Doorgaan naar inhoud

Doorgaan naar inhoudsopgave

Nieuwewereldvertaling van de Bijbel (studie-uitgave)

Inleiding tot Johannes

  • Schrijver: Johannes

  • Waar geschreven: In of bij Efeze

  • Geschrift voltooid: c. 98 n.Chr.

  • Beschreven periode: Na proloog, 29-33 n.Chr.

Bijzonderheden:

  • De evangeliën van Mattheüs, Markus en Lukas waren al ruim 30 jaar in omloop toen Johannes zijn verslag schreef. Toch had Johannes nog veel toe te voegen aan het verslag over Jezus’ leven en bediening. Zo’n 90 procent van zijn verslag staat niet in de drie andere evangeliën.

  • Alleen Johannes spreekt in zijn evangelie over het voormenselijk bestaan van Jezus. Zijn verslag begint met die belangrijke waarheid en voegt later verklaringen van Johannes de Doper en Jezus zelf toe (Jo 1:1-3; 3:12, 13; 8:58). Zes wonderen staan alleen in het evangelie van Johannes. Dat zijn onder andere Jezus’ eerste wonder, dat hij water in wijn verandert, en zijn laatste wonder, na zijn opstanding, van de enorme visvangst.

  • Blijkbaar was Johannes een van de eerste discipelen van Johannes de Doper die met Jezus kennismaakte en een van de eerste vier die werden uitgenodigd om een volgeling van Christus te worden (Mr 1:16-20; Jo 1:35-39). Johannes, die misschien een neef van Jezus was, ontwikkelde een hechte vriendschap met Jezus en kwam bekend te staan als ‘de discipel van wie Jezus veel hield’ (Jo 13:23; 21:20, 24). Johannes was aanwezig bij de hartverscheurende terechtstelling, waar Jezus de zorg voor zijn moeder aan hem toevertrouwde. En hij was het die sneller dan Petrus naar het graf rende om te onderzoeken of het waar was dat Jezus was opgestaan (Jo 19:26, 27; 20:2-4).

  • In plaats van Jezus’ openbare toespraken te behandelen, vermeldt Johannes veel gesprekken met afzonderlijke personen, zowel discipelen als tegenstanders. Dankzij Johannes leren we Jezus echt als persoon kennen, onder andere via Jezus’ langste opgetekende gebed tot zijn Vader (Jo 17:1-26).

  • Het evangelie van Johannes bereikt zijn hoogtepunt als het gaat over de innige liefde tussen Vader en Zoon en over de band die we met hen kunnen krijgen door in eendracht met hen te zijn. Johannes gebruikt de woorden ‘liefde’, ‘houden van’ en ‘liefhebben’ vaker dan de drie andere evangelieschrijvers bij elkaar.

  • Een papyrusfragment van het evangelie van Johannes (met enkele verzen van hfst. 18), Papyrus Rylands 457, wordt door veel geleerden gezien als het oudste beschikbare Griekse manuscript van de christelijke Griekse Geschriften. Het wordt gedateerd op de eerste helft van de tweede eeuw. Dat er tegen die tijd een afschrift van Johannes’ evangelie circuleerde in Egypte, waar het fragment gevonden is, vormt een sterke aanwijzing dat het ‘Goede nieuws volgens Johannes’ in de eerste eeuw n.Chr. werd opgeschreven door Johannes zelf.

  • Johannes schreef zijn evangelie zodat degenen die het lazen zouden ‘geloven dat Jezus de Christus is, de Zoon van God,’ en ‘leven [zouden] hebben door zijn naam’ (Jo 20:31).