Inzicht in de Schrift

Azrikam

Nederlands
Azrikam
/assets/ct/2fee4a8a5e/images/syn_placeholder_sqr.png
it blz. 207

Azrikam

Azrikam

(Azri̱kam) [Mijn hulp is opgestaan].

1. Een van Azels zes zonen, een nakomeling van koning Saul via Jonathan uit de stam Benjamin. — 1Kr 8:33-38; 9:44.

2. „De leider van de huishouding” van de goddeloze koning Achaz van Juda. Hij werd door de Efraïmiet Zichri gedood toen koning Pekah van Israël tegen Juda streed. — 2Kr 28:6, 7.

3. Een leviet uit de familie der Merarieten, wiens nakomeling Semaja na de terugkeer uit ballingschap in Jeruzalem woonde. — 1Kr 9:2, 14; Ne 11:15.

4. De als derde genoemde zoon van Nearja en een nakomeling van David. — 1Kr 3:1, 23.