Doorgaan naar inhoud

Doorgaan naar inhoudsopgave

Eindnoten

Eindnoten

1 JEHOVAH

Jehovah is de naam van God en betekent ‘Hij veroorzaakt te worden’. Jehovah is de almachtige God, die alles heeft gemaakt. Hij heeft de macht om alles te doen wat hij wil.

In het Hebreeuws werd Gods naam met vier letters geschreven. In het Nederlands zijn dat de letters JHWH of JHVH. In de oorspronkelijke Hebreeuwse tekst van de Bijbel staat Gods naam bijna 7000 keer. De manier waarop Gods naam nu wordt uitgesproken, verschilt per taal.

Hfst. 1 ¶15

2 DE BIJBEL IS ‘DOOR GOD GEÏNSPIREERD’

De Bijbel komt van God maar is door mensen geschreven. Je kunt het vergelijken met een brief van een directeur die door zijn secretaresse is opgesteld. God heeft de schrijvers van de Bijbel met zijn heilige geest geleid om zijn gedachten op te schrijven. Soms kregen ze bijvoorbeeld een visioen of een droom, en die schreven ze dan op.

Hfst. 2 ¶5

3 PRINCIPES

In de Bijbel staan veel principes. Een principe is een grondwaarheid. Het principe ‘slechte omgang bederft goede gewoonten’ leert je bijvoorbeeld dat mensen met wie je omgaat een goede of een slechte invloed op je kunnen hebben (1 Korinthiërs 15:33). En het principe ‘wat je zaait, zul je ook oogsten’ leert je dat wat je doet, altijd gevolgen voor je heeft (Galaten 6:7).

Hfst. 2 ¶12

  4 PROFETIE

Een profetie is een boodschap van God. Het kan een bekendmaking van Gods wil zijn, een morele les, een bevel of een oordeel. Het kan ook een boodschap zijn over iets wat in de toekomst gaat gebeuren. Veel voorspellingen in de Bijbel zijn al uitgekomen.

Hfst. 2 ¶13

5 VOORSPELLINGEN OVER DE MESSIAS

Er staan in de Bijbel veel voorspellingen over de Messias. Jezus heeft ze allemaal vervuld. Zie het kader ‘ Voorspellingen over de Messias’.

Hfst. 2 ¶17

6 JEHOVAH’S VOORNEMEN MET DE AARDE

Toen Jehovah de aarde maakte, was het zijn voornemen (of doel) dat het een paradijs zou worden voor mensen die van hem houden. Dat doel is niet veranderd. Binnenkort zal God een eind maken aan alle slechtheid en zijn aanbidders eeuwig leven geven.

Hfst. 3 ¶1

7 SATAN DE DUIVEL

Satan is de engel die de opstand tegen God begon. Hij wordt Satan genoemd (wat tegenstander betekent) omdat hij tegen Jehovah strijdt. Hij wordt ook Duivel genoemd (wat lasteraar betekent) omdat hij leugens over Jehovah vertelt en mensen bedriegt.

Hfst. 3 ¶4

  8 ENGELEN

Lang voordat Jehovah de aarde maakte, maakte hij de engelen. Ze werden gemaakt om in de hemel te leven. Er zijn meer dan honderd miljoen engelen (Daniël 7:10). Ze hebben allemaal een eigen naam en persoonlijkheid. Trouwe engelen willen niet door mensen aanbeden worden. Ze hebben verschillende posities en taken. Bijvoorbeeld: dienen voor Jehovah’s troon, zijn boodschappen aan mensen doorgeven, zijn aanbidders op aarde beschermen en leiden, zijn oordelen uitvoeren en de prediking ondersteunen (Psalm 34:7; Openbaring 14:6; 22:8, 9). Tijdens Armageddon zullen ze samen met Jezus strijden tegen Gods vijanden (Openbaring 16:14, 16; 19:14, 15).

Hfst. 3 ¶5; hfst. 10 ¶1

9 ZONDE

Alles wat we voelen, denken of doen wat tegen Jehovah of zijn wil ingaat, is een zonde. Omdat zonde je band met God beschadigt, heeft hij wetten en principes gegeven die je helpen om geen dingen te doen waarmee je hem kwetst. In het begin was alles wat Jehovah gemaakt had volmaakt. Maar toen Adam en Eva ervoor kozen niet naar Jehovah te luisteren, zondigden ze en werden ze onvolmaakt. Ze werden oud en gingen dood. En omdat Adam zonde aan ons heeft doorgegeven, gaan ook wij dood.

Hfst. 3 ¶7; hfst. 5 ¶3

10 ARMAGEDDON

Armageddon is de oorlog waarin God Satans wereld en alle slechtheid gaat vernietigen.

Hfst. 3 ¶13; hfst. 8 ¶18

 11 GODS KONINKRIJK

Gods Koninkrijk is een regering die Jehovah in de hemel heeft opgericht. Jezus is de Koning. In de toekomst zal Jehovah het Koninkrijk gebruiken om een eind te maken aan alle slechtheid. Gods Koninkrijk zal over de aarde regeren.

Hfst. 3 ¶14

12 JEZUS CHRISTUS

Jehovah maakte Jezus voordat hij iets of iemand anders maakte. Hij stuurde hem naar de aarde om voor alle mensen te sterven. Nadat Jezus was gedood, gaf Jehovah hem een opstanding. Jezus regeert nu in de hemel als Koning van Gods Koninkrijk.

Hfst. 4 ¶2

13 DE PROFETIE VAN DE 70 WEKEN

Daniël voorspelde wanneer de Messias duidelijk te herkennen zou zijn: vanaf het einde van een periode van 69 weken. Die periode begon in het jaar 455 v.Chr. en eindigde in het jaar 29 n.Chr.

Hoe weten we dat die periode in 29 n.Chr. eindigde? De 69 weken begonnen toen Nehemia in 455 v.Chr. in Jeruzalem aankwam en de stad begon te herbouwen (Daniël 9:25; Nehemia 2:1, 5-8). Een week bestaat uit zeven dagen. Maar in deze profetie gaat het niet om weken van zeven dagen, maar om weken van zeven jaar, volgens de profetische regel ‘een dag voor een jaar’ (Numeri 14:34; Ezechiël 4:6). Als een week gelijk is aan zeven jaar, zijn 69 weken gelijk aan 483 jaar (69 x 7). Als je vanaf 455 v.Chr. 483 jaar verder telt, kom je uit op 29 n.Chr. (Het jaar nul bestaat niet.) Dat is precies het jaar waarin Jezus werd gedoopt en de Messias werd! — Lukas 3:1, 2, 21, 22.

 Na de 69 weken zou er volgens de profetie nog een week volgen, dus nog eens zeven jaar. Tijdens die periode, in 33 n.Chr., zou de Messias worden gedood. En vanaf 36 n.Chr. zou het goede nieuws van Gods Koninkrijk niet alleen aan de Joden worden bekendgemaakt, maar aan alle volken (Daniël 9:24-27).

Hfst. 4 ¶7

 14 DE VALSE LEERSTELLING VAN DE DRIE-EENHEID

De Bijbel leert dat Jehovah alles gemaakt heeft. Hij maakte Jezus voordat hij iets of iemand anders maakte (Kolossenzen 1:15, 16). Jezus is dus niet de almachtige God. Hij heeft ook nooit beweerd dat hij gelijk is aan God. Hij zei juist: ‘De Vader is groter dan ik’ (Johannes 14:28; 1 Korinthiërs 15:28). Maar in sommige religies wordt de Drie-eenheid geleerd, oftewel dat God drie personen in één is: de Vader, de Zoon en de heilige geest. Het woord drie-eenheid staat nergens in de Bijbel. Het is een valse leerstelling.

De heilige geest is Gods onzichtbare, actieve kracht, die hij gebruikt om zijn wil te doen. Het is geen persoon. Sommige christenen in de eerste eeuw werden bijvoorbeeld ‘met heilige geest vervuld’, en Jehovah zei: ‘Ik zal wat van mijn geest uitstorten op alle soorten mensen’ (Handelingen 2:1-4, 17).

Hfst. 4 ¶12; hfst. 15 ¶17

15 HET KRUIS

Waarom gebruiken echte christenen het kruis niet?

  1.  Het kruissymbool wordt al heel lang door valse religie gebruikt. Vroeger werd het gebruikt in natuurreligies en bij heidense seksrituelen. In de 300 jaar na Jezus’ dood gebruikten christenen geen kruis bij hun aanbidding. Pas daarna zorgde de Romeinse keizer Constantijn ervoor dat het kruis een symbool van het christendom werd. Dat werd gedaan om het christendom populair te maken, maar met Jezus had het niets te maken. Een katholieke encyclopedie zegt: ‘Het kruis komt zowel in voorchristelijke als in niet-christelijke culturen voor.’

  2.  Jezus is niet aan een kruis gestorven. De Griekse woorden die met ‘kruis’ zijn vertaald, betekenen eigenlijk ‘een boom’, ‘een balk’ of ‘een rechtopstaande paal’. In  The Companion Bible staat: ‘In het Grieks van het [Nieuwe Testament] wordt nergens gesproken over twee stukken hout.’ Jezus stierf aan een rechtopstaande paal.

  3.  Jehovah wil niet dat we beelden of symbolen gebruiken als we hem aanbidden (Exodus 20:4, 5; 1 Korinthiërs 10:14).

Hfst. 5 ¶12

16 DE HERDENKING VAN JEZUS’ DOOD

Jezus zei dat zijn volgelingen zijn dood moesten herdenken. Dat doen ze elk jaar op 14 nisan, de dag waarop de Israëlieten het Pascha vierden. Er gaat brood en wijn rond, wat symbolen zijn van Jezus’ lichaam en bloed. Mensen die met Jezus in de hemel zullen regeren, eten en drinken daarvan. Mensen die de hoop hebben om voor altijd op aarde te leven, wonen de herdenking bij maar eten en drinken niet van het brood en de wijn.

Hfst. 5 ¶21

17 ZIEL

In de Nieuwewereldvertaling wordt het woord ‘ziel’ gebruikt om (1) een mens, (2) een dier of (3) het leven van een mens of dier te beschrijven. Een paar voorbeelden.

  • Een mens. ‘In Noachs tijd (...) werden maar een paar mensen, namelijk acht zielen, veilig door het water heen gevoerd’ (1 Petrus 3:20). Die ‘zielen’ waren Noach, zijn vrouw, hun drie zonen en de vrouwen van hun zonen.

  • Een dier. ‘God zei: “Het water moet wemelen van levende wezens [‘zielen’, voetnoot], en er moeten vliegende dieren in de lucht boven de aarde vliegen, langs de hemel.” Toen zei God: “De aarde moet levende wezens [‘zielen’, voetnoot] voortbrengen naar hun soort: tamme dieren, kruipende dieren en wilde dieren, naar hun soort.” En zo gebeurde het’ (Genesis 1:20, 24).

  •  Het leven van een mens of dier. Jehovah zei tegen Mozes: ‘Alle mannen die jou wilden doden [‘je ziel zochten’, voetnoot], zijn gestorven’ (Exodus 4:19). Toen Jezus op aarde was, zei hij: ‘Ik ben de goede herder. De goede herder geeft zijn leven [‘ziel’, voetnoot] voor de schapen’ (Johannes 10:11).

    Er zijn nog meer manieren waarop het woord ziel wordt gebruikt. Als iemand bijvoorbeeld iets met zijn ‘hele ziel’ doet, betekent dat dat hij het graag en zo goed mogelijk doet (Mattheüs 22:37; Deuteronomium 6:5). Het wordt ook gebruikt om het verlangen of de eetlust van een levend wezen te beschrijven. En een dode of een dood lichaam wordt ook wel een dode ziel genoemd (Numeri 6:6; Spreuken 23:2; Jesaja 56:11; Haggaï 2:13).

Hfst. 6 ¶5; hfst. 15 ¶17

18 GEEST

De Hebreeuwse en Griekse woorden die in de Nieuwewereldvertaling met ‘geest’ vertaald worden, kunnen meerdere dingen betekenen. Ze verwijzen wel altijd naar iets wat voor mensen onzichtbaar is, zoals de adem van mensen en dieren, of de wind. Ze kunnen ook verwijzen naar engelen of de heilige geest, Gods actieve kracht. De Bijbel leert niet dat een deel van een persoon blijft leven als hij doodgaat (Exodus 35:21; Psalm 104:29; Mattheüs 12:43; Lukas 11:13).

Hfst. 6 ¶5; hfst. 15 ¶17

19 GEHENNA

Gehenna is de naam van het dal bij Jeruzalem waar afval werd verbrand en vernietigd. Er is geen bewijs dat daar in Jezus’ tijd dieren of mensen werden gepijnigd of levend werden verbrand. Gehenna is dus geen symbool van een onzichtbare plaats waar mensen die zijn gestorven, worden gepijnigd en eeuwig branden. Toen Jezus het had  over mensen die in Gehenna belanden, bedoelde hij dat ze voorgoed vernietigd zouden worden (Mattheüs 5:22; 10:28).

Hfst. 7 ¶20

20 HET ONZEVADER

Dit is het gebed dat Jezus gebruikte om zijn volgelingen te leren bidden. Hij zei bijvoorbeeld:

  • ‘Laat uw naam geheiligd worden’

    We bidden of Jehovah wil laten zien dat alle leugens over zijn naam, of reputatie, niet waar zijn. Dan zal iedereen in de hemel en op aarde zijn naam eren en respecteren.

  • ‘Laat uw Koninkrijk komen’

    We bidden om Gods Koninkrijk. Dat Koninkrijk zal Satans slechte wereld vernietigen, over de aarde regeren en de aarde in een paradijs veranderen.

  • ‘Laat uw wil gedaan worden op aarde’

    We bidden of Gods voornemen met de aarde vervuld mag worden, zodat gehoorzame, volmaakte mensen voor altijd in het paradijs kunnen leven, precies zoals Jehovah het bedoeld had toen hij de mens maakte.

Hfst. 8 ¶2

21 DE LOSPRIJS

De losprijs is de oplossing van Jehovah om mensen van zonde en de dood te bevrijden. De losprijs was de prijs die betaald moest worden voor het volmaakte leven dat Adam, de eerste mens, had verloren. Ook kon door de losprijs de beschadigde band tussen mensen en Jehovah hersteld worden. God stuurde Jezus naar de aarde om voor alle onvolmaakte mensen te sterven. Dankzij Jezus’ dood heeft iedereen de kans om voor altijd te leven en volmaakt te worden.

Hfst. 8 ¶21; hfst. 9 ¶13

 22 WAAROM IS HET JAAR 1914 ZO BELANGRIJK?

De profetie in Daniël 4 leert ons dat Gods Koninkrijk in 1914 zou beginnen te regeren.

De profetie: Jehovah gaf koning Nebukadnezar een voorspellende droom over een grote boom die omgehakt werd. In de droom werd er een band van ijzer en van koper om de boomstronk geplaatst zodat die ‘zeven tijden’ lang niet zou groeien. Daarna zou de boom weer groeien (Daniël 4:1, 10-16).

Wat de profetie voor ons betekent: De boom is een symbool van Gods bestuur. Eeuwenlang had Jehovah koningen gebruikt om vanuit Jeruzalem over het volk Israël te regeren (1 Kronieken 29:23). Maar die koningen werden ontrouw, en er kwam een eind aan hun bestuur. In 607 v.Chr. werd Jeruzalem verwoest. Toen begonnen de ‘zeven tijden’ (2 Koningen 25:1, 8-10; Ezechiël 21:25-27). Jezus sprak over die periode toen hij zei: ‘Jeruzalem zal door de heidenen worden vertrapt totdat de vastgestelde tijd van de heidenen voorbij is’ (Lukas 21:24). De ‘zeven tijden’ eindigden dus niet toen Jezus op aarde was. Jehovah beloofde dat hij een Koning zou aanstellen aan het eind van de ‘zeven tijden’. Als die nieuwe Koning, Jezus, zou gaan regeren, zou dat veel goeds betekenen voor Gods aanbidders over de hele wereld, voor altijd (Lukas 1:30-33).

De duur van de ‘zeven tijden’: De ‘zeven tijden’ duurden 2520 jaar. Hoe komen we aan het getal 2520? De Bijbel zegt dat drieënhalve tijd gelijk is aan 1260 dagen (Openbaring 12:6, 14). ‘Zeven tijden’ is dus twee keer zo veel, 2520 dagen. En volgens de profetische regel ‘een dag voor een jaar’ zijn die 2520 dagen gelijk aan 2520 jaar (Numeri 14:34; Ezechiël 4:6).

 Als je vanaf 607 v.Chr. 2520 jaar verder telt, kom je uit op het jaar 1914. (Het jaar nul bestaat niet.) Toen werd Jezus, de Messias, door Jehovah aangesteld als Koning van Gods Koninkrijk in de hemel.

Hfst. 8 ¶23

23 DE AARTSENGEL MICHAËL

Het woord aartsengel betekent ‘hoofd van de engelen’. De Bijbel heeft het over maar één aartsengel, die Michaël heet (Daniël 12:1; Judas 9).

Michaël is de leider van Gods leger trouwe engelen. In Openbaring 12:7 staat: ‘Michaël en zijn engelen vochten tegen de draak (...) en zijn engelen.’ In Openbaring staat dat Jezus de leider is van Gods leger. Michaël is dus een andere naam voor Jezus (Openbaring 19:14-16).

Hfst. 9 ¶4

24 DE LAATSTE DAGEN

‘De laatste dagen’ verwijst naar een periode net voordat Gods Koninkrijk Satans wereld vernietigt. In die periode zouden op aarde opvallende dingen gebeuren. Die periode wordt in de Bijbel ook wel ‘het einde van het tijdperk’ en ‘de aanwezigheid van de Mensenzoon’ genoemd (Mattheüs 24:3, 27, 37). De laatste dagen begonnen toen Gods Koninkrijk in 1914 in de hemel begon te regeren. Ze eindigen als Satans wereld in Armageddon wordt vernietigd (2 Timotheüs 3:1; 2 Petrus 3:3).

Hfst. 9 ¶5

 25 OPSTANDING

Als God iemand die gestorven is weer levend maakt, wordt dat een opstanding genoemd. De Bijbel vertelt over negen personen die een opstanding kregen. En er wordt over vijf personen gesproken die anderen tot leven hebben gewekt: Elia, Elisa, Jezus, Petrus en Paulus. Dat konden ze alleen omdat God ze daar de kracht voor gaf. Jehovah belooft ‘zowel de rechtvaardigen als de onrechtvaardigen’ een opstanding op aarde te geven (Handelingen 24:15). In de Bijbel wordt ook gesproken over een opstanding in de hemel. Degenen die door Jehovah zijn uitgekozen om samen met Jezus in de hemel te leven, krijgen zo’n opstanding (Johannes 5:28, 29; 11:25; Filippenzen 3:11; Openbaring 20:5, 6).

Hfst. 9 ¶13

26 SPIRITISME

Iemand die aan spiritisme doet, probeert met geesten in contact te komen, rechtstreeks of via iemand anders, bijvoorbeeld een medium of een medicijnman. Mensen doen aan spiritisme omdat ze geloven in de leugen dat een mens na zijn dood een machtige geest wordt. Jehovah haat spiritisme. De demonen proberen mensen zover te krijgen dat ze ongehoorzaam aan God worden. Enkele vormen van spiritisme zijn astrologie, waarzeggerij, hekserij, bijgeloof, occultisme en het paranormale. Veel films wekken de indruk dat magie, demonen en het paranormale spannend of ongevaarlijk zijn. Dat geldt ook voor veel boeken, tijdschriften, horoscopen, posters, games en zelfs muziek. Ook veel begrafenisrituelen hebben met spiritisme te maken en brengen mensen in contact met demonen. In veel culturen bestaan bijvoorbeeld rituelen als het brengen van offers voor de doden of het houden van een wake. Mensen gebruiken vaak drugs als ze de hulp van demonen willen inroepen (Galaten 5:20; Openbaring 21:8).

Hfst. 10 ¶10; hfst. 16 ¶4

 27 JEHOVAH’S SOEVEREINITEIT

Jehovah is de almachtige God. Hij heeft alles gemaakt (Openbaring 15:3). Daarom is hij de Eigenaar van alles. Jehovah heeft de volledige autoriteit om te regeren over alles wat hij heeft gemaakt. Dat noemen we zijn soevereiniteit (Psalm 24:1; Jesaja 40:21-23; Openbaring 4:11). Hij heeft wetten gemaakt voor alles wat bestaat. Jehovah heeft ook de macht en het recht om anderen te laten regeren. Als je van hem houdt en hem gehoorzaamt, laat je zien dat je zijn soevereiniteit steunt (1 Kronieken 29:11).

Hfst. 11 ¶10

28 ABORTUS

Met abortus bedoelen we het expres veroorzaken van de dood van een ongeboren kind. We bedoelen dus niet een miskraam door een ongeluk of door een natuurlijke reactie van het lichaam. Vanaf de bevruchting is een kind een afzonderlijk persoon, niet gewoon maar een deel van het lichaam van zijn moeder.

Hfst. 13 ¶5

29 BLOEDTRANSFUSIE

Een bloedtransfusie is een medische procedure waarbij bloed (of één van de vier hoofdbestanddelen ervan) in het lichaam wordt gebracht. Hierbij kan bloed van een ander worden gebruikt, maar ook eigen bloed dat iemand eerder heeft laten opslaan. De vier hoofdbestanddelen van bloed zijn plasma, rode bloedcellen, witte bloedcellen en bloedplaatjes.

Hfst. 13 ¶13

 30 CORRECTIE

Het woord dat in de Nieuwewereldvertaling met ‘correctie’ is vertaald, wordt ook wel met ‘bestraffing’ vertaald. Maar het betekent ook corrigeren, onderwijzen en raad geven. Als Jehovah mensen corrigeert, is hij nooit hard of wreed (Spreuken 4:1, 2). Ouders kunnen veel van Jehovah leren. Zijn manier van corrigeren is zo effectief dat iemand zelfs van correctie kan gaan houden (Spreuken 12:1). Jehovah houdt van ons en leidt ons op. Zijn onderwijs helpt ons verkeerde ideeën te corrigeren. Hij leert ons om te denken en te leven op een manier die hem blij maakt. Je kinderen corrigeren betekent dat je ze helpt te begrijpen waarom ze moeten luisteren. Het betekent ook dat je ze helpt van Jehovah en de Bijbel te houden en de principes in de Bijbel te begrijpen.

Hfst. 14 ¶13

31 DEMONEN

Demonen zijn onzichtbare, slechte geesten die machtiger zijn dan mensen. Het zijn slechte engelen. Ze werden slecht toen ze tegen God in opstand kwamen door hem ongehoorzaam te zijn (Genesis 6:2; Judas 6). Zo kozen ze de kant van Satan, die daarvoor al tegen Jehovah in opstand was gekomen (Deuteronomium 32:17; Lukas 8:30; Handelingen 16:16; Jakobus 2:19).

Hfst. 16 ¶4