Doorgaan naar inhoud

Doorgaan naar inhoudsopgave

In het spoor van de slavenhandel

In het spoor van de slavenhandel

 In het spoor van de slavenhandel

VAN de zeventiende tot de negentiende eeuw was Ouidah, dat lag in wat nu de republiek Benin is, een belangrijk centrum voor slavenhandel in West-Afrika. Vanuit de haven van deze stad zijn meer dan een miljoen slaven verscheept. Vaak boden Afrikanen mede-Afrikanen aan als handelswaar in ruil voor artikelen zoals alcohol, stoffen, armbanden, messen, zwaarden en vooral vuurwapens, die vanwege de stammenoorlogen zeer gewild waren.

Tussen de zestiende en de negentiende eeuw zijn naar schatting twaalf miljoen Afrikanen over de Atlantische Oceaan verscheept om te voldoen aan de vraag naar slaven voor de plantages en de mijnen van de Nieuwe Wereld. Volgens het boek American Slavery — 1619-1877 ging zo’n 85 procent van de slaven „naar Brazilië en de Caribische kolonies van de Britten, Fransen, Spanjaarden en Nederlanders”. Ongeveer 6 procent ging naar de kolonies die later deel zouden gaan uitmaken van de Verenigde Staten. *

De reis begon voor de geketende, geslagen en gebrandmerkte slaven vaak met een tocht van vier kilometer. Deze zogenoemde Slavenroute loopt nu van het gerestaureerde fort in Ouidah, waarin het historisch museum is ondergebracht, naar de Poort van de Onmogelijke Terugkeer, het monument dat het eindpunt markeert. Dat is niet letterlijk bedoeld, want de slaven vertrokken niet allemaal vanaf hetzelfde punt. Waarom kwam slavernij eigenlijk zo veel voor?

Een lange, afschuwelijke geschiedenis

Heel in het begin verkochten Afrikaanse vorsten krijgsgevangenen aan Arabische handelaars. Later gingen ook Europese mogendheden zich met slavenhandel bezighouden, vooral nadat ze kolonies in Amerika hadden gesticht. Veel slaven waren gevangengenomen bij stammenoorlogen. Voor zowel de overwinnaars als de geldzuchtige slavenhandelaars was oorlog dus een lucratieve bezigheid. Andere slaven waren ontvoerd of door Afrikaanse handelaars uit de binnenlanden gehaald. Bijna iedereen kon als slaaf worden verkocht, zelfs een edelman die bij de koning in ongenade gevallen was.

 Een bekende handelaar was de Braziliaan Francisco Félix de Souza. In 1788 kreeg hij het bevel over het fort in Ouidah, dat het middelpunt was van de slavenhandel in de Baai van Benin. Ouidah viel destijds onder het koninkrijk Dahomey. Maar De Souza kreeg onenigheid met de koning van Dahomey, Adandozan. Daarom smeedde De Souza — misschien vanuit de gevangenis — een complot met de broer van de koning. In 1818 werd Adandozan door hen afgezet en daarmee begon een winstgevende samenwerking tussen de nieuwe koning, Ghezo, en De Souza, die de leiding over de slavenhandel kreeg.

Ghezo was erop gebrand zijn rijk uit te breiden en had daar Europese wapens voor nodig. Daarom stelde hij De Souza als onderkoning van Ouidah aan om te helpen bij het handeldrijven met de Europeanen. Nu De Souza de exclusieve rechten over de slavenhandel in dat deel van Afrika had, vergaarde hij al snel een fortuin. De slavenmarkt, die vlak bij zijn huis lag, werd een centrum voor kopers uit binnen- en buitenland.

Een tocht vol ellende en tranen

Bezoekers die de Slavenroute in Ouidah willen volgen, beginnen bij het gerestaureerde Portugese fort. Het werd in 1721 gebouwd en fungeert nu als museum. Gevangenen die als slaven verkocht zouden worden, werden op de grote binnenplaats vastgehouden. De meesten hadden nachtenlang aan elkaar geketend gelopen voordat ze daar aankwamen. Waarom moesten ze ’s nachts lopen? Omdat ze zich in het donker niet goed konden oriënteren, waardoor ze moeilijker de weg naar huis zouden kunnen vinden als ze ontsnapten. Als er een groep slaven aankwam, werd er een veiling gehouden, waarna handelaars hun nieuwe aanwinsten brandmerkten.

Een ander punt op de historische Slavenroute is de plaats waar de Boom der Vergetelheid stond, een boom waar de slaven omheen moesten lopen — mannen naar verluidt negen keer en vrouwen zeven keer. Ze kregen te horen dat daardoor de herinnering aan hun geboorteland zou worden uitgewist, zodat ze minder snel in opstand zouden komen. Tegenwoordig staat er op die plek een monument.

Langs de route staat ook een monument ter herinnering aan de Zomaï-hutten, die hier vroeger stonden. Zomaï slaat op de constante duisternis in de hutten, die bedoeld was om de op elkaar gepropte gevangenen alvast te laten wennen aan de erbarmelijke omstandigheden aan boord van de schepen. In afwachting van hun  transport werden ze soms maandenlang in de hutten vastgehouden. Degenen die deze ellendige ervaring niet overleefden, werden in een massagraf gegooid. Slaven die bestemd waren voor de export, werden naar het strand gebracht en vandaar met kano’s of kleine bootjes naar de schepen vervoerd.

Een ander monument, Zomachi, dat berouw en verzoening symboliseert, is bijzonder aangrijpend. Afstammelingen van zowel slaven als slavenhandelaars vragen daar elk jaar in januari vergeving voor degenen die het onrecht hebben begaan.

Het laatste punt langs de route is de Poort van de Onmogelijke Terugkeer, die de laatste ogenblikken van de slaven op Afrikaanse bodem symboliseert. Boven deze grote poort bevindt zich een stenen voorstelling van twee rijen aan elkaar geketende Afrikanen die samenkomen op het nabijgelegen strand, met de Atlantische Oceaan voor hen. Naar verluidt waren sommige gevangenen zo wanhopig dat ze hier zand aten om hun geboorteland niet te vergeten. Andere kozen voor de dood door zichzelf met hun eigen ketens te wurgen.

Vrijheid!

Vanaf het begin van de negentiende eeuw gingen er steeds meer stemmen op om de slavernij af te schaffen. De laatste scheepslading slaven vanuit Ouidah naar de Verenigde Staten kwam in juli 1860 in Mobile (Alabama) aan. Hun slavernij duurde niet lang, want de Amerikaanse regering vaardigde in 1863 de Emancipatieproclamatie uit. Uiteindelijk kwam er in 1888 op het hele westelijk halfrond een eind aan de slavernij toen ook Brazilië deze praktijk verbood. *

Een duidelijk zichtbare erfenis van de slavenhandel is de Afrikaanse diaspora (verstrooiing), die grote invloed heeft gehad op de demografie en cultuur van veel Amerikaanse landen. Nog een erfenis is de verspreiding van voodoo, een vorm van religie waarbij magie en bezweringen een rol spelen, en die vooral populair is in Haïti. Volgens de Encyclopædia Britannica is „de term voodoo afgeleid van het woord vodun, wat in de taal van de Fon in Benin god of geest betekent”.

Helaas bestaan er nog steeds wrede vormen van slavernij, al is het vaak niet in letterlijke zin. Miljoenen beulen zich af om onder slechte economische omstandigheden te overleven. Anderen hebben te maken met onderdrukkende politieke regimes (Prediker 8:9). En miljoenen zitten verstrikt in bijgeloof en valsreligieuze leerstellingen. Kunnen menselijke regeringen hun onderdanen van zulke vormen van slavernij bevrijden? Nee, dat kan alleen Jehovah God, en hij zal dat ook doen! In zijn Woord, de Bijbel, wordt beloofd dat iedereen die zich tot Jehovah wendt door hem te aanbidden in overeenstemming met de Bijbelse waarheid — de waarheid die mensen vrijmaakt — op een dag „de glorierijke vrijheid van de kinderen Gods zal hebben” (Romeinen 8:21; Johannes 8:32).

[Voetnoten]

^ ¶3 Het relatief kleine aantal slaven in de Verenigde Staten is later sterk toegenomen, grotendeels door het hoge geboortecijfer onder de slaven.

[Kader/Illustratie op blz. 24]

’DE ENE MENS HEEFT OVER DE ANDERE GEHEERST’

Algemeen wordt aangenomen dat de slavenhandelaars aan slaven kwamen door dorpen te overvallen en iedereen te ontvoeren die ze maar wilden. Maar het is niet waarschijnlijk dat ze miljoenen mensen hadden kunnen meenemen „zonder de medewerking van een gigantisch netwerk van Afrikaanse vorsten en handelaars”, zei Robert Harms, hoogleraar Afrikaanse geschiedenis, tijdens een radio-interview. Het is inderdaad waar dat „de ene mens over de andere mens heeft geheerst tot diens nadeel” (Prediker 8:9).

[Verantwoording]

© Réunion des Musées Nationaux/Art Resource, NY

[Kaarten op blz. 22]

(Zie publicatie voor volledig gezette tekst)

Zo’n twaalf miljoen Afrikaanse slaven werden over de Atlantische Oceaan verscheept

AFRIKA

BENIN

Ouidah

Slavenkust

[Illustratie op blz. 22, 23]

Dit Portugese fort uit 1721 in Ouidah fungeert nu als historisch museum

[Verantwoording]

© Gary Cook/Alamy

[Illustratie op blz. 23]

Beeld van een geknevelde slaaf

[Illustratie op blz. 23]

De Poort van de Onmogelijke Terugkeer symboliseert de laatste ogenblikken van de slaven op Afrikaanse bodem

[Verantwoording]

© Danita Delimont/Alamy