leiders werd bevolen niet meer op basis van Jezus’ naam te onderwijzen? Petrus en de andere apostelen zeiden onomwonden: „Wij moeten God als regeerder meer gehoorzamen dan mensen” (Hand. 4:18-20; 5:28, 29). Als regeringsfunctionarissen ons nu proberen te dwingen het goede nieuws niet meer te prediken, houden we er dus niet mee op, hoewel we onze methoden kunnen aanpassen om tactisch met de situatie om te gaan. Als het huis-aan-huiswerk aan banden wordt gelegd, kunnen we alternatieve manieren zoeken om contact te leggen met huisbewoners en zo gehoorzaam blijven aan de ons door God gegeven opdracht. En als „de superieure autoriteiten” onze vergaderingen verbieden, komen we onopvallend in kleine groepjes bijeen. — Rom. 13:1; Hebr. 10:24, 25.

13. Wat zei Jezus over onderworpenheid aan gezagdragers?

13 In zijn Bergrede wees Jezus op de noodzaak ons aan gezagdragers te onderwerpen: „Indien iemand u voor het gerecht wil dagen en uw onderkleed in bezit wil nemen, laat hem dan uw bovenkleed erbij hebben; en indien iemand die onder autoriteit staat, u prest één mijl met hem te gaan, ga dan twee mijlen met hem” (Matth. 5:40, 41). * Achting voor anderen en de wens hun van dienst te zijn bewegen ons er ook toe om, bij wijze van spreken, de extra mijl te gaan. — 1 Kor. 13:5; Tit. 3:1, 2.

14. Waarom mogen we nooit zwichten voor afval?

14 Onze wens inschikkelijk te zijn, mag er echter nooit toe leiden dat we concessies doen aan afvalligen. Ons duidelijke, vastberaden standpunt in dat opzicht is nodig om de zuiverheid van de waarheid en de eenheid van de gemeente te bewaren. Over „valse broeders” schreef Paulus: „Voor dezen zijn wij zelfs nog geen uur in onderdanigheid geweken, opdat de waarheid van het goede nieuws bij u zou blijven” (Gal. 2:4, 5). In het zeldzame geval dat zich afval voordoet, zullen toegewijde christenen pal staan voor wat juist is.

Opzieners moeten inschikkelijk zijn

15. Op welke manier kunnen opzieners inschikkelijk zijn als ze vergaderen?

15 Een van de vereisten voor broeders die als opziener worden aangesteld, is de bereidheid inschikkelijk te zijn. Paulus schreef: ’De opziener moet daarom redelijk [„toegevend; inschikkelijk”, vtn.] zijn’ (1 Tim. 3:2, 3). Dat is vooral van belang als aangestelde mannen vergaderen om gemeenteaangelegenheden te bespreken. Voordat er een beslissing wordt genomen, zijn alle aanwezigen vrij om duidelijk hun mening te geven, hoewel het niet nodig is dat elke ouderling iets zegt. Tijdens de bespreking kan iemands standpunt veranderen als hij anderen de aandacht op toepasselijke Bijbelse beginselen hoort vestigen. In plaats van stug en onverzettelijk bij een persoonlijke zienswijze te blijven, laat een rijpe ouderling zich overtuigen. De meningen kunnen aanvankelijk uiteenlopen, maar onder gebed nadenken bevordert de eenheid onder bescheiden en inschikkelijke ouderlingen. — 1 Kor. 1:10; lees Efeziërs 4:1-3.

16. Van welke instelling moet een opziener blijk geven?

16 Een ouderling moet er bij al zijn werkzaamheden naar streven de theocratische orde hoog te houden. Die instelling moet zelfs duidelijk zijn bij het weiden van de kudde, zodat hij tegenover anderen van consideratie en zachtaardigheid blijk kan geven. „Weidt de kudde Gods  die aan uw zorg is toevertrouwd,” schreef Petrus, „niet onder dwang, maar gewillig; noch uit liefde voor oneerlijke winst, maar bereidwillig.” — 1 Petr. 5:2.

17. Hoe kunnen allen in de gemeente in hun omgang met anderen van een soepele instelling blijk geven?

17 De ouderen in de gemeente waarderen de waardevolle hulp van jongere gemeenteleden en behandelen hen waardig. De jongeren op hun beurt hebben respect voor ouderen die vele jaren ervaring hebben in het dienen van Jehovah (1 Tim. 5:1, 2). De ouderlingen zoeken bekwame mannen uit aan wie ze bepaalde verantwoordelijkheden kunnen delegeren. Ze leiden hen op om te helpen bij de zorg voor Gods kudde (2 Tim. 2:1, 2). Elke individuele christen moet Paulus’ geïnspireerde raad ter harte nemen: „Weest gehoorzaam aan hen die onder u de leiding nemen en weest onderdanig [„wijkend (toegevend) onder”, vtn.], want zij waken over uw ziel als mensen die rekenschap zullen afleggen, opdat zij dit met vreugde en niet met zuchten mogen doen, want dit zou voor u schadelijk zijn.” — Hebr. 13:17.

Als gezinsleden inschikkelijk zijn

18. Waarom is een inschikkelijke instelling ook binnen het gezin op zijn plaats?

18 Ook binnen de gezinsregeling is een inschikkelijke instelling op zijn plaats. (Lees Kolossenzen 3:18-21.) De Bijbel zet uiteen wat de respectieve rollen van de verschillende leden van een christelijk gezin zijn. De vader is het hoofd van zijn vrouw en is ook in eerste instantie verantwoordelijk voor de opvoeding van de kinderen. De vrouw moet het gezag van haar partner erkennen, en de kinderen moeten hun best doen om gehoorzaam te zijn, iets wat de Heer aangenaam is. Elk gezinslid kan aan de eenheid en vrede van het gezin bijdragen door op een juiste en evenwichtige manier inschikkelijk en meegaand te zijn. De Bijbel bevat enkele voorbeelden die dat punt illustreren.

19, 20. (a) Stel de inschikkelijkheid van Eli en die van Jehovah tegenover elkaar. (b) Wat kunnen ouders van die voorbeelden leren?

19 Toen Samuël nog maar een jongen was, diende Eli als hogepriester in Israël. Maar Eli’s zoons, Hofni en Pinehas, waren ’nietswaardige mannen die Jehovah niet erkenden’. Eli hoorde slechte berichten over hen, onder andere dat ze hoererij bedreven met vrouwen die dienst deden bij de ingang van de tent der samenkomst. Hoe reageerde hij daarop? Eli zei tegen hen dat als ze tegen Jehovah zondigden, er niemand was om voor hen te bidden. Maar hij liet na hen te corrigeren en te straffen. Het gevolg was dat Eli’s zoons met hun slechte handelwijze doorgingen.  Ten slotte besliste Jehovah terecht dat ze de doodstraf verdienden. Toen Eli hoorde dat ze gestorven waren, stierf ook hij. Wat een trieste afloop! Het is duidelijk dat het verkeerd was dat Eli niets tegen hun goddeloze daden had ondernomen: hij was te inschikkelijk, te toegeeflijk geweest. — 1 Sam. 2:12-17, 22-25, 34, 35; 4:17, 18.

20 Sta nu bij wijze van tegenstelling eens stil bij de manier waarop God zijn engelenzonen behandelde. De profeet Michaja kreeg een opmerkelijk visioen van een vergadering van Jehovah met Zijn engelen. Jehovah vroeg wie van de engelen koning Achab van Israël kon misleiden om de val van de goddeloze koning te bewerkstelligen. Jehovah luisterde naar de suggesties van verscheidene geestenzonen. Toen verklaarde een engel dat hij het zou doen. Jehovah vroeg hem hoe hij het dacht te doen. Daarmee tevreden, gaf Jehovah de engel opdracht zo te werk te gaan (1 Kon. 22:19-23). Op menselijk niveau kunnen gezinsleden uit dat verslag iets leren over inschikkelijk zijn. Een christelijke man en vader doet er goed aan de ideeën en suggesties van zijn vrouw en kinderen te overwegen. Daar staat tegenover dat vrouwen en kinderen moeten beseffen dat als zij hun mening of voorkeur te kennen hebben gegeven, ze vervolgens inschikkelijk zullen moeten zijn door de aanwijzingen te respecteren van degene die door de Bijbel gemachtigd is om beslissingen te nemen.

21. Wat wordt in het volgende artikel besproken?

21 Wat zijn we dankbaar voor Jehovah’s liefdevolle en wijze vermaningen om inschikkelijk te zijn! (Ps. 119:99) In het volgende artikel wordt besproken hoe het bijdraagt aan de vreugde in ons huwelijk als we op een evenwichtige manier inschikkelijk zijn.

[Voetnoten]

^ ¶2 Paulus gebruikte een woord dat moeilijk weer te geven is met één Nederlands woord. Een naslagwerk merkt op: „Het omvat de bereidheid niet op zijn rechten te staan en anderen consideratie en vriendelijkheid te betonen.” De betekenis van het woord is dus inschikkelijk, toegevend en redelijk zijn, niet op een starre toepassing van de wet of op zijn rechten staan.

^ ¶13 Zie het artikel „Als u gedwongen dienst moet verrichten” in De Wachttoren van 15 februari 2005, blz. 23-26.

Overzichtsvragen

• Wat kunnen de resultaten zijn van inschikkelijkheid?

• Hoe kunnen opzieners van een inschikkelijke instelling blijk geven?

• Waarom is een inschikkelijke instelling in het gezinsleven op zijn plaats?

[Studievragen]

[Illustratie op blz. 4]

Ouderlingen nemen een voorbeeld aan de vriendelijke manier waarop Christus anderen behandelde

[Illustratie op blz. 6]

Als ouderlingen vergaderen, wordt de eenheid bevorderd door onder gebed na te denken en door inschikkelijkheid