„Wij komen niets te kort!”
Onderwijzers en anderen hebben opmerkingen gemaakt in de zin dat de kinderen van Jehovah’s Getuigen veel te kort komen doordat zij niet mogen meedoen aan schoolfeestjes ter gelegenheid van Kerstmis, Pasen en Halloween (de vooravond van Allerheiligen). Hier volgt een kleine greep uit commentaren van kinderen die Jehovah’s Getuigen zijn en die in brieven uitleggen waarom zij zelf niet mee willen doen aan het vieren van deze feestdagen.
„HOEWEL ik aan mijn klasgenoten heb uitgelegd waarom ik die dingen niet vierde, hadden zij toch het idee dat ik misdeeld was. Maar dat was niet zo! Zij moesten altijd tot hun Kerstmis of een andere feestdag wachten om cadeautjes te krijgen, terwijl ik het hele jaar door dingen kreeg en naar feestjes ging. Ik weet dat niet alleen mijn familie van mij houdt maar ook de gemeente en Jehovah, en dat betekent meer voor mij dan welke feestdag maar ook.” — Becky, 13 jaar.
„Ik weet dat alle feestdagen een slechte achtergrond hebben. Jezus is niet op Kerstmis geboren. Mijn familie hoeft niets te doen om zulke feestdagen te compenseren. Mijn familie staat altijd voor me klaar wanneer ik ze nodig heb. Dat is me meer waard dan welk geschenk maar ook dat ze me ooit zouden kunnen geven.” — Josh, 15 jaar.
„Kerstmis. Ik kom niets te kort omdat het toch niet echt christelijk is. Ik zou liever weten dat een cadeautje van mijn ouders kwam dan van de een of andere geheimzinnige kerstman. Pasen. Met Pasen is het echt moeilijk omdat mensen dan zeggen dat het om ’Jezus en de opstanding’ gaat of het gewoon ’op eierjacht gaan’ is. Maar wat hebben eieren nu met Jezus te maken? Zelfs de naam Pasen [’Easter’] komt van een oude godin. Halloween. Het hele Halloween-idee trekt me niet. Spoken en heksen, AFSCHUWELIJK!” — Katie, 10 jaar.
„Als jongere heb ik het nooit erg gevonden niet aan de viering van wereldse feestdagen mee te doen. Mijn ouders hebben nooit tegen me gezegd ’dit of dat mag je niet doen omdat je een van Jehovah’s Getuigen bent’, maar zij hebben me vertrouwd gemaakt met de bijbel en Jehovah’s mening over deze feestdagen. Wat cadeautjes betreft, bij ons thuis worden er het hele jaar cadeautjes gegeven.” — Ryan, 17 jaar.
„Op elke feestdag wordt er iets gevierd wat niet waar is en wordt de aandacht gericht op onware dingen. De meeste kinderen die ik ken, vieren de feestdagen om het snoepgoed of de cadeautjes. Iets wat ik heb dat beter is dan feestdagen, is de geweldige organisatie van Jehovah’s Getuigen. In plaats van één dag te duren, zoals een feestdag, bevat het Woord van Jehovah God een blijde boodschap die eeuwig duurt.” — Brooke, 14 jaar.
„Redenen waarom ik feestdagen niet mis: 1. De bijbel zegt dat ze verkeerd zijn. 2. Ik vind er niks aan. 3. Mijn mama en papa geven me cadeautjes.” — Brandi, 6 jaar.
„Ik voel me niet misdeeld. Het doet me niets. Ik krijg cadeautjes en we doen spelletjes en houden feestjes. Ik krijg heel veel zonder feestdagen te hoeven vieren. Ik wil hoe dan ook een Getuige blijven en niets kan me daarvan afbrengen.” — Brianne, 9 jaar.
„Ik ga naar de vijfde klas en ik vind het niet naar te bekennen dat ik een van Jehovah’s Getuigen ben. Op een keer zei een jongen tegen me dat ik me wel ongelukkig moest voelen omdat ik met Kerstmis helemaal geen cadeautjes kreeg, maar ik zei dat ik het hele jaar cadeautjes krijg. Toen zei hij dat ik bofte. Ik denk dat er geen Jehovah’s Getuige mag zijn die het erg vindt dat hij een Jehovah’s Getuige is.” — Jeff, 10 jaar.
„Mijn zus en ik hebben ervoor gezorgd dat de trouwdag van onze ouders als onze eigen familiefeestdag wordt gevierd. Ik heb meer plezier bij het bedenken van cadeautjes en kaarten en van alles en nog wat en bij het helpen van mijn ouders om dingen te bedenken om elkaar te verrassen, dan ik ooit heb gehad als ik van iemand cadeautjes kreeg. Geven is beter dan ontvangen.” — Rachel, 16 jaar.
„Toen ik jonger was, waren sommige feestdagen moeilijk voor me. Maar later besefte ik dat de feestdagen tot hebzucht, ruzies en verdriet kunnen leiden. Als er vaste tijden zijn om te geven, word je nooit verrast met een cadeau. Ik krijg liever speciale cadeautjes op een willekeurig tijdstip in het jaar. Vieren of niet vieren is gewoon een klein onderdeel van een veel belangrijker beslissing: of je je al dan niet opdraagt om Jehovah te dienen. Als ik het zo bezie, is de juiste keuze duidelijk.” — Ben, 13 jaar.
„Er waren tijden toen ik klein was dat ik het gevoel had iets te kort te komen, maar later moest ik lachen als ik bedacht hoe de eieren, Jezus en de paashaas elkaar gevonden hadden. Toen ik wat ouder was en mijn ouders me de oorsprong van alle symbolen uitlegden, vond ik het walglijk. Het deed me pijn als ik eraan dacht hoe Jehovah en Jezus het moeten vinden met zulke heidense denkbeelden in verband gebracht te worden.” — Alexa, 18 jaar.
„Rond de kersttijd kan het erg deprimerend zijn op school te zitten en kun je je buitengesloten voelen. Toen besefte ik dat het vieren van Kerstmis je problemen niet kan oplossen, geen hechtere gezinsband kan bewerken en je niet gelukkig kan maken. Dat is alleen mogelijk door naar bijbelse maatstaven te leven.” — Joe, 15 jaar.
„In plaats van Kerstmis of een andere feestdag hebben wij Grote Speelgoeddag. Wij krijgen geld cadeau om dat te besteden aan wat we maar willen. Ik heb wel eens een spreekbeurt voor mijn klas gehouden over mijn godsdienst. In plaats van het pad van de wereld te volgen, ga ik mijn eigen weg door de vergaderingen bij te wonen, in de velddienst te gaan en het gebed tot een deel van mijn leven te maken. Ik word op het komende congres gedoopt.” — George, 11 jaar.
„Ik vind het heerlijk cadeautjes te krijgen en ik krijg ze het hele jaar door. Ik mis niet veel als het om feestjes gaat. Ik maak Jehovah blij als ik opkom voor de waarheid. Het is grappig te zien hoe sommige van mijn klasgenoten die niet christelijk zijn maar hindoe, joods, enzovoort, Kerstmis vieren en cadeautjes krijgen maar niet weten waar het bij de feestdag eigenlijk om gaat.” — Julia, 12 jaar.
„Als ik niet meedeed aan de feestdagen op school, speet dat me niets. De kinderen doen veel rare dingen, zoals zich verkleden met Halloween. Ik mis het helemaal niet. Ik vertel ze hoe mijn ouders het hele jaar door cadeautjes voor me kopen. Ze vertellen mij over hun kerk en hoe saai het er is en ik vertel hun over de bijeenkomsten die wij in het park houden en soms worden ze jaloers. Maar ik ben niet jaloers op hen. Alles bij elkaar vind ik dat je alleen vrienden moet kiezen die je geloof respecteren en dat je je nooit door een leerling of een onderwijzer moet laten dwingen iets te doen wat in strijd is met Jehovah’s wil.” — Justin, 12 jaar.
„Of ik me misdeeld voel? Nee, want wij hebben andere feestjes, en als mensen Kerstmis vieren, denken de kinderen vooral aan de kerstman, of met Pasen denken ze aan de paashaas, maar ik weet dat die uit heidense godsdiensten komen. Ik houd van de velddienst omdat ik daardoor geholpen word me op de waarheid te concentreren.” — Sharon, 8 jaar.
„Ik kan naar waarheid zeggen dat ik me nooit opgelaten heb gevoeld dat ik een van Jehovah’s Getuigen ben. Mijn familie en ik hebben veel plezier. Als er feestjes op school zijn, neemt mijn moeder me mee uit lunchen. Mijn ouders brengen zonder speciale reden lekkers naar school en alle kinderen weten dan dat we pret hebben. Ik heb een heel goede band met mijn ouders en als kinderen vragen waarom ik geen feestdagen vier, vertel ik hun dat ik elke dag vier. Hoe zou enige Getuige zich buitengesloten kunnen voelen?” — Megan, 13 jaar.
„Halloween. Kinderen die zich verkleden als duivels, stripfiguren — waarvoor? De kinderen zwerven op straat en lopen van het ene huis naar het andere om zakken vol snoep op te halen. Of ze gooien met eieren naar huizen en hangen toiletpapier in de bomen, en het ergste is nog dat de meeste ouders het goed vinden.” — Zachary, 10 jaar.
„Ik hoef niet op een speciale dag te wachten om cadeautjes te krijgen. Mijn mama en papa kopen altijd veel speelgoed voor me. Halloween is de aanbidding van dode geesten. Het is niet goed. De enige God die we mogen aanbidden, is Jehovah.” — Nicholas, 6 jaar.

