Doorgaan naar inhoud

Doorgaan naar inhoudsopgave

Voor gezinsbespreking

Voor gezinsbespreking

 Voor gezinsbespreking

Zoek de verschillen

Kun je de drie verschillen tussen plaatje A en plaatje B ontdekken? Schrijf je antwoorden hieronder op en maak de plaatjes af door ze in te kleuren.

HINT: Lees 1 Samuël 16:1-3, 6-13.

1. ․․․․․

2. ․․․․․

3. ․․․․․

4. Welk plaatje klopt? Plaatje A of plaatje B?

GESPREKSONDERWERP:

Wat ziet Jehovah als hij naar iemand kijkt? In de Bijbel staat dat Jehovah „ziet hoe het hart is”. Wat wordt daarmee bedoeld?

HINT: Lees Jeremia 17:10.

Vindt Jehovah het belangrijk of iemand er knap uitziet?

HINT: Lees Spreuken 11:22; 31:30; 1 Petrus 3:3, 4.

Welke eigenschappen maken je mooi in Gods ogen?

HINT: Lees Lukas 10:27; 2 Petrus 1:5-8.

OM ALS GEZIN TE DOEN:

Lees Galaten 5:22, 23. Schrijf alle negen eigenschappen op papiertjes. Plak een van de papiertjes op de rug van een gezinslid. Hij of zij mag niet zien wat er op het papiertje staat, maar moet er door vragen te stellen achter komen om welke eigenschap het gaat. De anderen mogen alleen met ja of nee antwoorden.

 Verzamel en leer

Uitknippen, dubbelvouwen en bewaren

BIJBELKAART 15 DAVID

VRAGEN

A. In welke stad werden David en Jezus geboren?

B. Als jongen was David een dappere ․․․․․ die een ․․․․․ en een ․․․․․ doodde.

C. Maak de volgende uitspraak van David af: „En gij, mijn zoon Salomo, ken de . . . ”

[Tijdbalk]

4026 v.Chr. Adam geschapen

Leefde rond 1000 v.Chr.

1 n.Chr.

98 n.Chr. Laatste Bijbelboek geschreven

[Kaart]

Verhuisde van Bethlehem naar Jeruzalem

Bethlehem

Jeruzalem

Vocht tegen Goliath op de Laagvlakte van Ela (1 Samuël 17:2)

Laagvlakte van Ela

DAVID

PROFIEL

Een zoon van Isaï en de tweede koning van Israël. David kon heel goed gedichten schrijven en muziek maken. Hij schreef meer dan 73 van de psalmen. Hij vroeg altijd nederig om Jehovah’s hulp als hij een beslissing moest nemen (1 Samuël 23:2; 30:8; 2 Samuël 2:1). Jehovah noemde hem „een man aangenaam naar mijn hart” (Handelingen 13:22).

ANTWOORDEN

A. Bethlehem, in Judea (Johannes 7:42).

B. herder, leeuw, beer (1 Samuël 17:34, 35; Psalm 78:70, 71).

C. „. . . God van uw vader en dien hem met een onverdeeld hart” (1 Kronieken 28:9).

Mensen en landen

5. Ik heet Olivia en ik ben zes. Ik woon in Indonesië. Hoeveel Getuigen van Jehovah zijn er ongeveer in Indonesië? Zijn dat er 22.300, 42.800 of 63.900?

6. Waar woon ik? Zet een rondje om de goede letter. Zet een stip op de plaats waar jij woont. Dan kun je zien hoe ver Indonesië bij jou vandaan is.

A

B

C

D

Zoek het plaatje

Kun je deze plaatjes in dit tijdschrift vinden? Vertel iets over elk plaatje.

Ga naar www.jw.org als je extra printjes wilt maken van deze rubriek

● De antwoorden staan op blz. 22

 ANTWOORDEN VAN BLZ. 30 EN 31

1. Op het ene plaatje staat een geit en op het andere een koe

2. Op het ene plaatje staat een dochter en op het andere een zoon

3. Op het ene plaatje staat een wijnzak en op het andere een hoorn gevuld met olie

4. B

5. 22.300

6. D