Inzicht in de Schrift

Hazo

Nederlands
Hazo
/assets/ct/a63ae92c98/images/syn_placeholder_sqr.png
it blz. 970

Hazo

Hazo

(Ha̱zo) [misschien een verkorte vorm van Hazaël, wat „God aanschouwde” betekent].

Een neef van Abraham; de als vijfde genoemde zoon van Nahor en Milka. — Ge 22:20-22.