Doorgaan naar inhoud

Doorgaan naar inhoudsopgave

De gouden eeuw van koningin Elizabeth I — Mythe of werkelijkheid?

De gouden eeuw van koningin Elizabeth I — Mythe of werkelijkheid?

 De gouden eeuw van koningin Elizabeth I — Mythe of werkelijkheid?

ZE WAS bij haar leven al een legende. Auteurs, dichters, toneelschrijvers en hedendaagse filmregisseurs hebben haar roem vereeuwigd. In recente jaren is het aantal boeken en tentoonstellingen over haar weer sterk toegenomen. Bij een internationale peiling eindigde ze in de top tien van invloedrijkste Britten aller tijden. We hebben het over koningin Elizabeth I van Engeland.

Hoe komt het dat deze monarch, die tijdens haar leven bekendstond als de Virgin Queen (maagdelijke koningin) en Good Queen Bess (goede koningin Bess), altijd zo in de belangstelling heeft gestaan? En was haar regeringsperiode echt een gouden eeuw?

Een erfenis van problemen

Elizabeth Tudor werd in 1533 geboren — tot grote teleurstelling van haar vader, koning Hendrik VIII, die wanhopig verlangde naar een mannelijke troonopvolger. Haar moeder, Anna Boleyn, de tweede vrouw van Hendrik, schonk hem geen zoon. Hendrik liet haar onthoofden op grond van wat velen verzonnen beschuldigingen noemden. Elizabeth was toen net twee jaar oud.

Hendrik had inmiddels de banden met de paus in Rome verbroken en zichzelf tot absoluut hoofd van de anglicaanse kerk uitgeroepen. Na Hendriks dood in 1547 probeerden de religieuze adviseurs van zijn jonge zoon, Eduard VI, om van Engeland een echt protestants land te maken. Eduard stierf na slechts zes jaar te hebben geregeerd, en onder het korte en bloedige bewind van Maria I, de halfzuster van Elizabeth, ging de natie weer over tot het rooms-katholieke geloof. * In 1558, toen Elizabeth op 25-jarige leeftijd de troon besteeg, was Engeland niet alleen verscheurd door religieuze conflicten maar ook bijna bankroet. Het land was zijn laatste Franse bezittingen kwijtgeraakt en Spanje vormde een zeer reële bedreiging.

Elizabeth omringde zich vanaf het begin van haar bestuur met deskundige adviseurs, van wie sommigen gedurende het grootste deel van haar 44-jarige regeringsperiode bij haar zouden blijven. Het eerste probleem dat ze aanpakte, was religie. Ze besloot, zoals het National Maritime Museum opmerkt, „de Reformatie in ere te herstellen en een anglicaanse kerk te vormen die noch katholiek, noch extreem protestants was”. Als tegemoetkoming aan degenen die nooit een vrouw als hoofd van de kerk zouden accepteren, werd ze in plaats van het absolute hoofd, de hoogste bestuurder ervan. Vervolgens nam het parlement de Act of Uniformity aan, een wet waarin de opvattingen en gebruiken van de anglicaanse kerk werden vastgelegd, maar waarin wel bepaalde katholieke ceremoniën behouden bleven. Het was onvermijdelijk dat deze middenweg niet erg in de smaak viel bij de meeste katholieken en de strengere protestanten (puriteinen).

En Elizabeth zat ook met een persoonlijker probleem. Hoe kon ze de loyaliteit en het respect winnen van een volk dat nog moest bijkomen van het rampzalige bewind van Maria I? Ze besloot al haar vrouwelijke charmes in de strijd te gooien. De historicus Christopher Haigh legt uit: „Op haar troon was Elizabeth de Virgin Queen; ten  opzichte van de Kerk was ze een moeder, voor haar edelen was ze een tante, voor haar raadslieden was ze een zeurende echtgenote, en voor haar hovelingen een verleidster.” Haar geheim was dat ze haar volk voortdurend verzekerde van haar liefde. Haar onderdanen hielden op hun beurt van haar, althans dat vertelde ze hun regelmatig, en al gauw geloofden ze dat zelf ook.

Het parlement wilde graag dat Elizabeth trouwde en een protestantse troonopvolger voortbracht. Er verscheen een koninklijke huwelijkskandidaat, en later nog een. Elizabeth deed alsof ze geïnteresseerd was en liet de huwelijksonderhandelingen maanden en soms jaren voortduren om vervolgens de verloving af te blazen wanneer dat politiek gezien goed uitkwam.

Omdat Elizabeth een ’gematigd’ religieuze koers volgde, werd ze het doelwit van samenzweringen. Haar katholieke nicht, Maria Stuart, die in katholiek Europa werd gezien als de rechtmatige opvolger van Maria I, loerde op een kans. In 1568 nam het gevaar uit deze hoek nog toe toen Maria werd gedwongen afstand te doen van de Schotse troon en naar Engeland moest vluchten. Hoewel ze onder huisarrest stond, werd ze al gauw het middelpunt van katholieke intriges om de protestantse koningin ten val te brengen, maar Elizabeth weigerde vastberaden om een collega-vorstin terecht te laten stellen. In 1570 vaardigde paus Pius V een pauselijke bul uit waarmee Elizabeth werd geëxcommuniceerd en haar onderdanen werden ontheven van gehoorzaamheid aan haar. De volgende paus, Gregorius XIII, ging nog een stapje verder en verklaarde dat het geen zonde zou zijn Engeland binnen te vallen en de koningin met geweld uit de weg te ruimen. De zaken werden op de spits gedreven toen Anthony Babingtons complot om Elizabeth te vermoorden, werd ontdekt en Maria als medeplichtige werd aangewezen. Uiteindelijk was Elizabeth genoodzaakt een beslissing te nemen in deze zaak, en aangespoord door het parlement stemde ze er ten slotte in 1587 mee in dat Maria werd terechtgesteld. Katholiek Europa was woedend, en Filips II van Spanje helemaal.

De gedurfde strategie van Filips

Filips, op dat moment de invloedrijkste vorst van Europa, had geprobeerd Engeland katholiek te houden door Elizabeth na haar kroning ten huwelijk te vragen, maar ze had zijn aanzoek afgewezen. Jarenlang hadden Engelse kapers Spaanse schepen en havens geplunderd en de suprematie van Spanje als koloniale macht betwist. Tot overmaat van ramp steunde Elizabeth de Nederlanden in hun strijd om onafhankelijkheid van Spanje. De terechtstelling van Maria was voor Filips de druppel die de emmer deed overlopen. Aangespoord door de paus smeedde hij plannen om de Spaanse Armada — een enorme vloot van meer dan 130 schepen — naar de Nederlanden te laten varen, aldaar een groot leger op te halen en daarna het Kanaal over te steken om Engeland binnen te vallen. Voordat de vloot helemaal gereed was, werd het complot door Engelse spionnen ontdekt. Elizabeth stuurde Sir Francis Drake met dertig schepen naar de haven van het Spaanse Cádiz, waar ze een aantal van de oorlogsschepen vernietigden zodat het uitvaren van de Armada met een jaar werd vertraagd.

Toen de Armada ten slotte in 1588 de haven uitvoer, was de Engelse oorlogsvloot er klaar voor.  De Spaanse vloot werd aangevallen, maar de schepen kwamen niettemin zonder al te veel schade via het Kanaal bij de Franse haven Calais aan, waar ze voor anker gingen. De volgende nacht lieten de Engelsen acht branders * op hun vijand afdrijven. De Spaanse vloot raakte in paniek, verspreidde zich, en na hevige gevechten dreef een zuidwestenwind de schepen weg van Engeland en noordwaarts naar Schotland. Door stormen rond Schotland en de westkust van Ierland verging de helft van de Spaanse schepen, terwijl de rest met pijn en moeite terugkeerde naar Spanje.

Het begin van de ’gouden eeuw’

In het begin van de regering van Elizabeth had Engeland geen kolonies overzee. Spanje daarentegen verwierf grote rijkdom door uitgestrekte gebieden in Noord-, Midden- en Zuid-Amerika te veroveren. Engeland wilde daar ook van profiteren. Ondernemende avonturiers bevoeren dus de oceanen op zoek naar roem, rijkdom en nieuwe handelsroutes naar China en de rest van Oost-Azië. Sir Francis Drake werd de eerste zeekapitein die met zijn eigen schip rond de wereld voer, en op zijn route langs de westkust van Zuid- en Noord-Amerika plunderde hij Spaanse schepen die met kostbaarheden beladen waren. Om het Spaanse monopolie op de Nieuwe Wereld aan te vechten, financierde Sir Walter Raleigh pogingen om een nederzetting te stichten aan de oostkust van Noord-Amerika. Het gebied dat hij daar claimde, noemde hij Virginia ter ere van de Virgin Queen van Engeland. Hoewel die vroege kolonisatiepogingen mislukten, werd Engelands interesse gewekt voor toekomstige ondernemingen. Toen de Spaanse ’Onoverwinnelijke Armada’ werd verslagen, groeide het Engelse vertrouwen in de zeevaart en gaf Elizabeth haar steun aan nieuwe handelsondernemingen aan de andere kant van de wereld, in Zuidoost-Azië. Het toneel was gereed voor de grondlegging van een Brits rijk dat uiteindelijk een wereldrijk zou worden. *

Aan het thuisfront werd onderwijs gestimuleerd. Doordat er nieuwe universiteiten werden geopend, kregen meer studenten toegang tot de wereld van de literatuur. De honger naar literatuur gekoppeld aan de vooruitgang in de drukkunst zorgde voor een culturele explosie. Dit was het tijdperk van William Shakespeare en andere grote toneelschrijvers. Het publiek stroomde samen in pas geopende theaters om te worden vermaakt met hun toneelstukken. Dichters schreven fraaie sonnetten en componisten schreven vernieuwende muziek. Bekwame schilders maakten prachtige portretminiaturen van de koningin en haar hovelingen. In kerken en woningen namen nieuwe Bijbelvertalingen een belangrijke plaats in. Maar aan dat tijdperk van welvaart kwam een eind.

De gouden eeuw verliest haar glans

De laatste jaren van Elizabeth waren vol problemen. Ze had haar betrouwbare raadslieden overleefd en verleende nu privileges aan enkele uitverkorenen, waardoor er aan het hof felle rivaliteit ontstond en er zelfs een mislukte opstand plaatsvond. Opnieuw werd haar koninkrijk in religieus opzicht verscheurd. Katholieken weigerden protestantse kerkdiensten bij te wonen en werden steeds meer vervolgd. Tegen het eind van haar  regering waren er zo’n tweehonderd geestelijken en leken terechtgesteld. Ook puriteinen werden gevangengezet en terechtgesteld. In Ierland kwam de bevolking in opstand tegen de Engelse overheersing, en de oorlog met Spanje duurde voort. Vier opeenvolgende slechte oogsten veroorzaakten stijgende werkloosheid en landloperij, en vanwege de hoge voedselprijzen ontstonden er rellen. Het was gedaan met Elizabeths populariteit. De liefde van de burgers van Engeland voor hun Virgin Queen was voorbij.

Geleidelijk verloor Elizabeth de wil om te leven en op 24 maart 1603 stierf ze. Ze was de laatste vorst van het geslacht Tudor. Het nieuws van haar overlijden werd door de natie met verbijstering ontvangen, maar tegen de avond werd het aantreden van een nieuwe monarch met vreugdevuren en straatfeesten gevierd. Eindelijk had men een koning: Jacobus VI van Schotland, de protestantse zoon van Maria Stuart. In zijn rol als Jacobus I van Engeland deed hij waartoe Elizabeth niet in staat was geweest: hij verenigde de twee koninkrijken onder één monarch. Het aanvankelijke optimisme sloeg echter al snel om in teleurstelling en de natie begon weer terug te verlangen naar de tijd van hun Good Queen Bess.

Was het echt een gouden eeuw?

Vroege historici schreven lovend over Elizabeth. Een paar jaar na haar dood beschreef William Camden haar regering als een gouden eeuw van vooruitgang, waarin de koningin haar volk tot grootse dingen had geïnspireerd. Eeuwenlang plaatste niemand vraagtekens bij die visie. Tegen het einde van de negentiende eeuw nam Elizabeths faam zelfs nog toe toen men aan haar de geboorte van het Britse Rijk toeschreef, een rijk dat inmiddels een kwart van de aarde besloeg.

Sommige hedendaagse historici zijn niet zo positief over de regering van Elizabeth. The Oxford Illustrated History of Britain schrijft: „Elizabeth heeft na haar dood een reputatie verworven die ver uitstijgt boven haar werkelijke prestaties. Het is duidelijk dat haar eigen propaganda, (...) het feit dat ze zo lang heeft geleefd, het toeval dat haar regering samenviel met het tijdperk van Shakespeare, en de fortuinlijke overwinning op de Armada ons ertoe hebben verleid haar wel heel erg op te hemelen, terwijl we voorbijgaan aan het simpele feit dat ze ongemerkt heeft toegelaten dat Engeland onbestuurbaar werd.” Haigh, die al eerder werd geciteerd, legt uit waarom sommige historici deze mening hadden: „In 1603 had Elizabeth een dwaze oude vrouw geleken, omdat de mensen verwachtingsvol naar een koning uit het huis Stuart hadden uitgezien. Tegen 1630, toen koningen van dit vorstenhuis nogal een teleurstelling waren gebleken, was ze het toonbeeld van alle vorstelijke deugden geworden.”

Elizabeth was ongetwijfeld een uitzonderlijke vrouw in een mannenwereld. Ze was intelligent, vastberaden en blonk uit in public relations, dankzij de hulp van haar ministers, die bekwaam de regie voerden over haar toespraken, publieke optredens, kleding en portretten om het koninklijke imago en de legendarische gouden eeuw te promoten.

[Voetnoten]

^ ¶13 Een brander was een militair vaartuig beladen met springstof en ander brandbaar materiaal dat men in brand stak en op vijandelijke schepen afstuurde om ze te vernietigen.

[Inzet op blz. 22]

„Elizabeth heeft na haar dood een reputatie verworven die ver uitstijgt boven haar werkelijke prestaties”

[Kader/Illustratie op blz. 22]

JOHN DEE EN HET BRITSE RIJK

Elizabeth noemde John Dee (1527-1608/9) haar filosoof. Hij was een gerespecteerd wiskundige, geograaf en astronoom en was bovendien zeer geïnteresseerd in astrologie en het occulte. Hij adviseerde de koningin over de gunstigste dag voor haar kroning en beoefende zijn kunsten aan haar hof. Dee, van wie wordt gezegd dat hij degene was die grote bekendheid gaf aan de term ’het Britse Rijk’, moedigde Elizabeth aan zichzelf te bezien als keizerin van een toekomstig rijk dat verworven kon worden door te heersen over de oceanen en door nieuwe landen te koloniseren. Met het oog hierop gaf hij ontdekkingsreizigers les in navigatie, in het bijzonder in verband met hun zoektocht naar de noordoostelijke en noordwestelijke doorvaart naar Oost-Azië, en ook gaf hij ondersteuning aan plannen voor kolonies in Noord-Amerika.

[Verantwoording]

Photograph taken by courtesy of the British Museum

[Illustraties op blz. 20, 21]

A. Engelse branders die in de richting van de Spaanse Armada worden gestuurd B. Sir Francis Drake C. Koningin Elizabeth D. Het Globe Theatre E. William Shakespeare

[Verantwoording]

A: From the book The History of Protestantism (Vol. III); B: ORONOZ; C: From the book Heroes of the Reformation; D: From the book The Comprehensive History of England (Vol. II); E: Encyclopædia Britannica/11th Edition (1911)

[Illustratieverantwoording op blz. 19]

© The Bridgeman Art Library International