Inzicht in de Schrift

Ebed

Nederlands
Ebed
/assets/ct/c2d9fa4e7e/images/syn_placeholder_sqr.png
it blz. 556

Ebed

Ebed

(E̱bed) [Dienaar (Knecht); of een verkorte vorm van Obadja, wat „Dienaar (Knecht) van Jehovah” betekent].

1. Vader van Gaäl, degene die de grondbezitters van Sichem in een mislukte opstand tegen Abimelech aanvoerde. — Re 9:26, 29, 39-41.

2. Zoon van Jonathan. Vergezeld van vijftig mannen van het vaderlijk huis van Adin keerde Ebed samen met Ezra uit Babylon naar Jeruzalem terug. — Ezr 8:6.