Doorgaan naar inhoud

Doorgaan naar inhoudsopgave

 DEEL 6

Waarom heeft Jehovah ons geschapen?

Waarom heeft Jehovah ons geschapen?

Koning Salomo onderzocht de vraag naar de zin van het leven

WAT zal het leren kennen van Jehovah voor u betekenen? Het zal onder andere betekenen dat u antwoord krijgt op een vraag die velen bezighoudt: ’Waarom ben ik hier?’ U zult u dat vast wel eens hebben afgevraagd. Een wijze koning die in rijkdom „groter [was] dan alle andere koningen” in zijn tijd, onderzocht die vraag naar de zin van het leven (2 Kronieken 9:22; Prediker 2:1-13). Deze koning, Salomo, beschikte over grote macht, overvloedige rijkdom en onvergelijkelijke wijsheid. Wat was de uitkomst van zijn onderzoek? „Het slot van de zaak, nu alles is gehoord, is: Vrees de ware God en onderhoud zijn geboden. Want dit is de gehele verplichting van de mens” (Prediker 12:13). Aangezien Salomo meer ervaring had dan de meeste mensen, is zijn conclusie op zijn minst onze aandacht waard. — Prediker 2:12.

2 De vrees voor God waarover Salomo sprak, is geen ziekelijke vrees voor een onbekende geestenkracht. Nee, het is een gezonde angst om iemand van wie men heel veel houdt, te mishagen. Als u iemand innig liefhebt, wilt u die persoon beslist altijd behagen en vermijden iets te doen dat hem zou kunnen kwetsen. Als u Jehovah gaat liefhebben, zult u er ten aanzien van hem net zo over denken.

3 Door de bijbel te lezen, kunt u te weten komen wat onze Schepper al dan niet behaagt en wat zijn voornemen was toen hij de aarde schiep. De bijbel beschrijft Jehovah als „de Formeerder van de aarde en de Maker ervan”, en noemt hem tevens Degene „die haar stevig heeft bevestigd, die haar niet louter voor niets heeft geschapen, die haar geformeerd heeft om ook bewoond te worden” (Jesaja 45:18). Jehovah heeft de aarde gereedgemaakt om bewoond te worden door mensen, die voor de aarde en alle erop levende schepselen moesten zorgen (Genesis 1:28). Maar was dat het enige doel waarmee Jehovah de mensen schiep — om beheerders te zijn?

Adam en Eva hadden een zinvolle band met God

 4 Nee, er was een verhevener doel. De eerste mens, Adam, had een zinvolle band met Jehovah. Adam kon rechtstreeks met de Schepper communiceren. Hij kon luisteren naar wat God hem vertelde en aan Jehovah kenbaar maken wat hij dacht (Genesis 1:28-30; 3:8-13, 16-19; Handelingen 17:26-28). Daarom hadden Adam en zijn vrouw, Eva, een schitterende gelegenheid om Jehovah beter te leren kennen en een hechtere band met hem te ontwikkelen. Het kennen en navolgen van Jehovah zou hun leven voldoening schenkend hebben gemaakt, want hij is „de gelukkige God” (1 Timotheüs 1:11). Als de God „die ons alle dingen rijkelijk verschaft om ervan te genieten”, plaatste Jehovah de eerste mens in een paradijs, de tuin van Eden genaamd, met het vooruitzicht eeuwig te leven. — 1 Timotheüs 6:17; Genesis 2:8, 9, 16, 17.

Wat geven recente bevindingen omtrent de menselijke cel te kennen?

5 Eeuwig? Misschien wijst u de gedachte aan eeuwig leven als absurd van de hand, maar is die wel zo absurd? Wetenschappers geloven nu inzicht te hebben in de oorzaak van het verouderen van de cellen. Stukjes genetisch materiaal, telomeren genaamd, die de uiteinden van de chromosomen afdekken, worden elke keer dat een cel zich deelt, korter. Na vijftig tot honderd celdelingen zijn de telomeren versleten en houden de meeste cellen op met delen. Recente wetenschappelijke bevindingen geven echter te kennen dat menselijke cellen zich met behulp van een enzym dat telomerase heet oneindig kunnen blijven delen. Hoewel deze ontdekking niet wil zeggen dat Jehovah door middel van dit specifieke enzym eeuwig leven mogelijk maakt, duidt het wel op één ding: de gedachte aan eeuwig leven is niet absurd!

6 Ja, het bijbelse verslag dat duidelijk maakt dat het eerste mensenpaar werd geschapen om eeuwig te leven, is geloofwaardig. De mensen moesten tot in alle eeuwigheid hun verhouding met Jehovah verdiepen. Ze moesten een hechte band met hun hemelse Vader opbouwen, terwijl ze zich volledig bewust waren van zijn voornemen met de mensen op aarde en het ten uitvoer brachten. Hun leven zou niet saai zijn. Adam en Eva hadden het schitterende vooruitzicht de aarde te vullen met gelukkige, volmaakte nakomelingen. Ze zouden voor eeuwig bevredigend en zinvol werk te doen hebben. Dat zou inderdaad een voldoening schenkend leven geweest zijn! — Genesis 1:28.