Doorgaan naar inhoud

Doorgaan naar inhoudsopgave

Hoe is ons heelal ontstaan? — De controverse

Hoe is ons heelal ontstaan? — De controverse

 Hoofdstuk twee

Hoe is ons heelal ontstaan? — De controverse

ASTRONAUTEN vinden het prachtig de aarde te fotograferen wanneer die op indrukwekkende wijze voor het venster van een ruimtevaartuig verschijnt. „Dat is het mooiste van zo’n ruimtevlucht”, zei een astronaut. Maar vergeleken met het zonnestelsel lijkt onze aarde heel klein. De zon zou een miljoen aardes kunnen bevatten en nog ruimte overhebben! Zouden zulke feiten omtrent het heelal echter iets met uw leven en de zin ervan te maken kunnen hebben?

Laten wij in gedachten eens een reisje in de ruimte maken om onze aarde en onze zon in het juiste perspectief te zien. Onze zon is slechts één van een ontzagwekkend aantal sterren in een spiraalarm van het Melkwegstelsel, * dat zelf slechts een heel klein gedeelte van het universum vormt. Met het blote oog zijn enkele lichtvlekjes te zien die in werkelijkheid andere sterrenstelsels zijn, zoals de schitterende en grotere Andromedanevel. Het Melkwegstelsel, de Andromedanevel en zo’n twintig andere sterrenstelsels worden door hun onderlinge gravitatiewisselwerkingen bijeengehouden in een cluster, die op zich nog maar een klein gebied in een uitgestrekte supercluster vormt. Het universum bevat talloze superclusters, en dat is nog niet het volledige beeld.

De clusters zijn niet gelijkmatig in de ruimte verdeeld. Op grote schaal zien ze er uit als dunne bladen en draden rond uitgestrekte lege bellen. Sommige structuren zijn zo lang en breed dat ze op grote muren lijken. Dit  kan verrassend zijn voor velen die denken dat ons heelal zichzelf geschapen heeft in een toevallige kosmische explosie. „Hoe duidelijker wij het heelal in al zijn schitterende details kunnen zien,” concludeert een redacteur van Scientific American, „des te moeilijker zal het voor ons zijn met een simpele theorie te verklaren hoe het zo is geworden.”

Aanwijzingen die op een begin duiden

Alle afzonderlijke sterren die u ziet, bevinden zich in het Melkwegstelsel. Tot de jaren ’20 scheen dat het enige sterrenstelsel te zijn. Maar u weet waarschijnlijk dat observaties met grotere telescopen sindsdien anders hebben uitgewezen. Ons heelal bevat ten minste 50.000.000.000 sterrenstelsels. Wij bedoelen niet 50 miljard sterren, maar ten minste 50 miljard sterrenstelsels, elk met miljarden sterren zoals onze zon. Toch was het niet de verbijsterende hoeveelheid reusachtige sterrenstelsels die in de jaren ’20 de wetenschappelijke overtuigingen schokte. Het was dat ze allemaal in beweging zijn.

Astronomen ontdekten een opmerkelijk feit: Wanneer men licht van een sterrenstelsel door een prisma liet vallen, bleken de lichtgolven opgerekt te zijn, wat erop duidde dat het sterrenstelsel zich met grote snelheid van ons af bewoog. Hoe verder een sterrenstelsel verwijderd was, des te sneller leek het zich van de aarde te verwijderen. Dat wijst op een uitdijend heelal! *

 Wij hoeven geen professionele astronomen noch amateurs te zijn, om te kunnen begrijpen dat een uitdijend heelal verregaande implicaties zou hebben met betrekking tot ons verleden — en misschien ook onze persoonlijke toekomst. Iets moet het proces op gang hebben gebracht — een kracht die sterk genoeg is om de immense gravitatie van het gehele universum te overwinnen. U hebt goede reden om te vragen: ’Wat zou de bron van zo’n dynamische energie kunnen zijn?’

Hoewel de meeste geleerden het heelal terugvoeren  tot een heel klein, oneindig dicht punt (een singulariteit), kunnen wij niet ontkomen aan deze fundamentele kwestie: „Als te eniger tijd in het verleden het Heelal eens nagenoeg in een toestand van singulariteit ofte wel oneindig kleine omvang en oneindig grote dichtheid verkeerde, moeten wij ons afvragen wat er voordien was en wat er buiten het Heelal was. . . . Wij staan voor het probleem van een Begin.” — Sir Bernard Lovell.

Dit impliceert meer dan slechts een bron van enorme energie. Ook vooruitziendheid en intelligentie zijn nodig,  want de expansiesnelheid schijnt zeer subtiel afgestemd te zijn. „Als het Heelal een biljoenste fractie sneller was uitgedijd,” aldus Lovell, „dan zou alle materie in het Heelal nu verstrooid zijn. . . . En als het een biljoenste fractie langzamer was gegaan, dan zouden de gravitatiekrachten het Heelal binnen de eerste miljard jaar of zo van zijn bestaan hebben doen ineenstorten. Ook dan zou er geen sprake van langlevende sterren zijn en er zou geen leven zijn.”

Pogingen om het begin te verklaren

Kunnen deskundigen nu het ontstaan van het heelal verklaren? Veel geleerden bij wie het denkbeeld dat het heelal door een hogere intelligentie werd geschapen een onbehaaglijk gevoel veroorzaakt, speculeren dat het zich  door het een of andere mechanisme zelf uit niets heeft geschapen. Vindt u dat redelijk? Aan zulke speculaties komt gewoonlijk de een of andere variant te pas van een theorie (het inflatoire-heelalmodel) * die in 1979 door de natuurkundige Alan Guth werd bedacht. Maar meer recent heeft dr. Guth toegegeven dat zijn theorie „niet verklaart hoe het heelal uit niets is ontstaan”. Dr. Andrei  Linde was in een artikel in Scientific American nog duidelijker: „Het verklaren van deze eerste singulariteit — waar en wanneer het allemaal begonnen is — is nog steeds het hardnekkigste probleem van de moderne kosmologie.”

Als deskundigen in werkelijkheid noch het ontstaan noch de vroege ontwikkeling van ons heelal kunnen verklaren, dienen wij dan niet elders naar een verklaring te zoeken? U hebt inderdaad deugdelijke redenen om enig bewijsmateriaal te beschouwen dat door velen over het hoofd is gezien maar dat u wellicht werkelijk inzicht in deze kwestie kan geven. Het bewijsmateriaal omvat de precieze metingen van vier fundamentele krachten die verantwoordelijk zijn voor alle eigenschappen en veranderingen die van invloed zijn op materie. Bij het noemen alleen al van fundamentele krachten aarzelen sommigen wellicht en denken: ’Dat is uitsluitend voor natuurkundigen.’ Beslist niet. De basisfeiten zijn het beschouwen waard omdat ze op ons van invloed zijn.

 Subtiel afgestemd

De vier fundamentele krachten spelen zowel in de uitgestrektheid van de kosmos als in de oneindige kleinheid van atoomstructuren een rol. Ja, alles wat wij om ons heen zien is erbij betrokken.

Elementen die essentieel zijn voor ons leven (in het bijzonder koolstof, zuurstof en ijzer) zouden niet kunnen bestaan indien de vier krachten die zich in het heelal voordoen, niet subtiel afgestemd waren. Eén kracht hebben wij al genoemd, gravitatie of zwaartekracht. Dan is er de elektromagnetische kracht. Als deze kracht beduidend zwakker zou zijn, zouden elektronen niet rond de kern van een atoom vastgehouden worden. ’Zou dat een ernstig probleem vormen?’, vragen sommigen zich wellicht af. Ja, omdat atomen dan geen verbindingen zouden kunnen aangaan om moleculen te vormen. Zou deze kracht daarentegen veel sterker zijn, dan zouden elektronen op de kern van een atoom vastzitten. Er zouden geen chemische reacties tussen atomen kunnen zijn, wat betekent dat er geen leven zou zijn. Zelfs vanuit dit standpunt bezien is het duidelijk dat ons bestaan en ons  leven afhangen van het subtiel afgestemd zijn van de elektromagnetische kracht.

Beschouw ook de kosmische schaal eens: Een gering verschil in de elektromagnetische kracht zou van invloed zijn op de zon en derhalve het licht veranderen dat de aarde bereikt, wat de fotosynthese in planten moeilijk of onmogelijk zou maken. Het zou ook water van zijn unieke eigenschappen kunnen beroven, eigenschappen die onontbeerlijk zijn voor het leven. Dus ook hier weer bepaalt het precies afgestemd zijn van de elektromagnetische kracht of wij al dan niet leven.

Even essentieel is de intensiteit van de elektromagnetische kracht in relatie tot de andere drie. Volgens de becijferingen van sommige natuurkundigen is deze kracht bijvoorbeeld 10.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000 (1040) maal die van de gravitatie. Het lijkt misschien een kleine verandering voor dat getal om er nog een nulletje aan toe te voegen (1041). Maar dat zou betekenen dat de gravitatie naar verhouding zwakker is, en dr. Reinhard Breuer merkt op welke situatie er dan zou ontstaan: „Met een lagere gravitatie zouden de sterren kleiner zijn, en de druk van de gravitatie in hun inwendige zou de temperatuur niet hoog genoeg opdrijven om kernfusiereacties teweeg te brengen: de zon zou niet kunnen schijnen.” U kunt u wel indenken wat dat voor ons zou betekenen!

En als de zwaartekracht nu eens naar verhouding sterker was, zodat het getal slechts 39 nullen had (1039)? „Met slechts deze geringe verandering”, vervolgt Breuer, „zou voor een ster als de zon de levensverwachting scherp gedaald blijken te zijn.” En volgens andere wetenschappers is de afstemming zelfs nog preciezer.

Inderdaad zijn twee opmerkelijke hoedanigheden van onze zon en andere sterren lange-termijnefficiëntie en stabiliteit. Beschouw eens een simpele illustratie.  Wij weten dat er voor een efficiënt lopende automotor een kritische verhouding tussen brandstof en lucht nodig is; ingenieurs ontwerpen ingewikkelde mechanische en computersystemen om de verrichting te optimaliseren. Als dit met louter een motor al zo is, wat valt er dan te zeggen over de efficiënt „brandende” sterren zoals onze zon? De voornaamste krachten die hierin een rol spelen, zijn precies afgestemd, geoptimaliseerd voor het bestaan van het leven. Is die precisie het resultaat van toeval? Aan een man uit de oudheid, Job, werd de vraag voorgelegd: „Hebt gij de inzettingen afgekondigd die de hemel besturen, of de natuurwetten op aarde vastgelegd?” (Job 38:33, The New English Bible) Geen mens heeft dit gedaan. Waar komt dus de precisie vandaan?

 Twee kernkrachten

Bij de structuur van het heelal is veel meer betrokken dan de subtiele afstemming van slechts de gravitatie en de elektromagnetische kracht. Twee andere natuurkrachten houden eveneens verband met ons leven.

Deze twee krachten zijn werkzaam in de kern van een atoom, en ze leveren overvloedige bewijzen van voorzorg. Beschouw eens de sterke kernkracht, die protonen en neutronen bijeenhoudt in de kern van het atoom. Wegens deze bindende kracht kunnen zich verscheidene elementen vormen — lichte (zoals helium en zuurstof) en zware (zoals goud en lood). Het schijnt dat als deze bindende kracht slechts twee procent zwakker zou zijn, er alleen waterstof zou bestaan. Zou deze kracht daarentegen iets sterker zijn, dan konden er slechts zwaardere elementen gevonden worden, maar geen waterstof. Zou dit van invloed zijn op ons leven? Welnu, als er in het heelal geen waterstof was, zou onze zon niet de brandstof hebben die ze nodig heeft om levengevende energie uit te stralen. En natuurlijk zouden wij geen water en ook geen voedsel hebben, want waterstof is een onontbeerlijk bestanddeel van beide.

 De vierde kracht in deze bespreking, de zwakke kernkracht genoemd, beheerst het radioactief verval. Ze is ook van invloed op de thermonucleaire activiteit in onze zon. ’Is deze kracht subtiel afgestemd?’, zou u kunnen vragen. De wis- en natuurkundige Freeman Dyson zegt: „De zwakke [kracht] is miljoenen malen zwakker dan de sterke kernkracht. Ze is precies zwak genoeg zodat de waterstof in de zon in een langzaam en gestadig tempo brandt. Als de zwakke [kracht] veel sterker of veel zwakker zou zijn, zouden alle levensvormen die afhankelijk zijn van met de zon te vergelijken sterren weer gevaar lopen.” Ja, deze precieze verbrandingssnelheid houdt onze aarde warm — maar verkoolt haar niet — en houdt ons in leven.

Bovendien geloven geleerden dat de zwakke kracht een rol speelt in supernova-explosies, die volgens hen het mechanisme vormen voor het produceren en distribueren van de meeste elementen. „Als die kernkrachten in enig opzicht iets verschilden van wat ze in werkelijkheid zijn, zouden de sterren niet in staat zijn de elementen te maken waaruit u en ik zijn opgebouwd”, verklaart de natuurkundige John Polkinghorne.

Er zou nog meer gezegd kunnen worden, maar waarschijnlijk begrijpt u waar het om gaat. Deze vier fundamentele krachten zijn in verbazingwekkende mate subtiel afgestemd. „Overal om ons heen lijken wij bewijzen te vinden dat de natuur het precies goed heeft gedaan”, schreef professor Paul Davies. Ja, de precieze afstemming van de fundamentele krachten heeft het bestaan en het functioneren mogelijk gemaakt van onze zon, onze verrukkelijke planeet met haar levenonderhoudende water, onze atmosfeer, die zo onontbeerlijk is voor het leven, en een uitgebreide reeks kostbare chemische elementen op aarde. Maar vraag uzelf af: ’Waarom zo’n precieze afstemming, en hoe is die ontstaan?’

 De ideale kenmerken van de aarde

Ons bestaan vergt ook in andere opzichten precisie. Beschouw eens de afmetingen van de aarde en haar positie in relatie tot de rest van ons zonnestelsel. Het bijbelboek Job bevat de volgende nederig stemmende vragen: „Waar bevondt gij u, toen ik de aarde grondvestte? . . . Wie heeft haar afmetingen bepaald, ingeval gij het weet?” (Job 38:4, 5) Als nooit tevoren vereisen die vragen een antwoord. Waarom? Wegens de verbazingwekkende dingen die omtrent onze aarde zijn ontdekt — met inbegrip van haar grootte en haar positie in ons zonnestelsel.

Nergens in het universum is een planeet als de aarde gevonden. Zeker, sommige wetenschappers wijzen op indirecte bewijzen dat er om bepaalde sterren objecten draaien die honderden malen groter zijn dan de aarde. Onze aarde is echter van precies de juiste grootte voor ons bestaan. In welk opzicht? Als de aarde iets groter zou zijn, zou haar zwaartekracht sterker zijn en zou er waterstof, een licht gas, vastgehouden worden en niet aan de zwaartekracht van de aarde kunnen ontsnappen. De atmosfeer zou dus ongastvrij zijn voor leven. Als onze aarde daarentegen iets kleiner zou zijn, zou er levenonderhoudende zuurstof ontsnappen en zou haar oppervlaktewater  verdampen. In beide gevallen zou menselijk leven op aarde niet mogelijk zijn.

De aarde bevindt zich ook op ideale afstand van de zon, een factor die onontbeerlijk is om leven te doen gedijen. De astronoom John Barrow en de wiskundige Frank Tipler bestudeerden „de verhouding van de radius van de Aarde en de afstand tot de Zon”. Zij concludeerden dat „als deze verhouding iets zou verschillen van wat ze volgens de waarnemingen is”, er geen menselijk leven zou bestaan. Professor David L. Block merkt op: „Berekeningen tonen aan dat als de aarde zich slechts 5 procent dichter bij de zon zou bevinden, er ongeveer 4000 miljoen jaar geleden een op hol geslagen broeikaseffect zou hebben plaatsgevonden. Zou de aarde daarentegen slechts 1 procent verder van de zon verwijderd zijn, dan zou zich zo’n 2000 miljoen jaar geleden een op hol geslagen ijsvorming hebben voorgedaan.” — Our Universe: Accident or Design?

Aan bovengenoemde precisie kunt u het feit toevoegen dat de aarde eenmaal per dag om haar as draait, de juiste snelheid om gematigde temperaturen te produceren. De rotatietijd van Venus bedraagt 243 dagen. Stel u eens voor dat de aarde er zo lang over zou doen! Wij zouden de extreme temperaturen als gevolg van zulke lange dagen en nachten niet kunnen overleven.

Nog een belangrijk detail is de baan die onze aarde om de zon beschrijft. Kometen hebben een wijde elliptische baan. Gelukkig is dit met de aarde niet het geval. Haar baan is bijna cirkelvormig. Dit verhindert eveneens dat wij dodelijk extreme temperaturen ondervinden.

Ook dienen wij niet voorbij te gaan aan de positie van ons zonnestelsel. Zou het zich dichter bij het centrum van het Melkwegstelsel bevinden, dan zou de gravitationele invloed van naburige sterren de baan van de  aarde verstoren. Zou het zich daarentegen helemaal aan de rand van ons sterrenstelsel bevinden, dan zou de nachtelijke hemel vrijwel zonder sterren zijn. Sterrenlicht is niet essentieel voor het leven, maar verleent het geen grote schoonheid aan onze nachtelijke hemel? En op grond van huidige opvattingen omtrent het heelal hebben geleerden berekend dat er aan de rand van de Melkweg niet voldoende benodigde chemische elementen zouden zijn om een zonnestelsel als het onze voort te brengen. *

Wet en orde

Uit persoonlijke ervaring weet u waarschijnlijk dat alle dingen neigen naar wanorde. Iedere huiseigenaar heeft gemerkt dat zonder onderhoud allerlei zaken kapotgaan  of uiteenvallen. Geleerden noemen deze tendens „de tweede hoofdwet van de thermodynamica”. Wij kunnen deze wet dagelijks aan het werk zien. Een aan zijn lot overgelaten nieuwe auto of fiets zal schroot worden. Laat een gebouw leegstaan en het zal een ruïne worden. Wat valt er te zeggen over het heelal? Ook daarop is de wet van toepassing. U zou dus kunnen denken dat de orde overal in het heelal uiteindelijk plaats zou maken voor volslagen wanorde.

Dit schijnt met het heelal echter niet te gebeuren, zoals Roger Penrose, hoogleraar in de wiskunde, ontdekte toen hij de toestand van wanorde (of entropie) van het waarneembare heelal bestudeerde. Een logische manier om zulke bevindingen te interpreteren, is te concluderen dat het heelal in een geordende toestand is begonnen en nog steeds hooggeorganiseerd is. De astrofysicus Alan Lightman merkte op dat geleerden ’het merkwaardig vinden dat het heelal vanuit zo’n sterk geordende toestand is geschapen’. Hij voegde eraan toe dat „een geslaagde kosmologische theorie uiteindelijk het entropieprobleem” — waarom het heelal niet chaotisch is geworden — „moet verklaren”.

In feite is ons bestaan strijdig met deze erkende wet. Waarom leven wij dus hier op aarde? Zoals reeds opgemerkt, is dat een fundamentele vraag die wij beantwoord zullen willen krijgen.

[Voetnoten]

^ ¶4 De diameter van het Melkwegstelsel bedraagt bijna een triljoen kilometer — ja, 1.000.000.000.000.000.000 kilometer! Het licht doet er 100.000 jaar over om deze afstand af te leggen, en dit ene sterrenstelsel bevat meer dan 100 miljard sterren!

^ ¶8 In 1995 merkten wetenschappers het vreemde gedrag op van de verste ster (SN 1995K) die ooit geobserveerd werd terwijl ze in haar sterrenstelsel explodeerde. Net als supernova’s in naburige sterrenstelsels werd deze ster heel helder en doofde toen langzaam uit maar gedurende een langere periode dan ooit tevoren was waargenomen. Het tijdschrift New Scientist gaf dit aan op een grafiek en zei: „De vorm van de curve voor het licht . . . is in tijd opgerekt met precies die hoeveelheid tijd die te verwachten is als het sterrenstelsel zich met bijna de helft van de snelheid van het licht van ons zou verwijderen.” De conclusie? Dit is „het beste bewijs tot dusver dat het Heelal werkelijk uitdijt”.

^ ¶13 De inflatietheorie speculeert over wat er een fractie van een seconde na het ontstaan van het heelal is gebeurd. Voorstanders van inflatie zijn van mening dat het heelal in het begin submicroscopisch was en toen sneller uitdijde dan de snelheid van het licht, een bewering die niet in een laboratorium getest kan worden. Het blijft een theorie waarover de meningen verdeeld zijn.

^ ¶34 Geleerden hebben ontdekt dat de elementen een verbazingwekkende orde en harmonie te zien geven. Interessant bewijsmateriaal wordt geboden in het Appendix „Architectonische eenheden van het heelal”, blz. 26.

[Kader op blz. 15]

De sterren proberen te tellen

Het Melkwegstelsel bevat naar schatting meer dan 100.000.000.000 (100 miljard) sterren. Stelt u zich eens een encyclopedie voor waarin aan elk van deze sterren één pagina is gewijd — onze zon en de rest van ons zonnestelsel zouden tot één pagina beperkt zijn. Uit hoeveel boekdelen zou de serie moeten bestaan om de sterren in het Melkwegstelsel te behandelen?

Met boekdelen van gemiddelde dikte zou naar men zegt de encyclopedie niet onder te brengen zijn in de Openbare Bibliotheek van New York met zijn 412 kilometer lengte aan boekenplanken!

Hoeveel tijd zou het u kosten die boeken door te kijken? „Er doorheen te bladeren met de snelheid van een bladzijde per seconde zou meer dan tienduizend jaar vergen”, zo staat in Coming of Age in the Milky Way. Toch bedragen de sterren die ons Melkwegstelsel vormen, slechts een fractie van de sterren in de naar schatting 50.000.000.000 (50 miljard) sterrenstelsels in het heelal. Als de encyclopedie een bladzijde voor elk van deze sterren bevatte, zou ze nog niet op alle bibliotheekplanken op aarde passen. „Hoe meer wij over het heelal weten,” merkt het boek op, „des te meer gaan wij begrijpen hoe weinig wij weten.”

[Kader op blz. 16]

Wat Jastrow zegt over het begin

Robert Jastrow, hoogleraar astronomie en geologie aan de Columbia University, schreef: „Slechts weinige sterrenkundigen zouden hebben kunnen voorspellen dat deze gebeurtenis — de plotselinge geboorte van het universum — nog eens een wetenschappelijk bewezen feit zou blijken. En toch, dat wat ze door hun telescopen van het heelal hebben waargenomen, dwong als het ware een dergelijke conclusie aan hen op.”

Vervolgens zei hij over de implicaties: „Het astronomische bewijs voor een dergelijk begin brengt de wetenschapsbeoefenaar wel in een lastig parket. Volgens hem moet immers voor elk gevolg een oorzaak bestaan . . . De Britse sterrenkundige E. A. Milne schreef daarover: ’We kunnen omtrent de stand van zaken (bij de aanvang) niets zinnigs te berde brengen; bij de Goddelijke scheppingsdaad is Hij onzichtbaar en zonder getuigen tewerk gegaan.’” — Machine en intellect.

[Kader op blz. 17]

Vier fundamentele natuurkrachten

1. Gravitatie — een zeer zwakke kracht op atomair niveau. Ze is van invloed op grote objecten — planeten, sterren, sterrenstelsels.

2. Elektromagnetisme — de voornaamste aantrekkingskracht tussen protonen en elektronen, waardoor moleculen gevormd kunnen worden. De bliksem is één bewijs van de kracht ervan.

3. Sterke kernkracht — de kracht die protonen en neutronen bijeenhoudt in de kern van een atoom.

4. Zwakke kernkracht — de kracht die het verval van radioactieve elementen en de efficiënte thermonucleaire activiteit van de zon beheerst.

[Kader op blz. 20]

„Combinatie van toevalligheden”

„Maak de zwakke kracht iets sterker en er zou geen helium zijn geproduceerd; maak ze iets zwakker en bijna alle waterstof zou in helium zijn veranderd.”

„De mogelijkheid voor een heelal waarin enig helium is en ook exploderende supernova’s zijn, is heel nauw begrensd. Ons bestaan hangt af van deze combinatie van toevalligheden, alsook van de zelfs nog opmerkelijker coïncidentie van in kernen bestaande energieniveaus zoals [de astronoom Fred] Hoyle die voorspelde. In tegenstelling tot alle voorgaande generaties weten wij hoe wij tot bestaan zijn gekomen. Maar net als alle voorgaande generaties weten wij nog steeds niet waarom wij er zijn.” — New Scientist.

[Kader op blz. 22]

„De speciale omstandigheden op aarde die het gevolg zijn van haar ideale grootte, haar samenstelling wat elementen betreft en de bijna cirkelvormige baan die ze beschrijft op volmaakte afstand van een langlevende ster, de zon, hebben de opeenhoping van water op het aardoppervlak mogelijk gemaakt” (Integrated Principles of Zoology, 7de uitgave). Zonder water had er geen leven op aarde kunnen verschijnen.

[Kader op blz. 24]

Alleen geloven wat u ziet?

Veel redelijk denkende mensen aanvaarden het bestaan van dingen die zij niet kunnen zien. In het tijdschrift Discover van januari 1997 werd bericht dat astronomen hebben ontdekt wat naar zij concludeerden ongeveer een dozijn planeten waren die om verre sterren draaiden.

„Tot dusver zijn de nieuwe planeten alleen bekend uit de manier waarop hun gravitatie de beweging van de moedersterren verstoort.” Ja, voor de astronomen vormden de zichtbare effecten van de gravitatie een basis om in het bestaan van onzichtbare hemellichamen te geloven.

Verwant bewijsmateriaal — geen directe observatie — was voor wetenschappers voldoende basis om te aanvaarden wat nog onzichtbaar was. Velen die in een Schepper geloven, concluderen dat zij een soortgelijke basis hebben om te aanvaarden wat zij niet kunnen zien.

[Kader op blz. 25]

Sir Fred Hoyle zegt in The Nature of the Universe: „Om de kwestie van schepping te ontwijken, zou alle materie van het Heelal oneindig oud moeten zijn, en dit kan niet zo zijn. . . . Waterstof verandert gestadig in helium en de andere elementen . . . Hoe komt het dan dat het Heelal bijna geheel uit waterstof bestaat? Als materie oneindig oud zou zijn, zou dit volkomen onmogelijk zijn. Wij zien dus dat aangezien het Heelal is wat het is, de scheppingskwestie eenvoudig niet ontweken kan worden.”

[Illustratie op blz. 12, 13]

Onze zon (kader) is onbetekenend in het Melkwegstelsel, zoals hier wordt geïllustreerd met spiraalnevel NGC 5236

Het Melkwegstelsel bevat meer dan 100 miljard sterren, en het is slechts een van de meer dan 50 miljard sterrenstelsels in het bekende universum

[Illustraties op blz. 14]

De astronoom Edwin Hubble (1889–1953) realiseerde zich dat een roodverschuiving in het licht van verre sterrenstelsels aantoonde dat ons heelal uitdijt en dus een begin heeft gehad

[Illustraties op blz. 19]

De subtiele afstemming van krachten die onze zon beheersen, resulteert in omstandigheden die precies goed zijn voor ons leven op aarde