Eldaä
(Elda̱ä) [misschien: Gods kennis; God weet (kent)].
Een zoon van Midian, de als vierde genoemde zoon van Abraham en Ketura. — Ge 25:1, 2, 4; 1Kr 1:33.


(Elda̱ä) [misschien: Gods kennis; God weet (kent)].
Een zoon van Midian, de als vierde genoemde zoon van Abraham en Ketura. — Ge 25:1, 2, 4; 1Kr 1:33.