Inzicht in de Schrift

Jizrahja

Nederlands
Jizrahja
/assets/ct/2fee4a8a5e/images/syn_placeholder_sqr.png
it blz. 1296

Jizrahja

Jizrahja

(Jizra̱hja) [Jah schijnt; Jah straalt].

1. Een nakomeling van Issaschar via Tola. — 1Kr 7:1-5.

2. Een opziener van de zangers die bijdroegen tot de feestvreugde toen de muur van Jeruzalem, die onder leiding van Nehemia was herbouwd, werd ingewijd. — Ne 12:42.